voor de harddenkende Rotterdammer

Het hoofdpostkantoor aan de Coolsingel wacht al jaren om wakker gekust te worden. Bart Bekooy ziet in het huidige plan voor een 150 meter hoge toren in het statige gebouw, vooral de macht van het grote geld. En vernieling van een monument.

Op 30 mei werden de nieuwste plannen voor het oude hoofdpostkantoor aan de Coolsingel openbaar gepresenteerd, in het daar achter gelegen Timmerhuis. Op dit moment wordt het ontwerp nog bijgeslepen door de architecten. Het doel is om nog deze zomer de bouwvergunning aan te vragen voor het monument uit 1922.

Het plan bestaat uit een deel ‘oud’ en een deel ‘nieuw’: een toren van 150 meter. De monumentencommissie reageerde terughoudend maar ook welwillend op de voorstellen, op de vormgeving van de nieuwe toren is nog geen kritiek. Ook ik heb geen enkel probleem met hoogbouw, met nieuwe vormen, of met contrasten binnen de stad. Maar ik heb wel een probleem met het vernielen van een monument.

Lange reeks aan plannen

De slapende reus aan het drukke kruispunt met de Meent wacht al jaren op een nieuwe fase in zijn leven. Vele plannen hiervoor passeerden de revue. In 2009 is door UN Studio een ontwerp gemaakt, dat door de gemeente is bekritiseerd omdat dit een te grote aantasting van het gebouw was. In 2012 is als Stadsinitiatief een plan ingediend om er een poppodium in te vestigen en een jaar later ontstond een idee voor een outlet-centrum.

Door de crisis werd het steeds lastiger om een rendabel plan te ontwikkelen. In 2015 ontwierp architectenbureau Braaksma & Roos een mooi terughoudend plan voor ‘Hotel Post’: 220 kamers, met daaronder winkels. Dit ontwerp liet het postkantoor grotendeels intact, en werd daarom ook goedgekeurd door onze gemeentelijke commissie. Toch is het niet uitgevoerd. In 2016 is het pand doorverkocht aan een andere projectontwikkelaar, die er grote ambities mee had. Braaksma & Roos kenden het gebouw inmiddels als hun broekzak en bleven intensief betrokken in een tandem met het Amerikaanse architectenbureau ODA.

De grillige wetten van de economie en de status van rijksmonument maken van de herbestemming van dit grote gebouw een lastige opgave. Luchtfoto’s van het centrum na het bombardement van mei 1940 tonen een kale vlakte met langs de Coolsingel de overlevenden van de bomaanslag: het Stadhuis, het Postkantoor, de Beurs en iets verderop het Erasmushuis (ook bekend als het HBU-gebouw). Een chronologische optocht van architectuuropvattingen tussen 1910 en 1940; de periode waarin Rotterdam zich moderniseerde naar een ‘Großstadt’, een metropool.

Parabolisch gewelf

Het hoofdpostkantoor is in 1915 ontworpen door architect en latere Rijksbouwmeester Bremer, in een strenge en waardige stijl met veel decoraties in baksteen en natuursteen. Rijksambtenaren bedienden er de machines voor post, telefonie en telegrafie. Architectonisch heeft het gebouw een verrassing: de grote publiekshal heeft de vorm van een parabolisch gewelf, net een hangar voor zeppelins of een zaal van Gaudí. Licht, hoog en vriendelijk en in een zorgvuldige verhouding tot de rest van het gebouw ontworpen.

Deze statige jas met daarin een gastvrije lichtheid is de essentie van het gebouw: een harde bolster, met een blanke pit. De achterste helft van het gebouw, aan het Rodezand, omhult een ruime binnenplaats. Tijdens de bouw is het ontwerp door Bremer doorontwikkeld tot een gesloten blok, met verschillende smeedijzeren toegangspoorten die de PTT dicht hield.

IMG-1996ckl2
Binnenplaats, met rechts de te slopen vleugel Beeld door: beeld: Bart Bekooy

Het grootste deel van die vleugel aan het Rodezand zou nu ruimte moeten maken voor een hoge toren in de huidige binnenplaats. De toren wordt gedragen door tien enorme, zwaarmoedige kolommen. Voor een rijksmonument is dat een zeer grote en agressieve ingreep. Het gebouw mag dan een harde bast hebben, het idee lijkt te zijn dat deze noot gekraakt moet worden.

Ik zie vier bezwaren in de voorgestelde aanpak:

1. De sloopkwestie

Dit is een gebouw uit één stuk. Door het slopen van de Rodezand-vleugel verliest het postkantoor dat kenmerk. Aan de buitengevel is minder natuursteen gebruikt, de schaarste in middelen en materialen destijds, zal hierin een rol hebben gespeeld. Maar vanuit de binnenplaats gezien sluiten de gevels juist met dezelfde rijkdom en zorgvuldigheid aan op de overige gevels. Bovendien maakt het bouwhistorische rapport duidelijk dat alle vleugels van het gebouw even waardevol zijn en in principe niet in aanmerking komen voor verandering, laat staan sloop.

2. Formaat

“Toch meent zij dat dit de beste positie voor de toren is, die de herbestemming van het postgebouw mede mogelijk maakt”, schrijven de architecten in hun toelichting. Hier lossen de ontwerpers een probleem op dat ze zelf gecreëerd hebben. Het formaat van de toren is echter zo groot dat het oorspronkelijke postkantoor gereduceerd wordt tot een entreehal voor de nieuwbouw. Met een kleinere of slankere toren zou de historische vleugel kunnen blijven staan maar de druk om een fors (verhuurbaar) volume te bouwen is blijkbaar zeer groot.

De waarde van het monument moet toch boven die van een bestemmingsplan gaan. Er is een optimale variant denkbaar: een gerestaureerd en onaangetast postkantoor waarbij de ontwikkelaar de rest van zijn honderd miljoen steekt in een nieuwbouwlocatie. De nieuwbouw financiert dan nog steeds het monument, maar zonder dat te beschadigen. 

IMG-2053bkl
Het Rodezand in kijkend, met links in de schaduw de achtergevel Beeld door: beeld: Bart Bekooy

3. Constructie

Een uitbreiding in de hoogte is goed mogelijk mét behoud van de historische vleugel. Daarvan zijn er voorbeelden in de omgeving. Op het Beursgebouw, de directe buurman, is in 1987 de 80 meter hoge, groene toren gebouwd. Die wordt gedragen door acht kolommen die door het dak van de oude beurshal steken. En boven het Unilevergebouw in Feijenoord is in 2008 ‘De Brug’ opgeleverd. Ook die staat op een eigen constructie, zonder de historische gebouwen aan te tasten. Twee forse ingrepen, maar respectvol opgelost.

duo
De toren: links vanaf het Stadhuisplein, rechts de achtergevel aan het Rodezand Beeld door: beeld: Braaksma & Roos Architectenbureau

4. De huid

Ik zie in het ontwerp van de toren een modieuze, grillige rangschikking van vormpjes. Dit in totale tegenstelling tot de architect, die op zijn site de toren van 150 meter hoog als een “sterk verfijnde nieuwe kijk op het stadsleven” beschrijft. Ook heb ik mijn vraagtekens bij de kinderlijke referentie naar de centrale hal, in de vorm van halve cirkelbogen. Als onderdeel van het postkantoor is die vorm zinnig, in de  nieuwe toren is het oppervlakkig. Je zou de styling van deze toren kunnen omwisselen voor een andere, en het zou geen betekenis hebben. Dat is erger dan lelijk – het is onverschillig.

Macht van het grote geld

Het architectenbureau Braaksma & Roos reageert op mijn pleidooi dat het “de opgave van de architect is om een goede balans te vinden tussen het behoud van de kracht van de plek én de mogelijkheden voor een duurzame toekomst van een gebouw dat al jaren leeg staat en achteruit gaat. Dat het ontwerp voor de nieuwe toren een duidelijke impact heeft op het monument onderkennen wij. Tegelijkertijd geloven wij dat de unieke kracht van het postkantoor in z’n eigen omgeving des te meer zal worden versterkt.”

Ik beschuldig de architecten van een gebrek aan affectie met de waarden en de geschiedenis. Hun plan leidt tot een onomkeerbare aantasting van het postkantoor van Bremer, die over twintig jaar algemeen betreurd wordt, en nu nog vermijdbaar is.

Ik verwijt de architecten en de commissie hun toegeven aan de macht van het grote geld door mee te gaan met de wens voor zo’n groot bouwvolume in deze locatie. En ik verwijt de monumentencommissie inconsistentie. Aantastingen van het gebouw, die in 2009 terecht niet akkoord waren, worden nu ruim overschreden door een sloopplan. En er wordt tot nu toe nog heel mild op gereageerd ook.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
bbkl300x300

Bart Bekooy

Bart Bekooy (1966) woont in Rotterdam, is ontwerper, en werkt vooral aan restauraties, herbestemmingen en bouwhistorische onderzoeken. Zijn interesse is hoe de stad er uitziet, nu en in de toekomst, en hoe dit zich verhoudt tot de geschiedenis.

Profiel-pagina
Lees 5 reacties