voor de harddenkende Rotterdammer

Elke vrijdag serveren De Beste Stuurlui een prikkelende opinie voor bij de vrijdagmiddagborrel. Deze week: het betonnen metroviaduct op Zuid wordt gepimpt. Iedereen vindt het fantastisch, maar Ferrie kan er niets aan doen: hij vindt het niets.

MarkvanWijk-De-Beste-Stuurlui
Beeld door: beeld: Mark van Wijk

Het is mijn esthetische opvatting. Ik kan er niks aan doen. Het metroviaduct op Zuid wordt gepimpt. Ik vind het lelijk. Ik ben namelijk bijna de enige Rotterdammer die rauw beton mooi vindt. Daarom hou ik van het ruige betonnen metroviaduct dat Zuid doorsnijdt. Maar het kunstproject Rotterdam Art Ride (kortweg: ROAR) vernaggelt de intrinsieke kwaliteit van dit bouwwerk uit 1968.
De steunpilaren van het metroviaduct op Zuid worden beschilderd. Niet door de minsten. Terwijl je dit leest leggen befaamde street artists de laatste hand aan hun kunststukjes. Pal langs de Maashaven. Kunstenaars met artiestennamen als I AM EELCO, Zedz en Nacho Eterno voorzien maar liefst achttien zuilen van een kekke kleurige hippe trendy urban beschildering. Zondag is de officiële opening. Iedereen is in jubelstemming want het is strak en vrolijk en grootstedelijk en multiculti en helemaal 2018. Er zijn plannen om het project uit te breiden tot aan Slinge. Er zijn nog tientallen kale betonnen pilaren. Het moet een nieuw icoon van de stad worden.
Ook kinderen doen mee, basisschoolleerlingen van de OBS Nelson Mandela. Het is een kunst-educatief programma “waarmee een platform wordt geboden voor ontwikkeling en presentatie van lokale bewoners waarmee zij een diepere connectie kunnen aangaan met hun omgeving”. Een draak van een zin van de projectwebsite – maar ik ben blij voor die lokale bewoners en hun presentatie en hun ontwikkeling en hun diepere connectie. Dat meen ik serieus.
“Dit is wat Zuid verdient!” roepen de toeschouwers. Ze komen kijken naar het ‘life painting evenement’. Ik ben er ook. Rondom de zuilen waar de graffiti-artiesten bezig zijn, staat een dwarsdoornede van Rotterdam-Zuid: hangjongeren, PVV-stemmers, hipsters en Kop van Zuid-yuppen. Iedereen vindt het fantastisch. “Maar euh… dat wordt toch lelijk na verloop van tijd,” probeer ik voorzichtig, “daar gaan toch weer gasten hun tags overheen zetten”. Een blije local kijkt me niet-begrijpend aan. “Nee joh man, die street artists hebben respect voor elkaars werk.”

Ik kan er niks aan doen. Ik vind het lelijk. Ik vind het zonde van het betonnen viaduct. Ik vind het betonnen viaduct namelijk mooi – als een van weinigen. Ik hou heel erg van het strakke minimalisme van de jaren ’50 en ’60. Ik hou heel erg van functionalistische gebruiksarchitectuur, de hegemonie van modernisme, kortom: de stijl van de hoogtijdagen van de Rotterdamse Wederopbouw. Dit is de traditie van het brutalisme, ingezet door Le Corbusier en Mies van der Rohe. De Lijnbaan, De Doelen, Groothandelsgebouw en De Bijenkorf staan in deze traditie en werden Rijksmonument.
Goed voorbeeld van herwaardering van twintigste-eeuwse beton-architectuur is de actuele verbouwing van de Bijenkorf. Uitgangspunt zijn de kwaliteiten van het ontwerp van architect Marcel Breuer uit 1957. Dat betekent onder andere dat de ruw-betonnen pilaren van omkleding worden ontdaan, en – zoals in het oorspronkelijke ontwerp – als ‘modern marmer’ worden getoond. De Bijenkorf zet zelfs spots op deze ruw-betonnen zuilen: dit is de hypermoderne chique van de vroegste James Bond-films. Ga maar kijken.
Met het project ROAR gebeurt het tegenovergestelde: geen waardering van het ontwerp van het metroviaduct, maar een transformatie tot snoepketting. In plaats van de intrinsieke kwaliteit van het jaren ’60 ontwerp te versterken, wordt het viaduct teruggebracht tot een aaneenschakeling van kleine, solitaire kunstwerken. In plaats van de bindende kracht van deze logistieke slagader te versterken, wordt elke pilaar afzonderlijk een curiosum.
Nogmaals de disclaimer: Ik hou serieus heel erg van street art (echt!), en ook van connectie met de buurt (echt!) en ook van “het toegankelijk maken van beeldende kunst voor een breed publiek” (echt!). Maar dit project schiet z’n doel voorbij. Op korte termijn vergroot het de samenhang, maar op lange termijn versterkt het juist het idee dat het betonnen viaduct lelijk is en een barrière in de stad vormt.
Het project ROAR duurt vijf jaar. Ik hoop dat het metroviaduct daarna in oude luister wordt hersteld. Schoongemaakt en mooi aangelicht. Ik hoop op een fantastisch lichtplan dat het viaduct tot echt Rotterdams icoon maakt: met scherpe spots op de ruw-betonnen pilaren en lange lichtlijnen langs de bovenzijde van grindbetonnen beplating. Dan zal het metroviaduct echt kunnen fungeren als een baken van actuele verbinding én als eerbetoon aan architectuur van industrie en logistiek, die deze stad groot maakten.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

Profiel-pagina
Lees 5 reacties