voor de harddenkende Rotterdammer

Dit hoofdstuk wordt opgenomen in de binnenkort te verschijnen derde herziene editie van het boek “Rotterdam, stad van twee snelheden” (Uitgeverij Trichis, 19.95 Euro)

Liever het hoofdstuk in PDF lezen?

Download hier de PDF
IMG-3966-min
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

In liberale kringen is het al langer bekend: Jan Anthonie Bruijn is een feestnummer. Je zou het niet zeggen, want de VVD-senator uit Wassenaar oogt als een bedachtzame technocraat die liever een ommetje maakt met de hond door de duinen, hardop mompelend in zichzelf. Niets is echter minder waar. Zet hem op een podium en hij transformeert in een volleerd cabaretier die zijn publiek in no time om de vingers weet te winden.

“Hij kwam tot onze stomme verbazing de zaal binnengewandeld met een gifgroen petje, een al even felgekleurd vlinderstrikje en zo’n excentrieke Dame Edna-bril op zijn hoofd, met een keyboard losjes onder zijn arm”, herinnert een van de aanwezigen zich, CDA’er Sven de Langen (31). “Hij ging zitten en wat volgde, was een hilarische one-man-show, die ruim drie kwartier duurde en geen seconde verveelde. Sommigen van ons, onder wie ik, lagen letterlijk onder tafel van het lachen.”

Het is maandagavond 18 juni en de twaalf onderhandelaars van de zes beoogde coalitiegenoten (VVD, GroenLinks, PvdA, D66, CDA en ChristenUnie/SGP) hebben de schik van hun leven aan boord van het ss Rotterdam bij het optreden van hun formateur. Die Jan Anthonie! Wie had dat ooit achter Il Formatore gezocht? Tevreden zijn ze toch al. Een groot deel van de zogeheten hot potatoes – de hard te kraken politieke thema’s – zijn onder de bezielende leiding van Bruijn die dag opmerkelijk snel en eenvoudig doorgeslikt. Sinds zijn aantreden, dan pas tien dagen geleden, blijkt de hoogleraar, gespecialiseerd in ziektes van het immuunsysteem, een uiterst kordaat en slagvaardig gespreksleider. “Hij is als een malle gaan knallen”, zegt De Langen. “En dat was nodig ook.”

Eindelijk, na bijna dertien weken van stroeve en bij vlagen licht ontvlambare onderhandelingen, komt daardoor de eindstreep in zicht. Bruijn verzorgt het symbolische slotakkoord. Vooral zijn aubade aan “de reebruine ogen van [PvdA-leider] Barbara Kathmann” valt bijzonder goed in de smaak.

Nog een paar punten en komma’s moeten de gesprekspartners op papier zetten en dan is de klus geklaard voor de zes partijen, al gekscherend Sexy Sextet genoemd vanwege het uitdagende karakter van de lange tijd niet voor de hand liggende combinatie. Ook Bruijn (60) is hoopvol gestemd. De ochtend na zijn ludieke cabaretvoorstelling verschijnen de zes fractievoorzitters en hun secondanten opgewekt aan het ontbijt, ook al is dat voor dag en dauw.

IMG_2255
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Ze hebben prinsheerlijk geslapen aan boord van de voormalige trots van de Holland-Amerika Lijn, die sinds 2008 als hotel- en congrescentrum ligt verankerd bij Katendrecht. De gesprekken verlopen die ochtend soepel: geen vuiltje aan de lucht, de gunfactor vibreert op La Grande Dame. Ambtenaren van de al even daadkrachtige bestuursdienst van de gemeente Rotterdam krijgen de opdracht om de presentatie van het coalitieakkoord te vervroegen: niet op donderdag 28 juni, maar al twee dagen eerder mogen leden van de pers en andere belangstellenden aanschuiven.

Bruijn maakt, opnieuw, tempo en vandaag heeft hij daar extra reden toe. De senator moet aan het einde van de ochtend richting Den Haag voor een vergadering van de Eerste Kamer. Reeds om half acht dienen de twaalf raadsleden zich daarom te melden. Tegen het einde van de ochtend vertrekt hij, maar zijn dienstreis dient twee doelen. Hij trekt, eenmaal op de plek van bestemming, ook politiek leider Gert-Jan Segers van regeringspartij ChristenUnie (CU) aan zijn jasje. Die heeft, zo is gebleken, nogal wat ‘Rotterdamse wensen’. Ook al zijn de vijf coalitiegenoten de eenmansfractie voor hun gevoel al ruimhartig tegemoetgekomen met een wethouderspost (0,4 fte).

Maar Segers wil meer, véél meer zelfs: de portefeuille van een dan nog aan te wijzen CU/SGP-wethouderskandidaat moet worden uitgebreid. Alleen de post schuldhulpverlening is niet voldoende. Zijn Rotterdamse fractie dient óók armoedebestrijding en informele zorg te krijgen. Hij speelt het spel hard. Het is machtspolitiek van de bovenste plank en zijn machiavellistische opstelling staat op gespannen voet met zijn eigen woorden, eerder die maand uitgesproken tijdens het CU-congres in Lunteren. “En als je per se macht wil en alleen maar een mooie functie wil, dan geef ik je één advies: word vooral geen lid van de ChristenUnie!”

Als Bruijn een week later met bovenstaande lezing wordt geconfronteerd, trekt hij een bedenkelijk gezicht. Hij aarzelt even en zegt dan, op gedecideerde toon: “Segers kwam naar mij toe om zijn enthousiasme te delen over de deelname van zijn partij in Rotterdam. Niets meer en niets minder. Daarnaast heeft hij slechts geïnformeerd hoe de vlag erbij hing, wetende dat de gesprekken nog gaande waren. Het is ook niet zijn taak of zijn rol om daar in Den Haag een Rotterdams eisenpakket op tafel te leggen.” En, na een korte pauze: “Nog even los van de vraag of ik dat geaccepteerd zou hebben.”

Stalorders

Ook Tjalling Vonk, de kersverse leider van de eenmansfractie CU/SGP, wast zijn handen in onschuld. Nee, hij heeft geen stalorders ontvangen van zijn Haagse beschermheer. “Ik heb de besturen van onze beide partijen op de hoogte gehouden van de vorderingen. Dat is mijn taak, dat is bovendien wel zo netjes en gebruikelijk.” Maar waarom ontstaat die dinsdagmiddag en woensdagochtend dan alsnog paniek in de tent, zoals de overige vijf partijen stellig en onafhankelijk van elkaar verklaren, en verkeren de coalitieonderhandelingen plotseling weer in zwaar weer? Vonk moet het antwoord schuldig blijven. Met zijn meest onschuldige gezicht: “Zo staat het niet in mijn herinnering.”

Maar dat hij een aanvullende eis heeft gesteld, kan en wil de manager van het Leger des Heils niet ontkennen. “Wie schulden al heeft, moet ook armoede krijgen”, zegt Vonk (49), opvolger van de na acht jaar vertrokken ‘huisfilosoof’ van de Rotterdamse raad, Setkin Sies. “Die twee beleidsthema’s kunnen niet los van elkaar worden gezien.” Maar nog is het niet genoeg: CU/SGP eist ook doodleuk de informele zorg op: zorg die geleverd wordt door mantelzorgers én vrijwilligers. Sven de Langen, de beoogd CDA-wethouder zorg, is not amused. Hij kan het minuscule onderdeel van zijn veelomvattende portefeuille missen als kiespijn, daar niet van. Maar hij is geïrriteerd door de even amateuristische als veeleisende opstelling van zijn christelijke geestverwanten.

De Langen is niet de enige aan tafel. Vonk en zijn kompaan Gerben van Dijk krijgen de wind van voren. Ze gedragen zich als de zelfzuchtige solisten die hun teamgenoten negeren. Zo win je nooit een wedstrijd, luidt het verwijt. En, om in sporttermen te blijven: de spelregels wijzigen gedurende de wedstrijd is ook uit den boze, al helemaal in blessuretijd. “Tjalling had overduidelijk last van de druk en de hete adem vanuit Den Haag, maar in plaats van dat gewoon te erkennen, zoals je zou verwachten in een goed huwelijk, ging hij zich gedragen naar de wensen van anderen”, zegt een betrokkene. “Het lukt Tjalling niet om de relatie op orde te houden. Dat begon al op die zaterdag 2 juni, toen hij ineens met die eis van een eigen wethouder op de proppen kwam.”

Terwijl de stilzwijgende afspraak tot dat moment was dat De Langen als de liaison zou fungeren: hij zou weliswaar niet de naam CU/SGP achter zijn naam en die van het CDA geplakt krijgen, maar zou wel de bestuurder zijn die de ‘wethouderloze fractie’ op de hoogte zou houden van het reilen en zeilen binnen het college, en vice versa. Maar die vlieger gaat dus niet op. Eén beduimeld zeteltje of niet, CU/SGP (560 leden) houdt voet bij stuk.

Aan tafel rijst stilaan het vermoeden dat de onverzoenlijke opstelling van ‘de mannenbroeders’ verband houdt met de persoon van De Langen. Hij is niet gelovig en staat bekend als de enige CDA’er in Rotterdam en wijde omgeving “die nog nooit een kerk van binnen heeft gezien”. De Langen (31) kan smakelijk lachen om die typering. Hij deelt en verdedigt de kernwaarden van de christendemocratie, met opvallend veel overtuigingskracht zelfs. Maar in tegenstelling tot zijn voorganger, de tot vicepremier gepromoveerde domineeszoon Hugo de Jonge, is de triatlonfanaat uit Nesselande geen trouw – laat staan een vroom – bezoeker van de zondagsdienst.

Is daarmee het leed geleden? Nee. Sterker: CU/SGP tovert nóg een konijn uit de hoge hoed en die wens zorgt voor zo mogelijk nog meer opwinding en ergernis. Op last van met name landelijk SGP-leider Kees van der Staaij dient één woord uit het dan bijna afgeronde akkoord aangepast te worden: de term ‘homovriendelijk’ moet en zal gewijzigd worden in ‘homoveilig’. Rotterdam mag vooral niet uitstralen dat het een hedonistische vrijplaats wordt voor LHBTI’ers: lesbo’s, homo’s, bi-, trans- en interseksuelen. Amsterdam aan de Maas?! Alleen de gedachte al doen de haren van de strenggereformeerde Van der Staaij (“Ik geloof dat God mijn leven leidt”) ten berge rijzen.

Opwinding en irritatie maken die dinsdagmiddag plaats voor verbijstering. Dit kan niet waar zijn! Maar het is wel waar en “opnieuw houden Vonk en Van Dijk hun poot stijf”, zoals de anderen spitsvondig doch woedend constateren. Nu wordt duidelijk dat beiden niet direct bewerkt worden vanuit Den Haag, maar indirect: Segers en Van der Staaij instrueren hun afdelingsbesturen in Rotterdam. Op hun beurt fluisteren zij weer dwingende bevelen in het oor van Vonk en Van Dijk. En die zeggen geen keuze te hebben, oog in oog met hun Rotterdamse gesprekspartners.

“Wij handelen conform de wensen van onze achterban”, zegt Vonk op de dag van de zonovergoten presentatie van het coalitieakkoord, getiteld Nieuwe energie voor Rotterdam, op dinsdag 26 juni. “Dat doen al die andere partijen ook, dus zo bijzonder is het allemaal niet. Wij wilden met die aanpassing alleen maar benadrukken dat onze stad ook gastvrij moet zijn voor moslims, statushouders en niet-gelovigen.” Het thema is een week eerder al aan bod geweest tijdens besprekingen in een kantoortje van Stadsbeheer in het Kralingse Bos. De vijf kunnen niet verrast zijn, meent Vonk.

Hij weet zijn beoogde coalitiegenoten ditmaal echter niet te overtuigen. Integendeel: één van hen, PvdA-onderhandelaar Co Engberts, is openlijk homoseksueel en voelt zich in de rug aangevallen. Ook GroenLinks (Jimmy Smet), D66 (Nadia Arsieni) en VVD (Pascal Lansink en Jan-Willem Verheij) hebben ‘roze’ raadsleden in hun midden en zijn evenmin ingenomen met wat zij beschouwen als een verzoek waar de spruitjeslucht uit de jaren vijftig van afslaat.

Splijtzwam

“Het veranderen van ‘vriendelijk’ naar ‘veilig’ was voor mij een no go”, zegt Engberts, bijgenaamd ‘Rooie Co’. “Het is een fundamenteel verschil. ‘Vriendelijk’ wil zeggen: welkom, wat fijn dat je er bent. ‘Veilig’ is zuinig: we zorgen dat je niet in elkaar wordt gerost. Je denkt toch niet dat ik daarmee thuis had kunnen komen, laat staan mezelf nog in de spiegel had kunnen aankijken?”

Wat daarentegen op aandringen van de christenen wél wordt opgenomen in het coalitieakkoord, is de volgende controversiële zin: ‘Het Centrum voor Jeugd en Gezin komt met vrijwillige relatie- en opvoedondersteuning als laagdrempelige hulp bij het (voorkomen) van relatieproblemen, die vooral negatieve consequenties kunnen hebben voor kinderen’. Met andere woorden: wie kampt met huwelijksproblemen kan zomaar een werknemer van het CJG op zijn of haar dak gestuurd krijgen, die zich vervolgens gaat bemoeien met het privé-leven.

IMG-2231
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Het is overigens niet voor het eerst dat seksuele geaardheid als een splijtzwam fungeert in de Rotterdamse gemeentepolitiek. In het voorjaar van 2009 stappen VVD-wethouders Mark Harbers – openlijk homoseksueel – en Jeannette Baljeu op uit het college (PvdA, CDA, VVD en GroenLinks). Dit naar aanleiding van een artikel in de Gaykrant, waarin moslimfilosoof Tariq Ramadan wordt verweten er homo- en vrouwonvriendelijke denkbeelden op na te houden. Hij is op dat moment bij de gemeente in dienst als integratieadviseur. Een onderzoek van wethouder Rik Grashoff (GroenLinks) pleit de omstreden denker vrij, maar het VVD-duo werpt een paar dagen later alsnog de handdoek. Druk vanuit zijn partij én zijn vriendenkring geven de doorslag bij Harbers, de huidige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in het kabinet-Rutte III.

Ditmaal wordt de soep niet zo heet gegeten, al is op woensdag 20 juni sprake van een heus spoedoverleg. De zes fractievoorzitters moeten zich zonder hun secondant melden op de tijdelijke werkkamer van Bruijn in het stadhuis aan de Coolsingel. “Ach, zoveel was er niet aan de hand, hoor”, relativeert de VVD-senator. “Ik heb de druk zelf een beetje opgevoerd. Zonder wrijving geen glans, daar geloof ik heilig in.” Bruijn weet de plooien glad te strijken. Voor de derde keer op rij behaalt de confessionele eenmansfractie, die in Rotterdam al decennialang “één lijst van twee partijen” vormt, een overwinning. Door het woord ‘homovriendelijk’ gaat een streep; het nieuwe stadsbestuur gaat zich maximaal inzetten voor de acceptatie en de belangen van LHBTI’ers. “We werken aan meer veiligheid, voorlichting en zichtbaarheid van LHBTI(+)-ers, zoals verwoord in het Roze Stembusakkoord”, staat letterlijk in het coalitieakkoord.

Vonk en Van Dijk zijn opgetogen, maar juichen te vroeg. Hun zege blijkt een pyrrusoverwinning. Het zaad van het wantrouwen is ontkiemd binnen het – zo heet hun WhatsApp-groep inmiddels – Sexy Sextet. “CU/SGP investeert niet in het team, maar in zichzelf.” Niet voor niets fluisteren PvdA’ers Kathmann (40) en Engberts (51) elkaar heimelijk toe dat ze bij nader inzien beter met het islamitisch geïnspireerde Nida (twee zetels) in zee hadden kunnen gaan. De lokale partij onder leiding van Nourdin El Ouali (36) heeft, tot veler verrassing, eerder wel haar handtekening gezet onder het Roze Stembusakkoord ter verbetering van de sociaal-maatschappelijke positie van LHBTI’ers.

Had Nida zich op hetzelfde onwrikbare anti-homostandpunt gesteld als CU/SGP, dan was het halve land vermoedelijk in rep en roer geweest: zie je wel, ook die Rotterdamse moslims zijn een stelletje fundamentalistische scherpslijpers met een geheime agenda! Nu blijft het bij een binnenbrandje, dat door Bruijn vakkundig wordt geblust. VVD-fractievoorzitter Vincent Karremans (31), de kakelverse en zorgvuldig gescoute wonderboy van de liberalen, reageert laconiek op de ophef. “Ach joh, die gasten van CU/SGP willen niet dat we elke week een Gay Pride organiseren in de stad. Maar dat waren we toch al niet van plan, dus het gaat eigenlijk nergens over.”

Maar dat is een te simplistische weergave van de oud-praeses van het Rotterdamsch Studenten Corps. Vooral de linkse partijen menen dat Vonk “not fit for the job” is: hij is jarenlang burgerraadslid in Rotterdam geweest, maar laat zich desondanks als een kleine jongen de les lezen vanuit Den Haag en door de twee lokale besturen. “Tjalling kan zich niet verschuilen achter een gebrek aan ervaring, dit is gewoon geen ruggengraat hebben.” Vonk is zelf van CU-huize en die partij representeert grofweg tachtig procent van de achterban van het confessionele pact in Rotterdam. Dat hij “die kleine gereformeerde kliek” van twintig procent überhaupt serieus neemt, begrijpen zijn gesprekspartners niet.

Wat zij daarentegen wel begrijpen, is de diep gekoesterde wens van CU-voorman Segers om in de grote steden eindelijk eens mee te regeren. Zijn partij, een van de vier pijlers van het kabinet-Rutte III, staat te boek als een plattelandsbeweging. In de tweede stad van Nederland gloort een kans voor open doel. Vonk moet scoren, maar daarbij zijn huid zo duur mogelijk verkopen. Dat doet hij: voor het eerst in de Rotterdamse geschiedenis krijgt CU/SGP een eigen wethouder, zij het een bestuurder die voor 0,4 fte op de loonlijst staat. De keuze valt op Michiel Grauss (47), afdelingshoofd bij de GGD Rotterdam-Rijnmond en oud-raadslid in Capelle aan den IJssel. Aan hem de taak om het deltaplan tegen armoede en schulden vorm te geven.

Het is een knappe prestatie van een partij, die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart welgeteld 6.956 stemmen heeft weten te behalen. Ter vergelijking: Rotterdam telde ditmaal 501.234 kiesgerechtigden, van wie er 230.786 een geldige stem uitbrachten, goed voor een – opnieuw tegenvallende – opkomst: 46,7 procent. Met andere woorden: met een score van slechts drie procent (!) van de stemmen heeft de christelijke combinatiepartij zichzelf het college in weten te katapulteren. Alsof België het WK voetbal wint.

Daarmee maakt CU/SGP de gemiste kans van vier jaar eerder goed; toen was oud-fractievoorzitter Remco Oosterhoff, een ex-raadslid met veel aanzien en dito intellectuele bagage, de beoogde wethouder. Hij had de zegen van toenmalig D66-leider Salima Belhaj. Maar na vijf dagen van vruchteloos onderhandelen staakte CU/SGP de gesprekken met Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA. Het rigide armoedebeleid was een brug te ver voor toenmalig leider Sies “om geheel geloofwaardig en zonder gewetensbezwaren een handtekening te zetten onder dit akkoord”. Zijn ouders zijn de oprichters van de Voedselbank in Rotterdam. Die had Sies met goed fatsoen niet onder ogen kunnen komen als hij akkoord was gegaan met stevige kortingen voor de arme onderkant van de stad.

Zondagsrust

Maar zonder het zelf goed en wel te beseffen, betalen Vonk en Van Dijk deze keer wel een prijs voor hun aanmatigende opstelling. In het coalitieakkoord staat niets over de zondagssluiting. Rotterdam is meer en meer uitgegroeid tot een koopparadijs op de Dag des Heren, tot ergernis van CU/SGP. Vanaf 12.00 uur kan naar hartenlust worden geshopt in de binnenstad. “Op goodwill hadden ze hun punt over het terugdringen van de verplichte openstelling op zondag kunnen binnenhalen”, zegt een van de onderhandelaars. “Maar ze hadden hun krediet verspeeld én tactisch onbenullig geopereerd.”

Die in christelijke kringen heilige zondagsrust leidt ook tot een standje voor Vonk zelf. Hij heeft het in zijn hoofd gehaald om op zondag 3 juni aan het werk te gaan. In het Novotel, een wat troosteloos oord in het Brainpark in Rotterdam-Oost, meldt hij zich die middag om te onderhandelen over een nieuw college. De landelijke SGP is “erg onaangenaam getroffen” over deze godslasterlijke daad van verzet, laat SGP-voorzitter Maarten van Leeuwen twee dagen later weten. “Op zondag doen we geen zaken.”

Vonk heeft daar maling aan. Hij spreekt de voicemail in van het lokale SGP-bestuur. Hij ziet geen andere uitweg dan de verplichte zondagsrust te veronachtzamen. Nood breekt wet. Na weken van aanhoudend gesteggel, van hele en halve waarheden en lachwekkende, kafkaëske taferelen tussen de dertien fracties is een oplossing eindelijk in zicht. Ook al heeft hij zich de woede op de hals gehaald van zijn vijf beoogde partners door een dag eerder, aan de telefoon met informateur Paul Rosenmöller (GroenLinks), brutaalweg een wethouderspost op te eisen. Vonk: “Ik stond langs de lijn van het voetbalveld; mijn zoon is keeper bij VOC en hij speelde een belangrijke finale, waar ik uiteraard niet mocht en ook niet wilde ontbreken. Het was een wat ongelukkig moment.”

IMG-2243
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Maar ongelukkig of niet, over de felbegeerde wethouderspost kan geen misverstand bestaan, zo blikt Vonk terug. “De buitenwacht had het gevoel: ach, dat CU/SGP neemt wel genoegen met een positie in het college zonder wethouder. Waar die gedachte op gebaseerd was, is mij niet duidelijk. Ik heb in elk geval nooit gezegd dat ik akkoord was met een CDA-wethouder als onze vertegenwoordiger in het college. Wij willen daar een eigen gezicht. Zo gek is die gedachte toch niet? Onze achterbannen verwachten dat ook. Ik ben aangewezen om die wens te realiseren. Zo werkt politiek.”

Diezelfde avond belt hij CU-voorman Segers om hem te informeren over de op handen zijnde onderhandelingen met VVD, PvdA, GroenLinks, D66 en CDA. Hij vertelt ook dat hij een wethouderspost heeft bedongen. “Gert-Jan gaf mij groot gelijk. ‘Ik sta helemaal achter je, ik had exact hetzelfde gedaan’, waren zijn letterlijke woorden.”

Zo makkelijk als hij Segers aan de lijn krijgt, zo moeilijk blijkt Vonk een dag later zelf bereikbaar te zijn. Hij is op zondag een trouw bezoeker van de evangelische gemeente De Brandaris in Delfshaven, die zichzelf aanprijst als “een eigentijdse kerk met een hart voor Jezus”. Pas om half één kan hij gebeld worden. Maar als Rosenmöller hem rond dat tijdstip belt, heeft Vonk geen tijd. “Ik bel je over een kwartiertje terug.”

Dat kwartiertje wordt ruim twee uur. Pas tegen de klok van drieën geeft Vonk een teken van leven. Bij de oud-leider van GroenLinks en zijn collega-informateur Pieter Duisenberg (VVD) is het ongeduld dan al omgeslagen in onbegrip. Waarom laat die verdraaide Vonk niets van zich horen? Zit hij nog steeds in de kerk te bidden en gebedjes te schieten? Nu het vuur heet is, moet het ijzer gesmeed worden, redeneren de twee oud-politici, die na ruim veertig frustrerende dagen van loven en bieden eindelijk licht aan het einde van de tunnel zien gloren. Pas tegen het einde van de middag monstert Vonk aan in het ‘midscale hotel voor zakenreizen of gezinsvakanties’, grijnzend en wel, zoals iedereen van hem gewend is.

Dan gaat het snel, verrassend snel zelfs. Tot verbazing van Saïd Kasmi (42), een van de hoofdrolspelers nota bene en de pas aangetreden voorman van D66 die, anders dan zijn voorganger Samuel Schampers, een linkse(re) koers voorstaat. Hij draagt teenslippers en een T-shirt; Kasmi, zoon van Marokkaanse immigranten, rekent overduidelijk niet op een doorbraak. Die ochtend heeft hij op persoonlijke titel nog contact opgenomen met Ellen Verkoelen (61) van nieuwkomer 50Plus (één zetel). Met de vraag of de ouderenpartij bereid is om aan te schuiven als CU/SGP toch nog afhaakt of zodanig tegensputtert dat de christenen alsnog de deur wordt gewezen. Maar het bij CDA weggelopen ex-Statenlid twijfelt en vraagt bedenktijd. Pas op zondagavond kan zij uitsluitsel bieden.

Verkoelen belt die avond terug, keurig volgens afspraak, maar Kasmi neemt niet op. De zes zijn het eens geworden: de patstelling is doorbroken, ze gaan formatiegesprekken beginnen, zonder – en dat is ronduit brisant – de grootste partij van de stad, Leefbaar Rotterdam (elf zetels). De uitkomst van het Novotel-overleg mag een klein wonder heten. De stemming is bedrukt bij aanvang van de zoveelste praatsessie. In de voorafgaande dagen zijn over en weer harde verwijten gemaakt, al heeft VVD’er Karremans zich ineens minder allergisch getoond voor een samenwerking met links dan voorheen.

Niettemin is het vertrouwen broos, het chagrijn hangt in de lucht. Karremans is ziedend over de wethouderseis van CU/SGP. Hij maakt op zaterdag 2 juni geen geheim van zijn ergernis. ‘Dit gebeurt er dus met zes partijen en 23 zetels’, meldt hij in de groepsapp. Maar een dag later in de kantorentuin van Rotterdam-Oost blijkt, zoals zo vaak, dat onder druk alles vloeibaar wordt. Zeker in de grillige politiek van Rotjeknor.

Verkleedpartij voor persmoment

Reden waarom Kasmi als een haas naar huis rijdt om zich in het pak te hijsen. Hij leent de auto van PvdA-collega Kathmann, die zelf ook nog wat vrolijkers aantrekt. Lies Roest (36), rechterhand van GroenLinks-fractievoorzitter Judith Bokhove (50), ontvangt om 21.30 uur een verlossend WhatsApp-je van haar politieke wederhelft: “We zijn eruit!”. Het bericht gaat vergezeld van een foto van een zichtbaar opgeluchte Karremans en Kathmann, terwijl Duisenberg de flessen witte wijn alvast koud zet.

Het niet verwachte feestelijke moment is eindelijk daar en om te voorkomen dat iemand zich nog bedenkt, arrangeren Rosenmöller en Duisenberg in allerijl “een persmoment”, dat uiteindelijk pas om 23.00 uur begint in een zaaltje van het zakenhotel. De informateurs, die beiden enige naam en faam genieten in bestuurlijk Nederland, hebben te elfder ure voorkomen dat hun missie uitdraait op een pijnlijk fiasco, en dus op een smet op hun blazoen. Rotterdam is nu al zo lang aan het bakkeleien – 73 dagen op dat moment – dat de rest van het land vol verbazing toekijkt bij het ‘Schimmenspel aan de Maas’.

Als de samenwerking in aanwezigheid van de lokale media wordt beklonken, is er geen weg meer terug, redeneren Rosenmöller en Duisenberg. Op het ongebruikelijke tijdstip van 22.19 uur plaatst de gemeente Rotterdam een persbericht op de eigen website, onder de kop ‘Informateurs adviseren met middenvariant te formeren’. Twee dagen later brengen zij hun eindverslag uit. “De opmerkingen van alle fracties op het raamwerk zijn input voor de formerende partijen”, zo besluit het perscommuniqué.

IMG-2233
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Met name Karremans heeft wat uit te leggen. Hij heeft wekenlang krampachtig vastgehouden aan een samenwerking met zijn “natuurlijke bondgenoot” Leefbaar. Nu duikt hij ineens de koffer in met links. Hoe is die draai te verklaren? Karremans, een vlotgebekte ondernemer uit Blijdorp, verblikt of verbloost echter niet, oog in oog met het journaille. Hij heeft simpelweg zijn knopen geteld, luidt de boodschap. En met hem zijn co-onderhandelaar Tim Versnel (31) en de ‘onzichtbare denktank’ van de liberalen, bestaande uit onder anderen oud-Kamerlid Jock Geselschap (48) en (ex-)raadsleden Maarten van de Donk (47) en Jan-Willem Verheij (48).

“Om een einde te maken aan de impasse in de coalitievorming en een geheel linkse coalitie te voorkomen, opent de Rotterdamse VVD onderhandelingen met CDA, D66, CU/SGP, PvdA en GroenLinks over de vorming van een middencoalitie”, laat Karremans nog diezelfde avond optekenen op de eigen website. Het is een keuze “in het belang van de stad”, ingegeven door zakelijk pragmatisme. Met pijn in het hart zegt hij afscheid te hebben genomen van – en dat is de ironie – de partij, die vier jaar eerder de VVD liet vallen ten faveure van het wat buigzamere CDA.

Vanuit zijn stulpje in Hoek van Holland herinnert oudgediende George van Gent (69) later op Twitter fijntjes aan het ‘verraad’ uit 2014, dat de partij lang heeft dwarsgezeten. Daarmee voedt het langstzittende VVD-raadslid in Rotterdam het vermoeden dat het pay-back time is. Niets is echter minder waar, bezweert Karremans. Ja, de rollen zijn nu omgedraaid. Maar dat is eerder toeval dan een doelbewuste strategie geweest. “Na vele weken van duwen en trekken moeten we concluderen dat er in een combinatie met Leefbaar geen meerderheidscoalitie te vormen is.” Zo simpel is het in zijn ogen.

Hij heeft bovendien het onderste uit de kan gehaald, benadrukt de VVD-kroonprins in het benauwde Novotel-vertrek. CU/SGP is dan weliswaar beloond met een parttime-wethouder (0,4 fte), daar staat tegenover dat zijn partij flink wat wisselgeld heeft weten af te troggelen van de overige vijf. De liberalen mogen de locoburgemeester leveren en krijgen een extra stem in het college: drie in plaats van twee.
Ook is hij trots om mee te delen dat de door de VVD al jaren verketterde milieuzone voor oude benzineauto’s stapsgewijs zal verdwijnen. Daarbij komt ook nog eens dat het grote angstbeeld van Karremans en de zijnen is verijdeld: een Rotterdamse variant op het “kneiterlinkse college” (GroenLinks, PvdA, SP en D66) dat vier dagen eerder officieel in Amsterdam is aangetreden. Dat is ook wat waard, oordeelt hij.

Rest één probleempje en dat heeft vooral met de beeldvorming te maken: de partijen stevenen af op een college met dubbele cijfers, want als de onderhandelingen slagen – en daar gaan de zes uiteraard vanuit – zullen maar liefst tien wethouders hun opwachting maken in de raadzaal. Die zal door het recordaantal aan nieuwe bestuurders aangepast moeten worden, met alle financiële kosten van dien: tien gezagsdragers passen niet achter de huidige tafel van de authentieke vergaderzaal in het stadhuis. Pogingen om uit te komen op minder dan negen fte stranden. Vooral de VVD baalt daarvan. Karremans beseft dat hij de door hem afgeserveerde Joost Eerdmans (47) van Leefbaar extra munitie verschaft om met scherp te schieten.
Dat gebeurt ook in de dagen die volgen, maar pas nadat hij Eerdmans hoogstpersoonlijk de onheilstijding heeft gebracht die zondagavond. Het oud-Kamerlid van de LPF is net terug van een rondje hardlopen als hij Karremans aan de lijn krijgt. Hij is met stomheid geslagen. Na vier jaar “aan de knoppen” te hebben gezeten, keert de rechts-conservatieve volkspartij terug in de oppositiebanken, beseft Eerdmans. Het is aan Karremans om “Rotterdam te redden”, voegt hij de VVD’er toe.

Die heeft zijn ziel aan de linkse duivel verkocht, concludeert Eerdmans nadat de verbinding is verbroken. Maar hij houdt zijn woede vooralsnog binnenboord. Morgen moet hij zijn fractie uitleggen hoe het in vredesnaam heeft kunnen gebeuren dat Leefbaar – getalsmatig ruim tweemaal zo groot als de nummers twee VVD, PvdA, GroenLinks en D66 (alle goed voor vijf zetels) – buiten de boot is gevallen. Sommigen zullen even verbijsterd zijn als hij, maar hij is hun leider en dus politiek verantwoordelijk. Eén troost heeft Eerdmans: hij hoeft niet langer met meel in de mond te praten. Sterker: hij kan lekker losgaan in de media. Dat vooruitzicht bevalt de zelfbenoemde roeptoeter wel.

Nida voelt zich ‘genaaid’ door GroenLinks

Elders in de stad, in Crooswijk om precies te zijn, regeert eveneens de verontwaardiging. ‘He Judith, ik voel me voor de tweede keer genaaid door jou’, appt Nida-fractievoorzitter Nourdin El Ouali om 23.05 uur aan Bokhove. ‘Ik moet het op Twitter lezen, ben helemaal klaar voor de oppositie, jammer.’ Een half uur later volgt de reactie van zijn GroenLinks-collega vanuit het Novotel, waar de flessen wijn dan inmiddels zijn ontkurkt: ‘Hey, in de hectiek heb ik je inderdaad niet meteen kunnen informeren, maar doel één was Leefbaar buiten de deur houden, breder is niet gelukt, er waren twee partijen afgehaakt, volgens mij heb jij Co al gesproken, we hebben ons best gedaan.’

Maar met dat antwoord, hoe openhartig ook, neemt El Ouali geen genoegen. Leer hem Bokhove kennen. Hij zat, met twee kleine onderbrekingen, ruim drie jaar (2010-2013) met de logopediste uit Middelland in de GroenLinks-fractie. ‘Dat jij je best hebt gedaan, geloof ik helemaal geen snars van. Ik heb het tegendeel gehoord, vandaar ook mijn bericht. Ben goed van vertrouwen, maar niet naïef. In ieder geval gaan het vier interessante oppositiejaren worden voor ons, zoveel is zeker.’ Uit die laatste zin spreekt, na de aanvankelijke woede, een zekere berusting. Net als Eerdmans beseft ook diens politieke tegenpool dat hij buitenspel staat. “Hoe hard het ook is, maar dit was de nieuwe realiteit”, zegt hij ruim twee weken later, wanneer de nieuwe coalitie een feit is. “Daar heb ik mee te dealen.”

Maar El Ouali, een bevlogen en belezen analyticus, voelt zich die zondagavond wel degelijk “lelijk bekocht”. Hij wijst Bokhove aan als de kwade genius; zij heeft hem buiten de deur gezet. “Judith waant zich de koningin van het bal, maar alleen echte acteurs zijn in staat om het podium te delen.” Hij beweert dat zowel PvdA als D66 zich sterk voor Nida heeft gemaakt. Tevergeefs. Bokhove wil niet met hem in zee, ook al brengt Nida twee en CU/SGP slechts één zetel mee.

Het lot van zijn partij wordt volgens El Ouali op zondagochtend bezegeld, wanneer Kasmi en Kathmann – niet voor het eerst – aanschuiven in de tuin van Bokhove in Delfshaven en ‘de progressieve drie’, zoals ze zichzelf hebben genoemd, het Novotel-beraad voorkoken. “Saïd en Barbara hebben hun best voor ons gedaan, dat hebben zij mij later verteld en ik geloof beiden op hun woord. Maar Judith bleek niet te vermurwen.”

“Leefbaar loslaten en dan met Nida in bed gaan liggen, was niet te verkopen”

Maar dat is een te eendimensionale voorstelling van zaken, stelt GroenLinks. Lies Roest, de struise tweede vrouw van de partij, spreekt gedurende de onderhandelingen een paar keer met Nida-spindoctor Jeroen Schilder. “Hoe hard vechten jullie voor ons, vroeg hij. Ik zei: wij willen jullie er graag bij hebben, maar CDA en VVD willen niet. Vincent is heel erg van de balans. Met Nourdin sloeg de balans door naar links, en dan had hij nog meer hoon over zich heen gekregen van Leefbaar en een deel van zijn eigen achterban.”
Karremans beaamt die woorden. “Ik heb niks tegen Nida, maar probeer je het beeld voor te stellen: je laat Leefbaar los en gaat vervolgens in bed liggen met Nida. Dat was niet te verkopen geweest. Nourdin is een slimme en sympathieke vent, maar de VVD en Nida zijn geen politieke vrienden. Zo eerlijk moeten we ook zijn.” Voor de VVD is El Ouali niet meer dan een pion van links om de liberalen los te weken uit de vrijage met Leefbaar.

Kathmann erkent dat Kasmi en zij zich tot op het allerlaatste moment hebben ingespannen om niet met CU/SGP, maar met Nida in zee te gaan. “We hadden GroenLinks uiteindelijk wel zover gekregen, daar ben ik van overtuigd. Maar voor de VVD is Nida een te linkse partij. Daarom is Nourdin afgevallen, niet omdat zijn partij is gegrondvest op islamitische waarden.”

IMG-2192
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Hoe dan ook: zijn ex-communicatie is die zondag een hard gelag voor El Ouali, in 2015 nog uitgeroepen tot Rotterdams Politicus van het Jaar en door de jury geprezen als “een inspirator, een vakman die het politieke spel in en buiten het stadhuis beheerst”. Vier dagen eerder zat hij immers nog in de werkkamer van zorg- en onderwijswethouder Sven de Langen, met de laatste in zijn rol als politiek leider en onderhandelaar van het CDA. Het is een onderhoud met meerdere collega’s over de vorming van een linkse coalitie: een (gedoog)variant met acht partijen (GroenLinks, PvdA, D66, CDA, CU/SGP, Nida, SP en Partij voor de Dieren), negen wethouders en 23 zetels. Bij al deze partijen bestaat draagvlak voor deze optie, constateert Kathmann in haar op donderdag 31 mei om 13.32 uur verstuurde mailtje aan Rosenmöller en Duisenberg.

Het is, zoals gezegd, een stoutmoedige poging om de VVD voor eens en voor altijd op de knieën te dwingen en daarmee eindelijk een doorbraak te forceren, waar iedereen inmiddels naar snakt, tot in Den Haag aan toe. Kathmann rept in haar bericht over ‘onorthodoxe wegen/varianten’. Ze heeft ook een kleine rekensom bijgevoegd voor ‘beste Paul en Pieter’:

– GroenLinks (5 zetels) – 2 wethouders
– PvdA (5 zetels) – 2 wethouders
– D66 (5 zetels) – 2 wethouders
– CDA/CU (samen 3 zetels) – 1 wethouder
– NIDA/SP (samen 4 zetels) – 1 wethouder
– Partij voor de Dieren (1 zetel) – gedoogpartner

Haast is geboden. Na zeventig dagen van oeverloos pim-pam-petten staat de goede naam en eer van Rotterdam op het spel. De havenstad is de enige grote gemeente van de in totaal 380 die nog altijd wacht op een coalitieakkoord. In Den Helder en Enkhuizen is het ook een puinhoop, maar in die laatste gemeente besluiten de hopeloos verdeelde partijen in arren moede om vier jaar lang ‘coalitieloos’ te blijven. Zover kan en mag Rotterdam het niet laten komen, is de eensluidende mening. In de stad die zichzelf graag op de borst mag slaan vanwege de eigen daadkracht. ‘Niet lullen, maar poetsen’, zo was het toch? In het voorjaar van 2018 klinkt die officieuze stadsleus als een holle, ja bijna lachwekkende frase.

Nida blijkt slechts een pion

Heel Nederland kijkt mee, vol verbazing over de kolderieke slapstick die zich aan de boorden van de Nieuwe Maas ontrolt. Het multiculturele Rotterdam (circa 180 nationaliteiten) is in de aanloop naar de verkiezingen door tal van media uitgeroepen tot het “electorale slagveld van het land”. Reden? Het rijkgeschakeerde politieke krachtenveld en de (vermeende) onderlinge tegenstellingen: van de migrantenbeweging Denk tot de Leefbaar-erfopvolgers van Pim Fortuyn, van de islamitisch geïnspireerde lokalo’s van Nida tot de ‘oudjes’ van 50Plus – een voor een doen ze mee. Dat is, bezien door een journalistieke bril, uiteraard smullen.

El Ouali leest over de schouder mee met de mail die Kathmann opstelt. Hij knikt goedkeurend, maar in haar later via Dagblad010 uitgelekte bericht herkent hij zich niet of nauwelijks. “Zo stond het niet in haar beeldscherm, toen ik meelas.” Daar zit voor hem de adder onder het gras. Zijn partij is onderdeel van plan B, niet van plan A: het naar later blijkt winnende sextet, bestaande uit VVD, PvdA, D66, GroenLinks, CDA en CU/SGP. Dat laatste is hem ontgaan of later toegevoegd.

“Nourdin heeft lijfelijk aan tafel gezeten, maar ook niet meer dan dat”, zegt een betrokkene. “In werkelijkheid speelde hij geen rol van betekenis. Dat had hij zelf niet door, pijnlijk genoeg. Hij heeft er alles aan gedaan om zo rationeel en betrouwbaar mogelijk over te komen, maar hij moet toch hebben geweten dat overige linkse partijen niet zo op hem zaten te wachten? Zo niet, dan is hij een tikkeltje naïef.”

El Ouali verwijst die lezing naar het rijk der fabelen. Wat krom is, wordt achteraf recht gepraat, stelt hij. Zijn partij betaalt deels de tol voor de vrees in politiek-bemoeizuchtig Den Haag als zou Nida de lokale equivalent zijn van Denk, de club die – terecht of niet – bij velen te boek staat als een “onverzoenlijke Turkenpartij”. El Ouali, instemmend: “Onderschat de beeldvorming niet, dat is meer dan een rekensom. Een beetje tegenwind en mensen raken meteen in paniek. Dan gaat het niet om de inhoud, of wat je doet of wat je wilt. Nee, verreweg de meeste politici zijn bezig met de volgende verkiezingen, niet met de volgende generatie. Die electorale oriëntatie op de macht is negen van de tien keer een enorme sta-in-de-weg voor de juiste besluitvorming.”

“Deze christelijke-elitaire regentencombinatie sluit niet aan op 2018”

Bovendien is de linkse middenvariant, met Nida en CDA, die donderdag 31 mei volgens hem wel degelijk levensvatbaar: meer zetels en dus meer stabiliteit. Plus de wetenschap dat deze optie kan bogen op meer dan vijftig procent van de uitgebrachte stemmen. Dit is “het muizengaatje” waar Rosenmöller en Duisenberg het die dag over hadden, toen ze hun ultimatum aankondigden dat alle kemphanen nog een week de tijd kregen om elkaar te vinden, meent El Ouali. “Maar wat doen ze? Ze kiezen voor oude politiek: een christelijke-elitaire regentencombinatie die niet aansluit aan op 2018.” Dit veelkoppige monster is in zijn ogen “heel erg 2001”, het jaar dat de boeken is ingegaan als de ideale voedingsbodem van de Leefbaar-revolte een jaar later.

De mail van Kathmann wordt door de informateurs zeer eenzijdig geïnterpreteerd, constateert El Ouali. “Tussen lef en laf zit maar één klinker verschil. Dit was een laffe keuze, terwijl Rotterdam een stad is van lef.” Dat is ook zijn boodschap aan VVD en CDA: in 2002 hebben beide durf getoond door een college te vormen met nieuwkomer Leefbaar. Ditmaal loopt het anders, reconstrueert hij. “Rosenmöller en Duisenberg hebben Judith en Vincent die donderdagavond weer aan tafel gezet, waarbij met name Vincent werd aangepraat dat hij met zijn handen op zijn rug gebonden was en dat-ie z’n plek moest kennen. Judith koos ervoor om af te wijken van de eerder die dag gemaakte afspraken. Zij parkeerde ons onder meer en kwam uit op de variant met VVD inclusief CU/SGP en CDA. Ik denk: op basis van stalorders vanuit Den Haag.”

Of is hij het slachtoffer van de wet van de remmende voorsprong? El Ouali geldt als het slimste jongetje van de klas: verbaal begaafd, gezegend met een verfijnd politiek-strategisch inzicht. Zowel op de verkenners als de informateurs maakt hij indruk. El Ouali, een representant van het nieuwe multiculturele Rotterdam, kijkt verder dan zijn neus lang is. Hem meenemen heeft zowel een voor- als een nadeel. “Je kan Nourdin beter neutraliseren dan dat je hem tegen je hebt”, klinkt het op de linkerflank. Nadeel is dat hij uitgekookt genoeg is om zich meer macht toe te eigenen dan waar hij op basis van het zetelaantal van Nida recht op heeft.

Verstoorde relaties

Uiteindelijk bijt El Ouali in het stof en dat heeft ook te maken met verstoorde relaties. Hier doet de wet van CDA-zwaargewicht en -vicepremier Hugo de Jonge opgeld: “Als de persoonlijke verhoudingen goed zijn, kunnen politieke verschillen van inzicht overbrugd worden”. In het geval van Bokhove en El Ouali is dat niet (meer) het geval. Hun onderlinge irritatie heeft een lange geschiedenis en gaat terug tot het najaar van 2009, wanneer Bokhove en El Ouali op respectievelijk plek drie en twee staan van de kandidatenlijst van GroenLinks voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010.

Beiden zijn gretig en ambitieus. Bokhove is door lijsttrekker Arno Bonte hoogstpersoonlijk ontdekt en opgepikt. Ze heeft indruk gemaakt als de geharnaste voorvrouw van de bewonersgroep, die ageert tegen een C2000-zendmast in Delfshaven. Bokhove, moeder van vijf kinderen, behaalt als eerste vrouw op de lijst beduidend meer stemmen dan de pedagoog El Ouali, die door de leden vooraf echter hoger is ingeschaald: 3.800 om 973. Het is voor haar reden om na de verkiezingen prompt het vice-fractievoorzitterschap op te eisen. El Ouali laat het begaan. Wat betekent die positie nou helemaal in een driemansfractie? “Maar het tekent Judith wel: ze is een streber die behalve een hele lieve ook een harde kant heeft, en niet schroomt om haar wensen zo – bam! – bij je op tafel te smijten.”

Toch vormen de drie een hechte eenheid in de periode 2010-2014. Als Bokhove in opspraak raakt, springen Bonte en El Ouali voor haar in de bres. Ze blijkt via een ingenieuze constructie ook directeur te zijn bij het energiebedrijf Greenchoice, nadat haar partner Michiel Rexwinkel daar onder druk van de Nederlandse Mededingingsautoriteit plaats heeft moeten maken. Bokhove zou verzuimd hebben die nevenfunctie te vermelden, toen ze aantrad als raadslid. Dat is tegen de regels.

De schijn van belangenverstrengeling dreigt, omdat het als duurzaam aangeprezen Greenchoice voor dertig procent eigendom is van Eneco, het energiebedrijf waarvan de gemeente Rotterdam op haar beurt weer grootaandeelhouder is. “Wij twijfelen niet aan de integriteit van Judith”, zegt Bonte meer dan eens. Zijn collega heeft haar bestuursfunctie wel gemeld, maar “later dan chique was geweest”. Ze krijgt een berisping na een door Bonte afgedwongen onderzoek van het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten; ze heeft het aanzien van het raadslidmaatschap geschaad.

“Ineens voelde ik me heel alleen staan, heel kwetsbaar ook”

De landelijke partijtop van GroenLinks toont minder mededogen. Campagneleider voor de Tweede Kamerverkiezingen 2012 is ene Jesse Klaver, dan de nummer vier bij de ‘groene ideeënpartij’ en vanaf 12 mei 2015 fractievoorzitter en dus politiek leider. In tegenstelling tot Bonte en El Ouali beschouwt hij Bokhove als een tikkende tijdbom, op het moment dat zij in opspraak raakt na publicaties in Het Financieele Dagblad. Bokhove kan maar beter opstappen, adviseert de dan pas 23-jarige campagneleider. “Dat heeft me wel geraakt, ja”, blikt Bokhove terug op die door haar genegeerde ‘eis’ vanuit Den Haag. “Ineens voelde ik me heel alleen staan, heel kwetsbaar ook, ondanks de hartverwarmende steun van mijn toenmalige fractie en dan met name van Arno.”

In plaats van een stap terug doet Bokhove een stap naar voren; ze gaat in het najaar van 2013 op het allerlaatste moment de strijd om het lijsttrekkerschap aan met Bonte, ‘de enige echte GroenLinks-huisvriend van GeenStijl’, zoals het weblog hem ooit noemde. “Arno bleek vier tegenkandidaten te hebben. Als hij de enige was geweest, had ik niet meegedaan.” Haar aanval op hem moet worden uitgelegd als een steun in zijn rug, hoe vreemd dat misschien ook klinkt, aldus Bokhove. Ze wint de interne strijd uiteindelijk met slechts zeven stemmen verschil en neemt de verslagen Bonte, initiator van tal van succesvolle publieksacties, mee als haar running mate. “Een betere kan ik mijzelf niet wensen.”

El Ouali vertrekt niet veel later; hij wordt leider van de dan net opgerichte ‘emancipatiebeweging’ Nida. Zijn overgang zit Bokhove niet lekker. “Nourdin was achter onze rug om al langer bezig met zijn overstap dan hij ons toen heeft doen willen geloven.” El Ouali zegt zich van geen kwaad bewust te zijn. “Ik ben in goede harmonie weggegaan, met een warme knuffel en een dito handdruk. Ik heb open kaart gespeeld, toen ik begon te overwegen om mijn hart te volgen en me aan te sluiten bij Nida.” Hij bespreekt dat met fractievoorzitter Bonte en afdelingsvoorzitter Frans de Wuffel. “Judith was helemaal geen gesprekspartner in dezen, ze was toentertijd ‘slechts’ een collega.” El Ouali geeft zijn zetel in december 2013 terug aan GroenLinks. “Ik ben geen zetelrover.”

Dat het niet botert tussen de twee oud-fractiegenoten blijkt ook uit een interview van Bokhove met Lover, een feministisch en cultureel-wetenschappelijk tijdschrift, gepubliceerd in september 2017. Over El Ouali zegt ze: “Je zou mensen kansen willen geven, bijna risico willen nemen om mensen hoog op de lijst te zetten en te zorgen dat ze hun eigen achterban aanspreken en laten zien dat ze draagvlak hebben, maar het is risicovol, het pakt niet altijd goed uit. We hebben in de vorige periode gezien dat je gelukszoekers hebt.”

El Ouali gaat later verhaal halen. Wat bedoelt Bokhove met die laatste term? Hij ervaart haar woorden als een ongepaste trap na en bovendien als een verkapte blijk van witte suprematie. Of is hij slechts overgevoelig? “Judith gaf een uniek kijkje in haar hoofd. ‘Wij hebben jou een kans gegeven, jij mag blij zijn maar in plaats daarvan ben je ondankbaar.’ Ik schrok daarvan, ik heb haar aangesproken op haar woorden. Toen begon ze te stotteren, zo van: ik heb het zo niet bedoeld, het is wat onhandig opgeschreven. Ok, heb ik gezegd. Maar doe me een lol en druk je voortaan wat zorgvuldiger uit svp.”

Twee kapiteins op een schip

Des te verrassender is het dat Bokhove uitgerekend hem om een steunbetuiging vraagt, als kort daarop blijkt dat zij concurrentie ondervindt bij haar pogingen om opnieuw lijsttrekker te worden van GroenLinks. Haar uitdager is Jeroen Postma (36), wetenschappelijk onderzoeker en docent bij de Erasmus Universiteit. Bokhove voelt zich overvallen door zijn “plotselinge kandidatuur”, erkent ze na afloop van een debat met Postma in de Pauluskerk. “Jeroen is onze afdelingsvoorzitter, iemand met wie ik daarom geregeld om de tafel zit. Maar hij zegt niks en kandideert zich. Ik vind dat een vreemde gang van zaken.” Haar critici ontwaren een dubbele moraal: vier jaar eerder heeft ze zelf broedermoord gepleegd op Bonte en nu zou Postma haar niet mogen uitdagen?

Bokhove zet hoog in; ze kondigt aan op te stappen als de dan ruim duizend leden – GroenLinks groeit als kool in Rotterdam, mede door de populariteit (van de meet-ups) van partijleider Jesse ‘Jessias’ Klaver – haar afwijzen. “Mochten de leden voor Jeroen kiezen, dan zie ik dat als een signaal dat er behoefte is aan andere koers. Het is heftig, maar twee kapiteins op een schip zie ik niet zitten.” Zover komt het niet. Bokhove heeft zich in de periode 2014-2018 kranig geweerd in de Rotterdamse raad en haar zaakjes piekfijn op orde. Ze heeft in de loop der tijd vele mailadressen van leden verzameld en stuurt hen een voor een bericht met het verzoek op haar te stemmen.

Bovendien kan ze pronken met een lijst met daarop de namen van prominenten, die haar openlijk steunen. Daarop staat ook de krabbel van El Ouali, tot verrassing van Postma. Hoe zuiver is dat, vraagt hij zich af. Een terechte opmerking, zegt El Ouali ruim driekwart jaar later schuldbewust. “Ik had dat niet moeten doen, ik heb spijt van mijn handtekening. Het was niet gepast en dat heb ik Jeroen naderhand ook laten weten. Als leider van Nida moet ik me niet mengen in een interne strijd bij de buren, ook al is dat mijn vorige partij. Maar ja, dat is ook weer de kracht van Judith: met een stralende en charmante glimlach pakt ze je in.” Bokhove (166 stemmen) wint met ruim verschil van Postma (67 stemmen) en slaat diens aanval behendig af.

IMG-2215
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Maar de grootste botsing tussen Bokhove en El Ouali voltrekt zich op maandag 12 maart, wanneer het Links Verbond in het zicht van de raadsverkiezingen, negen dagen later, met een daverende knal ten grave wordt gedragen. Een dag eerder opgerakelde tweet van Nida uit 2014, uitgebreid in beeld gebracht bij het tv-programma Nieuwsuur, blijkt de spelbreker te zijn. Daarin wordt de staat Israël vanwege de oorlogszuchtige anti-Palestinapolitiek op gelijke voet gesteld met de terreurbeweging IS. Woede en onbegrip tuimelen over elkaar heen, vooral op sociale media. De opstekende storm heeft de kracht van een tornado.

Het Links Verbond is een linkse samenwerking tussen de PvdA, SP, GroenLinks en Nida, bedoeld om rechts Rotterdam op voorhand de wind uit de zeilen te nemen en – idealiter – een voorschot te nemen op de coalitieonderhandelingen na de verkiezingen. In het akkoord maken de vier partijen afspraken over de aanpak van armoede en schulden, voldoende woningen voor iedereen in de eigen wijk en de energietransitie (van kolen naar gas). Ook wordt gepleit voor vrije dagen op niet-westerse feestdagen.

“We kregen onze schietschijf op een presenteerblaadje aangeboden”

De alliantie is vooral gericht tegen Leefbaar, op dat moment met veertien zetels de grootste partij in de gemeenteraad en het boegbeeld van het ‘Kendoe’-college met D66 en CDA, samen goed voor een minimale meerderheid van 23 van de 45 raadszetels. Leefbaar is opmerkelijk genoeg wel blij met het samenspannende viertal, vooral vanwege de deelname van Nida. De campagne is dan al op stoom gekomen en Leefbaar-voorman Eerdmans laat geen gelegenheid onbenut om zijn afkeer uit te spreken over het “links-islamitische blok”. “We kregen onze schietschijf op een presenteerblaadje aangeboden”, gniffelt partijstrateeg Ronald Buijt (49).

Zelf ervaren de vier die als neerbuigend bedoelde benaming aanvankelijk niet als een diskwalificatie. Integendeel: het is een geuzennaam, stelt de initiator van de ‘linkse coup’, SP’er Leo de Kleijn (59). “We hebben de afgelopen vier jaar op tal van terreinen goed met elkaar samengewerkt in de oppositie. Dat schept vertrouwen voor de toekomst.” Cynici spreken echter schamper over “de natte droom van Leo”. De SP-leider is al jaren achter de schermen bezig om een links alternatief voor “het gure, rechtse en verwerpelijke beleid van Leefbaar” te smeden. Dit is zijn finest hour. Op een welgekozen moment – woensdag 14 februari, oftewel Valentijnsdag – kondigen PvdA, SP, GroenLinks en Nida de geboorte aan van hun geesteskind. Het signaal is duidelijk: love is in the air.

Maar dat is schone schijn. Op de avond van de presentatie in jazzcafé Bird staat Bokhove openlijk te flirten met de aanwezige D66-leider Saïd Kasmi. Het Links Verbond is dan ook “een kind met een waterhoofd”, meesmuilen critici. Bokhove, hoofdschuddend: “Dat is echt onzin, onze samenwerking had potentie.” En ja, ze mag graag flirten. “Wat is daar bovendien mis mee als je weet dat je straks vrijwel zeker ook andere partijen nodig hebt om daadwerkelijk een vuist op links te maken?”

Maar de vingers van de vier komen onder druk van alle ophef tussen de deuren, waarna Bokhove met een van pijn vertrokken gezicht de eerste is die haar handen schielijk terugtrekt. Dat gebeurt die maandag aan het einde van de middag, nadat Klaver kort daarvoor in het politiek café van het weekblad Libelle onverkort heeft laten weten dat Nida zich moet distantiëren van de “ongepaste boodschap”. Maar daartoe is El Ouali niet bereid en dat laat hij Bokhove, Kathmann en De Kleijn ook weten tijdens hun crisisberaad op het Rotterdamse stadhuis. “Iedereen mag vinden van die provocatieve tweet wat hij of zij wil, maar die moet gelezen en begrepen worden in de context van het moment”, zegt hij. Daarmee verwijst hij naar de zomer van 2014, toen een maatschappelijke discussie woedde over het optreden van Israël tijdens de zoveelste Gaza-oorlog. Dat statement herhaalt hij later die avond bij het tv-programma Pauw.

Vertrouwen op papier is geen vertrouwen

El Ouali beroept zich daarnaast op de vrijheid van meningsuiting. Met zijn “steunbetuiging aan het vrije woord” werpt hij indirect de vraag waarom moslims niet zouden mogen provoceren en andere groepen wel. Bovendien, zo zegt hij in het onderhoud met zijn drie linkse collega’s: elkaar de maat nemen op basis van standpunten waarover geen afspraken zijn gemaakt, raakt aan het vertrouwen. Hij kan ook op internet gaan grasduinen en opvattingen vinden van de anderen, die hem en zijn partij niet zinnen. De Kleijn deelt die mening. “Nourdin had volkomen gelijk. Ik kende die tweet niet, maar vond ’m ook niet problematisch. De bezettingspolitiek van Israël is ook klote en IS is ook een verderfelijke club is. Nou, dat vind ik ook.”

Bokhove daarentegen vindt de boodschap aanstootgevend. “Judith bleef maar in dubio zitten”, herinnert El Ouali zich. “Het was al snel duidelijk dat ze van hogerhand onder druk was gezet en zo voelde ze zich ook, want ze zag lijkbleek.” Kathmann aarzelt. Bokhove wil dat El Ouali “in elk geval een beetje beweegt om ons comfort te bieden” en eist dat ze hun afspraken op papier zetten. Tevergeefs. El Ouali weigert te voldoen aan de wens van zijn oud-partijgenote, in wie hij steeds minder die joviale collega van weleer herkent. “Wat zegt dat over het onderlinge vertrouwen binnen ons verbond als ik nu ineens wordt gedwongen om mijn mening op papier te zetten?”

Met terugwerkende kracht beschouwt Bokhove het als haar fout dat ze Kathmann, De Kleijn en El Ouali heeft laten ontsnappen. Een gezamenlijk statement had de kou uit de lucht kunnen halen, meent ze. “Nourdin en Leo zijn veel autonomer dan ik”, zegt Bokhove bijna drie maanden later. “Nourdin heeft alleen Nida, Leo voelt zich binnen de SP autonoom en zo gedraagt hij zich ook. Dat is toch anders praten en denken. Ik ben lid van een landelijke partij, eentje die bovendien in de lift zit. Vandaar dat ik een groter belang heb dan alleen Rotterdam. Met alle respect, maar bij Nourdin gaat hem om twee zetels hier en [sinds 21 maart] één zetel in Den Haag, bij ons gaat het om zeshonderd zetels.”

Noem haar dan ook niet ‘het schoothondje van Jesse’ die, net als haar politiek leider zelf (kabinetsformatie 2017), weer eens last krijgt van een aloude GroenLinks-kwaal: slappe knieën als het spannend wordt. “Ik kan het naar mijn partij toe niet maken dat het dagenlang in het landelijke nieuws over Rotterdam gaat. Daarmee had ik de belangen van GroenLinks geschaad. Ik beschik over een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Bovendien: als het gaat om verbinding, dan was dit geen verbindende tweet en dan kan je daar toch afstand van nemen? Deze tweet is kwetsend, punt. Voor Nourdin was het een win-win-situatie, want hij kon daarna in elk denkbaar praatprogramma zijn verhaal doen. Maar hij had ook groots kunnen zijn.”

“Het opblazen van het Links Verbond is laf verraad van de kutclub GroenLinks”

De bom barst als de vier na afloop van hun crisisberaad op de overloop van het stadhuis worden opgewacht door een batterij aan tv-camera’s. Alle betrokkenen doen hun zegje. “Je stapt niet uit je idealen”, zegt Kathmann op strijdvaardige toon. El Ouali doet zijn verhaal over de juiste context van de tweet, De Kleijn laat weten dat sprake is van een storm in een glas water. Alle drie houden ze zich keurig aan de afspraak: de twee heikele woorden “afstand nemen” vallen niet. Dat geldt niet voor Bokhove. El Ouali: “Toen Barbara en Leo wegliepen, bleef Judith hangen en liep ze vervolgens terug naar de NOS-camera. Ik dacht: nu wordt het interessant. Ik ben naast de cameraman gaan staan, waardoor ze mij bijna recht in de ogen aankeek en ja hoor, toen zei ze het. ‘Voor ons heeft Nida voldoende afstand genomen.’ Dat was een leugen, we hadden géén afstand genomen van de inhoud van die tweet! Met dat ene zinnetje schond ze bovendien de afspraak.”

El Ouali is witheet, stormt naar beneden en deelt zijn woede niet veel later met de PvdA’ers, die op dat moment vrolijk zitten te twitteren dat alles weer pais en vree is. Kort daarop verschijnt op hetzelfde medium een bericht van Bokhove, dat haaks staat op haar uitspraken bij de NOS: ‘In tegenstelling tot wat we hebben afgesproken neemt Nida onvoldoende afstand van de verwerpelijke tweet uit 2014. Ik heb geen vertrouwen meer in de opstelling van Nida. Daarmee is wat mij betreft geen plaats meer voor Nida in ons verbond.’

De Kleijn is dan al vertrokken. Hij is aanwezig bij een debat bij werkgeversorganisatie VNO-NCW. “En daar was ik best aardig op dreef, al zeg ik het zelf. Totdat ik een appje van Barbara zag dat het alsnog fout liep en ik maar beter terug kon komen naar het stadhuis.” Dat doet hij braaf, maar het leed is dan al geschied. “We hadden een afspraak op hoofdlijnen, maar als je op gegeven moment gaat zeggen dat de ene partij standpunten uit het verleden moet aanpassen omwille van de lieve vrede in het heden, dan is het einde zoek.”

Dat het Links Verbond implodeert, vindt De Kleijn dan ook “louter en alleen te wijten aan Judith”. Ruim twee maanden later kan hij zich nog altijd opwinden over “het laffe verraad van die kutclub genaamd GroenLinks”. “Je bent als politicus geen knip voor de neus waard als je je zo laat ringeloren door de hogere machten binnen je eigen partij. Judith had een droom – wethouder worden – maar dat is inhoudelijk geen idee. Ze weet ook niets van de gebeurtenissen van 2014 in Gaza, laat staan de context van dat conflict. Die kennis heb ik wel, ik was destijds bij die demonstraties betrokken, samen met onder anderen Nourdin. Barbara liet zich vooral leiden door de vraag: hoe houden we de boel bij elkaar?”

Een non-keuze tussen vader en moeder

Ook El Ouali wijst Bokhove zonder dralen aan als diegene die het Links Verbond willens en weten heeft getorpedeerd. “Ze zat niet met haar hoofd in Rotterdam, maar in Den Haag en Utrecht, en heeft zich in een loyaliteitsconflict laten manoeuvreren door Klaver enerzijds en hun campagneleider Wijnand Duyvendak anderzijds. Dat is geen keuze, want het is een keuze tussen je vader en je moeder.” Opnieuw toont Bokhove haar vileine en onbetrouwbare kant, concludeert hij.

Dat komt des te harder aan, omdat El Ouali nota bene voortkomt uit GroenLinks en nog altijd grote sympathie koestert voor zijn oude liefde. Hij heeft bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 niet voor niets op Arno Bonte gestemd, de nummer 25 op de kandidatenlijst van zijn vroegere partij die het vanwege zijn lage klassering overigens niet redt. El Ouali: “Ze kennen me daar, van Jesse Klaver tot Zihni Özdil, van Rik Grashoff tot Kathalijne Buitenweg.” En toch wordt hij door zijn ex-partijgenoten indirect weggezet als een onbetrouwbare fundamentalist. Dat doet pijn.

Als het Links Verbond die maandagavond op sterven na dood is, lost Kathmann het finale nekschot. ‘Tweet is meer dan vrijheid van meningsuiting, tweet blijft voor @pvdarotterdam niet door de beugel kunnen’, schrijft ze op Twitter. ‘Na overleg met betrokkenen constateer ik dat samenwerking in deze vorm toch niet mogelijk is. @pvdarotterdam blijft gaan voor progressieve samenwerking!’ El Ouali noch De Kleijn neemt het haar kwalijk. “Het was over en uit, het had geen zin meer om de boel te reanimeren”, zegt de laatste.

Dat Bokhove aan de leiband loopt van Klaver is – paradoxaal genoeg – zowel verrassend als vanzelfsprekend. Verrassend gelet op hun eerdere aanvaring (hij drong als campagneleider aan op haar vertrek toen ze in opspraak raakte), vanzelfsprekend omdat Bokhove de steun van de partijtop nodig heeft om haar droom (wethouder worden) te verwezenlijken.

GroenLinks is verworden van ‘een ideeënpartij op zoek naar macht’ tot ‘een machtspartij op zoek naar ideeën’, constateert de Volkskrant op zaterdag 30 juni in een stuk, waarin ook Bokhove wordt geciteerd. Zelf heeft ze misschien wel het beste bewijs geleverd voor die stellingname. Dankzij een prima uitslag op 21 maart – in Rotterdam gaat GroenLinks van twee naar vijf zetels – is haar partij vertegenwoordigd in het college van maar liefst 99 gemeenten – een record dat beantwoordt aan de doelstelling die Klaver (meedoen in honderd steden en dorpen) vooraf heeft geformuleerd. In de vorige periode mochten zijn volgelingen nog maar in 55 gemeenten aan de knoppen draaien.

“Links wendt haar almacht aan voor censuur en racisme”

De implosie van het Links Verbond komt GroenLinks echter wel op een pijnlijke terechtwijzing te staan van socioloog Willem Schinkel, een wetenschapper die verbonden is aan de Erasmus Universiteit en enig gezag geniet in links-intellectueel Nederland. “Links is al jaren aan de macht, censureert het debat en wendt haar almacht aan om de vrijheid van meningsuiting nog verder te beknotten”, schrijft hij twee dagen later op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Een moslim wordt volgens hem nog steeds niet beschouwd als een volwaardig politicus. “En zulk meten met twee maten heeft dus een naam, eentje die zich zeker niet overal op laat plakken maar hier nu juist uitermate toepasbaar is: het is een vorm van racisme.”

El Ouali troost zich met die verkapte steunbetuiging. Bokhove en hij zijn daarna wekenlang niet on speaking terms. Totdat hij ruim twee maanden later het initiatief neemt voor een één-op-ééngesprek, dat plaatsheeft op vrijdag 18 mei. Gezeten op een bankje aan de lommerrijke Heemraadssingel pogen beiden de lucht te klaren. El Ouali: “Weerstand moet je wegnemen en ik wilde weten of Judith antipathie jegens mij voelde. En zo ja: waarom? In de dagen na het klappen van het Links Verbond heb ik veel mailtjes gekregen van GroenLinks-leden, die mij een hart onder de riem staken en zich schaamden voor de hele gang van zaken. Judith is daar door haar eigen achterban ook op aangesproken.”

Bokhove maakt op El Ouali “een licht geëmotioneerde indruk”. “Ze vroeg begrip voor haar situatie. Ze heeft twee fouten gemaakt: ze heeft zich onder enorme tijdsdruk laten zetten en het toegestaan dat ze door de partijtop in een spagaat werd gedwongen.” Een kat in het nauw dus, aldus El Ouali. Bokhove zegt geen aversie tegen hem te koesteren. Excuses worden evenwel niet gemaakt. Beiden nemen met een goed gevoel afscheid. De wolken zijn verdreven, de zon schijnt weer. Voor zolang het duurt. Op 3 juni, wanneer de nieuwe coalitie zich presenteert, meent El Ouali dat Bokhove hem opnieuw een streek heeft geleverd door Nida bewust buiten het stadsbestuur te houden. Hij is “wel een beetje klaar” met haar: “Fool me once, shame on you, fool me twice, shame on me.”

Het Nieuwe Rotterdam ontbreekt

Op haar beurt begrijpt Bokhove de teleurstelling van El Ouali. Maar hij redeneert, net als na het klappen van het Links Verbond, te zeer vanuit zijn eigen straatje. “Anderen hoeven niet voor mij te denken, dat kan ik zelf wel”, zegt Bokhove, lichtjes geërgerd. “Mijn voornaamste doel was om Leefbaar buiten de deur te houden. Vergis je niet: ik heb te maken met leden die bij een ledenvergadering met tranen in de ogen staan, omdat ze zich buitengesloten en afgewezen voelen door de keiharde identiteitspolitiek van Leefbaar. Op dat thema heeft Eerdmans ook voortdurend ingezoomd tijdens de campagne, tot onze grote ergernis. Ik had Nourdin heel graag meegenomen in een nieuw college, al was het maar als tegenwicht voor Leefbaar en omdat hij en zijn achterban het symbool zijn van het ‘Nieuwe Rotterdam’. Maar VVD en CDA wilden dat niet en om Leefbaar af te schudden, konden wij die twee partijen niet verliezen.” Politiek bedrijven is ook keuzes maken, zoveel wil ze maar zeggen. En soms zijn dat harde keuzes.

Kathmann betreurt, zeker achteraf, het uiteenvallen van het Links Verbond. “Als dat stand had gehouden, hadden we heel veel eerder een coalitie in elkaar getimmerd en had Nida de plek gekregen die zij verdient als links-progressieve partij. Nu blijft het beeld hangen bij in elk geval een deel van hun achterban dat men is afgewezen op basis van de islamitische geloofsovertuiging. Dat komt de onderlinge verhoudingen in de stad niet ten goede en dat is slecht nieuws. Wat achteraf bezien helemaal zonde is, is het feit dat CU/SGP vorig jaar instapte bij het Zomerakkoord. Was dat niet gebeurd en hadden wij als verenigde oppositie de macht overgenomen van Leefbaar, D66 en CDA, dan had Nida het zaadje kunnen planten, waar we na 21 maart op hadden kunnen voortborduren.”

Een andere verliezer is Leo de Kleijn. Onder zijn leiding lijdt de SP een bittere nederlaag: de socialisten gaan terug van vijf naar twee zetels. Raspoliticus De Kleijn, raadslid sinds 2006, is een gebroken man. “In de peilingen deden we het heel aardig, Maurice de Hond schatte ons telkens in op vier tot zes zetels”, zegt hij ruim twee maanden later, gezeten op het terras van een café in zijn thuisbasis Rotterdam-Noord. “Ik heb me daardoor ook een beetje in slaap laten sussen.”

De Kleijn geldt jarenlang als de ‘pitbull van het Rotterdamse stadhuis’. Bestuurders vrezen zijn scherpe tong evenzeer als zijn dossierkennis. “Leo verstaat de kunst om telkens maar weer in je broekspijpen te hangen”, heet het in de wandelgangen. In 2009 wordt de geboren Noord-Limburger uitgeroepen tot Rotterdams Politicus van het Jaar. Binnen de landelijke partijtop is hij aanzienlijk minder populair; daar geldt De Kleijn als een onverbeterlijke wijsneus en een luis in de pels, die geen gelegenheid onbenut laat om het gebrek aan transparantie binnen de stalinistische kaders van de SP aan de kaak te stellen. Te vaak bevuilt hij het eigen nest, menen types als partijvoorzitter Ron Meyer.

Op zondag 25 maart, vier dagen na de voor hem en zijn partij desastreus verlopen stembusgang, komt een abrupt einde aan de politieke loopbaan van De Kleijn. Hij trekt de onvermijdelijke conclusie uit de monsternederlaag. Zijn geloofwaardigheid ligt aan gruzelementen. “Ik ben niet iemand die snel wegloopt als het slecht gaat en ben niet te beroerd om mijn partij en de SP-kiezers ook in minder goede tijden te vertegenwoordigen”, schrijft hij in zijn afscheidsbrief aan burgemeester Ahmed Aboutaleb. Maar na zo’n pak op zijn falie wil hij ‘plaats en ruimte’ bieden aan een nieuwe SP-fractie.

De Kleijn wordt opgevolgd door de bedaagde Aart van Zevenbergen (65) uit Vreewijk, maar die speelt met twee zeteltjes amper een rol van betekenis in het spel om de knikkers na de verkiezingen. Tandenknarsend kijkt hij toe vanaf de zijlijn. Op 30 mei – naar later blijkt de dag van de coalitiedoorbraak-in-wording – geeft hij een teken van leven door alle sociale partijen te verzoeken nog één keer de handschoen op te nemen en “het 010-puntenprogramma voor een sociaal, duurzaam en divers Rotterdam” te onderschrijven. “Rotterdammers zitten niet te wachten op dit partijpolitieke gekonkel, maar willen weten waar ze aan toe zijn.”

De kaasstolp van de Coolsingel

Hier weerklinkt de ouderwetse retoriek van straatvechter De Kleijn. Maar de ict-medewerker, werkzaam in de jeugdhulpverlening, is op dat moment elders met zijn gedachten. “Ik ben en blijf een politiek dier, maar de afstand tot het stadhuis bevalt me wel. Als raadslid had ik overal een mening over, nu komen er onderwerpen voorbij die me geen reet interesseren, zoals dat voorspelbare gedoe over die anti-islamengerds van Pegida. Daar was ik nog niet zo lang geleden bovenop gevlogen, nu las ik het en dacht: gaat nergens over. Ik ben tot het inzicht gekomen dat ook ik jarenlang gevangen zat in de kaasstolp van de Coolsingel.”

Nu hij meer afstand heeft genomen, is de verkiezingsnederlaag van de SP ook beter te duiden. De Kleijn voert vier redenen aan voor de electorale draai om zijn oren: zelfoverschatting, de schipbreuk van het Links Verbond, “de gijzeling van de campagne door de landelijke media, waardoor ik zelden of nooit mocht meedebatteren” en – last but not least – het eigen onvermogen. “Wij zijn niet in staat gebleken onze eigen campagne op straat groots te maken. Dat neem ik mezelf niet kwalijk. We kregen gewoon niet voldoende mensen op de been.”

Dat laatste constateert ook de onderzoekscommissie, die door het Rotterdamse partijbestuur aan het werk wordt gezet om het eigen falen in kaart te brengen. In de hoop dat daar wijze lessen uit te trekken zijn voor de nabije toekomst. ‘We zijn het contact met de (meeste) leden verloren’, schrijven onderzoekers Herman Beekers, Wassim Benali, Josje Beukema, Diederik Olders en Bert Peterse in hun kritische zelfanalyse.

Het is niet voor niets dat het ledenaantal de afgelopen jaren schrikbarend snel is geslonken: van ruim 1.800 naar nog geen 1.400. Daarmee is de partij overigens nog altijd de op één na grootste van de stad, achter de PvdA, dat kan pronken met een geschat ledenaantal van 1.700. “Onze stelling was altijd ‘geen fractie zonder actie’, maar we waren steeds minder bezig om onze leden te betrekken bij acties voor een betere samenleving en daarbij nieuwe leden te winnen.”

‘De afwijzing van het Links Verbond was onkameraadschappelijk en heeft de SP-campagne flink geschaad’

Ook partijleider Lilian Marijnissen en haar medestanders in de partijtop krijgen een veeg uit de pan. ‘De openlijke afwijzing van het Links Verbond door landelijke kopstukken op televisie was onkameraadschappelijk en heeft onze campagne flink geschaad.’ De SP Rotterdam moet terug naar het aloude activisme op straat, luidt de opdracht. Het rapport is kraakhelder en verrassend eerlijk, maar behalve het contact met de eigen leden lijkt de partij ook het contact met de realiteit verloren. Waarom worden de bevindingen zo angstvallig onder de pet gehouden? Op maandag 25 juni lekt het zelfonderzoek alsnog uit via de website Vers Beton.

In vergelijking met de SP heeft GroenLinks de omgekeerde weg bewandeld: de partij stijgt onder leiding van de goedlachse Bokhove van twee naar vijf zetels. GroenLinks groeit daardoor uit tot een van de winnaars van de Rotterdamse verkiezingen, net als Denk (van nul naar vier) en VVD (van drie naar vijf). GroenLinks profiteert daarbij niet alleen van de hype rond de energiek rondreizende karavaan van Klaver, de politieke nazaten van PSP, PPR, CPN en EVP zoeken in Rotterdam nadrukkelijk de kiezers op. Geen partij die in de campagne – en zelfs daarvóór al – zo vaak op straat te vinden is en van deur tot deur aanbelt als GroenLinks.

Uitgerekend dat publieke activisme was tot voor kort de kracht en het handelsmerk van de SP. “We zijn ze ditmaal niet of nauwelijks tegengekomen”, zegt Bokhove enigszins verbaasd. Het speelveld lag daardoor grotendeels open, de SP stond erbij en keek ernaar. De gevallen kampioen ‘belletje trekken’ trekt het boetekleed aan. Sinds het mislukte Woonreferendum van november 2016 (ongeldig door een veel te lage opkomst van 16,9 procent) is de animo onder de SP-leden om campagne te voeren sterk afgenomen. De partij zelf heeft daarna te weinig gedaan om het heilige vuurtje van de actiebereidheid op te poken. De lage opkomst in Rotterdam (46,7 procent) speelt de SP ook parten: veel traditionele ‘partij-van-de-rode-tomaat’-stemmers bleven thuis.

Electorale SP-vijver wordt kleiner

Met de kritische noten in het achterhoofd stelt het lokale partijbestuur een concept-actieplan op om de SP weer op de kaart te zetten. Dat is geen eenvoudige opgave, want Rotterdam is niet meer de linksgeoriënteerde arbeidersstad van weleer. Klassiek links zit in de verdrukking, constateert de SP. Rotterdam wordt meer en meer een toevluchtsoord voor hogeropgeleiden. Dat zijn doorgaans geen SP-stemmers: de electorale vijver is dus kleiner dan voorheen.

De partij behaalt op 21 maart haar beste scores in ‘relatief zeer witte, zeer oude en matig arme wijken: Wielewaal, Heijplaat, Vreewijk. En verliest aan GroenLinks en Nida in de wijken waar die partijen winnen, vooral in onze 2014-bolwerken Oude Westen en Nieuw Crooswijk’.

Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. Het is een publiek geheim dat onder leiding van De Kleijn in de periode 2014-2018 sprake was van een tot op het bot verdeelde fractie, waar de onderlinge irritaties vaak hoog opliepen. Met aan de ene kant de hardliners De Kleijn en zijn trouwe metgezel Josine Strörmann (54), en aan de andere kant het jonge duo dat af en toe bereid was om wel compromissen te sluiten: Sun Yoon van Dijk (35) en Querien Velter (34). Het is geen wonder dat beiden niet terugkeren op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 21 maart. Al hebben ze een perfect excuus: zowel Van Dijk (Schiedam) als Velter (Maassluis) heeft verhuisplannen. Vermalen tussen die twee tegenpolen zat Tom Weerdmeester (26). Hij viel niet te benijden.

Die verschillende denkrichtingen lopen als een breuklijn door de partij heen, als de SP begint aan de campagne. Eenheid is ver te zoeken. Wat te denken bijvoorbeeld van partijvoorzitter en oud-fractievoorzitter Theo Cornelissen, die sinds zijn huwelijk in 2008 met de Nederlands-Turkse Pinar Coşkun – zelf lid overigens van de Partij voor de Dieren (PvdD) – door het leven gaat als Theo Coşkun. De Kleijn en hij onderhouden geen contact meer met elkaar, hoewel ze op een steenworp afstand van elkaar wonen en van 2006 tot 2010 een geolied koppel vormden in de gemeenteraad, samen met Strörmann. “Leo heeft mij vlak na zijn vertrek in een mail kwalijk genomen dat ik aan zijn stoelpoten heb lopen zagen.”

“Leo analyseert op zijn eigen manier, hij legt geen zelfkritiek aan de dag”

Dat is geen onterecht verwijt. Coşkun meent dat De Kleijn “een uitstekend debater” is, maar hij is volgens hem te rechtlijnig en staat bovendien te vaak op de tenen van de partijnotabelen. “Kritiek hebben is prima, maar kom dan ook met alternatieven”, zegt Coşkun. “Dat heeft Leo zelden of nooit gedaan. Hij analyseert op zijn geheel eigen manier. Wat hij echt vindt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat hij in zijn afscheidsinterview in NRC constateert dat de SP geen smoel heeft in de discussie over racisme. Maar in hetzelfde interview legt hij geen enkele vorm van zelfkritiek aan de dag. Dat is niet voor het eerst en dat heb ik hem laten weten. Dat vindt Leo niet leuk.”

Daarmee is niets te veel gezegd. Het SP-duo Theo&Leo bestaat niet meer, erkent de laatste. “Maar als Theo nu langs zou komen lopen, dan krijgt hij een biertje.” Toch klinkt hij verbitterd, zittend op het terras van café Ollie met zijn staalblauwe ogen en verfomfaaide overhemd. Fel: “Theo heeft bedacht dat de SP in Rotterdam weer een gehoorzame afdeling moet worden van het landelijk partijbestuur. Daar heb ik niets mee. Ik ben niet van de gehoorzaamheid! Wij hebben jarenlang geprobeerd om hier een eigen geluid neer te zetten. Theo is daar niet van, hij wil knikken en buigen. Ik denk: fuck you!”

Maar over zelfkritiek beschikt De Kleijn wel degelijk. “Theo en ik konden het in de periode 2006-2010 inderdaad goed vinden in de fractie, de laatste jaren zijn we echter uit elkaar gegroeid. Wat ons heeft opgebroken, en dat heb ik onderschat en dat is meteen de vijfde reden van ons verlies: we hebben als SP in Rotterdam heel veel energie gestoken in de landelijke discussie over de koers van de partij. Dat reken ik mijzelf wel aan.”

Zijn laatste politieke streek levert De Kleijn op donderdag 22 maart, wanneer de dertien fractievoorzitters in de leeszaal van het stadhuis nakaarten over de complexe verkiezingsuitslag en hij brutaalweg een tweede verkenner (Derk Loorbach) voorstelt. Het is niet voor niets dat Aboutaleb zich aan het einde van de verkiezingsavond opwerpt als de grote verzoener, als de schade van het nog verder versplinterde politieke landschap een feit is. “Ik ben bereid een potje lijm aan te bieden.”

Bekijk: de zetelverdeling van de nieuwe gemeenteraad

zetelverdeling

Leefbaar Rotterdam (20,5 %) / 47.312 stemmen / 11 zetels
VVD (10,68 %) / 24.641 stemmen / 5 zetels
D66 (9,93 %) / 22.920 stemmen / 5 zetels
GroenLinks (9,85 %) / 22.721 stemmen / 5 zetels
Partij van de Arbeid (9,65 %) / 22.275 stemmen / 5 zetels
Denk (7,35 %) / 16.955 stemmen / 4 zetels
Nida Rotterdam (5,37 %) / 12.389 stemmen /2 zetels
SP (4,93 %) / 11.389 stemmen / 2 zetels
CDA (4,66 %) / 10.756 stemmen / 2 zetels
PVV (3,53 %) / 8.149 stemmen / 1 zetel
Partij voor de Dieren (3,51 %) / 8.091 stemmen / 1 zetel
50Plus (3,19 %) / 7.359 stemmen / 1 zetel
ChristenUnie-SGP (3,01 %) / 6.956 stemmen / 1 zetel

Eerdmans staat tweede verkenner toe

Nog nooit eerder in de geschiedenis van Rotterdam telt de stad zoveel verschillende partijen die de grootste zijn geworden in een buurt. Leefbaar komt in 38 van de 68 wijken als winnaar uit de bus, gevolgd door nieuwkomer Denk (tien), GroenLinks en VVD (acht) en Nida (twee). D66 en SP sluiten de rij met beide één buurt. Saillant detail: de PvdA, decennialang oppermachtig in de havenstad, is in geen enkele wijk meer de grootste en noteert opnieuw een nederlaag. De partij gaat van achttien (2006), veertien (2010), acht (2014) naar vijf zetels (2018) – opnieuw een historisch dieptepunt.

El Ouali heeft een strategische positie ingenomen tijdens het presidiumoverleg, pal links naast Aboutaleb. “Zelfs daar denk ik dus over na.” Na een spijkerharde campagne, uitvergroot en opgeklopt door veel landelijke media, vraagt de burgemeester wie het woord wil nemen. Als niemand zijn hand opsteekt, mag El Ouali als eerste het woord – precies wat hij had gehoopt. Joost Eerdmans zit rechts van Aboutaleb en is dus als laatste aan de beurt.

De Leefbaar-voorman neemt de constateringen van zijn collega’s voor kennisgeving aan. Inhoudelijk commentaar laat hij achterwege. Hij negeert het feit dat sommigen, met name de toonzettende El Ouali, hebben benadrukt dat Leefbaar drie zetels heeft verloren. Eerdmans’ partij is en blijft veruit de grootste, ook met elf zetels, wat iedereen ook mag beweren, en dus is het aan Leefbaar om een verkenner voor te stellen. Zelfverzekerd laat hij de naam vallen van Jos van der Vegt (65), oud-directeur van zowel stadion De Kuip als sportpaleis Ahoy.

Dat is een opvallende keuze. Van der Vegt is geen uitgesproken Leefbaar-type, verre van dat zelfs, maar hij draagt wel het hart op de tong en dat hebben de fortuynisten graag. In een grijs verleden is Van der Vegt, opgegroeid in een KVP-gezin uit Vreewijk, zelfs korte tijd lid geweest van de PvdA, de aartsvijand van Leefbaar. Maar op al die bijeenkomsten in rokerige achterafzaaltjes knapt hij snel af. Ze zoeken het maar lekker uit, hij gaan zijn eigen a-politieke gang.

Maar de voordracht van de geboren Rotterdammer stuit op verzet, onder aanvoering van De Kleijn. Hij wil Leefbaar een hak zetten en stelt voor om naast Van der Vegt een verkenner aan te stellen die recht doet aan de uitslag: links heeft alles bij elkaar opgeteld een meerderheid in de raad. Hij laat de naam vallen van Derk Loorbach. Als hoogleraar sociaal-economische transities brengt de zoon van de bekende sportbestuurder/jurist Jan rust en denkvermogen aan de onderhandelingstafel, is de gedachte. Het voorstel van De Kleijn kan rekenen op brede instemming. Loorbach (43) heeft ruim anderhalf jaar eerder indruk gemaakt door met zijn Dutch Research Institute for Transition, onderdeel van de Erasmus Universiteit, een doortimmerd advies op te stellen over de toekomst van de gebiedscommissies en hoe de burgerparticipatie in Rotterdam vorm kan worden gegeven. Zijn instituut richt zich op de transitie naar een duurzame samenleving.

“Maurice wil geen broodje, maar een quootje scoren”

Collega’s van de PVV-fractievoorzitterTweet dit

Nieuwkomer Maurice Meeuwissen (49) van de PVV is dan al niet meer van de partij. Hij verlaat de zaal voortijdig. De oud-militair voelt er niets voor om een broodje te eten met mensen die hem eerder met nazi-propagandist Joseph Goebbels hebben vergeleken. Hij doelt op Denk-leider Stephan van Baarle (26), die hem zulks vier dagen eerder voor de voeten heeft geworpen tijdens het laatste grote verkiezingsdebat. Stampvoetend staat Meeuwissen op de overloop voor de camera van RTV Rijnmond. “Maurice wil geen broodje, maar een quootje scoren”, schamperen zijn collega’s.

Het leedvermaak over de PVV is toch al groot. Met veel tamtam heeft leider Geert Wilders bijna twee jaar eerder laten weten mee te zullen doen in “mijn tweede thuisstad”. Leefbaar is een “angstig en laf schoothondje geworden van D66”, meent ‘Blonde Dolly’. Maar als hij op 14 december 2017 zijn kandidatenlijst onthult, vlakbij de door hem verfoeide Essalam Moskee, valt menigeen van verbazing van zijn stoel. Géza Hegedüs is zijn lijsttrekker, maar who the fuck is deze man? Nog geen 24 uur later volgt het antwoord: de ex-militair van Hongaarse komaf blijkt een bruinhemd met duistere sympathieën, zo leert enig spitwerk op internet: exit Hegedüs. Waarna Wilders de al even onbekende Meeuwissen, de nummer vier op de lijst, aanwijst als het electorale breekijzer van de anti-islampartij.

Ook Ronald Buijt, partijstrateeg en oud-fractievoorzitter van Leefbaar, lacht in zijn vuistje. Meeuwissen is ooit gewogen en te licht bevonden bij Rotterdams grootste partij. De voorspelling van oudgediende Dries Mosch (“De PVV zal bij ons uit de vuilnisbak gaan vreten”) is uitgekomen. Buijt: “Als je zo’n grote mond hebt als Wilders destijds had en je hebt zo lang de tijd gehad om een stevige lijst samen te stellen, dan is het beschamend als je met zo’n onthutsend zwakke club kandidaten op de proppen komt.”

Als Buijt die lijst, met daarop ook twee Leefbaar-afvalligen uit IJsselmonde (Norbert Swaneveld en Marjan Gonsalvez), onder ogen krijgt, weet hij genoeg: Leefbaar heeft weinig te vrezen van de politieke geestverwant. Die schat hij in op hooguit twee zetels. “Met die lijst was duidelijk dat de PVV niet meer de potentie had van zeven of acht zetels. Veel partijen vreesden daarvoor en schreeuwden moord en brand, toen Wilders zijn komst naar Rotterdam aankondigde. Hij zou de verdeeldheid in de stad aanjagen, en meer van dat soort kretologie. Maar dat waren krokodillentranen; ze hoopten stiekem dat wij gehalveerd zouden worden.”

Leefbaar houdt PVV in bedwang

Niets is minder waar; Leefbaar houdt zich staande. Buijt spreekt van “een wereldprestatie”. Zelfverzekerd: “Het is vooral aan ons te danken dat de PVV slechts één zetel heeft weten te behalen. Daar hebben wij amper de credits voor gekregen. Vergeet niet: we hebben vier jaar bestuurd en met een aantal omstreden maatregelen moeten instemmen. Denk aan de milieuzone, het opknappen van de Coolsingel, rijksweg A13/16, sluiting van buurthuis De Larenkamp, het Collectiegebouw. Bovendien deed 50Plus ook voor het eerst mee. Ook dat is een directe concurrent van Leefbaar. Als je in dat krachtenveld overeind bent, ja, dan durf ik te spreken van een wereldprestatie.”

Die trots straalt Buijts partijleider Eerdmans de ochtend na de verkiezingen ook uit, oog in oog met zijn twaalf collega’s aan de ovalen tafel. Desondanks gaat hij akkoord met de voordracht van Loorbach, als tweede man naast Van der Vegt. D66’er Saïd Kasmi constateert dat Eerdmans zich wel heel makkelijk het kaas van het brood laat eten en hij is niet de enige aanwezige die tot die conclusie komt. “Je bent de winnaar, gedraag je dan ook als een winnaar. Joost gaf daar de regie al weg. Vanaf dat moment was hij veroordeeld tot een inhaalrace.” Eerdmans wil echter een signaal afgeven, aldus Buijt. “Wij zijn dan weliswaar opnieuw de grootste, maar we stellen ons constructief op.”

Van der Vegt weet dan nog van niets. Hij zit, gestoken in zijn beste maatpak, te wachten op het verlossende telefoontje in de kitscherige koffiezaak Blushing van zanger Gordon aan de Coolsingel, op zo’n zeventig meter van het stadhuis. Hij wordt rond twaalf uur gebeld, is hem toegezegd, waarna hij aan zijn klus mag beginnen. Maar het wordt steeds later. Hij wordt dan ook steeds ongeduldiger. Wat is dit voor poppenkast? Hij heeft bovendien trek.

Pas om kwart over één gaat zijn mobiele telefoon. Leefbaar-raadslid Bart-Joost van Rij aan de lijn, de man die hem reeds in januari heeft gepolst of hij interesse heeft voor de rol van verkenner. Van der Vegt twijfelt. Is hij wel de juiste man op de juiste plaats? Maar hij draagt Rotterdam in zijn hart en zijn vrouw Anja vindt het geen probleem als hun geplande vakantie wordt uitgesteld. Zijn opdracht zal drie weken in beslag nemen, is hem verzekerd. Hij drinkt twee keer koffie met Eerdmans en stemt toe. Het afbreukrisico is minimaal.

Van Rij is ditmaal kort van stof: “Er is een kink in de kabel”. Twee minuten later belt Aboutaleb en komt de aap uit de mouw: een meerderheid heeft besloten een tweede verkenner aan te stellen. Een naam krijgt Van der Vegt dan nog niet te horen. “Ben je desondanks bereid de klus op je te nemen”, vraagt Aboutaleb. Weer twijfelt Van der Vegt. Hij zegt uiteindelijk ‘ja’, maar wil wel graag weten wie hij dan in vredesnaam naast zich moet dulden en het lijkt hem bovendien wel zo verstandig om kennis te maken met deze meneer of mevrouw.

“Het voordeel was een nadeel, want vrijwel iedereen had een lijntje met deze of gene”

Aan het einde van de middag krijgt Van der Vegt telefonisch van Aboutaleb te horen dat het om Loorbach gaat. Hij kent diens vader, maar de zoon is een vrijwel onbeschreven blad voor hem. De ochtend daarop maken beiden kennis, in de koffietent van Gordon die Van der Vegt inmiddels kent. Het klikt. Hij laat zijn bedenkingen varen. Ze vormen een perfect duo, meent hij: de volkse zakenman op leeftijd en de jonge gretige intellectueel. “Achteraf ben ik heel blij, want het was fantastisch met z’n tweeën. Derk en ik hebben uitstekend samengewerkt.”

Maar zo hoopvol als beiden vooraf zijn gestemd, zo taai blijkt hun opdracht om mogelijke coalities in beeld te brengen. Nadat ze alle dertien fractievoorzitters op woensdag 28 maart gesproken hebben, constateren ze dat de harde verkiezingscampagne, waarin de onderlinge verwijten over en weer zijn gevlogen, diepe sporen heeft nagelaten. Telkens opnieuw is de discussie gegaan over identiteit, diversiteit en integratie – heikele thema’s die de emoties tot grote hoogte doen oplaaien. Van der Vegt en Loorbach ondervinden de gevolgen: die wil niet met die spelen, die heeft een bloedhekel aan die, die is nog altijd ziedend op die. Na ruim een week wanen de verkenners zich de leiders van een stel kleuters, met wie geen land te bezeilen is. Nagenoeg iedereen heeft zich ingegraven in het eigen vermeende gelijk en dus in de eigen loopgraaf.
Toch zijn Loorbach en Van der Vegt aanvankelijk nog hoopvol gestemd. “Velen kenden elkaar van buiten de politiek”, zegt de laatste. “Van een sportvereniging, de studie of het Rotterdamse uitgaansleven. Dat was wel lekker, dachten we: jonge mensen zijn niet belast met ballast uit het verleden. Maar het tegendeel bleek waar te zijn: ze bleken vrijwel allemaal een lijntje met deze of gene te hebben. Vandaar dat Derk en ik er in de tweede week wat harder ingingen.”

Tevergeefs. In week drie is Van der Vegt het zo zat dat hij, in aanwezigheid van onder andere Eerdmans en Kathmann, op theatrale wijze zijn armen ten hemel heft. “Deze stad is onbestuurbaar!”, roept hij. Hij stelt voor om op stel en sprong een persconferentie te beleggen, waar de hoofdrolspelers vervolgens mogen uitleggen waarom ze zo afkerig van elkaar zijn en dus de stad in de steek laten. Loorbach legt een vaderlijke hand op de arm van zijn collega. “Nu ga je wel heel ver, Jos.” Maar de wanhoop komt wel degelijk uit de tenen bij Van der Vegt.

Gebrek aan ervaring en gezag

Wat ook niet helpt, is het gebrek aan ervaring. Tact en vernuft zijn ver te zoeken, slechts een enkeling blijkt in staat om boven de materie uit te stijgen en dus het algemene boven het eigen partijpolitieke belang te stellen. “Vrijwel iedereen die we spraken, had beperkte politieke ervaring, afgezien van Joost, Judith, Sven en Nourdin”, zegt Van der Vegt. Ironisch genoeg krijgen Loorbach en hij hetzelfde verwijt, al is dat op fluistertoon: “die twee” begrijpen weinig van de politieke verhoudingen in Rotterdam, “die twee” laten zich in de luren leggen door sommige partijen namens andere partijen uit te nodigen voor een gesprek. Ze zijn verkenners, geen informateurs!

Eerdmans mag dan de leider zijn van de grootste partij, ook hij ontbeert gezag. “Hij staat niet voor zijn zaak en is niet in staat om een brug in het proces te slaan”, zegt een van zijn collega’s. Veelzeggend genoeg wordt Eerdmans als wethouder “chef lege dozen” genoemd in de periode 2014-2018: zijn portefeuille (veiligheid, buitenruimte en dierenwelzijn) stelt weinig voor, alle ronkende poeha ten spijt. Hij loopt bovendien niet over van werklust. Terwijl zijn collega-bestuurders weer eens een avondje doorzwoegen op het stadhuis “zit Joost thuis al lang en breed aan de aardappels bij Femke en de kinderen”.

Ook zijn strategische keuzes worden betwist. Zo heeft hij zijn voorkeur voor Van der Vegt vooraf slechts besproken met VVD en CDA, de overige partijen zijn niet geconsulteerd en worden die donderdag dus verrast. “Politiek bedrijven betekent ook comfort zoeken bij je politieke vijanden, hoe moeilijk dat soms ook is”, zegt een andere betrokkene. “Joost begrijpt die fijne kneepjes van het vak niet, of in elk geval onvoldoende.” Waarom heeft hij Ivo Opstelten bijvoorbeeld niet voorgedragen? Of beter nog: laten voordragen. De oud-burgemeester van VVD-huize kan rekenen op een breed draagvlak, ook op de linkerflank. Door ‘Oppie’ naar voren te (laten) schuiven, had hij punten gescoord, zeker bij de liberalen.

Eerdmans beseft dat hij links nodig heeft om een stadsbestuur te (kunnen) vormen, maar handelt daar niet naar. Hij roept die donderdag al op tot “een brede coalitie”, die kan bogen op een ruime meerderheid van 31 van de 45 raadszetels: Leefbaar met elf zetels plus VVD (vijf), GroenLinks (vijf), D66 (vijf) en PvdA (vijf). Een samenwerking dus tussen de vijf grootste partijen. Aan de harde woorden die kort daarvoor nog maar in de campagne zijn gevallen, besteedt hij geen aandacht. “De lijsttrekkers van deze partijen zijn generatiegenoten”, zegt hij later die dag tegen verslaggevers. “Er zijn grote verschillen, maar niemand is dogmatisch.”

“Ik liet al eerder weten dat de samenwerking tussen Leefbaar en Baudet voor D66 een groot probleem vormde”

Dat mag zo zijn, maar het grootste obstakel voor de gewenste toenadering vormt hij zelf. Driekwart jaar eerder heeft Eerdmans een alliantie gesloten met het Forum voor Democratie (FvD) van Thierry Baudet, mede bedoeld om de PVV de wind uit de zeilen te nemen. Het idee daartoe ontstaat op 6 mei 2017 tijdens de jaarlijkse herdenking van de moord op Leefbaar-ideoloog Pim Fortuyn. Baudet, door links verketterd en verguisd als “een xenofobe wolf-in-schaapskleren”, is ook aanwezig in Rotterdam.

Eerdmans en de zijnen zijn vereerd met het bezoek uit Amsterdam en knopen een praatje aan. De Leefbaren komen al snel tot de slotsom dat Baudet nog weleens een grotere electorale bedreiging kan vormen dan Geert Wilders. De eloquente dandy, kort daarvoor vanuit het niets met twee zetels in de Tweede Kamer gekomen, blijkt ook plannen te hebben om in Rotterdam mee te gaan doen, zo laat hij weten. Hij heeft zelfs al een aantal kandidaten klaarstaan in de coulissen. Dat schijnen naar verluidt niet de minsten te zijn. Eerdmans schrikt en praat net zolang in op Baudet totdat hun alliantie, aangekondigd op 14 juni, een feit is. “We gaan elkaar versterken om de noodzakelijke veranderingen in Nederland te realiseren”, aldus Baudet.

Maar dat verbond stuit op weerzin. Zolang Leefbaar samenspant met die “racistische” Baudet is het uitgesloten dat D66 opnieuw in een coalitie stapt met Eerdmans en kornuiten, bitst partijleider Alexander Pechtold tijdens een debat in Amsterdam. Zijn lijsttrekker in Rotterdam, Saïd Kasmi, neemt die eis over. Op zaterdag 17 maart, vier dagen voor de verkiezingen, toont hij zich resoluut in de media. Daarmee wekt de oud-centrumbestuurder de indruk aan een touwtje te zitten bij Pechtold, die zich vier jaar eerder ook al nadrukkelijk heeft bemoeid met de verwikkelingen in de Maasstad.

Kasmi ontkent met klem dat hij een marionet is van ‘Den Haag’. “Lees mijn interviews er maar op na; ik heb al veel eerder laten weten dat de samenwerking tussen Leefbaar en Baudet voor D66 een groot probleem vormde. Maar de pers werd pas wakker, toen Alexander zich uitsprak.”

Sterker: Kasmi zegt Eerdmans drie keer te hebben gewaarschuwd. “Op zijn eigen werkkamer, tijdens de campagne, heb ik hem dringend verzocht: Joost, kappen nou! Maar hij wilde niet, die alliantie stelde volgens hem niet zoveel voor. Hij ging het bagatelliseren, hij had bovendien een afspraak met Baudet gemaakt en die wilde hij nakomen. Zijn goed recht, maar dan zijn daar uiteraard consequenties aan verbonden. Hoezeer ik Joost persoonlijk ook mag, want laat dat ook gezegd zijn.”

Leefbaar laat Forum te laat los

Eerdmans schiet zichzelf in de voet door zo krampachtig vast te aan houden aan de band met een omstreden politicus, die hij de facto al onschadelijk heeft gemaakt; Baudet kan helemaal niet meer meedoen in Rotterdam, al zou hij dat al willen, want de deadline voor de aanmelding is op dat moment al lang en breed verstreken. Wat hij ook niet lijkt aan te voelen, is de koerswijziging bij D66. “Wij hebben de afgelopen vier jaar onze nek uitgestoken door zitting te nemen in een rechts-conservatief college met Leefbaar, terwijl dat heel gevoelig lag bij onze achterban”, zegt Kasmi. “Maar door voor mij en niet voor [de vorige fractievoorzitter] Samuel Schampers te kiezen, hebben de leden een belangrijk signaal afgegeven. Het moest linkser en socialer.”

Pas op zondag 15 april, als de onderhandelingen al ruim drie weken onderweg zijn, wordt de alliantie tussen Leefbaar en Forum alsnog opgezegd. Daar gaat een één-tweetje aan vooraf tussen Buijt en Kasmi. De onderhandelingen zitten muurvast, mede door het rechtse bondje. Buijt informeert twee dagen eerder bij D66-wethouder Adriaan Visser of zijn partij weer bereid is om met Leefbaar aan tafel te gaan als de banden met Baudet worden verbroken. Leefbaar wil niet opnieuw door een D66-hoepel springen. Visser laat Kasmi razendsnel contact opnemen met Buijt. Voor Leefbaar is het van levensbelang dat de samenwerking door Forum wordt opgezegd. Maar Kasmi stelt zich op het tegenovergestelde standpunt: Leefbaar moet FvD laten vallen. “Anders is het niets waard.”

Die zondagavond keert Eerdmans terug van een privébezoek aan het buitenland. Niet veel later maakt Baudet via de eigen website bekend dat de alliantie is verbroken. ‘FvD benadrukt het cruciale belang van een goed stadsbestuur voor Rotterdam en betreurt de halsstarrige, op gekunstelde vijandbeelden gebaseerde, opstelling van D66. Maar omdat FvD – anders dan veel traditionele partijen – het landsbelang en het belang van de inwoners belangrijker vindt dan het eigen partijbelang” is de partij bereid een gebaar van goede wil te maken om ‘de impasse in Rotterdam te doorbreken’.

Eerdmans beschouwt de geste van Baudet als een meesterzet. Zelf had hij het nooit gedaan, verklaart hij. Sterker: Eerdmans belt nog met Pechtold om te vragen wat nou werkelijk het probleem van D66 is. Toch is het Buijt die hem twee weken daarvoor al heeft geadviseerd om de navelstreng door te knippen. Eerdmans slaat het advies in de wind. Anderen knappen vervolgens het vuile werk voor hem op. Het leidt tot gemor in zijn eigen fractie: Joost toont weer eens geen leiderschap.

Een tikkeltje verontrust zijn enkele Leefbaren toch al. In de wandelgangen vangen zij op dat hun voorman “vaak op het verkeerde moment precies de verkeerde dingen zegt” tijdens de gesprekken onder leiding van Loorbach en Van der Vegt. Ze nemen die woorden serieus: die neiging heeft Eerdmans ook tijdens fractievergaderingen. Binnen Leefbaar wordt hij geprezen om zijn mediagenieke optredens en soepele omgang met bewoners, maar een politiek-strategisch wonder is hij allerminst.

Loorbach en Van der Vegt zijn enigszins verbaasd over de breuk met Baudet. Als Leefbaar en Forum toch al bereid waren om elkaar los te laten, waarom dan pas na drie weken van moeizame gesprekken? Had dat niet wat eerder gekund? Dat had een hoop gezeur en gelazer gescheeld. Het tweetal voelt zich bij de neus genomen door Eerdmans. D66 boycot Leefbaar niet langer, maar van een doorbraak is geen sprake. Ook dat stemt Loorbach en Van der Vegt niet vrolijk.

Links haalt de schouders op over het ‘grote gebaar van Thierry’. Met of zonder Baudet, Leefbaar is en blijft “een pyromaanpartij”, zoals Arno Bonte het meermalen namens GroenLinks op bijtende toon heeft uitgedrukt in de raad. Een partij die – en dat heeft de campagne volgens de PvdA ook onderstreept – telkens op zoek is naar tegenstellingen. “Leefbaar zaait verdeeldheid en schept er een bijna satanisch genoegen in om mensen tegen elkaar op te zetten en tegen elkaar uit te spelen, telkens opnieuw”, zegt PvdA’er Kathmann. “In zo’n stad wil ik niet wonen.”

Het is voor haar en haar rechterhand Co Engberts reden om van meet af klare wijn te schenken: wij stappen niet in een coalitie met het vijandige Leefbaar. “Wat Joost in de campagne heeft gezegd over het weren van halalslagers en afluisterambtenaren, daar heeft hij na de verkiezingen aan vastgehouden”, constateert Engberts, in het dagelijks leven werkzaam als topambtenaar bij het ministerie van Volksgezondheid.

Met dat soort opmerkingen heeft Eerdmans volgens hem bovendien een groot deel van de Rotterdamse bevolking (52 procent migranten) geschoffeerd. “Joost mag dan een aardige jongen zijn met wie je best een biertje kan drinken. Maar onder zijn leiding worden wel filmpjes gemaakt en verspreid, waarin je eerst een kapotte stad ziet met een hoop ellende en minaretten. Vervolgens zie je een opgeruimde stad met alleen maar witte mensen en geen enkele minaret meer.”

Drie biertjes ondanks vastentijd

Anders dan voorheen overheerst het chagrijn ditmaal niet bij de PvdA. De partij verliest weliswaar opnieuw fors (van acht naar vijf zetels), maar intern wordt vooraf rekening gehouden met een nog grotere nederlaag. “Ik was na onze uitslag zo opgelucht dat ik toch drie biertjes heb gedronken, ondanks mijn christelijke vastentijd voor Pasen”, grijnst Engberts. Hij heeft nog een reden om opgetogen te zijn: de oude garde heeft plaatsgemaakt voor jong en vers bloed. In de vorige periode (2014-2018) vormde de fractie allesbehalve een eenheid, het PvdA-smaldeel was een verzameling van losse en nukkige bv’tjes. Engberts leed daar zichtbaar onder; van de vrolijke Frans was gaandeweg weinig meer over.

Zelfvertrouwen heeft de partij bovendien getankt door het sterke optreden van de nieuwe lijsttrekker Kathmann. Zij, moeder van drie kinderen en woonachtig in het kleurrijke Delfshaven, houdt zich opvallend goed staande in het mannengeweld van de campagne. Ze bijt fel van zich af en weet haar partij stevig op links te positioneren. Kathmann heeft daarbij het geluk dat SP’er De Kleijn niet heeft: ze wordt als vrouw en vertegenwoordiger van de eens almachtige PvdA steevast gevraagd om mee te doen aan debatten van landelijke media als Pauw en Nieuwsuur.

Eerdmans bestookt Kathmann daarin te pas en te onpas met het vooraf bedachte mantra dat de PvdA de Rotterdammers “excuses moet maken voor zestig jaar wanbeleid”. Het verwijt glijdt als olie van haar schouders. “Het was ook pure domheid van Leefbaar”, blikt Engberts terug. “Kijk om je heen in onze stad. Het gaat om inclusiviteit en accepteren dat de wereld er niet meer zo uit ziet als in de jaren zestig.”

Na de verkiezingen verkeert Kathmann in een luxepositie: niets moet, alles mag. De PvdA kan zichzelf opnieuw uitvinden in de oppositie, net als de fractie van partijleider Lodewijk Asscher in de Tweede Kamer, maar evengoed in een nieuw college stappen. In dat laatste geval – zeker als haar partij getalsmatig nodig mocht zijn – kunnen Kathmann en Engberts eisen stellen. “We hadden niets te verliezen”, grijnst de laatste.

“We hebben gedaan wat mensen van Leefbaar verwachten: duidelijke taal spreken”

Loorbach en Van der Vegt vermoeden lange tijd dat de PvdA wel bereid is om een verstandshuwelijk met Leefbaar te sluiten. Dat leidt tot irritatie. Eén keer wordt Engberts “echt kwaad”. “Die twee leken maar niet te willen begrijpen dat wij echt niet met Leefbaar wilden. Op een gegeven moment had ik zoiets van: hoe vaak moeten we het nu nog zeggen voordat het kwartje valt?” Hij vaart ook één keer stevig uit tegen VVD’er Karremans. “Vincent klampte zich in die eerste weken heel nadrukkelijk vast aan Leefbaar en vond het onbestaanbaar dat wij anti-Leefbaar waren. Dat mag hij vinden, maar ik laat mij niet belerend toespreken.”

Kathmann betreurt achteraf “de vaagheid aan tafel, want die heeft veel en veel te lang geduurd”. Dat rekent ze ook zichzelf deels aan. Haar SP-collega De Kleijn sprak ware woorden bij zijn laatste optreden op 22 maart bij het presidiumoverleg, meent ze na afloop van de slopende onderhandelingen. “Leo zei: leuk en aardig dat duiden van de uitslag, maar als we allemaal nu eens onze kaarten op tafel leggen dan zijn we binnen een week klaar. Deze uitslag vraagt om een afspiegelingscollege.” Kathmann had het “niet beter onder woorden kunnen brengen”.

Maar zover is het nog niet als Loorbach en Van der Vegt na drie weken mismoedig constateren dat ze nog geen steek verder zijn: de kleuterklas is nog altijd niet uitgeraasd. Telkens opnieuw wordt de “snoeiharde campagne” in herinnering geroepen. Vooral Leefbaar moet zich de ogen uit de kop schamen, luidt het verwijt. Eerdmans heeft de stembusgang vooraf tot vervelens toe “een referendum over de identiteit van Rotterdam” genoemd. De stad dreigt “een klein Ankara” te worden. Links is nog altijd kotsmisselijk van zijn “polariserende krachttermen”.

Leefbaar-strateeg Buijt vindt het onzin. “Zo’n harde campagne hebben we helemaal niet gevoerd. We hebben gedaan wat mensen van Leefbaar verwachten: duidelijke taal. Daar was nu reden temeer voor vanwege de deelname van de PVV en 50Plus, die in onze nek zaten te hijgen.” Bijval krijgt Buijt opvallend genoeg van Stephan van Baarle, de leider van nieuwkomer Denk en geen vriend van Leefbaar. Ja, de campagne was scherp van toon, zegt hij op 10 juni bij het tv-programma Buitenhof, een week nadat VVD, PvdA, D66, GroenLinks, CDA en CU/SGP hun pact hebben gesloten. “Maar als er daarna emotionele en persoonlijke blokkades worden opgeworpen, moeten die politici zich afvragen of ze wel geschikt zijn voor het vak.”

Leefbaar en Denk sluiten een dealtje

Van Baarle is overigens mede debet aan de onverzoenlijke toon in de aanloop naar 21 maart. Tegenpolen Denk en Leefbaar blijken “een dealtje” te hebben gesloten. Hoe meer ze elkaar provoceren en verbaal te lijf gaan in de campagne, hoe gunstiger dat electoraal voor beide uitpakt, is daarbij de gedachte. Dat heeft het verleden immers uitgewezen. Door elkaar met pek en veren te besmeuren, dwingen erfvijanden PvdA en Leefbaar de kiezer in 2006, 2010 en 2014 tot een simpele keuze: links of rechts. Buijt geeft toe dat hij begin februari heimelijk een sigaretje heeft gerookt met Van Baarle. “We waren het snel eens dat we op één punt een gezamenlijk belang hadden.”

Buijt speelt op meerdere momenten een cruciale rol, hoewel hij formeel geen deel meer uitmaakt van het Leefbaar-campagneteam. Hij bevindt zich “in de tweede ring”, maar dat belet hem niet om op 7 maart resoluut op te treden na “een hele domme tweet” van zijn jonge en impulsieve partijgenoot Lennard van Mil. Die heeft D66-leider Pechtold op Twitter ‘gewoon een moordenaar’ genoemd, omdat hij Baudet ‘aan het demoniseren’ is. ‘Datzelfde trucje heeft @D66 16 jaar geleden ook al eens toegepast…’, besluit Van Mil, verwijzend naar de moord op Pim Fortuyn.

tweet lennard van mil 7 maart 2018 pechtold moordenaar
Beeld door: beeld: Twitter

Woedend belt Buijt de afzender op. Hij sommeert hem de telefoon niet meer te gebruiken “voor zolang ik het zeg” en de tweet terstond te verwijderen. Eerdmans krijgt van hem de opdracht om de gewraakte ontboezeming van de voorzitter van Jong Leefbaar te ontkrachten en te nuanceren, eveneens op Twitter. Het is damage control in optima forma. Van Mil heeft de reputatie van een brokkenpiloot. In een uitzending van PowNews staat hij twee jaar daarvoor te schutteren en te stotteren voor de camera op de vraag wat het gedachtengoed van Fortuyn is. Geen wonder dat hij relatief laag (zestiende) op de kandidatenlijst staat.

Buijt is het ook die als eerste onraad ruikt. Leefbaar krijgt in de onderhandelingen geen poot aan de grond. Hij schrijft het ongenoegen van zich af en betoogt op 4 april in NRC Handelsblad dat democratische partijen ‘de morele plicht’ hebben om met de winnaar verkennende gesprekken te voeren. Het is een vergeefse oproep. Democratie is niet het recht van de grootste, maar een spel van loven en bieden waarbij elke zetel evenveel gewicht in de schaal legt.

Twee dagen later schuiven de 45 nieuwe raadsleden aan voor het traditionele boottochtje om nader kennis met elkaar te maken. Na Duisburg (2010) en Antwerpen (2014) is ditmaal Tiengemeten het reisdoel. Loorbach en Van der Vegt hebben opdrachten meegegeven. Kan Eerdmans nadenken hoe hij D66 kan paaien? En als links denkt dat een ‘progressieve coalitie’ een realistische optie is, kunnen ze dan eens met Denk van gedachten wisselen?

Maar ook op en rondom het Zuid-Hollandse eiland blijft een doorbraak uit. De enige die wat bereikt, is burgemeester Aboutaleb. Als het gezelschap mag opscheppen voor de lunch gaat hij pal achter Maurice Meeuwissen staan, zodat hij niet veel later ‘gedwongen’ met de PVV’er aan tafel zit. Meeuwissen heeft in de campagne geroepen dat Aboutaleb, een belijdend moslim uit Marokko, moet aftreden. Voor die opmerking biedt hij nu zijn excuses aan. Het was niet zo kwaad bedoeld, het was een kreet die hem was ingefluisterd door zijn politieke baas in Den Haag, Geert Wilders.

De onderhandelingen verkeren nog altijd in een impasse. Op rechts houden Leefbaar en de VVD (samen zestien zetels) elkaar angstvallig vast; op links hebben D66, GroenLinks en PvdA (vijftien zetels) elkaar in de armen gesloten onder de naam ‘de progressieve drie’. Maar wie vertegenwoordigt het motorblok? Niemand die het weet. Loorbach en Van der Vegt zijn ten einde raad.

Op donderdag 19 april, een week later dan gepland, presenteren de verkenners hun eindrapport. Daarin wordt de Rotterdamse politiek weggezet als een slangenkuil. Loorbach en Van der Vegt adviseren om per direct een werkgroep bestuurlijke vernieuwing aan het werk te zetten om het “loopgravenmodel” te ontmantelen. Daarnaast hebben ze zeven mogelijke coalities geteld. In zes van die combinaties zitten GroenLinks en VVD; Leefbaar komt slechts in drie varianten aan bod. Maar voor geen enkele combinatie is voldoende draagvlak onder de kibbelende partijen.

Lijstjes afvinken is voorbij

Dat Eerdmans dan heeft aangekondigd niet meer als wethouder terug te keren, biedt ook al geen opening. “Het kriebelt, het is tijd voor nieuwe energie”, laat de Leefbaar-leider optekenen in het AD/RD. Eén van de belangrijkste redenen van zijn besluit “is dat je als wethouder erg op je tong moet bijten”. Als raadslid kan hij voor de vuist weg praten. Hij wil bovendien zijn mediacarrière nieuw leven inblazen. Zijn critici op het stadhuis beweren dat zijn kunstje is uitgewerkt. “Lijstjes afvinken met niet al te moeilijke doelen doe je niet nog eens vier jaar.”

Omdat VVD en GroenLinks in liefst zes van de zeven combinaties voorkomen, krijgen zij de opdracht om een nieuwe manier van “inhoudelijk formeren” te beproeven, zeggen Loorbach en Van der Vegt. Eerst de inhoud, dan pas de poppetjes, luidt het parool. Bijna alle partijen onderstrepen het belang van thema’s als duurzaamheid, armoedebestrijding en wonen. Onder leiding van informateurs Pieter Duisenberg (51) en Paul Rosenmöller (62) mogen hun partijen, respectievelijk VVD en GroenLinks, gaan schrijven aan een raamwerk, waar andere partijen zich daarna bij mogen aansluiten. Dat is in elk geval het idee.

De aanstelling van Rosenmöller rijt een oude wond open bij Leefbaar. De oud-vakbondsman was het immers die begin 2002 als leider van GroenLinks ongemeen fel van leer trok tegen de later vermoorde ideoloog van de partij, Pim Fortuyn. Deze ‘Pol Pot’ – zo genoemd vanwege zijn marxistische verleden – heeft aan de wieg van Pims graf gestaan, meent onder anderen oud-fractievoorzitter Ronald Sørensen.

Rosenmöller maakt toch al een valse start. Op zijn eerste dag verwart hij Leefbaar met de al lang en breed opgedoekte LPF, de partij waarvoor Eerdmans ooit actief was als Kamerlid. “Dat is hier toch de grootste partij met elf zetels?” De ironie is dat het uitgerekend Rosenmöller is die, anders dan menigeen vooraf vermoedt, heel lang vasthoudt aan Leefbaar als coalitiedeelnemer, in welke combinatie dan ook.

Dit dan weer tot groeiende ergernis van zijn partijgenoot Bokhove, die Rosenmöller vooraf niet kent. Op vrijdag 25 mei zit zij aan tafel met Leefbaar en VVD, in bijzijn van de informateurs. Ze zegt al eerder duidelijk te hebben gemaakt niet met Leefbaar in zee te willen gaan, maar ziet zich genoodzaakt die afwijzing te herhalen. “Terwijl ik geen Chinees praat. Twee keer over rechts doet geen recht aan de verkiezingsuitslag. Ik wil best met een rechtse partij aan de slag. Die vrijdag heb ik tegen de onderhandelaars gezegd dat ik wel apart met Leefbaar en VVD wil overleggen, maar niet samen met Vincent én Joost.”

“Dat ik door anderen werd uitgemaakt voor leugenaar heeft mij pislink gemaakt”

Die opstelling levert Bokhove geen vrienden op. In het VVD-kamp wordt ze Two Faced Judith genoemd: de vrouw met twee gezichten en dus een dubbele agenda. “Judith is een aardige vrouw, maar nu moet ze echt ophouden met haar grote mond”, zegt een anonieme VVD’er in het AD/RD. Haar bekruipt echter meer en meer het gevoel dat Leefbaar haar door de strot wordt geduwd. Het maakt haar nog weerspanniger dan ze van nature al is. Dat merkt ook Rosenmöller. Het verleidt hem in de laatste week van mei tot de vraag of hij haar in de weg zit. Het antwoord luidt – pijnlijk genoeg – ‘ja’.

Het raamwerk is dan al enige tijd gereed, en bevat voor ieder wat wils. Het stuk ademt een “wezenlijke trendbreuk”, zegt Rosenmöller. Rotterdam moet eigen energie- en klimaatakkoord opstellen, met een investering van maar liefst 38 miljoen euro per jaar. De politiek wil daarnaast een deltaplan tegen schulden, een leer-werkakkoord en een taaloffensief om de ongeletterdheid, want één op de vijf Rotterdammers kan amper lezen en schrijven. Er zijn 18.000 nieuwe woningen nodig, vooral voor middeninkomens.

Leefbaar komt er echter bekaaid vanaf. In het stuk staat weinig tot niets over stokpaardjes als veiligheid en integratie. De kansen voor Eerdmans slinken zienderogen. Maar wie wil wél aansluiten? En tegen welke prijs? Verschillende combinaties blijven maar rondzingen, totdat op dinsdag 29 mei het gerucht rondgaat dat D66 bereid zou zijn de linkse stellingen te verlaten. Karremans wordt aan- én nagewezen als de verspreider van het nepnieuws.

Bijna een maand later reageert de VVD-voorman nog altijd gepikeerd als hij wordt herinnerd aan zijn vermeende rol als Judas. “Ik heb tegen de informateurs expliciet gezegd dat het mijn inschatting was dat D66 eerder met mij over rechts zou gaan, samen met CDA en VVD, dan met een linkse toverbalcoalitie aan de slag ging. Achteraf bleek die inschatting niet waar te zijn, maar dat is wat anders dan doelbewust liegen. Dat ik vervolgens werd uitgemaakt voor leugenaar heeft mij pislink gemaakt.”

Maar Karremans begint wel langzaam maar zeker op te schuiven, zijn woede ten spijt. Hij heeft gezien hoe in de gemeenteraad links een vuist kan maken met het kinderpardon en in de discussie over Afghaanse vluchtelingen. “Dat was voor mij een eye-opener.” Met andere woorden: als links alle krachten weet te bundelen, met hulp van bijvoorbeeld CDA en CU/SGP, dan kan niet alleen Leefbaar maar ook zijn VVD fluiten naar coalitiedeelname.

Paniek slaat toe op stadhuis

Karremans’ misrekening zet de zaken op scherp, en hoe! Informateurs Duisenberg en Rosenmöller geloven hem en laten Bokhove weten dat haar zo innig gekoesterde bondje met D66 en PvdA helemaal niet zo hecht is als zij gelooft of wil doen geloven. Die mededeling leidt tot een paniekreactie bij de GroenLinks-frontvrouw. Ze weet dat D66’er Kasmi met VVD en Leefbaar heeft gesproken. Zonder ‘het nieuws’ te checken, stapt zij af op Kathmann. Met de vraag of de PvdA bereid is om alsnog een coalitie aan te gaan met VVD en Leefbaar – een scenario dat al enkele dagen heimelijk circuleert. GroenLinks mag onder geen beding het kind van de rekening worden, oordeelt Bokhove, al was het maar omdat dan ook haar droom om wethouder te worden in rook opgaat. Het is een ronduit curieus voorstel: Bokhove wilde toch per se niet met Leefbaar in een coalitie stappen?

Kasmi krijgt lucht van het onderonsje tussen Bokhove en Kathmann, en schiet eveneens in de stress. Hij belt onder ander met El Ouali van Nida. Heeft die iets verontrustends gehoord? Zijn bange voorgevoelens worden bevestigd als die woensdag plotseling tal van PvdA-prominenten, onder wie oud-wethouders Richard Moti en Hamit Karakus, in allerijl het stadhuis betreden. Ruis op de lijn, concludeert Kasmi. Nu weet hij het zeker.

Helemaal lekker zit Kasmi toch al niet in zijn vel. Hij wil graag wethouder worden, net als Bokhove, maar zijn leiderschap is niet onomstreden. Op de verkiezingsavond maakt zijn partijgenoot en concurrent Adriaan Visser rond elf uur de balans op als veertig procent van de stemmen is geteld. D66 staat dan op vier zetels, een verlies van twee. De ambitieuze Visser, die zelf een tweede termijn als wethouder ambieert, voorspelt dat Kasmi zijn koffers kan pakken. Hij doet dat op net iets te luide toon: de Leefbaren vangen zijn prognose op.

Maar Visser juicht te vroeg. D66 komt uiteindelijk uit op vijf zetels, tot vreugde en opluchting van Kasmi. Het is een klein wonder, want in de verkiezingsdebatten heeft de lijsttrekker (“Ik ben een verbinder”) een onthutsend zwakke indruk gemaakt. “En toch hebben we iets heel goed gedaan”, zegt hij ruim twee maanden later. “Voor het eerst in de geschiedenis deden we het in Rotterdam beter dan in de rest van het land – een trendbreuk dus. Bovendien: D66 heeft het de laatste jaren altijd beter gedaan als GroenLinks verloor. Hetzelfde geldt voor onze concurrent VVD, maar ook die partij won ditmaal.” Zijn verzoenende toon in de campagne heeft wel degelijk vruchten afgeworpen, constateert hij monter.

Wat nog wel een vlekje op zijn blazoen is: het feit dat hij op 21 maart minder stemmen (7.214) kreeg dan de nummer twee, Chantal Zeegers (8.811). Zelf lacht Kasmi die nederlaag weg. “Wij zijn een emancipatiepartij, de hoogte vrouw op de lijst scoort altijd goed bij D66. Daar ben ik eerder trots op dan dat ik teleurgesteld ben in mijn eigen score.” Reden tot lachen heeft hij toch al; de fractie heeft na veel vijven en zessen zowel hem als de ervaren Visser voorgedragen als wethouderskandidaat, ten koste van de eveneens geïnteresseerde Zeegers. Zij moet genoegen nemen met het fractievoorzitterschap.

“We hebben een regiefout gemaakt door te lang te wachten om Saïd gerust te stellen”

Maar zover is het die woensdag 30 mei nog niet. Dan is het Co Engberts die Kasmi uit de brand helpt. Het gerucht dat de PvdA en GroenLinks zich hebben afgekeerd van D66 berust op een misverstand, laat hij Kasmi weten. “We hebben een regiefout gemaakt door te lang te wachten om Saïd gerust te stellen”, erkent Engberts. Feit is wel dat alle opties weer openliggen door alle heisa en onduidelijkheid. Nog diezelfde avond regelt Kathmann een meerderheid om een presidiumoverleg voor de volgende ochtend af te dwingen. Raadsgriffier Han van Midden verstuurt tegen half één ’s nachts (‘met excuses voor het late tijdstip’) een uitnodiging aan alle dertien fractievoorzitters.

Twaalf van de dertien melden zich nog diezelfde ochtend om half tien op het appèl. Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren ontbreekt. Hij heeft het appje niet gelezen en komt na ruim een half uur briesend de kamer binnen. Hij voelt zich misleid door de rest. Engberts heeft hem die avond ervoor rond half twaalf nog gebeld. “Maar nadat de telefoon twee keer was overgegaan, dacht ik: nee, Ruud is een vroege slaper, ik laat hem lekker liggen.”

Alle partijen krijgen te verstaan dat zij nu hun uiterste best moeten doen om alsnog een coalitie te vormen. Buigzaamheid en inschikkelijkheid zijn dringend gewenst. Rotterdam kan niet tot in lengte van dagen om de hete brij heen blijven draaien. Duisenberg en Rosenmöller zijn het zat en stellen een ultimatum: binnen een week moet het ‘muizengaatje’ gevonden zijn. Zo niet, dan leggen zij hun taak neer. Enkele partijen zouden daar niet rouwig om zijn. Het duo lijkt zich te laten leiden door hun eigen partijpolitieke voorkeur en dus aansturen op een coalitie met hun eigen GroenLinks en VVD.

IMG-3998-min
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Eén ding is die donderdagochtend zeker: het CDA is van cruciaal belang, ook al heeft de partij na 21 maart nog maar twee van de drie zetels over, naar eigen zeggen vooral door “het verlies van de Turkse stem”. Partijleider Sven de Langen heeft zich lang koest gehouden. Die tactische terughoudendheid laat hij in die laatste meiweek varen, zodra hij bemerkt dat de onrust toeneemt. Hij ruikt zijn kansen en is, na vier jaar van dik-hout-zaagt-men-planken met Leefbaar, wel een beetje klaar met Eerdmans.

Diens partij laat De Langen bovendien lelijk in de steek in de discussie over de doorstart van verzorgingshuis De Evenaar in Rotterdam-Oosterflank. Naast de daar al woonachtige ouderen wordt in het pand “een mix van doelgroepen” gehuisvest, zo is het plan, onder wie 35 psychiatrisch patiënten. Leefbaar spartelt echter luidkeels tegen, tot ergernis van De Langen. Leefbaar torpedeert het eigen beleid, want maakt dan nog deel uit van het demissionaire college met CDA en D66.

De draai van Vincent Karremans

Het is De Langen die op zijn werkkamer de aanzet geeft tot de winnende middenvariant (VVD, D66, GroenLinks, PvdA, CDA en CU/SGP). Hij is bereid om afscheid te nemen van Leefbaar, hetzelfde geldt voor zijn collega en partner in crime Adriaan Visser (D66), die algemeen wordt gezien als een van de beste wethouders in de voorbije periode. Plan B, met onder meer Nida en de SP, is vooral een drukmiddel om de VVD te verleiden om te kiezen voor plan A. Het net sluit zich rond VVD’er Karremans. “Omdat er steeds meer opties van tafel verdwenen, verloren we aan invloed”, zegt hij. “Ik wilde per se wat te eisen hebben. Dat kon uiteindelijk in deze coalitie die, laat het gezegd zijn, niet mijn voorkeur had. Als we gaan, dan gaan we nu en maken we een stevige lijst met wensen en voorkeuren. Vanaf dat moment was het take it or leave it.’’

Zo gezegd, zo gedaan. Leefbaar betaalt volgens links vooral de tol voor de schrille en onverzoenlijke toon, die de partij aanslaat tegen met name migranten. Tanya Hoogwerf, bijgenaamd ‘de gillende keukenmeid van Leefbaar’, is het boegbeeld van die antipathie. Ook Michel van Elck kan soms venijnig uit de hoek komen, maar is in de ogen van links af en toe ook voor rede vatbaar. ‘Islambasher’ Hoogwerf daarentegen laat zich door niets of niemand afremmen, al helemaal niet door haar conflictschuwe leider Eerdmans. Het gevoel leeft dat hij zijn toch al verdeelde fractie niet in het gareel heeft.

Eerdmans is vier dagen later furieus, nadat hij de avond ervoor door Karremans is geïnformeerd dat Leefbaar als grootste partij definitief buiten de boot is gevallen. Het is het gevreesde ‘Barendrecht-scenario’: ook in de buurgemeente ten zuiden van Rotterdam is de grootste partij (EVB) door een kongsi buitenspel gezet. “Ik ben pislink, dit is een cordon sanitaire”, tiert Eerdmans die maandag. Bij de zes partijen is enige verbazing dat hij geen allerlaatste charmeoffensief heeft ingezet. “Hij leek pas die zondagavond te beseffen dat het spel voor Leefbaar over en uit was, terwijl hij had kunnen en moeten weten dat de seinen vanaf die donderdag op knaloranje stonden”, klinkt het in coalitiekringen. Is de Leefbaar-leider met zijn hoofd al te veel bezig met de volgende stap in zijn carrière?

Eerdmans oordeelt genadeloos over Karremans. “Hij heeft zich in het pak laten naaien door links.” De VVD’er is bedreigd door een monsterverbond met migrantenpartijen Denk en Nida, dat volgens hem nooit van de grond was gekomen. “Toch is hij door de pomp gegaan.” Eerdmans meent dat hij nooit een eerlijke kans heeft gekregen. “Men is het inhoudelijke gesprek met ons voortdurend uit de weg gegaan. Wel de mond vol over inclusiviteit, maar praten met de ander? Ho maar!” De stem van meer dan 47.000 kiezers wordt “door het linkse riool gespoeld”, concludeert hij in navolging van partij-oprichter Ronald Sørensen.

Het ‘huilie huilie’-verhaal van Eerdmans sterkt de zes slechts in de overtuiging dat zij Leefbaar beter kwijt dan rijk kunnen zijn. Met zijn Calimero-gedrag verbrandt hij alle schepen achter zich, zo wordt geconstateerd met een mengeling van afkeuring en verbazing. “Hoe dom kan je zijn? Als onze onderhandelingen alsnog mislukken, staat hij opnieuw achteraan in de rij. Ook nu ontbreekt het hem weer aan politieke sensitiviteit.”

Eerdmans’ partijgenoot Buijt kent die geluiden. “Iedereen kan roepen over Joost wat-ie wil en hem alle schuld van de wereld in de schoenen schuiven, maar dat is niet terecht. Leefbaar heeft zich heel schappelijk opgesteld. Feit is dat men het gesprek met ons keer op keer heeft gemeden.” En, zuchtend: “Voor ons viel het doek toen Samuel Schampers vorig jaar de interne lijsttrekkersverkiezing bij D66 verloor. Met hem was een voortzetting van de nu aftredende coalitie gelukt, met de VVD daarbij als extra aanjager. Daar ben ik van overtuigd.”

Het mag niet zo zijn. Terugblikken heeft sowieso geen zin. Vraag dat maar aan Jan Anthonie Bruijn, de formateur van het nieuwe stadsbestuur. Zijn geheim? Hij glimlacht als hem die vraag wordt voorgelegd na afloop van de presentatie van het coalitieakkoord aan de voet van de Willemsbrug. “Geen oude wonden openrijten.” Met een veelbetekenende knipoog: “Ik weet dat als geen ander, ik ben arts, hé?”

 

IMG-4002-min
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

Maar zo opgewekt als de stemming op het eerste gezicht lijkt op die dinsdagmiddag 26 juni op het Noordereiland, zo grimmig is de werkelijkheid. Ze mogen dan vrolijk glimlachend op de foto gaan voor de batterij aan fotografen, het onderlinge wantrouwen is groot na de “slopende tocht door de woestijn”, zoals een van de onderhandelaars het uitdrukt.

“CU/SGP is maar blijven doordrammen en heeft daarmee geen vrienden gemaakt”, moppert een GroenLinkser. “Tjalling en zijn mensen begrijpen niet dat ze hun krediet al hadden verspeeld na die plompverloren eis van een eigen deeltijdwethouder.” Desondanks zijn “de mannenbroeders” na die streek als kleine kinderen blijven jengelen om meer strooigoed, met een bijna-crisis tot gevolg. Het is vooral te danken aan het in rap tempo opgebouwde gezag, de verbale lenigheid én de functionele humor van formateur Bruijn dat het kaartenhuis in de slotfase niet alsnog in elkaar is gestort.

Bokhove is ‘een gehaaide tante’

Wat betekent dit voor de nabije toekomst van het op 5 juli beëdigde gezelschap? Eén ding is zeker: de manoeuvreerruimte van het christelijk-conservatieve smaldeel is beperkt. “Geen fratsen meer”, is de niet mis te verstane boodschap die Vonk en burgerraadslid Gerben van Dijk te horen hebben gekregen. Het duo moet het vooral niet (meer) in het hoofd halen om te denken dat het een machtspositie heeft, ondanks de minimale meerderheid (23 van de 45 raadszetels) waarover de zes partijen beschikken in de Rotterdamse gemeenteraad.

Maar ook GroenLinks moet op zijn tellen passen. Bokhove en Roest mogen het spel vanaf dag één dan “slim” hebben gespeeld, met name Bokhove heeft zich gaandeweg ontpopt als een eigentijdse versie van Dr. Jekyll and Mr. Hyde: een vrouw met twee gezichten, die niet schroomt om af en toe een beetje vals te spelen als het haar en haar partij zo uitkomt. Bokhove is “een gehaaide en bij vlagen manipulatieve tante”, die het vooral aan haar secondant Roest te danken heeft dat haar “vileine kant” niet is afgestraft door de anderen. Haar wethouderschap – Bokhove wordt verantwoordelijk voor de portefeuille mobiliteit, jeugd(hulp) en taal – staat op voorhand onder hoogspanning.

Dat geldt ook voor de positie van die andere kandidaat-wethouder die GroenLinks naar voren heeft geschoven: Arno Bonte, tijdens de coalitieonderhandelingen een spin in het web in het schaduwkabinet van Bokhove en Roest. Vanuit het ambtenarenkorps wordt smalend gereageerd op zijn voordracht. “Gaat dit ‘Rupsje Nooitgenoeg’ ons aansturen? Dat zullen we nog weleens zien dan.” Dat is de stemming op en rondom het stadhuis.

De milieuactivist uit Blijdorp wordt beloond voor zijn jarenlange trouw en inzet voor zijn partij, maar maakt hem dat ook tot een bekwaam bestuurder? Hij heeft geen schoolopleiding afgerond, moet hij op dinsdag 3 juli bekennen in zijn kennismakingsgesprek met de gemeenteraad. In zijn dertien jaar als raadslid heeft Bonte bovendien een bedenkelijke reputatie opgebouwd: die van een dreinende en betweterige wijsneus, die de kunst verstaat om bij nagenoeg iedereen het bloed onder de nagels vandaan te halen. Die erfenis torst hij nu als een zak aardappelen mee op zijn schouders.

Bonte (40) is niet voor niets inzet van felle discussie in de eindfase van de besprekingen. Hij heeft de door hem begeerde post duurzaamheid, energietransitie en milieu/luchtkwaliteit toebedeeld gekregen, maar zal de anti-vuurwerkpropagandist de verleiding weten te weerstaan om voor de verandering eens niet buiten de lijntjes te kleuren? Zijn portefeuille raakt aan die van VVD’er Bas Kurvers (bouwen, wonen en ‘energietransitie gebouwde omgeving’), PvdA’er Kathmann (economie en toerisme) en – niet onbelangrijk – D66’er Adriaan Visser (financiën, haven en grote projecten). “Als Arno op het orgel gaat, heeft GroenLinks onmiddellijk een probleem”, voorspelt een PvdA’er.

“Tien wethouders kosten de burger klauwen vol belastinggeld, oplopend tot wel zes miljoen euro”

Maar een probleem heeft GroenLinks toch al. Hoe onderscheidt een linkse partij zich in een college met één linkse concurrent (PvdA) en twee partijen (D66 en CU/SGP) met linkse sympathieën? Zodat het de kiezer over vier jaar duidelijk kan maken: deze linkse parels hebben wij aan onze ketting geregen in de afgelopen bestuursperiode en dus moet u opnieuw op ons stemmen. Dat wordt een lastige, om niet te zeggen ondoenlijke opgave.

Zoals het ook een hels karwei is om aan het grote publiek uit te leggen waarom Rotterdam een recordaantal van tien wethouders – officieel 9,4 fte – in stelling meent te moeten brengen. Wettelijk is het toegestaan. En toch: dit unicum in de politieke geschiedenis van de tweede stad van Nederland kost de burger “klauwen vol met belastinggeld, oplopend tot wel zes miljoen euro”, zo laat het getergde Leefbaar niet na om rond te bazuinen. Dat de vijf partijen “door de pomp” zijn gegaan voor de onwrikbare eis van splinterpartijtje CU/SGP is geen pluim op hun hoed, eerder een brevet van onvermogen. Een tegenaanval laten ze dan ook wijselijk achterwege.

Totdat een freelancejournalist op dinsdagochtend 26 juni, enkele uren voor de perspresentatie van het coalitieakkoord op het snijpunt van Rotterdam-Noord en -Zuid, een cijferstaatje op Twitter zet, dat hem is aangereikt door een goede bekende. Tien wethouders is inderdaad veel, maar té veel, zoals Leefbaar (“Baantjesmachine! Driewerf schande!”) en Denk (“Wethoudersfetisjisme!”) in koor roeptoeteren? Over die vraag valt te twisten.

Uit het statistische onderzoekje blijkt dat Rotterdam met tien bestuurders landelijk in elk geval geenszins uit de pas loopt met één wethouder op 63.446 inwoners. In Amsterdam (één op 105.618) en Den Haag (één op 65.610) zijn ze weliswaar zuiniger geweest, maar wat te denken bijvoorbeeld van de randgemeente Barendrecht? Eén wethouder op ‘slechts’ 8.057 inwoners. Terwijl de problemen in Rotterdam toch vele malen groter zijn dan in het ‘slaapdorp’ ten zuiden van de stad.

PvdA-nieuwkomer Kevin van Eikeren somt in een reactie nog een reden op waarom tien bestuurders goed te verdedigen is. ‘Als we daarnaast het wethouderssalaris splitten door die 63.466 kost een wethouder de Rotterdammer zometeen 1,70 euro per jaar’, laat hij op Twitter fijntjes weten. ‘Prima prijs als je daarmee meer regie en controle houdt op de effectiviteit van het belastinggeld in de stad.’ Een andere PvdA-debutant in de raad, de al even strijdvaardige rekenaar Dennis Tak, sluit zich daar gretig bij aan. ‘Liever tien wethouders die de tijd en ruimte hebben om topwerk af te leveren, dan te weinig die onder druk kostbare brokken maken. Dit verdient zich binnen no-time terug.’ Tien wethouders hebben tot slot meer tijd om ook eens de stad in te wandelen, om daar met eigen ogen te zien hoe de werkelijkheid eruit ziet, ver weg van de kaasstolp aan de Coolsingel.

Opperhaan Aboutaleb leidt een kippenhok

Het argument ‘hoe meer handjes aan het bed, hoe kleiner de kans op ongelukken’ is dan al vaker verkondigd. Met reden. Vergeten is nog niet hoe Rotterdam, mede door een gebrek aan controle vanuit het stadhuis (college én raad), in de voorbije bestuursperiode (2014-2018) miljoenen euro’s aan belastinggeld door de wc heeft gespoeld. Neem de fraude bij het voormalige poppodium WaterFront (8 miljoen euro), denk ook aan het debacle bij de aanleg van de Hoekse Lijn (35 miljoen). De pijn van die financiële aderlating komt indirect terecht op het bordje van het nieuwe college van burgemeester en wethouders.
Maar is een team met zoveel ego’s en bestuurders aan boord niet per definitie een recept voor ongelukken? Critici vrezen van wel. Spottend wordt op en rondom de Coolsingel gesproken over ‘het elftal van Ahmed’, met PvdA-burgemeester Aboutaleb in de rol van elftalleider annex doelman. Hoe houdt deze opperhaan zijn tien ongetwijfeld luidkeels kakelende kippen in bedwang? Dat vergt gezag en leiderschap, en van de overige betrokkenen inschikkelijkheid. Een al te grote geldingsdrang van de een leidt vast en zeker tot scheve gezichten bij de anderen. Dan is het ruzie in het kippenhok.

Zelfs in VVD-kringen wordt de constructie met tien wethouders “een gedrocht” genoemd. Ook Karremans doet geen moeite om zijn bedenkingen te verhullen, languit liggend in het gras van Ons Park met zijn gerafelde spijkerbroek en opengesperde overhemd: “We gaan het zien, maar dit is wat het is. Ik geloof in deze coalitie, maar dan vooral omdat de VVD als de grote winnaar uit de bus is gekomen en wij de afspraken stevig hebben vastgelegd. Wij hebben maar liefst 83,5 procent van onze wensen weten te realiseren, oftewel 168 van de tweehonderd actiepunten uit ons verkiezingsprogramma. Jij mag beweren dat GroenLinks de grote winnaar is, maar dan heb je het mooi mis. Zij zijn heel opgetogen met hun groene portefeuilles, en ik gun ze die lol van harte. Maar kijk eens wat wij in de wacht hebben gesleept. Met onze portefeuilles én de toezeggingen aan ons adres hebben wij aanzienlijk meer in de melk te brokkelen de komende jaren.” En dan is de oud-voorzitter van het Rotterdamse corps weg, op weg naar het dichtstbijzijnde café om de hoek. “Ik heb dorst, ik wil aan het bier.”

En de PvdA? De sociaaldemocraten, jarenlang de dominante kracht in de havenstad, zijn vooral blij en opgetogen. Met uitzondering van oud-fractievoorzitter Leo Bruijn (61). Hij heeft zich twaalf jaar lang het vuur uit de sloffen gelopen voor de partij. Geen raadslid dat zo vaak in de stad te vinden was als hij. “Een feest was pas een feest als Leo is geweest”, heette het jarenlang. Des te opvallender is zijn afwezigheid bij de presentatie van het coalitieakkoord. Maar ‘Grote Leo’ is boos en ontgoocheld. Zijn grootste wensdroom was ooit wethouder te worden in Rotterdam. Het is de gewezen horecabaas uit Kralingen niet gegund door de partijnotabelen.

“Hij is ook bekend om zijn ‘Roti van Moti’, en houdt van klussen in huis”

“Je moet passen in de P van plaatje”, wil een oude wijsheid in de politiek. Richard Moti (38) voldoet aan die voorwaarde, gelet op het feit dat de FNV-bestuurder op zondag 24 juni naar voren wordt geschoven door zijn partij, samen met de twee jaar oudere Kathmann. De PvdA-selectiecommissie onder leiding van oud-politiek leider Mariëtte Hamer wil per se een man en een vrouw, en zo gebeurt het ook. Katmanns voordracht is vooral een beloning voor “een perfecte campagne”, zoals haar collega Engberts, de nieuwe fractievoorzitter, erkent. “Met haar frisse en authentieke voorkomen heeft ze de PvdA weer smoel en elan gegeven. Barbara heeft zich uitstekend staande weten te houden, zowel vóór als na de verkiezingen. Bovendien: ze kan dit, ze staat haar mannetje.”

Hoe trots, voldaan en opgelucht de PvdA is, blijkt ook uit het persbericht dat de partij de deur uitdoet nadat de keuze voor Moti en Kathmann is gemaakt. ‘Naast raadslid is Barbara directeur van de Giovanni van Bronckhorst Foundation, ze is veertig jaar en houdt van een terrasje pakken’, zo valt te lezen. En over Moti: ‘Hij is ook bekend om zijn ‘Roti van Moti’, en houdt van klussen in huis.’ Alsof het ook maar iemand ene mallemoer interesseert wat beiden in hun vrije tijd uitspoken. Maar voor de PvdA is de vrijetijdsbesteding van hun sterkhouders belangwekkend genoeg. Bijna opnieuw gedecimeerd door de kiezer (van acht naar vijf zetels), maar de eens almachtige rode baronnen spreken weer een woordje mee in de havenstad en doen dat op een – zeker voor PvdA-begrippen – opvallend frivole toon.

 

IMG-3666-min
Beeld door: beeld: Marwan Magroun

De voorkeur voor oud-fractieleider Moti gaat ten koste van een andere oudgediende, ex-wethouder Hamit Karakus (53). Dat is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk, al tempert de oud-makelaar uit Zuid zelf de verwachtingen. Het is nog geen gelopen race, laat hij een dag voor de bekendmaking weten via een WhatsApp-berichtje. “Ik ben er zelf ook nog niet uit.” Toch lijkt hij geknipt voor een rentree. In zijn voordeel spreekt dat hij, in tegenstelling tot Moti, een redelijke verstandhouding onderhoudt met de onderkoning van Zuid, directeur Marco Pastors (Leefbaar) van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. De PvdA heeft in de onderhandelingen onder meer de portefeuille Zuid weten te bemachtigen.

Bovendien: als Turkse immigrantenzoon is Karakus een acceptabel alternatief voor in elk geval een deel van het Denk-electoraat. Met hem neemt de partij de multiculturele kwelgeest op links (vier zetels), voortgekomen uit de boezem van de PvdA, wat wind uit de zeilen. Maar aan de ‘knuffelbeer’ – vriend en vijand roemen Karakus om zijn natuurlijke charme – kleven ook nadelen. Hij is vijftien jaar ouder dan Moti en heeft al acht jaar (2006-2014) op het pluche mogen zitten. Moti, een Rotterdammer met Surinaamse wortels, mocht ‘slechts’ één jaar (2013-2014) de honneurs waarnemen van de naar de VNG uitgeweken Jantine Kriens.

De portefeuille werk en inkomen past Moti daarnaast beter. Karakus is meer ‘een man van stenen’, zijn sociale gaven ten spijt. Hij verliet de fractie na de verkiezingsnederlaag (van veertien naar acht zetels) in 2014. Hij had geen trek in een rol als oppositieleider (“Ik ben meer bestuurder dan politicus”) en werd directeur van Platform31, een kennis- en netwerkorganisatie voor stedelijke en regionale ontwikkeling uit Den Haag, waar eerder Adriaan Visser de scepter zwaaide.

Eneco-verkoop verdeelt Moti en Visser

Die laatste heeft nog een appeltje te schillen met Moti. Visser is groot voorstander van de verkoop van de Rotterdamse aandelen – de stad is met 31,7 procent grootaandeelhouder – in energiereus Eneco. Moti daarentegen heeft nooit een geheim gemaakt van zijn aversie van “de uitverkoop van ons tafelzilver”, net als zijn partij PvdA. Een meerderheid van de gemeenteraad steunt Visser, omdat het eigendom van een “commercieel energiebedrijf niet behoort tot de kerntaken van een gemeente”.

De verkoop levert Rotterdam bovendien een bedrag op dat in het gunstigste geval kan oplopen tot één miljard euro, maar deze is nog altijd niet afgerond. Tot ergernis van Visser, tevens voorzitter van de Aandeelhouderscommissie van de 53 Eneco-gemeenten, die de verkoop van Eneco voorbereidt. Het is Moti die in het najaar van 2017 een stok tussen de spaken steekt. Hij schermt met een onwelgevallig rapport dat Visser willens en wetens niet zou hebben gedeeld met de gemeenteraad. Dat staat gelijk aan een politieke doodzonde. “De conclusie [van het rapport] was helder: het is onverstandig om Eneco op korte of middellange termijn te verkopen”, zegt Moti tegen het AD Rotterdams Dagblad. “Het advies was om de duurzame strategie van Eneco zeker tien jaar te laten renderen. Ik snap niet dat hier geen melding van is gemaakt.”

Om zijn betoog kracht bij te zetten, stuurt Moti een dag later nog een stekelig tweetje de wereld in: “Kritische rapporten worden achtergehouden of weggemoffeld in voetnoten, aldus @BarbaraKathmann van @pvdarotterdam #privatisering #Eneco.” Visser is razend, maar dat is hij wel vaker; de temperamentvolle bestuurder schiet intern geregeld uit zijn slof. Volgens hem doet Moti de waarheid geweld aan. Maar acht maanden later zijn beiden ineens collega’s en is de gouden regel van het collegiaal bestuur van kracht: het college spreekt met één mond. Dat belooft nog wat; één kopje koffie is vermoedelijk niet genoeg om het ongemak weg te masseren.

“Wie denkt dat het klimaatluchtkasteel belangrijk is, is het contact met de werkelijkheid verloren”

Ook de oppositie (zeven partijen) slijpt intussen de messen. ‘Een handjeklap-akkoord dat niet aansluit bij de dagelijkse belevingswereld van de Rotterdammers’, foetert Leefbaar-leider Eerdmans in een persbericht, luttele uren na de presentatie van het coalitieconvenant. ‘Dit college laat zich voor 150 miljoen, en op lange termijn zelfs voor het astronomische totaalbedrag van 50 miljard, meeslepen in een klimaatluchtkasteel. Wie denkt dat Rotterdammers dit het allerbelangrijkste thema vinden, is het contact met de werkelijkheid kwijtgeraakt.’

Nida-leider Nourdin El Ouali daarentegen ontwaart vooral de vingerafdrukken van zijn politieke erfvijand in het akkoord. “Leefbaar is weliswaar buiten de coalitie gehouden, maar veel van hun bedenkelijke denkbeelden zijn overeind gebleven en hier en daar zelfs aangescherpt, zoals dat repressieve veiligheidsgedoe, de aso-woningen en de Woonvisie.”

De hoofdrolspelers zelf hebben hele andere zorgen aan het hoofd. “We hebben een marathon gelopen”, verzucht de zichtbaar vermoeide Bokhove na afloop van de ronkende presentatie. Ze staat bekend als een diesel, iemand die met relatief weinig slaap uit de voeten kan, ook al wordt het ’s avonds laat, met een paar drankjes erbij. Maar nu is de logopediste uit Delfshaven aan het einde van haar Latijn. “Ja, ik ben bekaf.” Wat voor haar geldt, geldt voor alle anderen na bijna honderd dagen onderhandelen. Het was een uitputtingsslag, de komende dagen worden benut om “even bij te tanken”.

Nieuwe energie voor Rotterdam heet het geesteskind van de zes partijen dus. Maar hoeveel brandstof bevat hun tank nog? Hoeveel zand is er in de motor terechtgekomen gedurende 96 slopende dagen van praten, praten en nog eens praten? Bovendien: Bokhove mag dan een hardloopfanaat zijn, die niet terugdeinst voor een kilometertje meer of meer, haar beproeving begint nu pas.

De keizersnee van Jan Anthonie

Op de deunen van de befaamde Beatles-hit Hey Jude richtte Jan Anthonie Bruijn zich op maandagavond 18 juni tot Bokhove. Zou het toeval zijn? Een van de meest bekende songs van de legendarische band uit Liverpool is geschreven door Paul McCartney, als een hart onder de riem voor Julian Lennon. Diens vader, McCartneys collega en creatieve counterpart John, was kort daarvoor met een andere vrouw (Yoko Ono) aan de haal gegaan.

Het nummer gaat dus over trouw, liefde en verraad. Die hebben de zes partijen de voorbije dertien weken in ruime mate – meer dan hen lief is en was – voor de wielen gekregen, en dat zal niet voor het laatst zijn. Politiek in het immer roerige en robuuste Rotterdam is geen marathon, politiek in Rotjeknor is een hindernisbaan, met alle bijbehorende verraderlijke bochten en kuilen van dien. Langs het parcours staat steevast een stel met modder gooiende opponenten klaar om de deelnemers het leven nog verder zuur te maken.

Wie ongeschonden de eindstreep wil halen, dient te beschikken over tact, stuurmanskunst en uithoudingsvermogen. En te opereren als een eendrachtige eenheid. Want ja, teamgeest is eveneens vereist. Vraag is of de baby van de medicus Jan Anthonie Bruijn, ter wereld gekomen via een ingenieuze keizersnee, over al die eigenschappen beschikt.

VERANTWOORDING
Voor deze reconstructie is gesproken met 25 direct en indirect betrokkenen. Joost Eerdmans (Leefbaar) wilde de auteur opnieuw niet te woord staan. Daarnaast zijn artikelen geraadpleegd uit onder meer Trouw, NRC Handelsblad, RTV Rijnmond, de Volkskrant, AD Rotterdams Dagblad en Dagblad010.

Bekijk: zo ziet het nieuwe college van B&W eruit

Burgemeester
– Ahmed Aboutaleb (PvdA)
Wethouders
– Bert Wijbenga (VVD), Handhaving, buitenruimte en integratie
– Bas Kurvers (VVD), Bouwen, wonen en energietransitie
gebouwde omgeving
– Adriaan Visser (D66), Haven, financiën en grote projecten
(zoals Feyenoord City)
– Saïd Kasmi (D66), Onderwijs, cultuur en binnenstad
– Judith Bokhove (GroenLinks), Mobiliteit, jeugd(hulp) en taal
– Arno Bonte (GroenLinks), Duurzaamheid, energietransitie en
milieu/luchtkwaliteit
– Barbara Kathmann (PvdA), Economie en toerisme
– Richard Moti (PvdA), Werk en inkomen, Rotterdam-Zuid
– Sven de Langen (CDA), Zorg, welzijn en sport
– Michiel Grauss (CU/SGP, 0,4 fte), Schulden, armoedebestrijding
en informele zorg

Dit hoofdstuk wordt opgenomen in de binnenkort te verschijnen derde herziene editie van het boek "Rotterdam, stad van twee snelheden". Heb je het boek al?

Download hier het hoofdstuk
UItsnede Eerdmans

Lees meer

‘Sexy Sextet’ dwingt Leefbaar tot kritische blik in spiegel

Rotterdam koerst af op een bonte coalitie bestaande uit maar liefst zes partijen: VVD,…

Mark Hoogstad en boek

Mark Hoogstad

Mark Hoogstad (1970) is freelance journalist. Hij schreef voor NRC Handelsblad en was politiek verslaggever voor het AD Rotterdams Dagblad. Op dit moment schrijft hij o.a. voor Trouw. Begin 2018 kwam zijn boek ‘Rotterdam stad van twee snelheden’ uit over de moderne geschiedenis van de stad.

Profiel-pagina
marwan_avatar

Marwan Magroun

Marwan Magroun (1985) studeerde human resource management maar werkt nu fulltime als fotograaf. Stadsjongen in hart en nieren. Hij laat zich inspireren door verhalen van mensen, gebouwen en plekken. In 2017 won hij de publieksprijs van de Kracht van Rotterdam.

Profiel-pagina
Lees 19 reacties