voor de harddenkende Rotterdammer

Hoe haalt Rotterdam de klimaatdoelstellingen van Parijs? In dit laatste deel uit een driedelige reeks naar aanleiding van IABR–2018+2020 spreken we met Roel van Raak, eerste auteur van het rapport ‘Nieuwe Energie voor Rotterdam’ van onderzoeksinstituut Drift, over de kansen en obstakels op weg naar een klimaatneutrale stad.  

iabr-kjazbec-top140-27
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Terwijl het kabinet onderhandelt over een ambitieus klimaatakkoord, begint ook Rotterdam warm te draaien voor een ingrijpende energietransitie. “Vind voor ons een pad naar de klimaatdoelstellingen vastgelegd in het akkoord van Parijs”, zo vroeg de gemeente onderzoeksbureau voor duurzame transities Drift, dat het rapport schreef samen met ingenieursbureau ARUP.

Als ik hem spreek op de zestiende verdieping van een goed geventileerde universiteitstoren nuanceert Roel van Raak, senior onderzoeker en hoofdauteur van het rapport, meteen de opdracht waarmee Drift aan de slag gegaan is. “De vraag was iets uitgebreider. Wat Rotterdammers motiveert is niet de reductie van CO2-uitstoot op zich, maar afscheid nemen van fossiele brandstoffen of de verbetering van het binnenhuisklimaat omdat je kind astma heeft. De opdracht was dus niet alleen om de snelste route naar het behalen van de doelstellingen van Parijs te vinden, maar juist ook te onderzoeken wat dit de stad concreet op zou kunnen leveren.”

Dit leidde tot het onlangs gepubliceerde rapport Nieuwe Energie voor Rotterdam. Prompt belandde het op de onderhandelingstafel van de nieuwe coalitie, die de naam overnam voor het vorige week gepresenteerde coalitieakkoord. En dan is er nog de IABR-2018+2020-THE MISSING LINK, die geheel in het teken staat van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en het klimaatverdrag van Parijs en onderzoekt hoe we vanuit deze globale doelen tot concrete verandering kunnen komen. Samen met de gemeente Rotterdam onderzoekt en test de IABR onder de noemer Atelier Rotterdam in de periode 2018-2020 hoe de energietransitie in de stad verbonden kan worden aan andere actuele ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. De huidige IABR-tentoonstelling toont de tussenresultaten. Wat gaat de energietransitie op korte en lange termijn betekenen voor Rotterdammers? En wat ís de beste weg naar een klimaatneutrale stad?

In de tentoonstellingscatalogus van de IABR lezen we: ‘zonder verbeelding valt de wil niet te mobiliseren’. In ‘Nieuwe Energie voor Rotterdam’ nemen jullie het jaar 2050 als uitgangspunt van waaruit jullie terugblikken op het heden. De beschrijvingen van de toekomstige stad Rotterdam schetsen een heel verleidelijk beeld. Jullie manier om de wil te mobiliseren?
Je kunt wel puur wetenschappelijk uiteenzetten wat we moeten doen en laten om de klimaatdoelstellingen te halen, maar in feite zijn er ontzettend veel verschillende toekomstscenario’s mogelijk. Het omarmen van dat brede spectrum was ons uitgangspunt. Op een gegeven moment hebben we echter besloten om een beredeneerde lijn te schetsen, inderdaad om de verbeelding aan te spreken. Tegelijkertijd geven we aan de er iets te kiezen valt, met name voor de politiek, en dat die keuzes bepaalde consequenties hebben.

iabr-kjazbec-top140-24
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Drie scenario's

Drift rekent voor dat Rotterdam tot 2050 een budget heeft van 36 megaton CO2. Zonder ingrijpen zal dit plafond al in 2030 bereikt zijn. Het rapport schetst drie scenario’s om binnen dit budget te blijven. Het eerst scenario gaat uit van het zoveel mogelijk één-op-één vervangen van bestaande technologie – een benzineauto wordt een elektrische auto, een cv-ketel een elektrische warmtepomp -, waarbij de overheid vooral een faciliterende rol speelt. Het tweede scenario gaat uit van collectieve oplossingen en gedragsverandering, die meer publieke investeringen vergen; denk aan collectieve warmtenetten en inzetten op meer ov-gebruik. Het laatste scenario vertrekt vanuit sociale en technologische innovatie, met hybride oplossingen die zich bevinden tussen het individu en het collectief in. Warmtecoöperaties op buurtniveau bijvoorbeeld, die samen zonnepanelen beheren, of het ontstaan van regionale kringlopen van materialen en voedsel.

Het ontwerpend onderzoek van IABR-Atelier Rotterdam begeeft zich met name op het gebied van dit laatste scenario. Zo wordt in Bospolder-Tussendijken het concept van een ‘Energiewijk’ getest: een systeem waarin op wijkniveau collectieven van producenten een belangrijke rol spelen, om zo de energievoorziening voor iedereen betaalbaar te houden. Bij een rondgang door de wijk door Vers Beton blijkt dit vanwege de beperkte financiële mogelijkheden van veel wijkbewoners echter zowel broodnodig, als moeilijk te realiseren.

In ‘Test Site’ Merwe-Vierhavensgebied, dat pas aan het begin staat van een transformatie van havenindustrie naar woon-werkgebied, wordt door gemeente, haven en IABR gezamenlijk onderzocht hoe je de energietransitie in kunt zetten om tot integrale, inclusieve en circulaire gebiedsontwikkeling te komen. Op dit moment wordt er bijvoorbeeld volop geëxperimenteerd met stadslandbouw

iabr-kjazbec-top140-4
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Ecologischer én socialer

Het overkoepelend thema van Atelier Rotterdam is ‘de energietransitie als inclusief stadsproject’: hoe kan het aanpakken van de ecologische en de sociale opgaven in de stad hand in hand gaan? Want Rotterdam scoort op het gebied van CO2-uitstoot per inwoner momenteel dan wel beter dan het Nederlands gemiddelde, maar dat komt, aldus Van Raak, “omdat we niet zo welvarend zijn, omdat er veel Rotterdammers zijn die misschien wel een auto willen maar het zich niet kunnen veroorloven.”

Net als de IABR, besteedt ook Drift uitgebreid aandacht aan het combineren van de sociale en de energieopgave. “De energietransitie is een enorme uitdaging voor de stad. Het kan heel verleidelijk zijn om vooral te proberen het voor elkaar te krijgen, en het sociale aspect daarbij uit het oog te verliezen. Je ziet nu bijvoorbeeld dat mensen met geld gesubsidieerd investeren in zonnepanelen en zo een beter rendement halen dan op hun spaarrekening.” Op die manier wordt de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter. Een ander voorbeeld: “Als de stad als doel heeft om 1000 VVE’s te bereiken in een bepaalde periode, denk dan niet: waar kan ik het snelste resultaat boeken, want dan kom je uit bij VVE’s met veel hoogopgeleiden die zelf kunnen investeren, maar kies ervoor om de balans te houden, en betrek ook VVE’s waar je misschien wat meer tijd in moet investeren om mensen te overtuigen of om een goede financieringsvormen te vinden. En als je elektrisch rijden gaat stimuleren, investeer dan niet enkel in laadpalen, maar ook in deelsystemen, want een elektrische auto is voor veel mensen een grote uitgave.”

iabr-kjazbec-top140-36
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Een versnelde energietransitie

De inzet is dus hoog. Allereerst is er veel geld gemoeid met de energietransitie. Daarnaast is er zowel het risico op het vergroten van de kloof tussen arm en rijk als een kans om huidige sociaal-maatschappelijke problemen aan te pakken. Drift pleit voor een versnelde energietransitie. Van Raak: “Vooroplopen heeft namelijk allerlei voordelen. Je bent economisch aantrekkelijker als vestigingsplaats, je benadrukt het innovatieve karakter van de stad.” Koploper zijn dus, maar wel op een inclusieve manier: “Gebruik deze kans om energiearmoede te verminderen, om ervoor te zorgen dat niemand in financiële problemen komt bij een koude winter. Dat je Rotterdammers die weinig mobiliteitsopties hebben of te klein wonen een duurzame optie kunt bieden die beter in hun behoefte voldoet. Dat betekent ook dat je meer risico’s neemt qua techniek en financiering dan als je hekkensluiter bent. Rotterdam was echter ook de eerste stad met een gasfabriek, het is een stad die durft en doet en grote sprongen maakt.”

Tot slot. Rotterdam heeft een kersverse coalitie van zes partijen, verspreid over een breed politiek spectrum, die zich in het coalitieakkoord lijken te committeren aan de energietransitie. Is het goed nieuws dat het akkoord breed gedragen wordt, of werkt dat juist vertragend?
“Wij zeggen vaak: begin niet vanuit brede coalities te denken, want dan kom je niet verder. Tegelijk vormt deze fase van de energietransitie een uitzondering. Het is belangrijk om mijlpalen in de toekomst te kunnen stellen, en die mijlpalen moeten geloofwaardig zijn, want in onzekere tijden past niemand zijn gedrag aan. Ik hoop wel dat zo’n brede coalitie niet betekent dat het transitieproces gekoppeld wordt aan één coalitieperiode, of aan een politieke kleur, maar dat het daadwerkelijk politieke continuïteit krijgt.”

vb-iabr-kjazbec-34
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Het IABR–Atelier Rotterdam grijpt de energietransitie, waar stad en haven voor staan, aan als aanjager voor inclusieve stadsontwikkeling én als trekker voor andere belangrijke opgaven. De energietransitie is één van de grote uitdagingen voor de komende decennia. Een belangrijke kwestie is hoe de ingrepen precies vorm krijgen. De verdeling van de lusten en de lasten is niet eenduidig. Energietransitie is meer dan infrastructuur en de belangrijkste vraag is misschien wel tot het produceren van welke nieuwe stedelijke kwaliteit de energietransitie ons in staat stelt.

IABR–Atelier Rotterdam is een samenwerking van de IABR en de gemeente Rotterdam en loopt tot en met 2020 als onderdeel van IABR–2018+2020–THE MISSING LINK. In Bospolder-Tussendijken werkt de IABR samen met een alliantie van woningcorporatie Havensteder, Delfshaven Coöperatie en de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Rotterdam.

Sereh Mandias

Sereh Mandias

Na studies wijsbegeerte en bouwkunde laveert Sereh Mandias (1987) in haar werk tussen ontwerp en theorie, met een specifieke interesse voor de totstandkoming van de hedendaagse stad. Ze is werkzaam als docent en coördinator bij de leerstoel Interiors Buildings Cities (faculteit Bouwkunde, TU Delft) en redacteur van podium voor stadscultuur De Dépendance.

Profiel-pagina
profile photo-katarina jazbec

Katarina Jazbec

Katarina Jazbec (1991) is een documentaire fotograaf en beeldend kunstenaar. In haar projecten behandelt ze vragen over ethiek, vrijheid, werk, sociale ongelijkheid en ziekte. Ze is in 2017 met een master afgestudeerd aan St. Joost in Breda met een film over het lezen van literaire fictie met een groep Belgische gevangenen, als onderdeel van een langdurige verkenning naar politieke mogelijkheden voor een nieuwe manier van dialoogvoering.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties