voor de harddenkende Rotterdammer

Binnenlopen bij Khadija Mode aan de Zwart Jan­straat is een feest. Tientallen paspoppen en vele, vele rekken met de prachtigste Marokkaanse kaftans, eenvoudiger djellaba’s of echt bijzondere tekchitas. 

Het is eigenlijk al zes uur geweest. Maar twee jonge vrouwen zijn nog jurken aan het passen. Hun moeders, zusjes en een vriendin keuren mee en Khadija Lamrani geeft geduldig advies. “Een geborduurde riem erbij, of probeer deze mooie goudkleurige eens.” Het ene meisje kiest een zwarte fluwelen tekchita. Haar grijze Nikes steken er onderuit. “Shukran lieve schat, doeidoei”, groet Khadija als ze weggaat.

“In de vakanties wordt er altijd heel veel gepast, want vakantie betekent: geen school, dus tijd voor feesten. En Marokkaanse feesten, dat is echt feest hè. Uitbundig, uit ons dak gaan en lekker dansen.” Ze houdt er enorm van. “Zo’n jurk als zij net past, die is voor echt speciale feesten. Als je de zus of vriendin van de bruid bent bijvoorbeeld, is het echt belangrijk om er goed uit te zien”, vertelt Khadija. De jurken zijn Marokkaans, maar alle nationaliteiten en leeftijden komen bij haar in de winkel.

Excentrieke types

Turkse, Marokkaanse, Surinaamse vrouwen, vaak ook Hollandse die op een brui­lofts­feest uitgenodigd zijn. Excentrieke types. En af en toe een man, die een eenvoudige djellaba wil. “‘Je zult het wel raar vinden’, zeggen ze dan, ‘maar ik draag dat thuis liever dan een broek’.” In de beginjaren kochten mensen nog weleens een jurk voor een verkleedfeest, duizend-en-een-nacht stijl. Oneerbiedig? “Nee joh, juist fantastisch”, vond Khadija dat, “helemaal niet erg.”

khadija-012
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

“Steeds meer mensen waarderen onze kleding. Doordat de huidige generaties veel meer gemixt zijn, worden ook de feesten en dus de jurken steeds breder verspreid.” Alle nationaliteiten komen in de winkel. Dat iedereen de kaftans anders noemt, maakt haar niet uit: “Surinaamse dames zeggen gewoon: ik wil een lange jurk”, lacht ze.

Khadija komt uit een echte handelsfamilie. Haar vader opende in 1980 een winkel aan de Vierambachtsstraat. Vooruitstrevend als hij was, mocht zijn dochter de benodigde diploma’s halen – warenkennis, middenstand, financiën – om bij de Kamer van Koophandel een ondernemersvergunning te krijgen. “Ik slaagde, en ze reageerden werkelijk zó verbaasd. Ik vond het gewél­dig. De directeur kwam me persoonlijk feliciteren.”

Als een van de eerste progressieve vrouwen kreeg ze van mannen vaak te horen: Waar is je vader? “En dan liepen ze weer de winkel uit. Toen ben ik een keer boos geworden: ‘Ik kan u toch ook helpen? Waarom sta ik anders hier?’ Vanaf toen was het goed.” De winkel was een echte bazar: ze verkocht spijkerbroeken, huishoudspullen, stoffen, kruiden en allerlei Marokkaanse producten. “Het vergrootte mijn wereld enorm”, weet ze nog. “Klanten kwamen uit heel Nederland. Er waren nog niet veel winkels zoals deze.”

Sjieke buurt

Ze zag op een gegeven moment dat er meer vraag kwam van Marokkaanse vrouwen. Meer interesse in luxere producten. Maar haar vader wilde daarin niet veranderen, dus besloot Khadija voor zichzelf te beginnen. Samen met haar man en kinderen opende ze in 1999 op de Zwart Janstraat. “Ik heb kleur in deze straat gebracht. Het was toen een sjieke buurt met alleen Nederlandse, mooie winkels. Maar mijn kleding is óók mooi en sjiek, vond ik”, zegt ze een beetje verlegen.

Voor een lening moest ze flink lobbyen. “De bank kende zo’n soort winkel niet, en durfde het niet aan. Er was één vrouwelijke adviseur die wél iets in mij zag. Ze heeft de directeuren overgehaald. ‘Ga ervoor en knok’, zei ze er nog bij, ‘maak me niet te schande’.”

De naam van de winkel was wel snel bekeken. “Ik vond het uitsloverig, mijn eigen naam gebruiken”, lacht Khadija. “Maar ja, het was altijd ‘ga even langs Khadija’ of ‘vraag Khadija maar om raad.’ Iedereen noemde mijn winkel toch al zo.”

Vanaf het begin verkocht ze feestelijke Marokkaanse jurken en alles eromheen, zoals sieraden, henna en verzorgings­producten. De jurken worden hand­gemaakt in Marokko, maar ook door kleermakers in Rotterdam.

khadija-020

Dat het handwerk is, herken je aan de rijen fijne knoopjes, de uitbundige borduursels, laat Khadija ziet. “Er is tegenwoordig helaas ook veel Chinese lookalike, goedkoop spul. Kijk, vrouwen die een mooie Marokkaanse jurk zoeken, komen echt wel hier. Maar hun vriendinnen van andere afkomst, die er ook een willen, kennen het verschil niet.”

In de moeilijke crisisjaren liep de verkoop terug en is Khadija Mode begonnen met verhuren. De jonge gene­ratie vindt dat prachtig. “Die meiden komen de hele dag passen. Soms ben ik ben er wel heel veel tijd aan kwijt. Het brengt dan niet zo veel op.” 

“Ik ken veel mensen in Rotterdam. De opa’s van de meisjes die hier nu komen, ken ik nog van mijn vaders winkel. Ik ben een soort meubilair in de buurt”, lacht Khadija. “Ze komen me ook alles vragen.” Soms is ze net een maatschappelijk werkster. Dan komen klanten met een lastige brief van de gemeente, of praten over hun gezinssituatie. Khadija kan en wil ze ook altijd helpen. Ze weet veel, heeft haar hele leven veel gelezen. “Mensen vind ik gewoon geweldig. Ik heb echte interesse in ze.”

khadija-014
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk
De Waart-002

Lees meer

Vijfentwintig jaar Toko de Waart: "Aan de producten merk je wat er in de wereld gebeurt"

Ze verkochten de eerste exotische producten maar ook de eerste bus  Pringles van…

Daarom heeft ze een gouden regel: “Ik vind het belangrijk om dicht bij mezelf te blijven, lekker kletsen met klanten. Maar: ik roddel nooit en ben altijd eerlijk. Ik zeg het ook als ik iets niet mooi vind staan. En andersom. Als iets echt goed is, dan zie je dat ook meteen aan me.”

Khadija is een voorbeeld voor veel andere vrouwen. Dat vindt ze echt heel leuk. “Als zij het hier kan, als vrouw… zeiden ze toen ik deze winkel begon.” Inmiddels zijn er veel meer ‘voorbeelden’ gekomen.

Ze vertelt hoe trots ze is op andere ondernemers die haar gevolgd zijn, en op haar kinderen die allemaal een eigen richting inslaan, gedreven door handelsgeest. Dankbaar is ze voor het vertrouwen dat ze kreeg, van de bank en van de organisatie voor zwarte zakenvrouwen Stazon. “Ik ben niet meer zo bijzonder als toen. Daar ben ik ook blij om. De druk was soms wel heel hoog.”

Dit verhaal is verschenen in het boek ‘Anders nog Iets’, over ondernemers die de stad verrijken met hun passie en hun ambacht. Vers Beton werkt al jaren samen met Anders Nog Iets?, een project van Annemarie Mosterd. Het boek is hier te koop.

Meer verhalen lezen in de serie 'Anders Nog Iets?'

Bekijk ze hier

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
profielfoto-Willemijn

Willemijn Sneep

adjunct-hoofdredacteur en eindredacteur

Willemijn Sneep (1989) is na wat omzwervingen en een master Journalistiek in het schattige Leiden weer terug in de enige wereldstad die Nederland rijk is. Als freelance journalist kan ze zich geen betere thuisbasis wensen. willemijn@versbeton.nl

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton