voor de harddenkende Rotterdammer

Dit artikel hoort bij de serie van Vers Beton over de vergroening van de Rotterdamse haven. In het eerste artikel lees je dat de bijdrage van de Rotterdamse industrie aan de CO2-uitstoot in Nederland enorm is (17%), en dat dit vooral komt door kolencentrales en olieraffinaderijen.

Minder CO2 uitstoten. Dát is een van de grote uitdagingen, zowel voor de Rotterdamse haven als de rest van Nederland. Maar hoe realiseer je dat? Het meest overkoepelende plan voor CO2-reductie is te vinden in het Regeerakkoord 2017 – 2021 (pdf) van het huidige kabinet, dat veel plannen bevat om tussen nu en 2030 CO2 te besparen. Het grote doel daarbij is in 2030 (in vergelijking met ijkjaar 1990) 49% minder broeikasgas uit te stoten (oftewel 56 megaton, een hoeveelheid CO2 waarvoor je een jaar lang 2800 miljoen (!) bomen nodig hebt om het op te nemen). In juni dit jaar werd dit doel uitgebreid met de ambitie om tot 55% besparing te komen. De hiervoor verantwoordelijke Klimaatwet (met daarin “harde, afrekenbare milieudoelen”, ondersteund door de meeste politieke partijen) moet alleen nog wel geaccepteerd worden door de Eerste Kamer. In 2019 besluiten de senatoren of de Klimaatwet er echt komt.

RM_Groene_toekomst3
Beeld door: beeld: Rémon Mulder

Plannen voor elektriciteit

Ten eerste de opwekking van elektriciteit. In de periode tussen nu en 2030 is de hoop van de overheid vooral gevestigd op het sluiten van alle vijf kolencentrales, goed voor twaalf megaton minder CO2 in 2030, dus bijna een vijfde van het totale besparingsdoel. “De kolencentrales worden uiterlijk in 2030 gesloten”, stelt het akkoord ferm. “In een te sluiten Nationaal klimaat- en energieakkoord zullen met de sector afspraken worden gemaakt over het tijdpad.” Dit voorjaar maakte het kabinet al iets meer over bekend over dat tijdpad. De twee oudste kolencentrales (de Amer-centrale in Geertruidenberg en de Hemweg-centrale in Amsterdam) stoppen uiterlijk op 1 januari 2025 met het verbranden van kolen voor de opwekking van elektriciteit. De andere drie (waaronder twee in Rotterdam) sluiten voor 2030 de deuren.

Extra wind op zee, een ontwikkeling waar in de media en in de maatschappij veel aandacht voor is, is voor de opwekking van elektriciteit ‘slechts’ goed voor een besparing van 4 megaton CO2.

Maatregelen elektriciteit

 Maatregel  Reductie in 2030 (Mton)
 Zuiniger verlichting  1
 Sluiten kolencentrales  12
 Afvang en opslag koolstofdioxide in afvalverbrandingsinstallaties  2
 Extra wind op zee  4
 Extra zonne-energie  1

Bron: Regeerakkoord 2017 – 2021

Plannen voor industrie

Ten tweede de maatregelen voor de industrie. Die zijn vrij simpel samen te vatten in vier woorden: afvang en opvang koolstofdioxide. Bij zogeheten Carbon Capture & Storage (CCS) voorzien bedrijven de schoorstenen van CO2-uitstotende fabrieken van een installatie die de CO2 opvangt, om deze vervolgens (bijvoorbeeld via ondergrondse pijpleidingen) te vervoeren naar opslagplaatsen (zoals lege gasvelden). Van de 22 megaton CO2 die de industrie in 2030 niet meer mag uitstoten, moeten er maar liefst 18 uit de koker van CCS komen. “Relatief veel emissiereducties vinden plaats in de industrie”, legt het regeerakkoord deze keuze uit, “omdat daar een groot (technisch) besparingspotentieel is dat tegen relatief lage kosten benut kan worden.” Andere methodes, zoals efficiënter werken (elke handeling die je over kunt slaan of slimmer kunt uitvoeren, bespaart CO2-uitstoot) en recycling (waardoor er minder grondstoffen gemaakt hoeven te worden), leveren samen ‘slechts’ vier megaton op.

Maatregelen industrie

 Maatregel  Reductie in 2030 (Mton)
 Recycling  1 
 Procesefficiency  3
 Afvang en opslag koolstofdioxide  18

Bron: Regeerakkoord 2017 – 2021

Het regeerakkoord bevat één Rotterdam-specifiek punt over de vermindering van de CO2-uitstoot: “Het kabinet zal in overleg treden met het Havenbedrijf Rotterdam en de in het havengebied actieve bedrijven om het grote potentieel dat er in de regio Rijnmond is voor koolstofdioxide-afvang en -opslag en restwarmte te benutten.”

Oftewel, vraag je aan de overheid hoe we de industrie (waaronder die van Rotterdam) minder CO2 laten uitstoten, dan is het antwoord: alle ballen op de sluiting van kolencentrales en CCS (en een beetje op overige maatregelen).

Nuances Planbureau

Een belangrijke kanttekening volgde al snel van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zij berekende de plannen door en concludeerde (pdf): “De emissiereductie van de hier doorgerekende maatregelen is nog niet voldoende om het doel van 49% reductie te realiseren. Met deze maatregelen kan ruwweg de helft van deze opgave worden overbrugd. Oftewel: leuke plannen overheid, maar we hebben er tweemaal zoveel nodig.

Ook bij de aandacht voor CCS, de cruciale actie voor de industrie, zet het PBL zijn vraagtekens. Enerzijds kan deze focus CSS-technologie stimuleren. Dat moet ook wel, zeggen de onderzoekers. “Ook volgens PBL is CCS een onontbeerlijke optie om op de termijn tot 2050 tot vergaande reductie te komen, en in het bijzonder voor de industrie.” Maar heel concreet wordt de uitrol ervan nog niet. Bovendien kan die aandacht voor CCS “ten koste gaan van de implementatie van technieken voor hernieuwbare energie”.

Die technieken (waarmee je bijvoorbeeld CO2 niet opslaat maar als grondstof gebruikt, of windenergie omzet naar chemicaliën) komen er überhaupt bekaaid vanaf, vindt het PBL. De in het Regeerakkoord gepresenteerde ‘klimaatenvelop’ (met daarin 1,2 miljard euro voor R&D op dit terrein) is “betekenisvol, maar onvoldoende voor ondersteuning van implementatietrajecten. Juist die eerste fase is cruciaal voor het maatschappelijk draagvlak voor de vernieuwing, want mislukkingen door onzorgvuldige uitvoering kunnen het transitieproces ernstig vertragen.” Het PBL concludeert dan ook dat “innovatieve vormen van elektrificatie en de productie van groene brandstoffen” maar bar weinig aandacht krijgen.

Klimaatakkoord

Om alle intenties om te zetten in acties werkte de overheid dit jaar aan een eigen Klimaat- en Energieakkoord. Hierin maakt de overheid, samen met ruim honderd betrokken partijen, variërend van milieuclubs tot kolenverbranders, afspraken over wie hoeveel CO2 bespaart. De optelsom hiervan moet zijn dat die plannen tezamen zorgen voor 48,7 megaton minder CO2-uitstoot in 2030.

Het Klimaat- en Energieakkoord is gesloten via zes onderhandelingstafels, waaronder één voor de industrie (waarbij Rotterdam/Moerdijk via vele bedrijven en organisaties goed vertegenwoordigd is). In haar plan bespaart de industrie 14,3 megaton CO2, onder meer door efficiënter om te gaan met energie, fossiele brandstoffen te vervangen door groene stroom en hergebruik van grondstoffen. Maar omdat al die stappen veel tijd en geld kosten, wil de industrie ook op korte termijn minder CO2 uitstoten door deze bij bestaande fabrieken af te vangen en ondergronds op te slaan.

Dat klinkt op papier goed, maar het echte werk hiervoor moet nog beginnen. Dit bleek ook eind september, toen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) probeerden de plannen door te rekenen. De bureaus schrijven dat de maatregelen die worden genoemd het technisch potentieel hebben om aan het doel van 49% te voldoen, maar dat nog geen uitspraken gedaan kunnen worden over het effect omdat de uitwerking nog summier is.

Rotterdamse plannen

Deze zomer verschenen ook de eerste duurzaamheidsplannen van de nieuwe coalitie in Rotterdam (van VVD, CDA, CU-SGP, D66, PvdA en GroenLinks), mede gevoed door onderzoek van bureau Drift (dat berekende dat het klimaatneutraal maken van stad, exclusief de industrie in de haven, 11 miljard euro kost). Alleen al de naam van het coalitieakkoord voor de periode 2018-2022, ‘Nieuwe energie voor Rotterdam’ (pdf), en het feit dat ‘energietransitie’ het eerste hoofdstuk vormt, maakt duidelijk dat verduurzaming een belangrijk doel is voor deze partijen. Zo wil de coalitie in 2019 een eigen Rotterdams Energie- en Klimaatakkoord presenteren (op basis van de landelijke variant), goed voor een CO2-reductie tijdens de collegeperiode van minimaal 440 en maximaal 640 kiloton (oftewel zo’n 17% van de huidige uitstoot door de stad, exclusief de haven).

Ook steunen de partijen het Havenbedrijf om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten. Hiervoor worden er afspraken gemaakt met het Havenbedrijf Rotterdam en de Rotterdamse industrie in de haven over “het realiseren van de energietransitie en de beste invulling daarvoor”. Hoewel de gemeente Rotterdam voor 70% aandeelhouder is van het Havenbedrijf, blijft zij op gepaste afstand opereren. Zij ziet zichzelf volgens het akkoord vooral als “verbinder en aanjager om betrokken spelers bij elkaar te brengen”.

Bij de presentatie van het akkoord gaf GroenLinks-fractieleider Judith Bokhove niettemin te kennen dat het nieuwe college nadrukkelijker betrokken zal zijn bij de energietransitie in de haven. “Er zal sprake zijn van een actief aandeelhouderschap. We gaan wel een stempel drukken”, vertelde zij het FD. Zij denkt onder meer aan het ontwikkelen van een nieuwe Havenvisie van de gemeente als aandeelhouder. Ook heeft zij plannen voor de Omgevingsvisie, een in 2021 te lanceren landelijke wet die ruimte biedt om als gemeente te zeggen welke activiteiten wel en niet toegestaan zijn in een gebied zoals de haven.

Maar goed. Dit alles is slechts de theorie. Pas écht spannend wordt het als je probeert tot de uitvoering te komen. In mijn volgende artikel zoom ik daarom in op de concrete plannen van alle betrokken partijen – en de Babylonische spraakverwarring die daarbij om de hoek komt.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Inge

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland, studeerde Nederlands & taalwetenschap en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties