voor de harddenkende Rotterdammer

Democratie wordt steeds meer lokaal georganiseerd. Tenminste, dat is de bedoeling. Hoe gaat het er in Rotterdam aan toe? Frank van Steenbergen van DRIFT houdt de ontwikkelingen tegen het licht.

Als stad je eigen tegenstanders helpen organiseren is een uiterst paradoxale daad. Enerzijds is het onderdeel van een gezonde democratie. Anderzijds draagt het niet bij aan een efficiënt bestuur. Toch overheerst in veel Nederlandse gemeenten de behoefte om de lokale democratie te vernieuwen. Zo ook in Rotterdam. Het doel is om een bestuurlijk ecosysteem te creëren waarin Rotterdammers de ruimte hebben om zowel hun directe leefomgeving als de toekomst van hun stad te beïnvloeden.

Met de installatie van het Wijkcomité in Middelland (een groep gelote wijkbewoners) is eerder deze maand in Rotterdam een nieuwe stap gezet om een bestuurlijk ecosysteem voor de komende jaren te vormgeven. Een mooi moment om stil te staan en te reflecteren op wat er nu precies is gebeurd de afgelopen maanden. En om te kijken wat de stad nog te wachten staat. Ik doe dat vanuit mijn betrokkenheid bij diverse onderzoeken waarin ik vanuit verschillende invalshoeken de lokale democratie in Rotterdam tegen het licht heb gehouden (zie kader). In de afgelopen jaren en maanden is flink gesleuteld aan het complete bestuurlijke model van de gemeente Rotterdam. Wat zien we zoal terug van onze conclusies en aanbevelingen? En (hoe) is de lokale democratie van Rotterdam van een impuls voorzien?

XeniaGottenkieny-DemocratischeTeleurstelling1600x900
Beeld door: beeld: Xenia Gottenkieny

Experimenteerdrift

We hebben in de afgelopen maanden geconstateerd dat diverse betrokkenen vol goede moed een volgende stap hebben gezet om de lokale democratie te vormgeven. Rotterdamse bestuurders, politici, ambtenaren en burgers hebben tegenwoordig de mond vol van democratische en bestuurlijke vernieuwing. Maar los van het praten, gaat in de komende jaren ook volop worden geëxperimenteerd in de praktijk. De meest in het oog springende wijzigingen in het bestuurlijk model, zijn:

  1. Een doorontwikkeling van de gebiedscommissies;
  2. Een loting van ‘echte’ en ‘gewone’ Rotterdammers in zes wijkcomités (in de gebieden Delfshaven, Prins Alexander en Charlois);
  3. De 14 verkozen wijkraden in Noord en Feijenoord.

Dit strookt met de aanbevelingen uit onze studies. Hierin stelden wij dat er ruimte voor verschil moet zijn tussen wijken en gebieden als het gaat om democratische modellen en dat experimenten kunnen leiden tot nieuwe inzichten en werkvormen. Deze experimenteerdrift juichen wij toe, maar we plaatsen daar tegelijkertijd ook kanttekeningen bij. Allereerst omdat wij in alle drie de onderzoeken constateerden dat het lerend vermogen binnen het bestuurlijk systeem gering is. Lessen uit experimenten blijven veelal bij een kleine groep directbetrokkenen hangen en verbreden zich slechts beperkt tot andere groepen en velden. Los van het feit dat bijvoorbeeld lokale ambtenaren en volksvertegenwoordigers daarmee aan hun lot worden overgelaten, doet deze geïsoleerde reflexiviteit veel van de effecten teniet en kan het ook bijdragen aan een herhaling van stappen. Dat tot op heden geen visie of plan klaarligt om de huidige experimenten te monitoren, is exemplarisch voor het gebrek aan lerend vermogen.

Verlengstuk van de stedelijke agenda

Een tweede – en meer fundamentele – kritiek is dat de experimenten sterk van bovenaf zijn ingekleurd, afgebakend en enigszins worden opgedrongen (zoals bij de wijkcommissies in Noord). Daarbij blijft het stedelijk bestuur op de Coolsingel (wethouders en de gemeenteraad) in de stelselwijzigingen buiten schot. En juist op de houding en ontvankelijkheid van het stedelijk bestuur was veel (intern en externe) kritiek. Zij zou de tegenmacht vanuit de gebieden en wijken onvoldoende ter harte nemen en haar wil – te weten een stedelijke agenda – opleggen.

Het opdringen van die stedelijke agenda wordt tevens versterkt door de machtige positie van de gemeentelijke clusters. Het gevolg is dat – mede uit angst voor een politisering van lokale kwestiesdiscussies met gebieden en wijken vooral worden gevoerd over procedures en minder over de inhoud. Tevens zien we een sterke neiging vanuit de gemeente om te beknibbelen op de uitvoerende capaciteit op wijk- en gebiedsniveau. Meer en meer ambtenaren die op persoonlijk en straatniveau opereren worden de diverse gemeentelijke torens ingezogen. Degene die overblijven op wijk- en straatniveau staan er grotendeels alleen voor en bevinden zich in een spagaat tussen de belangen van de wijk(bewoners) en de stedelijke agenda.
Uiteraard worden stedelijke ambtenaren wel aangespoord om de wijken in te gaan, maar de praktijk blijkt weerbarstig: de fysieke en directe afstand met de Rotterdammer is vergroot.

Erosie van het bestuurlijk ecosysteem

Het organiseren van een tegenmacht (of zogenaamde checks and balances’) op gebieds- en/of wijkniveau is geen vrijblijvende actie. De democratische machten moeten verdeeld worden en het centrum van de macht moet naar de periferie worden overgeheveld. Maar wat mogelijkerwijs een consequentie is van de huidige wijzigingen, is dat nu een nog verder versplinterd veld ontstaat van wijkcomités, wijkraden en gebiedscommissies. En dat de gebiedscommissies overigens aan macht inboeten.
Zo kende de gebiedscommissies in de periode 2014-2018 een voorzitterscollectief dat doorgaans bestond uit een aantal gekozen bewoners die de betaalde functie hadden om het gezicht te zijn van het gebied. Ze zaten vergaderingen voor en hadden vooral de bestuurlijke taak om kwesties uit wijken (via partijpolitieke lijntjes) op te schalen naar de Coolsingel. Deze collectieven zijn in 2018 afgeschaft terwijl zij soms een cruciale link bleken om de stedelijke agenda te beïnvloeden en lokale belangen te vertegenwoordigen. In plaats van een sterker en luider geluid van onderaf, komen er nu gefragmenteerde stemmen bij. Dat leidt tot een (verdere) erosie van het bestuurlijke ecosysteem. Het systeem wordt – nog meer dan het al was in de afgelopen jaren – afhankelijk van de vaardigheden en contacten van enkele individuen. Wat de willekeur binnen het systeem vergroot.

Het organiseren van de eigen teleurstelling

Onze terughoudendheid om de huidige interessante experimenten te omarmen, heeft dus alles te maken met de vraag of het binnen het nieuwe bestuurlijke veld niet nog gemakkelijker wordt om een stedelijke agenda door te drukken en om de gebiedscommissies, wijkcomités en wijkraden als een verlengstuk te zien van die agenda. Wanneer de geluiden vanuit de wijken en gebieden niet serieus worden genomen moeten we met z’n allen over een aantal jaar wederom constateren dat van een evenwichtig en complementair bestuur onvoldoende sprake is. Wat ons betreft is het aan het centrale stedelijke bestuur om hier alert op te zijn en zelf ook een stap op de plaats te maken. En de meer gefragmenteerde stemmen uit de Rotterdamse wijken en gebieden niet als vrijblijvend te zien, maar deze serieus te nemen, hier gewicht aan te geven en van te leren. Anders zijn ze niet hun eigen tegenmacht aan het organiseren, maar hun eigen teleurstelling.

DRIFT-onderzoek naar Rotterdamse democratie

In 2016 en 2017 heeft DRIFT drie studies verricht naar de lokale democratie in Rotterdam. Het gaat om de volgende studies waarin steeds vanuit een andere primaire focus is gekeken naar de materie:

  • Met een bestuurlijke focus is in 2016 het functioneren van de gebiedscommissies en het gehele bestuurlijke model van Rotterdam tegen het licht gehouden.
  • Met een beleidsmatige focus is in 2016-2017 de meerwaarde van het ‘wijkgestuurd werken’ binnen de gemeente Rotterdam geëvalueerd.
  • Met een maatschappelijke focus is in 2017 de meerwaarde van cocreatie binnen het experiment Mooi Mooier Middelland in kaart gebracht.
Frank van Steenbergen

Frank van Steenbergen

Frank van Steenbergen is onderzoeker van DRIFT aan de Erasmus Universiteit. Vanuit zijn betrokkenheid bij het project Veerkracht Carnisse heeft hij van dichtbij meegemaakt hoe de Carnissetuin werd gesloten, opnieuw werd opgebouwd tot een gemeenschapstuin en momenteel wordt bedreigd door een sloop.

Profiel-pagina
Xenia-avatar

Xenia Gottenkieny

Illustrator

Xenia Gottenkieny (Hameln , Germany) has studied audiovisual arts at the Willem de Kooning Academy in The Netherlands (1992-1995). She is a Rotterdam based (collage) artist, musician and photographer.

Profiel-pagina
Lees 10 reacties