voor de harddenkende Rotterdammer

Wie dit weekend – misschien wel voor de laatste keer van deze zomer – weer met een barbecue in het park neerstrijkt, weet dat na de consumptie van biertjes of rosétjes steevast het moment van een plasje volgt.

De ene na de andere levensgenieter verdwijnt met korte broek en teenslippers de bosjes in voor een pitstop. Wat moet leiden tot een heerlijk moment van verlichting mondt dan vaak uit in een pijnlijke confrontatie met de stadsnatuur: brandnetels! Eenmaal terug op het kleed, vraag je je met jeukende benen af waarom die vermaledijde brandnetels toch altijd precies daar groeien waar jij je plasje doet.

brandnetelversbeton

De brandnetel is gewoon een irritante rotplant. Dat weet iedereen. De netelharen op steel en blad breken bij de minste of geringste aanraking open en brengen een cocktail van nare stoffen op je huid aan. De jeukende sensatie die daardoor wordt veroorzaakt hoef ik niemand te omschrijven. Je zou wel gek zijn om zo’n plant in je mond te steken. Dat geldt voor koeien en schapen net zo goed.

De brandnetel lijkt dus een perfecte verdediging tegen hongerige grazers ontwikkeld te hebben. En niet zonder reden. Omdat brandnetels uitsluitend groeien op grond met veel stikstof, zijn het zeer voedzame planten. In gekookte vorm zijn ze prima te doen, al smaken ze dan wat saai. In de thee of in kaas komt de smaak beter tot zijn recht.

Toch zijn het niet alleen mensen die met sokken in sandalen lopen die brandnetels eten. Er zijn ook dieren die de defensie van de plant weten te omzeilen voor een voedzame hap. Eén daarvan is de atalanta. Een grote zwartwitrode vlinder met een elegante vlucht. Vlinderrupsen hebben flink wat groenvoer nodig om te groeien. De meeste soorten zijn daarbij nogal eenkennig voor wat betreft de plantensoort.

Voor de atalanta geldt dat er geen enkele niet groot is geworden van brandnetelpap. Alle eitjes zijn uitgekomen op de bladeren van de brandnetel. Zodra de rupsen uitkomen, bouwen ze een huisje van samengesponnen brandnetelbladeren. Wel zo handig om levensgevaarlijke roofdieren – zoals koolmeesjes – op afstand te houden. Ondertussen knagen ze de bladeren, met netelharen en al, smakelijk op.

De atalanta, die door de Engelsen met eerbied de rode admiraal wordt genoemd, is een prachtig dier en gelukkig helemaal niet zeldzaam. En toch, dat deze vlinder iedere zomer weer in onze stad rondfladdert mag een klein wonder heten. De vlinders overwinteren in Zuid-Europa en Noord-Afrika en moeten in het voorjaar een enorme afstand overbruggen om in onze stad te geraken. Desondanks kan iedereen met bloemen in de tuin erop rekenen met een bezoek vereerd te worden.

Onder vlinderkenners wordt de atalanta dan ook bestempeld als een typische kroegloper. Overal waar zoete drankjes voorhanden zijn valt de vlinder graag even binnen. Vlinderstruiken, met hun van nectar vergeven bloemtrossen, zijn natuurlijk populair. Al is de vlinder, zoals het een echte kroegloper betaamt, zeker niet vies van een slok alcohol op z’n tijd. Zoals in gistend fruit. Met een rotte appel is hij altijd wel te verleiden. De rode admiraal komt, slurpt, en gaat.

VB_zwaan_olie_botlek__illustratie_versbeton_melanie_drent_

Lees meer

Andere Rotterdammers: de besmeurde zwanen

Nieuwe column over flora en fauna in de stad Met ontzetting bekeek heel Nederland de…

Een gezelligheidsbeest als de atalanta doet het goed bij een barbecue in het park. Vooral als daar lekker bij gedronken wordt. Vanwege de wijn? Misschien, maar er is meer in het spel. Op plaatsen waar mensen vaak alcoholhoudende drankjes consumeren, worden veel plasjes gedaan. In urine zit nogal wat stikstof, waardoor de grond in het plantsoen naast het barbecueveld in permanente staat van perfectie wordt gehouden voor (jawel!) brandnetels. Dansend en flirtend komen de vlinders er samen boven de netelige bossen groen.  

In het park voltrekken de liefdeslevens van mens en vlinder zich er zij aan zij. Als je er oog voor hebt, is het genieten geblazen. Liggend op een gras met een rosétje erbij. Heerlijk. Maar wacht niet te lang, Nog een laatste ’s zomers weekend en dan is het allemaal weer achter de rug. Dan zullen we moeten wachten tot het mei is. Wanneer een nieuwe lichting rode admiralen vanuit het Marokko komt aangevlogen. Aangetrokken door de rookkolommen die opstijgen uit het Vroesenpark en het Kralingse bos. En een zweem van pis.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Andre

André de Baerdemaeker

André de Baerdemaeker (1979) kwam als schoffie van Zuid in aanraking met de zieke en gewonde vogels van Vogelklas Karel Schot. Misschien werd hij daarom wel biologieleraar. Later ruilde hij zijn krijtje in voor een verrekijker: hij werd ecoloog bij Bureau Stadsnatuur en onderzoekt Rotterdamse levensvormen. Bij voorkeur wanneer de zon schijnt.

Profiel-pagina
Screenshot-20170723-161008

Esther Lankhaar

Esther Lankhaar heeft een achtergrond in de jeugdhulpverlening en het maatschappelijk werk en werkt nu als illustrator.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton