voor de harddenkende Rotterdammer
F1040036_1

Voor we het restaurant verlaten, kan ik niet laten om nog even met mijn neus boven de oesterbar te hangen. Diep haal ik adem. Ik snuif de geuren van kokkels, scheermessen en zeekraal tot in de diepste poriën van mijn neus. Mijn dinergezelschap port in mijn rug, ze geven me een zetje richting uitgang. Ze willen het niet meemaken dat ik als toetje nog een paar oesters naar binnen slurp.

Vanavond staat het geluk aan onze kant. We confisqueren de laatste vrije strandstoelen op het grasveld op de kop van de pier. Schuin aan de overkant zal de oranjekleurende zon zich zo te rusten leggen. Dat heeft ze verdiend nadat ze ons de hele dag met haar weldadige warmte heeft bediend. Het Maaswater klotst tegen de kade. Een forse tanker vaart onze kant op. De motor sputtert en stottert. Hij moet er flink aan trekken om zich tegen de stroom in te laveren. De watertaxi’s daarentegen boren zich schijnbaar moeiteloos door de golfslag. Boven ons krijsen tientallen meeuwen.

Net op het moment dat ik een slok neem van mijn licht mousserende Vinho Verde, steekt een licht Atlantisch briesje op. Water, wind en wijn smaken vanavond in een perfecte harmonie, hier aan de Nieuwe Maas.    

Ooit deelde de weidse Maas de stad in tweeën: een gezegende rechter- en een iets minder fortuinlijke linkeroever. Op het water, de kades en de dokken verdienden Rotterdammers hun boterham. Om na gedane arbeid de Waterweg met haar industrie en vervuiling de rug toe te keren. Terug naar het centrum, of op Zuid, en later naar de bloemkoolwijken buiten de stad.

Hoe anders kijken we nu tegen de rivier aan. Mijn wauw-gevoel ontkiemde toen Hotel New York zijn poorten opende, nu alweer een kwarteeuw geleden. Een gewaagde onderneming destijds, begin jaren ’90, op een decentrale plek, helemaal uit de route.

Toen ontdekte ik dat Rotterdam wel degelijk een hart had. En wat voor één! Een pompend hart, midden in de stad, daar waar een hart hoort te kloppen. Het lag er al eeuwen, ik had het alleen nog niet gevonden. En al helemaal niet op waarde geschat.

Zoals zoveel Rotterdammers had ik me tientallen jaren lang van de rivier afgewend. Daarna ging het snel. We bouwden een brug, hotels en woontorens. Nu met de neus op het water, het gezicht naar de overkant. Hier aan de oevers van de stromende Maas willen we wonen, werken en winkelen. Niet weg van, maar juist middenin de bedrijvigheid van schepen, foodfactories en creatieve industrie. Van Oost naar West: van het eiland van Brienenoord tot de Onderzeebootloods op Heijplaat. Onze levensader doet ons bloed tegenwoordig weer snel stromen.

‘En de veryupping dan?’ hoor ik alom. Ik kan er niet mee zitten, als de stad ervan opknapt. Op de armoedemonitor scoren we nog steeds niet zo best. Dat zie ik helaas nog niet veranderen. Dus laat die poen maar circuleren in Noord en op Zuid. Hopelijk kunnen de minderbedeelde Feyenoord-supporters dan ook een keer hun club in de Kuip zien voetballen.

Nachtportier

Lees meer

Rotterdamse nachten: de mystiek van een slapend Hotel New York

In de periode tussen de kortste en de langste nacht van het jaar bezoekt Karin Koolen…

Steef Stap

Steef Stap

Steef Stap werkt als adviseur zorg & welzijn in de regio Delft-Den Haag. Daarvan probeert hij in zijn columns en verhalen juist weg te blijven. Hij groeide op in een Vlaams dorpje dat doet denken aan het Reetveerdegem van Dimitri Verhulst in ‘De helaasheid der dingen’. Na Brussel en Antwerpen lokte de liefde hem definitief naar de periferie van Rotterdam, waar hij nu ruim dertig jaar woont.

Profiel-pagina
Jan van Dam

Jan van Dam

Jan van Dam is fotograaf, tekstschrijver en vormgever. Naast werk in opdracht, bedenkt hij vaak eigen (foto)projecten die uiteenlopen van ‘Een foto bij een boek’ tot ‘Reflexies – bekijk het in Rotterdam’.

Profiel-pagina
Lees één reactie