Voor de harddenkende Rotterdammer

Naar aanleiding van het bekendmaken van de plannen voor een woontoren op het postkantoor aan de Coolsingel veroordeelt Bart Bekooy de architectuur, de architect en monumentencommissie van een knieval voor de markt. Hij heeft gelijk, met dit plan worden de criteria voor lelijke hoogbouw scherper gesteld.

Toch is de architectuur niet de kwestie waar het in mijn ogen over gaat. Het gaat verder terug, naar het moment waarop ‘wij’, de samenleving vertegenwoordigd door onze overheden, publiek bezit aan de markt zijn gaan verpatsen. Daarmee hebben we het postkantoor en een reeks van andere beeldbepalende en centraal gesitueerde gebouwen in de leeuwenkuil van speculatie en winstmaximalisatie gegooid.

Met de vermarkting van het postkantoor is een enorme kans naar de vaantjes. Was het in publieke handen gebleven, dan had de grote centrale hal kunnen worden getransformeerd tot een combinatie van pop- en jazzpodium, debatcentrum en burgerlijke feestzaal, terwijl de kantoren aan de achterzijde en op de verdiepingen als verdienmodel plaats hadden kunnen bieden aan vele kleinere culturele en maatschappelijke instellingen. Cultuur en ontmoeting in het hart van de stad in plaats van weggestopt en verdeeld in de resthoekjes en -gaatjes, waar het nooit lang kan blijven, want de markt vraagt immers om ontwikkeling.

Postkantoor kleur
Beeld door: beeld: Rémon Mulder

De zegeningen van de markt

Je kunt het de ontwikkelaars die deze gebouwen kopen niet eens verwijten dat ze winst nastreven, daarvoor zijn ze immers opgericht, en daar maken ze geen geheim van. Dat ze daardoor nogal liefdeloos aan het verbouwen en uitbreiden slaan als ze zo’n buitenkansje eenmaal hebben verworven, staat misschien niet in de mission statement van het bedrijf, maar het is wel de onontkoombare praktijk als er om te beginnen een ‘marktconforme prijs’ moet worden betaald. Die prijs wordt immers bepaald door uit te gaan van een ontwikkeling met hoog rendement, ongeacht of de functie die bij dit rendement past gewenst of zelfs maar realistisch is; dat is immers ondernemersrisico. Niet zelden is er bovendien sprake van speculatie en prijsopdrijving door meerdere malen doorverkopen van het vastgoed. Dan blijft er vaak niets anders over dan hoog inzetten (letterlijk) en daar is de oorspronkelijke architectuur en de oorspronkelijke maatschappelijke functie vrijwel altijd de dupe van.

Het geloof van de politiek in de zegeningen van de markt is hardnekkig, niet alleen bij rechtse partijen. De crisis heeft dat geloof nauwelijks doen wankelen. Nu het weer wat beter gaat, en het geld weer zachtjes tegen de plinten aan gaat klotsen, klinkt opnieuw alom het getrompetter van ‘unieke kansen’ en mega-investeringen, begeleid door de paukenslagen van sloopkogels en heipalen. Tegen het geweld van het kapitaal is het kwetsbare, maatschappelijke en culturele kruid, de humus van onze samenleving, helaas niet opgewassen.

Kakken zonder douwen

Die uitverkoop van publiek vastgoed ging gelijk op met de opkomst van het neoliberalisme en de privatisering van nutsinstellingen en hun gebouwen. In Nederland deden we in één klap al ‘onze’ (want publiek bezit, en ooit opgebouwd uit de spaarcenten van 100 jaar oude coöperaties) sociale woningen van de hand en privatiseerden we onze woningcorporaties. Niet helemaal natuurlijk, want in polderland Nederland gebeurt nooit iets helemaal. De corporaties blijven nu in een limbo tussen publiek en privaat hangen.

Ook Rotterdam verkocht zijn woningen, scholen, politiebureaus, douanekantoren en buurthuizen (want die taken zijn immers naar de participerende burger doorgeschoven); ook deze lijst is schier eindeloos. Het is een, op z’n Rotterdams gezegd, beleid van ‘kakken zonder douwen’; lekker gemakkelijk en gespeend van enige visie op een complete, inclusieve stad.

De Rijksoverheid begon aan een uitgebreid programma van verkoop van Rijksvastgoed: gevangenissen, gerechtsgebouwen, kazernes, monumentale kantoren, postkantoren, watertorens, schoolgebouwen; de lijst is eindeloos. Nu worden er soms wel eisen gesteld aan maatschappelijke en/of culturele invulling, maar dat is, zo weet elke ontwikkelaar, meestal een wassen neus. Gewoon even de tijd uitzitten en ‘aantonen’ dat de maatschappelijke of culturele functie bij nader inzien toch niet financieel haalbaar is, en hoppa: weer een buitenkansje binnengehaald. Het Postkantoor aan de Coolsingel is daarvan een pijnlijk voorbeeld.

School wordt woning

Vele vooroorlogse scholen, veelal mooie en ruim bemeten bakstenen gebouwen, gingen in Rotterdam in de verkoop. Vaak als kluswoningen. Deze ooit sympathieke manier van stadsvernieuwing door zelfwerkzaamheid, is al lang verwaterd tot een excuus om maatschappelijk vastgoed voor de (bijna) hoogste prijs te verkopen. En vanaf dat moment spelen die leuke kluswoningen net zo goed hun rol in het grote speculatiespel dat de prijs voor het wonen voor ons allemaal opjaagt.

Dat is op zichzelf al kwalijk, maar het gaat vrijwel altijd gepaard met een bestemmingsplanwijziging: de maatschappelijke bestemming (want een school) verandert in een woonbestemming, veelal met uitsluiting van overige functies. De vier schoolgebouwen, elk met circa 12 lokalen, op het binnenterrein van het bouwblok tussen de Schonebergerwerg en de Osseweistraat werden de afgelopen jaren bijvoorbeeld ‘verkluswoningd’. Kunstenaars die er hun atelier hadden moesten wijken, zoals dat altijd gaat met cultuurmakers die van hot naar her door de stad worden gejaagd.

Hoe moet het dan wél?

Natuurlijk kan het anders. Maar dat vereist politieke wil en vooral politieke moed om tegen de privatiseringsstroom in de maatschappelijke of culturele functie ook voor de toekomst te waarborgen. De verkopende overheid zou daarbij de volgende regels kunnen hanteren.

  1. Denk goed na of het echt noodzakelijk is om het vastgoed van de hand te doen. Valt er echt niet samen te werken met maatschappelijke en culturele instellingen in de stad?
  2. Denk dan nog een keer na en overweeg het vastgoed desnoods een tijdje te verhuren om er over 5 a 10 jaar nog eens naar te kijken.
  3. Als het dan echt nuttig en noodzakelijk is om te verkopen, doe dat dan onder strikte voorwaarden. Onderzoek welke functies het in de vrije markt niet redden (en dat is vrijwel alles van maatschappelijke of culturele waarde) en aan welke van deze functies de wijk behoefte heeft.
  4. Stel vervolgens inhoudelijk harde verkoopvoorwaarden ten aanzien van de functie van het gebouw, maar wees mild ten aanzien van de gevraagde verkoopprijs. Met andere woorden: laat vooral bieden op de kwaliteit van het plan, niet op de prijs. Hanteer het credo: Het beste bod is niet per se het hoogste bod.
  5. Stel spijkerharde en langlopende anti-speculatievoorwaarden en eventueel het eerste recht van terugkoop als de beloofde plannen niet haalbaar blijken, of als de functie in de loop van de tijd niet meer haalbaar is.
  6. Overweeg om de stichtingskosten laag te houden door als gemeentelijk grondeigenaar de prijs en de erfpachtcanon laag te houden in ruil voor medezeggenschap, ofwel direct door gemeente zelf, ofwel door wijkvertegenwoordigers. Dat model is in het buitenland gebruikelijk maar hier helaas (nog) niet.

Nieuw college, nieuwe kansen

Het nieuwe college kan de uitverkoop van het maatschappelijk vastgoed stopzetten door vanaf nu de bovenstaande regels te hanteren. Maar in de tekst van het coalitieakkoord ‘Nieuwe Energie voor Rotterdam’ valt te lezen: “De versnelde afbouw van de gemeentelijke vastgoedportefeuille, zetten we voort. De maatschappelijke waarde en kwaliteit houden we daarbij goed in het oog.” Daaruit blijkt dat de eerste twee van bovenstaande aanbevelingen nog niet op het netvlies van de coalitiepartijen staan. Maar tenminste wordt de maatschappelijke waarde ‘in het oog’ gehouden. Een boterzachte belofte natuurlijk, maar wel een waar telkens op gewezen kan worden.

Daar is nu alle aanleiding toe, want de Eerste Gemeentelijke Hogere Burger School (HBS) aan de ’s Gravendijkwal komt in de verkoop. Een prachtpand op een mooie plek. Verschillende politieke partijen (PvdA, D66, CU/SGP, PvdD) dringen aan op een culturele invulling. Culturele instellingen willen graag haalbare plannen bedenken. Maar het is nog lang geen gelopen koers. Het wachten is op de verkoopvoorwaarden.

Als de coalitie haar voornemens om de maatschappelijke waarde te honoreren serieus neemt, dan heb ik nog wel een verkoopvoorwaarde tip. Geloof ‘de markt’ niet op haar blauwe ogen, maar lees voorafgaand aan de verkoop vooral de regels 3 tot en met 6. Geef daarbij voorrang aan non-profit exploitatie en stop de winst in onderhoud van het gebouw. Ga desnoods bij collega’s in Zurich op bezoek om te leren hoe dergelijke voorwaarden (Baurecht) de kwaliteit van de woningbouw en het stadsleven enorm kunnen verbeteren.

De gemiste cultuurkans van het postkantoor kan worden goedgemaakt met een Coöperatieve-Cultuur-HBS, waar verschillende cultuursectoren en cultuurmakers als een onderling samenwerkende eenheid nieuw leven blazen in een prachtig, maar ingeslapen gebouw. Dat kan, dat is zelfs helemaal niet zo moeilijk, als ‘wij’, de gemeenschap dat echt willen.

Piet Vollaard

Piet Vollaard

Piet Vollaard is medeoprichter van Stichting De Natuurlijke Stad, met als doelstelling de versterking van de ecologie en biodiversiteit van de stad. Met het project 7Seasons werkt een groep van ontwerpers, biologen en ecologen aan de stapsgewijze verbetering van de stadsnatuur in de Provenierswijk en de Agniesebuurt. Voorstellen voor ecologische vergroening van de Hofbogen maken onderdeel uit van dit project.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Illustrator

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Lees 19 reacties
  1. Profielbeeld van Jan Riezenkamp
    Jan Riezenkamp

    Het depôt van het Natuurhistorischmuseum aan de Fruinstraat lijkt het volgende voorbeeld te worden; de huur wordt opgezegd en het is onduidelijk wat er gaat gebeuren. Er is geen eenheid in het beleid van het College, iedere wethouder doet wat hem/haar goeddunkt; zonder visie verkommert de stad.

  2. Profielbeeld van Rik
    Rik

    Het postkantoor is wel een slecht gekozen voorbeeld. Dit gebouw was tot 2007 eigendom van het beursgenoteerde KPN. KPN is al in de jaren 80 van de vorige eeuw geprivatiseerd en het gebouw is daarmee al bijna 30 jaar geen publiek eigendom meer. Dat KPN als particulier eigenaar het gebouw heeft verkocht kan je als gemeente Rotterdam danook moeilijk tegenhouden. Datzelfde geldt voor publieke gebouwen die in eigendom zijn van de rijksoverheid, zoals het noordsingelcomplex was. Dan ben je als gemeente ook alleen maar vragende partij.

    1. Profielbeeld van Piet Vollaard
      Piet Vollaard

      Als gemeente kun je wel een beetje sturen (bijvoorbeeld door bestemming vast te leggen) of langs de weg van bouwvergunning. Het probleem is vaak dat gemeente zich laat chanteren en adviezen van welstand of monumentencommissie wegens ‘economisch belang’ naast zich neerlegt.
      Ook als de Rijksoverheid verkoopt (en die noem ik ook, is vaak net zo opportunistisch als de lagere overheden), kun je als grote gemeente nog wel invloed uitoefenen. Maar dat moet je dan wel willen. En daar ontbreekt het vaak aan.

  3. Profielbeeld van Galerie Sissingh
    Galerie Sissingh

    En anders het depot (of op zijn Frans dépôt) van het Natuurhistorisch Museum wel. Huur je toch wat ruimte bij de Verre Bergen in de nieuwe opslag van Boijmans. Nu lijkt het net of ze uit hun Villa worden geknikkerd (wat dan wel weer een goed voorbeeld is van mislukte vernieuwbouw). Geef mij dan maar die snelle marktjongen, die op welhaast filantropische wijze bij het Koetshuis in het Park de funderingsproblemen heeft opgelost en en passant ook nog wat extra woonruimte heeft gecreëerd. Ik verlang ook wel eens naar 1972, toen bezit diefstal was en de staat nog herverdeling van eigendom propageerde. Het is alleen anders gelopen. En nu zit ik in de binnentuin van het Wallisblok toch nog vanzelf rijk te worden. Daar heeft de humuslaag trouwens weinig van te lijden. Alle winst wordt teruggeploegd in kunst en cultuur. En die kunstschilder, die zijn halve leven gratis in de HBS heeft mogen wonen, heeft toch zeker een mooie tijd gehad. Echt doorgebroken is hij overigens nooit.

    1. Profielbeeld van Piet Vollaard
      Piet Vollaard

      Droom lekker verder. Als je denkt dat je in het Wallisblok (of in welke eigen woning ook) vanzelf rijk wordt vergis je je. Prijsstijging is (als je niks doet en in je tuin zit) louter het gevolg van omgevingsfactoren (de economie, het gecreëerde tekort, gentrificatie van de buurt door bijvoorbeeld kunstenaars etc) De gestegen marktwaarde die je zittend in je tuin gratis hebt gekregen is niks waard, (tenzij je emigreert naar Oost-Groningen of een kleiner huis in een slechtere buurt). Je zult toch ergens moeten wonen, en de prijs van die vervangende woning is net zo goed gestegen. Intussen betaal je wel meer aan OZB en gemeentelijke heffingen die zijn gebaseerd op de WOZ-waarde. Tel uit je winst.

      1. Profielbeeld van Galerie Sissingh
        Galerie Sissingh

        Vrolijk type ben jij. Hogere WOZ waarde betekent niet automatisch hogere OZB. Dat is een politieke keuze, geen economische wetmatigheid. Maar wellicht krijg je gelijk, want ik lees iets over tegenvallers bij het Boijmans depot. Er is hier in het blok net een bovenwoning verkocht voor ruim meer dan drie ton. In Spangen. De verkoper is huilend aan een nieuw klusproject begonnen. Hij gaat groter wonen in een bosrijke omgeving. QED.

        1. Profielbeeld van Piet Vollaard
          Piet Vollaard

          Het feit dat jouw woning meer waard wordt terwijl je rustig in de tuin van de zon zit te genieten, is niet het gevolg van jouw economische activiteit of risico-investering, maar van ernstig marktfalen. Daar profiteer jij nu gedeeltelijk van (gedeeltelijk want zoals gezegd; je moet ergens wonen, en de prijzen om je heen stijgen net zo snel), maar daarvan zijn automatisch een hele groep anderen de dupe (starters, huurders, onderwater hypothekers, huilebalken waarschijnlijk in jouw ogen)
          Het voorbeeld van de bosverhuizer is iets anders, die zit niet in de tuin, maar verkoopt en gaat op een goedkopere plek opnieuw tijd en geld investeren: hij creëert waarschijnlijk wel meerwaarde bovenop de marktstijging (en daar heb ik op zichzelf helemaal niks tegen)

          1. Profielbeeld van Galerie Sissingh
            Galerie Sissingh

            Hoezo marktfalen? De huizen worden inmiddels per opbod verkocht en de hoogste bieder wordt het pand gegund. Meer markter kan je het niet krijgen. Gefaald heeft juist de overheid, die zeventig jaar nadat W.F. Hermans het begrip ‘woningnood’ in de Nederlandse literatuur introduceerde, kennelijk nog steeds niet bij machte is voor voldoende toegankelijke huisvesting te zorgen. Overigens vind ik niemand een huilebalk, maar met het larmoyante verhaal van de teloorgang van de zogenaamde ‘humuslaag’ is echt helemaal niemand geholpen. De creatieve klasse wordt nog steeds aan alle kanten van de wieg tot het graf gepamperd (de bosverhuizer gaat historisch vastgoed bij Arnhem herontwikkelen; hij kwam door de ballotage wegens vermeend artistiek–culturele persoonskenmerken) en om nu van het Postkantoor een pop slash jazz podium te maken is nogal een zwaktebod. Maak er dan weer gewoon een postkantoor van; hoeven we niet meer bij de sigaretten- slash boulevardpersuitbater onze pakketjes af te geven…

            1. Profielbeeld van Piet Vollaard
              Piet Vollaard

              Dat huizen per opbod verkocht worden en dat de prijzen de pan uitreizen is een symptoom van marktfalen, niet een teken van een gebalanceerde of succesvolle markt.
              De woningmarkt is nooit een markt geweest zoals die van gewone consumptieproducten. Als dat wel het geval was, dan zou er – volgens de klassieke economie – bij tekort en stijgende prijzen, concurrentie ontstaan en meer worden geproduceerd, wardoor de prijzen zouden gaan dalen. Zoiets gebeurt niet in de woningmarkt.
              Het gevolg is een tweedeling in bezitters en niet-bezitters terwijl de kloof tussen beiden steeds groter wordt (wel ens van de problemen van starters gehoord?)

              Maar we dwalen af, het gaat me hier niet om de woningmarkt, maar om het onnodig verkopen van publiek bezit, waardoor de som van de vierkante meters beschikbaar voor culturele en maatschappelijke functies (niet alleen kunst en kunstenaars waar je steeds op hamert, maar ook zorg, onderwijs, opvang, buurthuissfuncties etc) steeds meer verminderd (en de gemeente straks z’n eigen gebouwen trug kan gaan huren).

  4. Profielbeeld van George van Gent
    George van Gent

    Het geloof in de zegeningen van de overheid is hardnekkig, ondanks het aantoonbaar niet of slecht functioneren. De gemeente Rotterdam heeft nog zoveel onroerend goed (circa 6.000 objecten), waarbij voor ongeveer de helft niet duidelijk is waarom de gemeente dit zou moeten blijven bezitten. In de praktijk gaat het beheer en onderhoud uiterst moeizaam en kost het afstoten ongelooflijk veel tijd. Dat alles gaat ten koste van de gemeentekas, waardoor wenselijke zaken dus niet door kunnen gaan.
    Overigens vind ik de geplande toren veel te hoog, maar de gemeente heeft in haar wijsheid, met steun van de gemeenteraad, in een deel van het centrum de hoogtebeperking laten vallen.
    Ik was hier tegen.

    1. Profielbeeld van Piet Vollaard
      Piet Vollaard

      Er zal best vastgoed zijn dat in betere handen is dan overheid (de gemeente bezit ook nog veel woningen bijvoorbeeld, daardoor is dat bezit aan objecten nogal hoog). mag van mij ook verkocht worden. Als eerst punten 1 en 2 van mijn aanbevelingen maar doorgelopen zijn, en aan de overige punten goed aandacht wordt besteed.

  5. Profielbeeld van Tim de Bruijn
    Tim de Bruijn

    Complimenten voor de mooie visualisatie van de toren door Rémon! Jammer alleen van de tekst er omheen.

    1. Profielbeeld van Piet Vollaard
      Piet Vollaard

      Tja, je kunt niet alles hebben Tim. Maar het is gemakkelijk om de tekst over te slaan (geeft rust tijdens het kijken)

  6. Profielbeeld van Ome Joop
    Ome Joop

    ja tuurlijk stop verplicht cultuur in andermans eigendom en dan komt alles goed. sinterklaas is nog ver weg maar de subsidiepiet is er al

    1. Profielbeeld van Piet Vollaard
      Piet Vollaard

      Hoezo andermans eigendom Ome Joop? Het overheids vastgoed is van ons allemaal.
      En maatschappelijke functies is meer dan alleen cultuur, gaat ook over zorg, onderwijs, veiligheid etc.
      Ik heb het nergens over subsidie. Eigenlijk pleit ik alleen voor een gelijk speelveld tussen ‘de markt’ (want geloof me maar, grote ontwikkelaars wordt het leven op allerlei manieren gemakkelijk gemaakt) en maatschappelijk ontwikkelaars. Ik zie liever geen subsidie naar stenen gaan (maar naar programma) en ook cultuurmakers dienen een faire prijs te betalen (in ruil voor afzien van speculatie met het vastgoed).

  7. Profielbeeld van Robbert de Vrieze
    Robbert de Vrieze

    Goed stuk van Piet Vollaard dat de vinger op de zere plek legt; het marktfundamentalistisch denken bij de verkoopstrategie van de gemeente Rotterdam is doorgeslagen. Binnen dat ideologische vacuüm kunnen ook excessen ontstaan zoals bij de afdeling vastgoed. Het ontbreekt aan een bredere integrale afweging wat op welke plek het beste financieel én maatschappelijk rendement oplevert.

    In Delfshaven staan zo’n 65 panden op de verkooplijst. Hier en daar een woninkje (prima om die te verkopen) maar veelal grote, beeldbepalende, cultuurhistorische panden die nu vaak een maatschappelijke bestemming hebben, of leeg staan. 2 voorbeelden:

    Het Wijkpaleis aan de Middellandstraat is één van de 5 (van de 65!) panden waar maatschappelijke waarde ook wordt meegewogen. Maar door onhandige en ondoorzichtige formulering van de randvoorwaarden (oa veel bezoekersbewegingen) is de aanbesteding gewonnen door een dokterspraktijk met apotheek; weg opgebouwde maatschappelijke waarde. Gelukkig gaat het Wijkpaleis door op de Claes de Vrieselaan dankzij een motie van de gemeenteraad, steun van burgemeester Aboutaleb en de onvermoeibare burgerkracht van de initiatiefnemers.

    Ander voorbeeld is het gedoe rondom de Dubbelde Palmboom. Het Rijksmonument staat al ruim 5 jaar leeg en al die tijd wordt stichting Stadsherstel aan het lijntje gehouden over de voorwaarden. Als het puntje bij paaltje komt houdt de afdeling vastgoed vast aan de maximale taxatiewaarde: Dus dure appartementen en weg cultuurhistorie en publieke toegankelijkheid voor Historisch Delfshaven dat juist een goede impuls kan gebruiken. Goede publieke plek = veel bezoekers = hogere WOZ in de omgeving = … Het zou toch eeuwig zonde zijn als al die Amerikaanse toeristen voor een dichte deur staan bij de herdenking van 400 jaar Pilgrim Fathers in 2020! https://twitter.com/wijdelfshaven/status/1017367709766569984?s=21

    Tijd dus voor de gemeenteraad op de simplistische dogma’s van ‘kostendekkende huur’ en ‘maximale taxatiewaarde’ te vervangen door slimmer en integraler beleid waar maatschappelijke waarde centraal staat. Daar wordt namelijk iederéén beter van, in deze stad van twee snelheden.

  8. Profielbeeld van Jack
    Jack

    Zowel Bart Bekooy als Piet Vollaard dragen goede argumenten aan tegen de plannen met het Postkantoor aan de Coolsingel. Een wolkenkrabber van 150 m hoog op een rijksmonument en de nodige ingrijpende wijzigingen aan het pand. Het past in het nog niet zo lang geleden alvast aangepaste bestemmingsplan voor de binnenstad dus ambtelijk geen probleem, goed voor de stad, de ambities, de centen en de levendigheid en verder niet zeuren is het credo. Maar het gaat hier wel over een fundamentele principe kwestie, de wettelijke strenge bescherming van cultureel erfgoed en monumenten. Tot stomme verbazing van velen heeft de lokale monumentencommissie min of meer akkoord gegeven. Die commissie heeft zich daarmee totaal incompetent en overbodig verklaard. In 2009 is een aanpassing nog geweigerd zoals het hoort. Echter, Rotterdam vindt zichzelf ‘booming’ en wil Manhattan aan de Maas . Onder druk van de macht van het grote geld van projectontwikkelaars , stedebouwkundigen (sic) en de architecten die met deze fallus naar zelfbevestiging jagen, neigt het opportunistische gemeentebestuur zelfs dit toe te laten. De plannen zijn al ver. Hiermee is het hele begrip cultureel erfgoed een lege huls geworden. Daar waar normaal nog geen dakraampje mag worden gewijzigd gebeurt dit. Het Rotterdamse stadhuis – ook rijksmonument- wordt zowiezo indirect ontsierd als men van enige afstand kijkt. Het vertrouwde beeld van 2 iconen naast elkaar die het bombardement hebben overleefd verdwijnt en het stadhuis domineert met de blik in de hoogte niet meer, maar wordt letterlijk overschaduwd door een ernaast staande wolkenkrabber. Moet kunnen. Het ergste is dat waar het gemeentebestuur als bevoegd gezag moet waken over de instandhouding van monumenten hier zelf een belang bij heeft, kennelijk in de greep als zij is van de al genoemde betrokken partijen. Zij kan haar eigen omgevingsvergunning voor zichzelf verstrekken. Iets van slager keurt zijn eigen vlees. In dat opzicht is de status (rijks)monument met de introductie van de Wet Algemene bepalingen Omgevingsrecht de facto een farce geworden. De enkele voorwaarde daarin dat “het belang van monumentenzorg zich niet mag verzetten” is een contradictio in termine. Het belang verzet zich immers altijd.

    1. Profielbeeld van Raymond Landegent
      Raymond Landegent

      Period.

      Een rijksmonument voor een kwart slopen voor zo’n toren is te banaal voor woorden.

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.