voor de harddenkende Rotterdammer

Er wordt in Rotterdam volop geëxperimenteerd met stadslandbouw. In dit eerste deel uit een driedelige reeks over de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) gaan we op bezoek bij drie voedsel-initiatieven in M4H, een van de Test sites van de IABR–2018+2020.

iabr-kjazbec-top140-67
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Kentucky Fried Rabbit

Het is 2040. We staan op het Marconiplein. Auto’s, trams en fietsers razen om ons heen. Er lijkt zo op het eerste gezicht weinig veranderd. Wel zijn de auto’s stiller en de fietspaden breder. De Kentucky Fried Chicken nu heet Kentucky Fried Rabbit. De konijnenplaag op het Dakpark is onder controle. 

Van buiten zie je niet dat in de Marconitorens nu gezinnen huizen in plaats van ambtenaren. Volkszanger Lee Towers woont er ook. Met zijn 94 jaar zit optreden er niet meer in, maar nog regelmatig zien de bewoners van M4H – voorheen Merwe-Vierhavens – hem een rondje lopen in de Voedseltuin of de schapen aaien op het Dakpark.

Achter de Marconitorens begint de 100 hectare grote verborgen groene oase van M4H. Op de plek van de Praxis ligt nu de Tweede Voedseltuin. De pluktuin is open voor iedereen. Stadsboerderij Uit Je Eigen Stad heeft het hele spoortracé langs de Schiedamseweg in gebruik genomen. In de op biogas gestookte kassen groeien ook in de winter tomaten.

De bewoners van de energieneutrale appartementen aan de Keilehaven kijken uit op een aantal drijvende boerderijen. De verse melk wordt met een elektrische bakfiets aan huis gebracht. De melkboer heeft Albert Heijn verslagen. De megasupermarkt onder het Dakpark sloot tien jaar geleden zijn deuren, bij gebrek aan klandizie. 

Schop onder de kont

Terug naar 2018. Het Marconiplein is een stinkend verkeersknooppunt. Merwe-Vierhavens is belangrijk voor de voedselvoorziening, maar dan vooral vanwege de scheepsladingen fruit die van over de hele wereld worden aangevoerd en hier worden opgeslagen in gekoelde pakhuizen. 

In het monumentale HaKa-pand, tegenover de Albert Heijn, is de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) neergestreken voor haar achtste editie. Ruim een maand lang is voor bezoekers van de IABR-2018+2020-THE MISSING LINK te zien welke ideeën architecten en ontwerpers en de huidige gebruikers in het gebied uittesten. 

De IABR zoekt samen met de stad en de haven naar een strategie om van M4H een meer circulaire stadshaven te maken. Hiervoor richtten zij Test Site M4H+ op, een testlab dat onderzoekt of het gebied de kraamkamer van de circulaire maakindustrie in de Rotterdamse regio kan worden. Specifiek onderzochten ze stromen van agri-food, bouwmaterialen en textiel met het doel deze ketens te verkorten en nieuwe banen te scheppen. De eerste resultaten zijn onderdeel van tentoonstelling en programma in het HaKa-gebouw. De ambitie is door te gaan met de resultaten van de Test Site richting de volgende IABR in 2020.

Maar is een zetje in de rug wel voldoende? Want om als stad in 2050 klimaatneutraal te zijn, moeten kleine experimenten flink worden opgeschaald. De stad moet op de schop. Volgens het Rotterdamse onderzoeksbureau Drift rijden er in 2030 geen benzineauto’s meer, zijn de huizen in 2035 van het gas af en wordt in 2040 maar liefst 80 procent van ons voedsel regionaal geproduceerd. 

Zijn de huidige experimenten met stadslandbouw de missing link voor de voedseltransitie? Vers Beton ging op onderzoek uit bij de Voedseltuin, stadsboerderij Uit je eigen stad en de Floating Farm. 

Tuinieren op grond uit de Koopgoot

Ingeklemd tussen het kantoor van Daan Roosegaarde, het atelier van Joep van Lieshout en het distributiecentrum van de Voedselbank ligt de Voedseltuin. Vier ochtenden per week wordt hier getuinierd om groenten te telen voor de voedselpakketten. Vroeger was dit stuk land water, maar in de jaren negentig werd de Keilehaven gedempt met grond afkomstig uit de Koopgoot.

Wat in 2011 begon als een moestuintje in de achtertuin van de eerste voedselbank van Nederland, is uitgegroeid tot een sociaal project waar vijftig vrijwilligers een nuttige dagbesteding vinden. ‘We zijn eigenlijk een kleine zorginstelling geworden, maar dan supergoedkoop’, legt parttime-directeur Erik Sterk uit bij een bak koffie in de keet in de tuin. 

vb-iabr-kjazbec-53
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Een moeder, dochtertje aan de hand, steekt voorzichtig haar hoofd door de deur. Ze heeft een felgekleurde strippenkaart bij zich. Een vrijwilliger van de tuin springt op om te helpen oogsten. Met een bomvolle Dirk-tas waar het groene loof uit steekt loopt de moeder het terrein weer af. 

De tuin produceert genoeg om 500 mensen een aanvulling op het voedselpakket te geven, maar sinds nieuwe hygiëneregels werden ingesteld kan de oogst niet meer direct via de voedselbank worden gedistribueerd. De tuin heeft een omweg gevonden en deelt sinds kort strippenkaarten uit aan klanten van de voedselbank, zodat zij hun extra groenten zelf kunnen komen halen. ‘Zo hebben we weer direct contact met de mensen. Wel zo leuk’, vertelt Tineke van der Burg, de zakelijk coördinator van de tuin. 

Na zeven jaar hard werken is de Voedseltuin een begrip geworden. Op de kaart van het nieuwe gebiedsplan voor M4H, dat op de IABR gepresenteerd werd, is de 7.000 vierkante meter van de voedseltuin weergegeven in groen. ‘Niemand durft dit gebied nog rood in te kleuren’, zegt Sterk opgelucht. 

vb-iabr-kjazbec-59
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Het succes van de tuin verrast Van der Burg nog altijd: ‘We kwamen hier om een groentetuintje te beginnen en toen hoorde we ineens dat we iets met gebiedsontwikkeling deden.’ De tuin krikte de veiligheidsindex van het gebied op. 

Steun van de gemeente kwam echter niet vanzelf. Sterk herinnert zich een gesprek met een ambtenaar over hun rommelig uitziende permacultuur-tuin. ‘Het hoeft natuurlijk geen Central Park te worden, maar zoals het er nu uitziet, kan niet’, werd hem verteld. Ze huurden een internationaal befaamd landschapsarchitect in. ‘Daarna was het ineens een park.’

Wat betreft voedselproductie heeft de tuin bescheiden ambities. Bezoekers zonder strippenkaart die groente willen komen kopen, worden vriendelijk doorverwezen naar de biosupermarkt. ‘Wij produceren daarvoor nooit genoeg voedsel. Dan moet je in een van de Lee Towers (de nieuwe naam voor de Marconitorens als ze zijn verbouwd tot appartementen, red.) gaan telen met led verlichting ofzo’, zegt Van der Burg. ‘Voedselproductie is voor ons vooral een middel tot activering.’ 

vb-iabr-kjazbec-54
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Dure kweekvis

Ook bij de stadsboerderij van Uit Je Eigen Stad heeft de landbouw vooral een sociale functie. Dat was niet het oorspronkelijke plan. Toen de stadsboerderij zes jaar geleden begon met het verbouwen van groente op drie hectare grond aan de Schiedamsedijk, was het idee om een commercieel rendabele stadsboerderij te worden. 

Struikelblok was de viskwekerij. Op de uitwerpselen van de vissen zou groente gekweekt gaan worden. Maar Uit je eigen stad kreeg het dossier niet rond. Er was geen markt voor meerval en tilapia kweken was te duur. ‘Op een gegeven moment verstookten we 140 euro per dag aan gas om een paar visjes in leven te houden’, vertelt David Jan van Gorkom, een van de vier eigenaren van de boerderij.  

Twee jaar geleden werden de productiedoelstellingen voor voedsel losgelaten. ‘Die hebben we ingeruild voor doelstellingen op het innovatieve, educatieve en sociale vlak’, zegt Van Gorkom. Nu werken er twintig vrijwilligers onder professionele begeleiding.

Geld wordt verdiend met de horeca en cursussen tuinieren. In de zomermaanden levert de tuin voldoende op om 350 restaurantgasten van groente te voorzien. Een stuk efficiënter, vindt Van Gorkom. ‘Je kunt je een slag in de rondte wieden en dan blij zijn dat je 400 kilo courgettes hebt geproduceerd. Of je kunt duizenden mensen leren zelf courgettes te kweken.’ 

Van Gorkom gelooft niet zo in de romantiek van stadslandbouw. Het Westland ligt vijftien kilometer verderop. ‘Die tuinders vinden wat wij hier doen maar gemuts.’ Toch levert de stadsboerderij in zijn ogen een belangrijke bijdrage aan de stad. Het verloederde havengebied is er aantrekkelijker door geworden, de criminaliteit is gedaald. 

Koeien op zee

Ook verderop aan de Merwehaven is het romantische idee van landbouw losgelaten. Op de plek waar vroeger de gevangenisboot lag, moet de eerste floating farm ter wereld komen. Nu is er alleen nog een bouwbord te zien, maar eind dit jaar drijven er veertig koeien in een betonnen bak, vertelt Peter van Wingerden, een van de initiatiefnemers. 

vb-iabr-kjazbec-12
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

In de kelder wordt de melk verwerkt tot yoghurt en kaas, de poep en pies worden herbruikbare meststoffen. Het voer voor de koeien wordt deels zelf verbouwd en deels uit de stad gehaald. Afvalstromen van Brouwerij Noordt bijvoorbeeld. 

‘Het Havenbedrijf dacht dat we gek waren toen we met dit idee aankwamen’, vertelt Van Wingerden. De Partij voor de Dieren protesteerde in de gemeenteraad. De bank snapte de business case niet. Toch zette Van Wingerden het project door. Journalisten van over de hele wereld kwamen kijken.  

De floating farm moet een oplossing worden voor de steeds groter groeiende stedelijke bevolking. Op het droge is steeds minder ruimte, maar op het water is die ruimte er nog wel. Een drijvende boerderij brengt voedselproductie dichter bij de consumenten en is klimaatbestendig. En mocht je het je afvragen: koeien schijnen geen last te hebben van zeeziekte, zo onderzochten de initiatiefnemers. 

In tegenstelling tot de andere stadsboerderijen heeft Van Wingerden wél de ambitie om de stad te voeden. ‘Met vier floating farms kan je een kleine stadswijk dagelijks van verse zuivel voorzien’, legt hij uit. Maar gebonden aan Rotterdam is hij niet. ‘Merwe-Vierhavens in een leuke proeftuin.’ De toekomst van zijn drijvende boerderijen ligt eerder in overbevolkte wereldsteden als Singapore en Shanghai.

vb-iabr-kjazbec-69
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

M4H in 2025

Het is 2025. Op het Dakpark boven de winkelboulevard graast een schaapskudde ongestoord tussen de honderden konijnen. De Albert Heijn heeft een speciale hoek met duurzaam regionaal voedsel, waaronder Dakpark-lamsvlees en fossielvrije Westland-tomaten. 

De eerste huizen in de Lee Towers zijn opgeleverd. Vooral de appartementen met uitzicht op de stadsboerderij waren razendsnel verkocht. Het terras van Uit Je Eigen Stad zit dagelijks vol. De floating farm is na een succesvolle start met koeien en al de grote oceaan overgestoken en ligt nu in New York. 

IABR–Test Site M4H+ richt zich op de vraag hoe het M4H gebied de volgende stap kan zetten als kraamkamer van de circulaire maakindustrie in de Rotterdamse regio. Met ontwerpend onderzoek en gesprekken met huidige gebruikers van het gebied is in kaart gebracht welke ruimten, ondersteuning en voorzieningen nodig zijn om materiaal- en energiestromen te benutten, productieprocessen te initiëren om ketens te helpen sluiten. Aan de hand van drie pilot projecten wordt inzichtelijk gemaakt hoe de circulaire gebiedsontwikkeling concreet gestalte kan krijgen en verder kan worden gestimuleerd.

IABR–Test Site M4H+ is een samenwerking van de IABR, het Rotterdam Makers District, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam.

iketeuling (1)

Ike Teuling

Ike Teuling is freelance journaliste, Rotterdammer en een van de initiatiefneemsters van het Rotterdams Klimaat Initiatief. Ze werkte eerder bij Greenpeace en is nu campaigner bij Milieudefensie.

Profiel-pagina
profile photo-katarina jazbec

Katarina Jazbec

Katarina Jazbec (1991) is een documentaire fotograaf en beeldend kunstenaar. In haar projecten behandelt ze vragen over ethiek, vrijheid, werk, sociale ongelijkheid en ziekte. Ze is in 2017 met een master afgestudeerd aan St. Joost in Breda met een film over het lezen van literaire fictie met een groep Belgische gevangenen, als onderdeel van een langdurige verkenning naar politieke mogelijkheden voor een nieuwe manier van dialoogvoering.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties