voor de harddenkende Rotterdammer

De industrie in de Rotterdamse haven neemt 17% van de Nederlandse CO2-uitstoot op zich, en 92% van die in Rotterdam. Dat is vooral te danken aan de aanwezige kolencentrales en olieraffinaderijen. De afstand tussen de huidige situatie en de duurzame doelen is enorm.

CO2. Je ziet het niet, je ruikt het niet, je voelt het niet. Abstracte materie dus. Daarom duik ik eerst de cijfers in. Want om iets te kunnen zeggen over de invloed van de Rotterdamse haven op het milieu, is het van belang dat duidelijk is hoeveel CO2 we hier precies uitstoten, en wie dat doet. Ik kijk daarvoor eerst naar de wereldwijde CO2-uitstoot, en zoom daarna stap voor stap in op Rotterdam en haar haven.

Ik hanteer hierbij vier aannames over waarom CO2 zo’n belangrijk criterium is (ik noem dit trouwens geen aannames omdat ik aan ze twijfel, maar omdat er geen 100% zekerheid over bestaat).

  1. de gemiddelde temperatuur op de aarde neemt toe.
  2. CO2 speelt daarin een cruciale rol.
  3. de toename van CO2 wordt mede veroorzaakt door menselijk handelen.
  4. het effect van die opwarming is al merkbaar, ook in Nederland. Want nee, dat onstuimige weer van de afgelopen jaren, de soms enorme regenval, en het gebrek aan Elfstedentochten, dat is allemaal geen toeval.

Oftewel, onze CO2-uitstoot heeft grote impact op het milieu.

De wereld

Wereldwijde CO2-emissiecijfers, gemaakt door ons eigen Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), laten zien dat de mensheid in 2015 ruim 36 miljoen kiloton (dat is 360 miljard ton) CO2 uitstootte. Tweederde hiervan vindt plaats in 10 landen, aangevoerd door China (30%), de VS (14%) en de EU (10%). Opmerkelijk detail: de internationale boot- en luchtvaart hebben hun eigen vermelding (ze staan respectievelijk op plek 8 en 14 van de grootste uitstoters), want geen enkel land voelt zich daar zelf verantwoordelijk voor.

RM_Groene-toekomst3
Beeld door: beeld: Rémon Mulder

Nederland

Nederland staat in de ranglijst uit 2015 van CO2-emissies per land op de 36e plek (tussen Pakistan en Irak), met 165 duizend megaton (oftewel 165 miljoen ton) CO2. Daarmee tekenen we voor 0,46% van de wereldwijde CO2-uitstoot. In vergelijking met 1990 (het ijkjaar waarop veel CO2-besparingsdoelen gebaseerd zijn) betekent dat een minimale stijging, want toen bliezen we 160 duizend megaton de lucht in. Niettemin zijn we in dezelfde tijd veel meer gaan produceren en consumeren, dus relatief gezien is de CO2-uitstoot afgenomen. Maar ja, daar koopt het klimaat niets voor.

In Nederland vormt de sector ‘Energie en industrie’ in de periode tussen 1990 en 2016 bij verre de grootste CO2-uitstoter (zie tabblad ‘CO2’). Van de 167 miljoen ton CO2 die in 2016 de lucht inging, werd 101 miljoen ton (60%) veroorzaakt door energieproducenten en industriële fabrieken. In 1990 was die verhouding met 58% bijna hetzelfde. Die oververtegenwoordiging van de energie en industrie zie je ook terug in de top-10 CO2-uitstotende bedrijven van 2017. Hierin bevinden zich 6 energiecentrales, aangevuld met staalfabrikant Tata Steel en de olieverwerkende raffinaderijen van Shell, BP en Esso in Rotterdam.

Top 10 CO2-uitstotende bedrijven in Nederland in 2016
Cursief = locatie in Rotterdam

 Positie  Bedrijfsnaam  CO2-uitstoot (ton) in 2016
 1   RWE Eemshaven Centrale  7.587.197
 2   Uniper Centrale Maasvlakte    7.281.563 *
 3  Tata Steel IJmuiden bv BKG  6.848.875
 4  Nuon Power Velsen     3.975.578
 5  Shell Nederland Raffinaderij B.V.  3.831.099
 6  Essent Amercentrale  3.575.313
 7  ENGIE Centrale Rotterdam     3.436.408
 8  Nuon Centrale Hemweg  3.354.315
 9  BP Raffinaderij Rotterdam B.V.  2.073.778
 10  ESSO Raffinaderij Rotterdam  2.068.339

*1 van de 2 centrales is gesloten op 1 juli 2017; dit is de optelsom van beide centrales

Bron: Emissiecijfers 2013-2017 van de Nederlandse Emissieautoriteit voor 2017

Rotterdam

Zoomen we verder in, dan komen we uit in Rotterdam. In 2015 stootten wij 34,2 megaton (1 megaton is 1 miljoen ton) uit. Vergelijk je dat met de 167 megaton in heel Nederland, dan is Rotterdam verantwoordelijk voor 17% van de Nederlandse uitstoot. 3,1 megaton daarvan wordt door de stad Rotterdam (dus exclusief de industrie in de haven) uitgestoten. Daarmee presteren we niet opmerkelijk beter of slechter dan de rest van de grote steden in Nederland. Amsterdam was in 2016 goed voor 4,7 megaton, Den Haag 2,1 en Utrecht 1,7. Onze stad moet dus zeker aan de slag, maar neemt geen uitzonderlijke positie in.

Waar we wel een uitzonderlijke positie innemen, is onze bijdrage door de industrie. Van de totale Rotterdamse uitstoot (dus de stad inclusief de havenindustrie) stond in 2015 30 megaton (dus 92%) op rekening van het Haven- en Industrieel Cluster (HIC), dus alle bedrijvigheid op het gebied van het Havenbedrijf Rotterdam. Omdat de meeste uitstoot in het havengebied plaatsvindt, is het interessant om te kijken hoe deze zich door de tijd ontwikkeld heeft. In 1990 was de uitstoot van het HIC nog 23 megaton CO2, wat een groei van 30% over 25 jaar betekent. Deze groei, verdeeld over de belangrijkste sectoren, ziet er als volgt uit:

CO2-uitstoot in Rotterdam, in 1990 en 2015

 Sector CO2-uitstoot in Mton (1990) CO2-uitstoot in Mton (2015) 
 Transport  1  1
 Energie  8   14 
 Olieraffinaderijen  9   10 
 Chemiebedrijven  4   4 
 Overige industrie (inclusief afvalverwerking)  1   1 
 Totaal  23  30 

Bron: Nulmeting RCI Uitstoot CO2 Rotterdam (2008, pdf) en Wuppertal-rapport ‘Decarbonization pathways for the industrial cluster of the port of Rotterdam’ (2017, pdf)

Dat het juist de energiesector is die zo hard gestegen is, komt door de twee nieuwe kolencentrales in Rotterdam, de Uniper Maasvlakte Powerplant en Engie Centrale Rotterdam. In 2006 besloot de landelijke overheid dat er voor onze elektriciteitsproductie naast relatief schone gascentrales ook vervuilende kolencentrales moesten komen. De overheid was namelijk bang dat we voor onze energievoorziening anders te veel afhankelijk werden van Russisch gas.

Die invloed van energiecentrales is ook goed zichtbaar in de ranglijst van CO2-emitterende bedrijven in Rotterdam. Bovenaan staan de nieuwe kolencentrales van Uniper en Engie. De ‘echte’ aanvoerder, Unipers oude kolencentrale, is halverwege 2017 gesloten. Andere belangrijke bijdragers aan de CO2-uitstoot zijn olieraffinaderijen (met Shell, BP en Esso als grootste uitstoters) en (in mindere mate) de chemische industrie (waaronder Air Products, ExxonMobil en Lyondell).

Bedrijven in Rotterdam die in 2017 100.000 ton CO2 of meer uitstootten

 Positie  Bedrijfsnaam  CO2-uitstoot
 1  Uniper Centrale Maasvlakte  7.281.563*
 2  Shell Nederland Raffinaderij B.V.  3.831.099
 3  ENGIE Centrale Rotterdam     3.436.408
 4  BP Raffinaderij Rotterdam B.V.  2.073.778
 5  ESSO Raffinaderij Rotterdam  2.068.339
 6  Enecogen  1.725.324
 7  Pergen VOF  1.174.220
 8  Air Products Nederland B.V., Locatie Botlek  642.351
 9  Air Liquide Nederland BV – SMR2  543.992
 10  Rijnmond Energie C.V.  530.271
 11  ExxonMobil Chemical Holland B.V. (RAP)  472.945
 12  Gunvor Petroleum Rotterdam B.V.  447.981
 13  MaasStroom Energie C.V.  425.248
 14  Alco Energy Rotterdam BV   348.838
 15  Uniper Centrale RoCa  304.729
 16  Lyondell Chemie Nederland B.V. – Botlek locatie  270.401
 17  Cabot B.V.      246.654
 18  Air Products Nederland B.V., Locatie Botlek (Merseyweg)  243.706
 19  Eurogen C.V.    240.647
 20  ADM Europoort B.V.  149.157
 21  Aluminium & Chemie Rotterdam B.V.  144.368
 22  Enecal Energy V.O.F.  140.897
 23  Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V.  132.857
 24  Indorama Ventures Europe B.V.  115.583
 25   Koch HC Partnership B.V.  115.333
 26  Shin-Etsu PVC B.V., locatie Botlek  101.945

*1 van de 2 centrales is gesloten op 1 juli 2017; dit is de optelsom van beide centrales

Bron: Emissiecijfers 2013-2017 van de Nederlandse Emissieautoriteit voor 2017

Nu zegt de gerapporteerde CO2-uitstoot niet alles. Aan de ene kant kan een bedrijf verderop in de keten verantwoordelijk zijn voor nóg meer emissies, bijvoorbeeld doordat de geproduceerde benzine verbrand wordt in een auto- of scheepsmotor. Aan de andere kant kan CO2-uitstoot ook aan de basis staan van besparingen verderop in de keten, zoals bij chemiebedrijven die grondstoffen leveren voor de productie van isolatiematerialen.

Een (aansprekend, maar vermoedelijk gekleurd) voorbeeld van dat laatste komt uit de chemie. In opdracht van de wereldwijde belangenorganisatie voor chemiebedrijven becijferde consultancybureau McKinsey in 2009 dat voor elke ton CO2 die de chemie uitstoot in zijn processen, haar producten (zoals isolatiematerialen en lichtere materialen voor auto’s) zorgen voor drie ton CO2-besparing. Ben je lobbyist, dan kun je met dit rapport in de hand dus met droge ogen vertellen dat méér productie leidt tot méér CO2-besparing.

Maar goed, elke ton uitgestoten CO2 is er één te veel, ongeacht hoeveel de producten die daaruit volgen ook elders CO2 besparen. Ook voor chemiebedrijven is het dus de bedoeling om de CO2-uitstoot tot een minimum te beperken. Er is dus nog veel werk aan de winkel in de Rotterdamse haven.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Inge

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland, studeerde Nederlands & taalwetenschap en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties