voor de harddenkende Rotterdammer

Tien wethouders! Zo veel had Rotterdam er nog nooit. Peter van Heemst hoopt dat nu het tijdperk van de Wandelende Wethouders aanbreekt.

Peter_van_Heemst
Peter van Heemst Beeld door: beeld: Jeroen van de Ruit

Je zet 40 miljoen euro in de begroting en na een jaar moet je opbiechten dat je meer dan 60 miljoen te veel hebt uitgegeven. Iets om je de ogen voor uit je kop te schamen. Eigenlijk te bizar voor woorden. Maar het gebeurde echt. In Rotterdam. Onder Leefbaar. In 2017. Voor het inhuren van extern personeel was vorig jaar 40 miljoen uitgetrokken, maar dat liep dus enorm uit de hand. De uiteindelijke rekening bedroeg ruim 100 miljoen.
Ik ga er nu niet al te lang over zeuren. Maar wil er wel mee zeggen dat Leefbaar Rotterdam wat minder stampij zou mogen maken over de 4 miljoen die de vier extra wethouders van het nieuwe college de stad gaan kosten.
Die vier erbij kan je ook zien als een soort van extern personeel, dat voor vier jaar wordt ingehuurd om de stad voor u en voor mij wat mooier, groener, welvarender en plezieriger te maken. Want daar komt besturen uiteindelijk op neer: op weer een paar stapjes in de goede richting zetten.
Als die acht mannen en twee vrouwen de komende vier jaar er ook nog eens in slagen de kosten van het inhuren van extern personeel wél stevig in de hand te houden, verdienen ze hun salaris dubbel en dwars terug.
Tip aan het adres van Eerdmans: als hij en de andere drie ex- Leefbaar Rotterdam-wethouders snel een nieuwe betaalde baan aanpakken, bespaart de gemeente een fiks bedrag op wachtgeld. Dat scheelt dan ook weer een wachtgeldslokje op de extra wethoudersborrel.

Tien wethouders is, dat geef ik grif toe, aan de zeer ruime kant. “Ze zijn hard nodig om de omschakeling van traditionele naar groene energie tot stand te brengen.” Dat flauwekul-argument gebruikte PvdA-leider (en beoogd wethouder) Barbara Kathmann om bij haar achterban het verrassende aantal van tien wethouders goed te praten. Die tien zijn wel te verdedigen, maar dan om andere redenen.
De verdeling van wethoudersposten is domweg een van de hulpmiddelen om alle partijen die aan een stadsbestuur meedoen het gevoel te geven dat ze er echt bij horen. Je zou het kunnen vergelijken met de manier waarop Leefbaar in de vorige periode de steun van de ChristenUnie kocht: door razendsnel 40 miljoen euro toe te zeggen om de armoede in Rotterdam te gaan bestrijden. Critici noemden dat omkoperij. In mijn ogen was het een normaal onderdeel van het geven en nemen dat Nederland-coalitieland typeert.

Aan tien wethouders zitten zeker risico’s vast. Ze kunnen elkaar makkelijk voor de voeten gaan lopen. Besturen vereist altijd al veel afstemming. Met tien wethouders en dus een zeer gedetailleerde taakverdeling wordt dat alleen nog maar meer en ingewikkelder. Dat is nadeel één.
Nadeel twee heeft daar mee te maken. Als taken elkaar raken en overlappen ligt voortdurend irritatie op de loer. Competentieverschillen kunnen de onderlinge verhoudingen snel laten verzuren. Ruzies over wie nou eigenlijk de baas is dreigen makkelijk de kop op te steken. In het slechtste geval leidt dat tot stilstand en in het beste tot vertraging.
Nadeel drie is dat wethouders zich uit pure verveling met details gaan bezig houden die ze veel beter aan de ambtenaren kunnen overlaten. Dat leerden we thuis al: ledigheid is des duivels oorkussen. Voor ze er erg in hebben, kunnen wethouders zich gaan gedragen als een soort superambtenaar. Dat is het laatste waar de stad op zitten te wachten.

Is zo’n tiental dus alleen maar kommer en kwel? Nee, ik noem ook vier voordelen van wat extra bestuurlijke menskracht. Voordeel één: iedereen kan redelijk ontspannen besturen. Wethouders hoeven niet dag en nacht te racen, hollen, rennen en sjezen. Ze kunnen net iets frisser, iets opgewekter en iets alerter hun dagelijks werk doen dan in een college van pakweg zes of zeven wethouders het geval is. Ik weet zeker dat wethouders met een vijftig-urige werkweek beter werk afleveren dan wethouders die zeventig of tachtig uur per week bezig zijn.
Het tweede voordeel in mijn ogen is dat er veel meer ruimte is om in de stad zelf de bestuurlijke ogen en oren de kost te geven. Dit zouden de vier jaar moeten worden van de Wandelende Wethouders, de bestuurders die je regelmatig op straat tegenkomt. Zoals vroeger de beste deelraadsvoorzitters de mannen en vrouwen waren die veel op straat bivakkeerden en daardoor feilloos wisten wat er onder de mensen leefde.

Het derde voordeel is dat tien wethouders per definitie een groter en wie weet ook interessanter netwerk uit de stad meebrengen dan zes of zeven. Er is meer variatie in ervaring en kennis, in wijsheid en aanpakken. Geen reden om voor tien te kiezen. Maar als het er om politieke reden dan toch tien moeten zijn, is die schat aan kennis(-sen) en kundigheid een mooie bonus.
Laatste voordeel is dat er met tien wethouders meer kans is dat er bestuurlijk wordt gekeken naar problemen, die nu niet verder komen dan de ambtelijke wereld. Die blijven liggen of hangen. Die vermalen dreigen te worden in traag draaiende ambtelijke molens. Een snelle bestuurlijke interventie kan de burger, die de dupe wordt van vertraging of laksheid, letterlijk en figuurlijk weer moed geven.
Een jeugdboek van mijn moeder heette: Afke’s tiental. Het is, zo checkte ik op Wikipedia, het verhaal van “een arm gezin met tien kinderen, dat door de zorgzaamheid van moeder Afke een gelukkig gezin werd, waarin men veel voor elkaar over had”. Voor vader Ahmed is ruim honderd jaar later eenzelfde schone taak weggelegd.

peter-van-heemst

Peter van Heemst

Peter van Heemst was Staten-, Tweede Kamer-, gemeenteraadslid en in 2006 lijsttrekker van de PvdA in Rotterdam. Tegenwoordig is hij onder meer politiek analist van Vers Beton.

Profiel-pagina
Jeroen van de Ruit kopie

Jeroen Van de Ruit

Profiel-pagina
Lees 6 reacties