voor de harddenkende Rotterdammer

Merkx kreeg in 2013 de artistieke leiding over het nieuwe Maas Theater en Dans. Ze werkte tot dat moment als schrijver en regisseur bij theatergroep Max en eerder bij onder andere Alex d’Electrique en Suver Nuver. Ze nam een berg ervaring mee: sinds haar regiedebuut in 1987 met Pesetsky bij het Onafhankelijk Toneel, heeft ze zo’n 90 regies op haar naam staan.

feature-Salih-Kilic-0111

De jubileumvoorstelling Feest, die jullie nu spelen, noem je zelf anti-theater. Waar gaat Feest over?

“Een leegstaand theater dat gekraakt wordt. In het begin door een familie die er vooral een commercieel succes van willen maken. Vervolgens komen er steeds weer nieuwe mensen op de proppen die vinden dat ze beter kunnen doen. Eerst jongeren, daarna de kinderen. Ik wilde met deze voorstelling een bonte verzameling laten zien van alle soorten mensen die je bij Maas kunt aantreffen. Van oud tot jong, maar ook allerlei verschillende soorten acteurs, van ruig tot lief en van ingetogen tot uitbundig.”

De voorstelling gaat ook over protest, waarom is dat?

“Daar had ik gewoon heel veel zin in! Het kan allemaal wel braaf en mooi, maar ik wilde liever anti-theater maken, met schijt aan alle regels. De voorstelling Liefde, die ik in 2016 maakte, was een groot succes. Daar wilde ik thematisch iets tegenoverstellen, dat werd een boze voorstelling. Maar het element van protest refereert ook aan de huidige tijdgeest, waarin er veel druk op jonge mensen staat om zich altijd van hun beste kant te laten zien. Omdat er zoveel gefotografeerd wordt, en die foto’s makkelijk gedeeld worden, zijn we elkaars paparazzi geworden. Er schuilt iets controlerends in.”

Merk je dat aan de jongeren waarmee je werkt?

“Ja, ze zijn zich erg bewust van hoe ze er uitzien op camera, van hun uiterlijk dus. Als reactie daarop is deze voorstelling juist heel fysiek. Als toeschouwer zit je er heel dicht op; je ruikt het zweet. Er mag lelijkheid zijn.”

Maas ontstond 5 jaar geleden, na de fusie van drie jeugdtheater en –dansgezelschappen: De Meekers, Siberia en Max. Hoe verliep dat?

“In eerste instantie was het een gedwongen huwelijk, een gevolg van de bezuinigingen in 2011. We kozen er als gezelschappen bewust voor om niet tegen elkaar uitgespeeld te worden maar juist samen op te trekken, uit solidariteit. We vonden onszelf op dat moment artistiek heel verschillend, maar zagen wel dat we eenzelfde soort publiek bedienden. De artistieke ego’s waren op dat moment ondergeschikt.

De fusie leverde een nieuw gezelschap op, waarin heel verschillende groepen mensen en achterbannen bij elkaar kwamen. Als artistiek directeur heb ik ervoor gekozen om die veelvormigheid te vieren, in plaats van het in één keurslijf proberen te krijgen. In onze voorstellingen zie je dat in optima forma terug. Er zullen altijd mensen van verschillende achtergronden en leeftijden een rol in spelen.

Op steeds meer plekken in het land zie je nu dergelijke fusies plaatsvinden, zoals ook bij Theater Rotterdam. Wij waren daar enigszins een voorloper in. Zowel de RRKC als landelijke Raad voor Cultuur hebben gelukkig erkend dat we goed werk hebben gedaan, en ons beloond door onze aanvragen voor 2017 – 2020 te honoreren.”

Hoe is het gelukt om van Maas in slechts vijf jaar een gevestigde naam te maken?

“In de aanloop naar de fusie is hard gewerkt, zodat we op 1 januari 2013 gelijk volledig van start konden. Alles stond in de startblokken. We zijn niet eerst gaan bezinnen, maar gaan maken en programmeren. Daardoor zijn we al vijf jaar zichtbaar als Maas. Eigenlijk komen we nu pas op een moment dat we ons bezinnen op de volgende stappen.”

In de beoordelingen door de cultuurraden worden jullie geprezen omdat jullie de tijdgeest goed aanvoelen en zowel in bezetting als in publiek divers zijn. Waarom lukt dat jullie, terwijl veel andere culturele instellingen in de stad daarmee worstelen?

“Om bij mezelf te beginnen: Ik werk als regisseur graag samen met mensen, met acteurs die eigen persoonlijkheden hebben. De acteur moet zich goed voelen. Dat klinkt misschien soft, maar het zorgt ervoor dat iemand oprecht op het podium staat. Met name een jong publiek is allergisch voor aanstellerij en namaak, daar prikken ze zo doorheen. En die oprechtheid, dat is wat wij bij Maas goed weten neer te zetten. Niet alleen op het podium, we voeren dat door in de hele organisatie.

Het gaat hier niet om ego’s maar om samenwerken. Het is een mentaliteit, een welbewuste keuze om niet alleen in je eigen cirkel te willen zijn. We mixen dans en theater, we mixen verschillende leeftijden en verschillende mensen. Het onderwerp diversiteit zit ons zo in de genen dat het eigenlijk geen onderwerp meer is, het is vanzelfsprekend. Andere theaters kan ik daar in echt ouderwets vinden.”

Een andere speler op het gebied van Jeugdtheater is Hofplein. Hoe verhouden Hofplein en Maas zich tot elkaar?

“We zijn geen concurrenten van elkaar, maar aanvullend, met een hele andere taak. Wij werken met professionele makers, acteurs en dansers en houden ons niet bezig met het opleiden van kinderen. En dat is juist wel wat Hofplein doet; zij zijn een opleidingsinstituut. Als de inhoud erom vraagt hebben wij ook kinderen als acteurs in onze voorstellingen. Dat is een groot verschil: met kinderen en voor kinderen.”

Hoe vindt je dat het gaat met de gehele culturele sector in Rotterdam?

“We zijn allemaal aan het opkrabbelen uit de grote bezuinigingen. Ik hoop dat de bestuurders van deze stad blijven verwoorden dat kunst en cultuur belangrijk is voor Rotterdam. Er mag meer gewaardeerd worden wat er is, in plaats van steeds iets nieuws na te jagen. De laatste tijd ligt de focus op talentontwikkeling, zoveel dat de balans doorslaat. Natuurlijk moet je talent blijven ontwikkelen, maar ook als je niet meer net van school komt verdien je aandacht en steun. Voor Rotterdam is het belangrijk om ook de mensen die zich al eens bewezen hebben aan zich te binden. Als je een goede en professionele sector wilt hebben kan je niet alleen de jonkies aan bod laten komen. Dan moeten mensen ook meters kunnen maken. Dat vraagt om een betere langetermijnvisie op de sector.”

Wat is volgens jou de waarde van de kunst- en cultuursector voor Rotterdam?

“Kunst helpt te relativeren, vanuit meerdere perspectieven te kijken en te denken. Het helpt werelden te ontdekken die je anders misschien niet zou kennen. Kunst is troost en inspiratie. En dat hoeft dus ook niet allemaal theater te zijn hé. Alle disciplines zijn belangrijk. Niet iedereen hoeft in alles geïnteresseerd te zijn. Maar een rijk en toegankelijk aanbod zorgt ervoor dat iedereen de kans heeft zich immaterieel te laten inspireren.”

En dan de bezinning: waar hoop je met Maas over 5 jaar te zijn?

“We blijven werken aan onze zichtbaarheid in de stad. Het liefst zou ik hier iedere avond open zijn met programma. Daar hebben we nu niet genoeg geld voor, maar het is wel een ambitie. Uiteindelijk hoop ik natuurlijk dat mensen die hier als kind een voorstelling gezien hebben, later met hun eigen kinderen hier terugkomen.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
versbeton 1111

Fay van der Wall

Fay van der Wall (1983) werkt als freelance schrijver en maker. Schrijft voor Vers Beton over popcultuur, kunst, muziek, media en de stad

Profiel-pagina
salih_kilic

Salih Kilic

Salih Kiliç (1986) is freelance reportage fotograaf. Zijn werk kenmerkt zich door een zoektocht naar microsamenlevingen. Met zijn foto’s wil Salih deze microsamenlevingen en hun verhalen delen. Een blik achter de schermen op bijzondere plekken en bij bijzondere mensen. Kortom; hij legt alles vast waar een verhaal in zit.

Profiel-pagina
Nog geen reacties