voor de harddenkende Rotterdammer

In 2006 kreeg het ontwerp van het Afrikaanderpark nog een architectuurprijs. Twaalf jaar later is de wijk in transformatie en vraagt de gemeente zich af of het park nog voldoet. Vers Beton dook op een hete woensdagmiddag het park in om te vragen: moet het park op de schop?

“Als je rond het jaar 2000 ’s ochtends het Afrikaanderpark inliep, kon je de lege spuiten uit de bosjes vissen”, vertelt wijkmanager Taco Pennings. “Er was veel winkelleegstand in de omliggende straten. Hierdoor ontbraken de ‘ogen op de straat’ en vermeden mensen het park. Dankzij vele investeringen in veiligheid is het aantal incidenten sterk afgenomen. Nu ontstaat er ruimte voor een gesprek met de bewoners en kunnen we langzaam samen bouwen aan vertrouwen.”

Het ontwerp

Ook Martin Knuijt van OKRA landschapsarchitecten herinnert zich de verwaarlozing van het park. In 2003 werd zijn bureau gevraagd om een nieuw ontwerp te maken. “Er was drugsoverlast, de huisartsenposten waren met tralies beveiligd. We kregen de  opdracht om een duidelijk herkenbare plek te ontwerpen, maar ook om bewoners te betrekken. De reeks bewonersavonden leverde veel op, het is alleen jammer dat de scope beperkt was tot de Afrikaanderwijk en de directe omgeving. Nu zou je misschien de bewoners van de Kop van Zuid en Katendrecht er ook bij betrekken, maar die wijken waren toen nog in ontwikkeling. Anders had het nu misschien beter gepast.”

OKRA won in 2006 de landelijke Omgevingsarchitectuurprijs met het ontwerp. Dit bestond uit een centrale groene ruimte met een omloop, afgesloten door een ruim twee meter hoog lamellenhek. Parkwachters zouden de hekken overdag openen en ’s nachts sluiten en tegelijk een oogje in het zeil houden. Knuijt: “Het beheer is van begin af aan lastig geweest. Het openen van de hekken ging niet volgens afspraak. Maar het midden met de open ruimte en bomen functioneert wel goed.”

L1020370
Beeld door: beeld: Hielke Zevenbergen

Aan allebei de zijden van het park ligt het Afrikaanderplein, waar het op woensdag en zaterdag markt is. Je kunt er terecht voor zo’n beetje alles, niet gek dus dat er wekelijks 30.000 bezoekers op afkomen. Maar een paar draaibare hekken staat open als we er woensdagmiddag een rondje lopen. Aan de rand van het marktplein zetten de kooplui hun stallen tegen het hek aan. Op niet-marktdagen zijn zowel park als plein niet bepaald een visitekaartje van de wijk. In de leegte zie je slechts vogels die smachtend wachten op de eerstvolgende marktdag.

Toch is het ontwerp van het Afrikaanderpark wel bedacht als ontmoetingsruimte, met speelplekken voor kinderen, sportvelden (voetbal, basketbal), als plek voor festivals en als tentoonstellingsruimte voor kunst, film en fotografie. Aan de zuidzijde is er ruimte voor verstilling, waar je een intiem gesprek kunt voeren op een bankje.

Rust en reuring

De balans tussen rust en reuring in het park is niet ideaal. Daarom trommelde de gemeente een half jaar geleden een aantal ondernemers en actieve buurtbewoners op om ideeën op te halen over de toekomst van het park. Het hoeft niet meteen op de schop, maar Stadsontwikkeling wil graag horen welke behoeften er leven. De Afrikaanderwijk heeft verder nauwelijks openbaar groen, dus is het park voor velen een toevluchtsoord om rustig een praatje te kunnen maken of te ontspannen.

Bunyamin Yavuzyigitoglu is secretaris van het bestuur van de Kocatepe Moskee, grenzend aan het rustige deel van het park. De moskee heeft geen ingang aan het park maar is ervan gescheiden door een hek, een slootje en een smalle groenstrook: “We hebben aangegeven bij de gemeente dat het onkruid daar nogal hoog staat. Het beleid is de natuur z’n gang te laten gaan waardoor er meer insecten komen. Daar gaan we natuurlijk niet tegenin.”

De moskee is na de herinrichting in 2006 niet meer vanuit het park te bereiken, maar dat vindt Yavuzyigitoglu geen probleem. “De activiteiten van de moskee en de Turkse culturele vereniging vinden nu plaats op een betegelde binnenplaats. Op het pleintje organiseren we weleens een braderie, of een boekenmarkt. De binnenplaats is publiek toegankelijk, maar wordt doorgaans alleen door de Islamitische gemeenschap gebruikt. Dat het van elkaar gescheiden is, is best logisch. De meeste mensen die voor het gebed naar de moskee komen, zijn niet op zoek naar spontane ontmoeting met parkbezoekers”, verklaart Yavuzyigitoglu. “En de parkbezoekers missen er ook niks aan. Er gebeurt daar al een heleboel, hoe kan het ook anders met zoveel culturen en religies in één wijk?”

Geldstromen in de wijk

In de zomer zijn er in het park inderdaad aardig wat optredens, tentoonstellingen en food-festivals. Op het grasveld in het midden van het park spelen, wandelen of hangen mensen bij de bankjes. Maar bewoners klagen ook. Over rondslingerend of rondwaaiend vuil dat behalve meeuwen en duiven ook ratten aantrekt. Sinds de wijkcoöperatie op marktdagen de schoonmaak van het marktplein voor haar rekening neemt is er 30% minder afval, vertelt Annet van Otterloo uit naam van de Afrikaanderwijk Coöperatie.

“De afvalinzameling vindt nu al tijdens de markt plaats, waardoor bezoekers de markt als schoner ervaren. De schoonmakers vervullen bovendien een rol als gastheer of -vrouw. Het zijn bekende gezichten omdat het mensen uit de wijk zijn. Het maakt nogal uit of je de buurman ziet schoonmaken of een anonieme schoonmaker.” En inderdaad: tijdens de wandeling over het plein komen we Bailey tegen, die volgens Pennings het bekendste gezicht van de markt is.

Dit is slechts één van de initiatieven van de wijkcoöperatie. Van Otterloo: “Alle (weggooi)kratjes die de marktkooplui vroeger weggooiden, zamelen we in: 180 stuks per marktdag. Ze worden gerecycled maar binnenkort ook hergebruikt door Rotterdamse Munt om kruiden in te laten groeien. Ook papier en karton verzamelen en verkopen we: in totaal 27 m3 afval per marktdag. De € 45.000 die dat per jaar oplevert, dekt een belangrijk deel van de loonkosten van mensen die in de werkplaats werken.”

L1020342
Beeld door: beeld: Hielke Zevenbergen

De Wijkcoöperatie doet niet aan onbetaald vrijwilligerswerk, maar biedt een opstap naar betaald werk. “We werken op basis van kwaliteiten die lokaal aanwezig zijn en betrekken bewoners bij de productie en ontwikkeling. Met elkaar werken we zo aan gedeeld eigenaarschap tussen ondernemers en wijkbewoners.” Het bovenliggende doel is om (geld)stromen binnen de wijk aan elkaar te koppelen en geld van buiten naar binnen halen: “Niet aanbesteden maar INbesteden.”

Van Otterloo vindt dat je voor deze ‘dienstverlening als streekproduct’ best iets extra’s mag vragen, zoals de lokaal geproduceerde jam die als Rotterdamse Confiture verkocht wordt. Wijkmanager Taco Pennings: “De afspraken over de schoonmaak zijn mogelijk gemaakt via het programma Right to Challenge. Na een proefperiode heeft de gemeente deze verantwoordelijkheid overgedragen aan de buurt. Dit vraagt van beide kanten een uitgestoken hand.”

Initiatieven

In het park bloeien er inmiddels verschillende initiatieven. We strijken neer naast het theehuis in de schaduwrijke hoek van het park, één van de buurtinitiatieven. Bij het kopje thee dat Pennings haalt, krijgen we ongevraagd opgerolde pannenkoekjes gevuld met feta: van de zaak! 

De uitnodigende houding van het theehuis werkt: iedere woensdag vergadert de organisatie van het Openluchttheater Afrikaanderwijk er op de tuinstoelen over de eerstvolgende voorstelling. De hele zomer organiseert deze club energieke bewoners activiteiten voor én door wijkbewoners. Eén van de hen ziet Pennings aan voor politieagent, maar nadat hij uitlegt dat hij wijkmanager is, vraagt ze prompt of hij flyers voor een evenement in het park wil printen: “Prima hoor, hoeveel heb je er nodig, 250? Ik zie je vanavond toch weer? Ik neem ze voor je mee.”

Alexandre Furtado Melville heeft in de Afrikaanderwijk een winkel gehad (nu is dat een internetwinkel) en is curator van het Gemaal op Zuid, aan de rand van het plein. Hij vindt dat de programmering van het park een stuk beter kan om het gebruik te vergroten. “Deze activiteiten moeten de diversiteit van de wijk (of de stad) representeren en op elkaar afgestemd zijn. Neem een voorbeeld aan de Zomer van Antwerpen, daar worden parken en pleinen in de hele stad gebruikt voor (gratis) evenementen.”

L1020337
Beeld door: beeld: Hielke Zevenbergen

Uitnodigend of gesloten?

Hoe moet het nou verder met het Afrikaanderpark? De ene dag is het superdruk, de andere te rustig. De ene bezoeker waardeert de spontane initiatieven, de ander vindt dat het vooral schoon en veilig moet zijn en vraagt van de gemeente beter beheer. Hoewel die twee elkaar niet hoeven te bijten, vraagt het toch om heldere keuzes. Bunyamin Yavuzyigitoglu, geboren en getogen in de Afrikaanderwijk, vindt dat het park er in vergelijking met vroeger op vooruit is gegaan: “Nu komen de mensen weer naar het park, vooral om te chillen.”

Het park heeft onmiskenbaar een functie als rustpunt, met voldoende ruimte voor groen en water. Martin Knuijt van OKRA ziet kansen voor het creëren van regenwateropvang en het vergroenen van het park: “Maar zoek dan naar aansluitingen vanuit het gebruik en stel jezelf de vraag: moet het een uitnodigend, of een gesloten park zijn? Ga dan pas aan het ontwerp sleutelen.”

Vorig jaar streek voor het eerst de Pleinbioscoop neer in het park, als dependance van de hoofdlocatie in het Museumpark. Furtado Melville en van Otterloo vinden dat er nog veel meer mogelijk is op cultureel vlak: “We werken momenteel samen met Ilse Leenders die vorig jaar afgestudeerd is aan het Piet Zwart Instituut. Zij heeft een interactieve choreografie bedacht waarbij duizend mensen uit de wijk als een zwerm vogels over het park rond bewegen.”

Furtado Melville mist ook een vaste beheerder die het park schoonhoudt. “Het is vaak een vuilbende en dan is niet alleen na marktdagen. Ik geloof niet dat er bij Stadsbeheer geen geld is voor een parkbeheerder. Stel iemand uit de wijk aan, er zijn genoeg mensen op zoek naar werk.”

Afrikaanderwijk Cooperatie uitgelicht kopie

Lees meer

Ondernemen in de Afrikaanderwijk: liever iets harder werken dan een tweede Almere worden

In de Afrikaanderwijk wordt hard gewerkt om de lokale economie te stimuleren. Een…

Dit artikel is onderdeel van het dossier ‘De nieuwe stadsvernieuwing’, over de aanpak van de oude buurten op Zuid. Het stadsbestuur wil daar gemengde wijken creëeren. Is de stevige ambitie van de Woonvisie daarvoor geschikt? Wat betekent de door de overheid opgelegde volksverhuizing voor Rotterdamse huurders en woningzoekers?
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Vers Beton en AIR werken sinds 2015 structureel samen aan het debat over stedelijke ontwikkeling.

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
Schermafbeelding 2016-06-17 om 16.41.59kopie

Hielke Zevenbergen

Hielke Zevenbergen (1974) is een Rotterdams fotograaf. Hij ontwikkelt zich als straatfotograaf na jarenlang als theatermaker te hebben gewerkt. In zijn autonoom fotografisch werk vindt hij de vorm waarin zijn kwaliteiten zich verenigen. De straat is het theater, de architectuur, en het licht geven vorm en ruimte, de mensen zijn de protagonisten en figuranten, de camera is de regisseur.

Profiel-pagina
Lees 9 reacties