voor de harddenkende Rotterdammer

De jaarlijkse Rotterdam Pride kende vorig jaar een nieuwe deelnemer: de Dutch Gayservatives, naar eigen zeggen een ‘club voor rechtse homo’s’. Dit zorgde voor flink wat commotie in Rotterdamse lhbti-kringen. Tijdens de Pride Walk ontstond er een fysieke confrontatie tussen de Dutch Gayservatives en de actiegroep Reclaim Our Pride, die veelvuldig besproken werd op sociale media.

Ook dit jaar zijn de Dutch Gayservatives van plan om mee te lopen tijdens de Pride Walk. Activisten roepen het bestuur van de Rotterdam Pride op om de groep niet te verwelkomen. Wie zijn de Dutch Gayservatives? Wat maakt hun deelname volgens lhbti-activisten zo kwalijk? En welke rol speelt het Nederlandse integratiedebat in hun strijd voor homorechten?

Ballen tonen

“Het wordt tijd dat we ballen tonen! Dat we niet meer wegkijken van het probleem en de politieke correctheid doorbreken. Het probleem zit ‘m namelijk in de massa-immigratie, de open grenzen en het gebrek aan integratie. En het feit dat we te verwijfd zijn en te soft. Ik zeg het nog een keer: we moeten ballen tonen.” Aan het woord is Lennard van Mil, oprichter van de Dutch Gayservatives, in een zelfgemaakte video. Van Mil stond op nummer zestien van de kieslijst voor Leefbaar Rotterdam bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, is voorzitter van Jong Leefbaar, en trad in januari op als spreker bij de landelijke ‘rechts-conservatieve’ bijeenkomst van De Nederlandse Leeuw.

Een aantal dagen voor het opnemen van dit filmpje werd een homostel in Arnhem mishandeld door een groep jongens met een betonschaar. Volgens de slachtoffers zijn de daders ‘Marokkanen’. Van Mil reageert in de video op de – in zijn ogen – hypocriete reactie van politicus Alexander Pechtold, die hand in hand met Wouter Koolmees op het Binnenhof verscheen. Symboolpolitiek, aldus Van Mil. Wat nodig is, zijn repressieve maatregelen en het doorbreken van politieke correctheid.

Voetsporen van Fortuyn

Pim Fortuyn is het grote voorbeeld van Van Mil: “Hij was ’s lands eerste, echte Gayservative.” In een inmiddels berucht interview uit 2002 met de Volkskrant verklaarde Fortuyn de islam een “achterlijke cultuur” te vinden, en gaf hij te kennen “er geen zin in te hebben de emancipatie van vrouwen en homo’s nog eens over te doen.” Hiermee schetst hij in één zin de beeldvorming die vijftien jaar later nog steeds bestaat: de emancipatie van vrouwen en homo’s was af totdat de moslims kwamen. Met andere woorden: homofobie en seksisme zijn een migrantenprobleem waarvan de witte heteroseksuele samenleving gevrijwaard is.

Hoe is deze beeldvorming tot stand gekomen in Nederland? Tot in de jaren negentig werd er in de media vooral over ‘homofielen’ en ‘Marokkanen en Turken’ gesproken op een manier waarin zij naar voren kwamen als lotgenoten in hun slachtofferschap van sociale misère, blijkt uit de analyse van socioloog David Bos. Dit veranderde vanaf het einde van de jaren negentig. Steeds vaker worden termen als ‘Marokkaan’ of ‘Turk’ vervangen door ‘moslim’, en worden moslims en homo’s als elkaars tegenpool neergezet.

De Rotterdamse imam Khalil el Moumni speelde in de kentering van deze beeldvorming een belangrijke rol. In een tv-uitzending noemde hij homoseksualiteit een zonde en een ziekte, die een bedreiging vormt voor Nederland. De imam zei ook geweld af te keuren, maar dat werd niet uitgezonden. De uitspraken zorgden voor grote sociale onrust en het OM ging over tot vervolging.

Nieuw Nederlands zelfbeeld

De maatschappelijke verontwaardiging kon zo hoog oplopen omdat Nederland vanaf de jaren zestig in een noodgang veranderde van verzuilde maatschappij – waarin religie een grote rol speelde – naar een seculier land. Er ontstaat in de jaren die volgen een nieuw Nederlands zelfbeeld waarin progressieve ideeën zoals gelijkheid van mannen en vrouwen, het recht op abortus en het homohuwelijk centraal staan.

Ook wordt er steeds vaker in termen van ‘cultuur’ gesproken als oorzaak voor sociale problematiek en verschillen tussen mensen. De multiculturele samenleving wordt eind jaren negentig en aan het begin van de 21e eeuw in toenemende mate door onder meer Frits Bolkestein, Paul Scheffer, Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk bekritiseerd. Het ‘integratiedebat’ draait op volle toeren.

Vervolgens leidden de aanslagen van 9/11 tot de War on Terror, een internationale oorlog waarin homorechten een centrale rol spelen. Wetenschapper Jasbir Puar beschrijft dat homo- en vrouwenrechten opeens het boegbeeld worden van westerse tolerantie en liberale politiek. Hierdoor verdwijnt de rol van de overheid in het creëren en reguleren van ongelijkheid en geweld uit het zicht. In plaats daarvan verschuift de focus naar etnische minderheden en migranten. Dit verandert de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar homoseksualiteit en immigratie radicaal. Deze nieuwe situatie noemt Puar ‘homonationalisme’.

In Nederland gaan homorechten in toenemende mate hand in hand met een islamofobe politieke agenda, constateert hoogleraar gender en etniciteit Gloria Wekker in 2009. Er is een nieuw Nederlands zelfbeeld ontstaan waarin de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen als afgerond wordt voorgesteld. Progressieve waarden worden gezien als “ingebakken in de Nederlandse cultuur, iets wat vooral behouden moet blijven en verdedigd moet worden tegen bedreigingen van buitenaf”, analyseert socioloog Merijn Oudenampsen. Moslims en migranten belichamen die bedreigingen.

Simplistisch inkoppertje

Dit horen we terug in de retoriek van de Dutch Gayservatives. Maar laten we eens kijken naar de feiten. Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kan de stelling dat ‘homo’s en lesbiennes hun eigen leven mogen leiden zoals zijzelf willen’ op brede steun rekenen onder Nederlanders zonder migratieachtergrond (meer dan 90 procent), net zoals het recht voor mensen van hetzelfde geslacht om te trouwen. Dit geldt in mindere mate voor Marokkaanse en Turkse Nederlanders. De conclusie dat de ‘cultuur’ van deze groepen de verklarende factor is, is een makkelijk maar veel te simplistisch inkoppertje. Niet zozeer dé cultuur of dé religie, maar vooral de mate van religiositeit en de hoogte van het opleidingsniveau hangt samen met het al dan niet accepteren van homoseksualiteit.

“In absolute zin bestaat de groep Nederlanders die niet vindt dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen, vooral uit autochtone Nederlanders. Het gaat om 8 procent van de ruim 13,2 miljoen autochtone Nederlanders, samen een dikke miljoen”, schrijft onderzoeker Ewoud Butter. “Dat is bijna tien keer zoveel als het aantal Marokkaanse Nederlanders of het aantal Turkse Nederlanders die er hetzelfde over denkt.”  De protestflyer tegen de Suit Supply-campagne waarop twee zoenende mannen te zien zijn, afgelopen maart verspreid door het Reformatorisch Dagblad, onderstreept nog maar eens de actualiteit van deze cijfers.

Hoe zit het dan met de daders van antihomogeweld? De Nationale Politie stelt dat verdachten bijna altijd man zijn, en dat het merendeel (61 procent) alleen de Nederlandse nationaliteit heeft. 16 procent van de verdachten heeft een Marokkaanse nationaliteit en 5 procent een Turkse, vaak gecombineerd met een Nederlandse. Butter: “Je [kunt uit] dit onderzoek de conclusie trekken dat er enerzijds sprake is van een oververtegenwoordiging van vooral Marokkaanse en in mindere mate Turkse Nederlanders, maar dat in absolute zin de daders vooral mensen met een Nederlandse achtergrond zijn.”

Roze overall

Gelijke rechten voor homo’s en hetero’s worden weliswaar door veel Nederlanders ondersteund, maar onderzoek laat zien dat veel Nederlanders zich nog steeds ongemakkelijk voelen bij het zien van homoseksuele intimiteit, zoals hand in hand lopen. Ook kan onduidelijkheid over iemands genderidentiteit op veel afkeuring rekenen.

Socioloog Laurens Buijs constateert dan ook dat de seksuele revolutie in Nederland gepaard is gegaan met het voortbestaan van strikte opvattingen over wat gepast gedrag is voor vrouwen en mannen. Buijs: ‘Vrouwelijke’ homo’s, ‘mannelijke’ lesbo’s en anderen die niet aan deze normen kunnen of willen voldoen, worden op scholen, sportclubs en werkvloeren op allerlei manieren uitgesloten.”

“Homofoob en transfoob geweld is een structureel probleem. Afwijken van de witte heteronorm en gendernormen leidt nog altijd tot uitsluiting”, zegt wetenschapper Mikki Stelder in een telefonisch interview. Zij promoveerde onlangs aan de Universiteit van Amsterdam en is gespecialiseerd in postkoloniale theorie en seksuele politiek. “In Nederland reduceren we geweld vaak tot het probleem van een bepaalde groep of individu. We hebben een groot onvermogen om structureel geweld te begrijpen.”

Dit is te zien aan de ‘oplossingen’ die de Dutch Gayservatives voorstellen: oprichter Lennard van Mil wil lokagenten inzetten om daders op te sporen en ‘gaybashers’ straffen door ze in een roze overall vuil laten prikken. Stelder: “Het is makkelijker om één dader aan te wijzen dan structurele veranderingen teweeg te brengen.”

nlconservatieven
Beeld door: beeld: Bouke Verwijs

Transmisogynie

Wat aan dat onvermogen bijdraagt, is het feit dat veel homo’s de heteronorm hebben verinnerlijkt en anders-zijn ook binnen de homogemeenschap niet wordt geaccepteerd. Al in 2007 signaleerde docent homostudies Gert Hekma dat ‘feminien’ en ‘nichterig’ gedrag steeds vaker wordt afgekeurd onder homo’s. Zij doen steeds meer hun best ‘typisch’ gedrag te vermijden. Dit leidt uiteindelijk ook tot schaamte en onderdrukking. De politiek van de Dutch Gayservatives vormt hierop geen uitzondering. Op hun Facebookpagina prijkt een felroze afbeelding met daarop in zwarte letters ‘wel homo, geen mietje’.

“Dat is karakteristiek voor de verinnerlijkte homofobie en seksisme van deze club”, zegt Mikki Stelder. “Wat is er mis met een mietje? Mietje betekent tenslotte dat je vrouwelijke trekken hebt, dat je je vrouwelijk gedraagt. Wat is er mis met vrouwelijk zijn? De Dutch Gayservatives propageren een ‘macho’ mannelijkheid die gestoeld is op intense afwijzing van alles wat feminien of vrouwelijk is. Dit soort slogans leiden tot geweld tegen homomannen die niet passen binnen die mannelijke machocultuur.” Volgens Stelder is deze afwijzing van vrouwelijkheid ook de basis van transmisogynie, ofwel de haat en het geweld tegen transvrouwen. “Wie loopt het grootste risico om slachtoffer te worden van geweld? Dat zijn juist de ‘mietjes’. Dat zijn juist de mannen, trans* en non-binaire mensen die niet aan het traditionele man-vrouwplaatje voldoen.”

De afwijzing van alles dat vrouwelijk is, komt ook terug in de uitspraken van Van Mil in de eerder genoemde video, waarin hij stelt dat het in de strijd tegen antihomogeweld nodig is om ‘ballen te tonen’ en dat de houding van politici nu ‘te verwijfd’ is. Van Mil bevestigt hiermee het eeuwenoude voorschrift dat stoere, sterke mannelijkheid de norm is en moet blijven. Het afwijzen van genderneutrale toiletten als ‘waanzin’ en claimen dat ‘de emancipatie voltooid is’, onderstreept nog maar eens de navelstaarderij van de Dutch Gayservatives. Het gaat hen enkel om het veiligstellen van privileges voor henzelf – de witte cisgender homoman.

Geweld met geweld bestrijden

De oplossing van antihomogeweld moet volgens de Dutch Gayservatives onder andere gezocht worden in het invoeren van een immigratiemodel naar Australisch voorbeeld. Dit model is uiterst omstreden. In de huiveringwekkende detentiekampen op het eiland Nauru (en tot voor kort ook Manus) vinden grove mensenrechtenschendingen en seksueel geweld plaats.

Kortom, de Dutch Gayservatives zijn geïnspireerd door de politiek van de Rotterdamse Pim Fortuyn en willen vernederende maatregelen inzetten om antihomogeweld te bestraffen. Uit hun symboliek en uitspraken blijkt dat transmisogynie en islamofobie ten grondslag liggen aan hun politiek. Samen met de keuze om een voorbeeld te nemen aan het Australische immigratiemodel wijst dit erop dat de groep, aldus Stelder, “antihomogeweld met geweld wil bestrijden.”

Extra toelichting door de auteur (13-9-2018)

Het is niet voor iedereen meteen duidelijk hoe racisme en islamofobie met elkaar samenhangen. De auteur beschouwt islamofobie als een vorm van racisme. Racisme gaat niet enkel over uiterlijke kenmerken zoals huidskleur, haar en lichaamsvormen. Vandaag de dag weten we dat ‘ras’ als biologisch feit niet bestaat. Racisme heeft ook betrekking op aspecten zoals cultuur, religie en sociaal-economische klasse. 

UPDATE door de redactie
(13-9-2018)

Reactie van Lennard van Mil, voorzitter van de Gayservatives:
“De opsomming van feiten in het artikel kloppen, dat herken ik. Alleen de conclusie vind ik niet juist. We worden geframed als racisten. Ik weet dat ik geen racist ben, ik vind het namelijk walgelijk als mensen beoordeeld worden op kenmerken waarop je geen invloed heb. Na het stempel racist ben je tegenwoordig vogelvrij. Ik heb eerder bedreigingen ontvangen, nu niet na dit specifieke artikel, maar mijn familie is ook lastig gevallen.

Wat betreft islamofobie: we zijn conservatieve homo’s. Ik ben zelf katholiek, ik heb respect voor wat mensen geloven. Ik veroordeel moslims niet, het gaat ons niet om individuen. We maken ons zorgen over bepaalde stromingen in de islam. Dat heeft wat mij betreft niets te maken met ras.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Mariska-Jung

Mariska Jung

Mariska Jung houdt zich binnen en buiten haar werk bezig met antiracisme, migratie en dekolonisatie, met een speciale focus op gender en seksuele diversiteit. Eerder werkte zij als onderzoeker voor het European Network Against Racism, en nu bij antidiscriminatie-organisaties Radar/Art.1/IDEM Rotterdam. Artikelen voor Vers Beton schrijft zij op persoonlijke titel.

Profiel-pagina
logoBOUKEBOUKE

Bouke Verwijs

chef illustratie

Bouke heeft roots in de beeldende kunst en freelancet nu als ontwerper en illustrator. Hij fietste eens van Rotterdam naar Cairo en houdt nogal van verbeelding.

Profiel-pagina
Nog geen reacties