voor de harddenkende Rotterdammer

Ruim dertig jaar werkten Henk Oosterling en Awee Prins samen: ze richtten het Centrum voor Filosofie en Kunst op, gaven de faculteit smoel en trokken de stad in voor een keur aan projecten. De filosofie is tenslotte niet gediend wanneer we haar alleen als pin-up girl van de wetenschap in achterkamertjes begluren. Zij verlangt gemeenschap! Voor het themanummer over Rotterdam interviewde het wijsgerig faculteitsblad Twijfel de twee Rotterdamse filosofen, wat Vers Beton met veel plezier uitbrengt. Wat heeft Rotterdam hun filosofie gebracht? En welke rol spelen kunst en literatuur daarbij?

Henk ‘Altijd “Rotterdamse filosofen”…’
Awee ‘Dat vind ik ook zo opmerkelijk. Henk Oosterling, “Rotterdamse filosoof”. Awee Prins, “Rotterdamse filosoof”…’
Henk ‘…maar Ad Verbrugge is gewoon “filosoof”. Nooit “Amsterdamse filosoof”.’
Awee ‘Ik denk dat journalisten in een bubbel zitten en denken: “het moet niet gekker worden, uit Rotterdam komen óók filosofen!” Alsof filosofie niet bij de no-nonsense van Rotterdam zou horen.’
Henk ‘Het heeft misschien ook te maken met de thema’s die wij hebben.’
Awee ‘Bij het Centrum voor Filosofie en Kunst hadden we eens als motto: de kunst moet eindelijk uit de verf komen!’
Henk ‘Filosofie moet van Kant gemaakt worden!’
Awee ‘De anticonceptie voorbij! Mijn openingslezing in Boijmans luidde: “I don’t care much about Art, but I love his wife”. Arthur Danto kwam zich met zijn vrouw daarna voorstellen: “Hi, I’m Art”.
We hebben altijd motto’s en idiomen gekozen met een typisch Rotterdamse charme, die je met krachtige termen neerzet. In 1974 kwam er hier een faculteit wijsbegeerte omdat de wet voorschreef dat je alleen een universiteit mocht zijn als je een faculteit wijsbegeerte had. Er was een elitaire evidentie dat er in Amsterdam en Leiden een filosofiefaculteit was, maar niet in Rotterdam.’
Henk ‘Dat wij ons als Rotterdammers hebben neergezet – werden neergezet – is eerst van buitenaf gekomen. Pas later is de universiteit zelf naar de stad gaan kijken. In 1987 hebben wij ons eerste boekje La Chair: het vlees in filosofie en kunst uitgebracht.’
Awee ‘Dat heette de Rotterdamse Filosofische Studies. Andere faculteiten hadden dat niet, een eigen filosofische reeks. Er zijn een stuk of tien boekjes verschenen, waaronder ook een over Heidegger en het nazisme. Dat was voorpaginanieuws bij de NRC. Wij zijn toen onmiddellijk op dat boek van Victor Farías (Heidegger en het nazisme, red.) gesprongen en organiseerden hier een stevig congres.’
HenkLa Chair (het vlees, red.) en Heidegger waren beide controversieel. Luce Irigaray had toen net een gasthoogleraarschap gekregen en er zat hier een zwaar feministische sectie. Wij werden een beetje als macho’s neergezet. Henk-van-het-vlees werd ik genoemd, vandaar La Chair. Wij haalden veel mensen van buiten naar de faculteit om iets met ze te doen en brachten daarna weer een boekje uit. Dat was een manier om deze faculteit ook nationaal op de kaart te zetten. Dat is wel gelukt als je nagaat wie er allemaal rondliepen hier: Arthur Danto, Peter Sloterdijk, Victor Farías, Luce Irigaray, en Slavoj Žižek. In de media kwam er toen ook wat aandacht. Zo trad de faculteit meer naar buiten en ontstond die Rotterdamse signatuur. We hadden allemaal heikele thema’s: geweld, lichamelijkheid, sex, porno, fascisme, seriemoordenaars. Ik denk dat dat wel bepalend is geweest voor het beeld van waar wij mee bezig waren.’

Kunst en straat

Henk ‘Onze interesse in onderwerpen aan de grens van de filosofie maakte ook dat wij de kunst erbij haalden. Zo kun je een ruimte ontsluiten waarbinnen je met andere beelden in een andere verbeelding kunt denken en je niet helemaal afhankelijk bent van het apparaat van de filosofie.’
Awee ‘De filosofie, en zeker de Verlichting, is altijd een manier geweest om je over datgene heen te tillen wat je niet kunt verdragen, wat je niet kunt begrijpen. Daarom zijn kunst en literatuur zo belangrijk. Franz Kafka zegt dat er oneindig veel hoop is in de wereld, alleen niet voor ons. Als een filosoof dat zegt moet hij dat helemaal gaan verantwoorden; de literatuur kan iets evoceren waar de filosofie zich in proposities verliest.’
Henk ‘Toen wij begonnen met Foucault, Derrida en Bataille, werd door hoogleraren gezegd: dat zijn geen filosofen.’
Awee ‘Wat dacht je van Heidegger! Er zijn nog steeds docenten die in hun colleges zeggen dat hij helemaal niet gedoceerd zou moeten worden. En als je onze artikelen leest: dat zijn geen traktaten zoals die in tijdschriften verschijnen.’
Henk ‘Kunst is voor ons een reservoir waaruit we putten om dingen die we niet filosofisch konden neerzetten in de geschreven taal toch bespreekbaar te maken in een andere taal. Zo ontstonden die boekjes. Die gaan allemaal over filosofie en kunst, over filosofie en politiek. Wij hadden die andere velden nodig om de hardere, ambigue ervaring toch bespreekbaar te maken.’
Awee ‘We merkten dat het ook werkte. Wat dat betreft bedrijven wij geen filosofie in de smalle academische zin. Günther Anders spreekt van bakkers die voor andere bakkers brood bakken. Dat is, met alle respect voor het genre, voor ons nooit genoeg geweest.’
Henk ‘Wij gebruiken zuurdesem en geen gist.’
Awee ‘Filosofie moet de straat op!’

Filosofie in de gevangenis

Henk ‘In Krimpen aan den IJssel is er een gevangenis voor langgestraften. Ze vroegen mij op een gegeven moment om filosofieles te komen geven en daar heb ik een aantal andere filosofen bijgehaald: Awee, René (Ten Bos, red.), Aetzel (Griffioen, dit jaar docent ecofilosofie, red.), Richard (de Brabander, alumnus, red.), Marc (Schuilenburg, alumnus, red.) en Piet (Molendijk, alumnus, red.). Drie jaar hebben we daar lesgegeven. Dan zit je twee uur in een kamertje met Serviërs, Antillianen, Turken en Marokkanen en misschien één autochtone Nederlander. Sommige van die gasten hebben een moord gepleegd. Daar moet je dan wel levend zien uit te komen, en niet alleen in fysieke zin; als je bang bent kan je het schudden. Je kunt wel over geweld schrijven, maar je moet ook het lef hebben daar dan tussen te gaan staan. Om naar groepen te gaan die een heel ander discours hebben waardoor je moeite moet doen om jezelf helemaal uit te leggen. En je weet niet hoe dat gaat vallen, je krijgt niet bij voorbaat het voordeel van de twijfel. Je moet met de billen bloot.’
Awee ‘Als een psycholoog met zo’n groep gedetineerden gaat zitten, dan denken ze dat ze worden onderzocht. Maar een filosoof legt iets in het midden. Bijvoorbeeld: volgens Heidegger ligt je verleden niet achter je maar voor je. Zijn begrip van de eigen tijdelijkheid is dat je zelf steeds weer beslist wat je verleden is. In die zin ligt je verleden in je toekomst. Dat is geen antwoord of ideale oplossing, maar je zag gewoon dat het bij sommigen in die groep ging bewegen. Die gaven bijvoorbeeld hun vader de schuld van wat er was gebeurd in hun leven, maar begonnen langzaam maar zeker te begrijpen dat het ook hun eigen beslissing is om dat zo te blijven zien. Dit is een van de moeilijkste thema’s bij Heidegger en ik heb het nergens zo interessant besproken als daar met die tien mensen. Gedane zaken nemen geen keer? Nee, jij beslist in het ogenblik van het heden hoe jij je verleden duidt.’
Henk ‘Wij hebben altijd de behoefte gehad om de filosofie niet alleen met collega’s te delen. Zo hebben we ook een heel groot lezingencircuit. Awee zit meer naar de medische kant en de psychiatrie, ik meer naar het onderwijs, de bedrijfsmatige kant en de overheid. Gewoon ergens in gaan staan zonder afgedekt te zijn door de volledige zekerheid van die ivoren toren.’

Maar hoe zorg je dat het aanslaat?

Henk ‘Het is niet zo dat wij komen vragen of we “alstublieft filosofie mogen komen geven.” Er is een enorme behoefte aan reflectie in de samenleving. Van de drie lezingen moet ik er twee afzeggen. De vraag is wat voor soort filosofen uit de academische wereld zich daardoor geroepen voelen, en welke het ook kunnen. De verstandhouding die je zoekt met niet-filosofen is voor de filosofie in ieder geval van waanzinnig groot belang. Voor ons is het een input geweest om ons filosofische werk vervolgens te kunnen doen. Het is veel geïnformeerder en krijgt een veel groter draagvlak dan een verwijzing naar een Gesamtausgabe.’
Awee ‘Maar het is niet: u vraagt wij draaien. Je moet heel goed luisteren naar wat ze aankunnen…’
Henk ‘…en willen.’
Awee ‘Henk en ik hebben onlangs lezingen gegeven voor de Herstelbeweging. Dat zijn beschadigde mensen, die bijvoorbeeld een psychose hebben gehad of verslaafd zijn geweest. Daar moet je de juiste toon voor vinden. Ik denk dat de universiteit dat ook op prijs stelt. Want laten we haar wel een pluim geven: het is niet zo dat wij hierbij ooit zijn tegengewerkt.’
Henk ‘Precies. Wij hebben alle ruimte gekregen.’
Awee ‘Er is het giving back principle: valorisatie. Universiteiten kunnen niet alleen maar in ivoren torens hun eigen klusjes doen. Door sommigen wordt dit zo uitgelegd dat je dingen voor de samenleving gaat doen waar je geld voor krijgt.’
Henk ‘Contractonderwijs of -onderzoek, zal ik maar zeggen.’
Awee ‘Dat is de calculerende vorm van valorisatie. Maar er is ook een valorisatie die zegt: wij hebben het voorrecht om filosofen te zijn en nu brengen we onze inzichten naar de samenleving. Filosofie kun je overal naartoe brengen. Elk mens en elke organisatie heeft behoefte aan een bepaalde reflectie, maar je moet daar wel de juiste toon voor vinden.’

Taal

Henk ‘Onze filosofie heeft af en toe ook wel een bijna literaire onderstroom. De filosofie van Kant maken, radicale middelmatigheid, deels zijn deze titels allemaal taalspellen. Anderen hebben een meer transparante opvatting over taal. Dat zijn de glazenwassers van de wetenschap. Die trekken de boel even helemaal droog zodat je er doorheen kijkt en dat glas zogenaamd niet meer ziet. Wij weten dat het glas zoveel vertekening geeft, dat je altijd iets anders ziet dan als je het zonder glas had gezien. Taal is bij ons veel pregnanter aanwezig en veel problematischer dan bij andere filosofen. Op een basaal Rotterdams niveau is dialectiek gewoon: Ja toch! Niet dan? Ech wel! Dat wordt ons meestal niet in dank afgenomen door de harde filosofen. Dat zien zij als het corrumperen van het vak, terwijl wij juist vinden dat dit het vak is.’

Terwijl de indruk bestaat dat het in de samenleving juist wel gewaardeerd wordt.

Henk en Awee in koor ‘Ja natuurlijk!’
Henk ‘Neem nou doen-denken. Door één woord zijn ze al aan het denken. Dat is echt te gek toch?’

…maar dat moet je ook wel kunnen.

Henk ‘…maar dat moet je jezelf ook wel toestaan als filosoof.’
Awee ‘Dat is dus hard werken! Waarom is Obama, ongeacht wat je van zijn politiek vindt, zo succesvol? Omdat hij de mogelijkheden van de taal beproefde. En dat is géén kwestie van retoriek.’
Henk ‘Zo wordt het weggezet, alsof het retoriek is.’
Awee ‘Psychoanalyticus Darian Leader zegt (in The New Black: Mourning, Melancholia, and Depression, red.) over het beroemde syllogisme ‘alle mensen zijn sterfelijk, Socrates is een mens, dus Socrates is sterfelijk’: dit is niet zomaar een logische redenering. Het is ook een treurzang, een hartenkreet. Die multidimensionali-teit… dat is wat filosofie is!’
Henk ‘Nee, dat is wat wij vinden dat filosofie is.’
Awee ‘Ja, we moeten voorzichtig zijn. Maar als filosofie alleen het komen tot sluitende redeneringen is…’
Henk ‘Filosofie is een betrokkenheid bij iets dat niet masturbatoir is. Je moet copuleren met de wereld. Het gaat erom dat er een kruisbestuiving plaatsvindt die de filosofie brengt waar ze moet zijn. Voor ons is dat aan de basis van het leven, niet in een ivoren toren.
“De filosofie” probeert zich te legitimeren door zich wetenschappelijk te profileren, door zich op te hangen aan de wiskunde en de logica. Maar de vraag is wat er eigenlijk gebeurt met de artikelen die wij schrijven. Ze worden in een toptijdschrift gepubliceerd en ongetwijfeld door zes mensen gelezen, maar hoe werkt dat door in de samenleving? De relativiteitstheorie en de kwantummechanica waar de theoretische fysici zich mee bezighouden zijn inmiddels wel doorgewerkt in onze computers en smartphones. Maar waar landen de fundamentele vragen waar wij filosofen ons mee bezig houden?’

Awee ‘Die discussie gaat een keer komen. De transformerende kracht van de filosofie ligt niet in de hardcore academische traditie. Maar als je mij vraagt wat een goede faculteit wijsbegeerte is, dan heb ik ‘m toch liever divers dan dat je louter een centrum voor publieksfilosofie wordt.’

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het speciale themanummer ‘Rotterdam’ van wijsgerig faculteitsblad Twijfel (mei 2018).

joost

Joost de Raeymaecker

Joost de Raeymaecker (1980) werkt als zelfstandig architect in Antwerpen. Daarnaast studeert hij filosofie aan de Erasmus Universiteit en is hij redacteur van Twijfel.

Profiel-pagina
Hugo van de Kooij

Hugo van de Kooij

Hugo van de Kooij (1992) verruilde een plek als pitcher in jong oranje voor een studie filosofie aan de Erasmus Universiteit en is hoofdredacteur van Twijfel.

Profiel-pagina
photo profile

Octavia van Horik

Octavia van Horik (1987) is grafisch ontwerper, illustrator en Rotterdammer sinds 2008. In haar werk gaat ze op zoek naar de grenzen van het medium om te kijken wat daar aan te morrelen valt. Een setje regels is er nu eenmaal om gebroken te worden.

Profiel-pagina
Lees één reactie