voor de harddenkende Rotterdammer

Dit artikel hoort bij de serie van Vers Beton over de vergroening van de Rotterdamse haven. Ik liet eerder zien dat dit industriegebied van grote invloed is op de Nederlandse CO2-uitstoot. Ook bracht ik in kaart welke plannen er bestaan om de haven te verduurzamen. Ik ontdekte dat betrokkenen totaal verschillende talen spreken. Daarom interviewde ik drie direct betrokkenen. In dit interview: Ruud Melieste, duurzaamheidsstrateeg van het Havenbedrijf.

We weten dat er iets moet veranderen, we willen het ook allemaal, maar er gebeurt niets. Hoe komt het toch dat verduurzaming zo complex is en we niet verder komen? Dat is het probleem dat ik bespreek met Ruud Melieste. Want als iemand weet hoe dat komt, dan is hij het wel. Melieste werkte namens het Havenbedrijf Rotterdam jarenlang samen met de industrie. Sinds vijf jaar is hij als Corporate Strategist medeverantwoordelijk voor de langetermijnstrategie voor het stoppen met CO2-uitstoot. Op papier is dat zo rondgerekend, maar in de praktijk blijkt het een stuk complexer.

DSC04585794
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Melieste illustreert dat met een recent voorstel van een NGO. “Een heel mooi stuk over hoe we als industrie kunnen overstappen op ‘groene waterstof’, een variant op aardgas die je met duurzame energie maakt. Maar dat stuk meldt óók dat we tot die overstap in 2030 alle CO2 van bestaande fossiele waterstoffabrieken volledig moeten afvangen en opslaan. Maar dat kan alleen als ze een bepaalde technologie gebruiken. In de haven staan ook fabrieken met een andere technologie. Die fabrieken zijn gloednieuw, betaald door internationale bedrijven, en boeken prima resultaten. Alleen: ze kunnen maar negentig procent afvangen, in plaats van honderd procent. Moeten die fabrieken toch vervangen worden? Dat lijkt me geen kosteneffectieve maatregel.”

Praktisch

Melieste is iemand die verduurzaming zeer praktisch benadert. ”Dat kun je interpreteren als ‘op de rem staan’, maar dat is het niet. Wij zien, net als iedereen, dat de haven in 2050 volledig veranderd is. Alleen het pad daarheen is heel genuanceerd. Ik ben net zo’n grote idealist als mensen van bijvoorbeeld Greenpeace. Maar ik zie ook dat als je sommige dingen te snel verandert, je het kind met het badwater weggooit. Dat is een cruciaal punt, want zo gooi je economische waarde weg, terwijl de activiteit en de CO2-uitstoot zich verplaatsen naar elders in de wereld. Daar schiet je als wereld niks mee op. Ja, het gebeurt niet meer in onze haven, maar daar los je geen enkel probleem mee op.”

Maar er moet heel veel gebeuren voor 2050. Lukt dat wel met enkel pragmatisme?
Idealistisch ondersteund pragmatisme he? Vanuit idealisme kun je met alle partijen een doel formuleren, maar je moet de middelen om dat te bereiken, zoals de te gebruiken technologie, niet voorschrijven. De overheid heeft dat in het verleden geprobeerd. Dat leidde tot een overdosis aan regelgeving en vastgelopen economische motoren.

Maar keuzes zorgen ook voor duidelijkheid, zodat bedrijven met een zeker gevoel kunnen investeren in een specifieke technologie.
De overheid maakt ook keuzes. Zij zegt: in 2030 moeten we 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990, in 2050 hebben we een low carbon economy waarin de CO2-uitstoot bijna op nul ligt. Dat is een prachtig doel. Ook zegt zij dat de goedkoopste manier om CO2 te vermijden de voorkeur heeft. Het is vervolgens aan de industrie om dat zo te realiseren.

De enige uitzondering vormen de kolencentrales. Daar heeft de overheid wél een middel voorgeschreven, namelijk de geplande sluiting in 2030 of eerder. Persoonlijk vind ik dat overbodig om te doen. Laat gewoon de markt zijn werk doen! Kolencentrales hebben nu nog een verdraaid handige functie, want zet je ze uit, dan hebben we regelmatig een stroomtekort. Maar iedereen ziet dat kolencentrales niet bij ons CO2-doel passen. We moeten elkaar vertrouwen dat het gaat gebeuren, dan kunnen we met elkaar samenwerken.

Is dat wel zo? Dit voorjaar waarschuwden de grote internationale chemiebedrijven dat als Nederland zo ambitieus CO2 wil besparen, zij hun investeringen elders in de wereld doen.
Willen we voorloper zijn in de energietransitie, dan moet je niet het klassieke beeld krijgen dat je te ver voor het peloton uitgaat, want dan haakt het af. Het is dus een heel bekende waarschuwing, zowel van chemiebedrijven als van Deltalinqs, de belangenvereniging van bedrijven in de haven. ‘Havenbedrijf, let je wel een beetje op ons?’ En dat is logisch. We spelen allemaal onze rol in het spel, waarbij we elkaar in balans proberen te houden.

Welke positie neemt het havenbedrijf binnen die discussie in?
Wij als Havenbedrijf zijn niet degene die de CO2 uitstoten, maar wij kunnen wel invloed uitoefenen om de uitstoot te verminderen. Wij houden er daarbij rekening mee dat de bedrijven die CO2 uitstoten, dezelfde bedrijven zijn die deze haven in de jaren vijftig en zestig hebben opgebouwd. Daar hebben we een welvaart aan te danken die met geen pen te beschrijven is. Zij zorgden voor de energietransitie naar olie en gas. Alleen blijkt het gebruik van olie en gas bij te dragen aan klimaatverandering. Dus is er weer een nieuwe transitie nodig: van verduurzaming van de grondstoffen en energie van die bedrijven.

DSC04652810
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Driestappenplan

Veel critici zeggen: zolang dat oude er is, zal het nieuwe er nooit komen.
Ik denk dat het nieuwe kan bouwen op het oude. Bovendien zijn oud en nieuw ook maar percepties. Oud kan ook gloednieuw zijn, alleen dan gebaseerd op fossiele stoffen. Neem Esso en Shell. Zij investeren miljarden in fabrieken die op een zo schoon mogelijke manier brandstoffen en producten maken. Wat zij voor de transitie moeten doen, is overstappen van olie en gas naar duurzame grond- en brandstoffen. Dan kunnen zij de producten blijven maken waar de samenleving om vraagt.

Hoe verduurzaam je wat er al is?
We hebben een driestappenplan waarmee je dit gebied volledig gedecarboniseerd kan krijgen. De eerste stap is het verbeteren van bestaande fabrieken. Dat kan bijvoorbeeld door slimmer om te gaan met warmte en stoom, of CO2 af te vangen. Dat levert megatonnen CO2-reductie op. Die stap maken we op dit moment. Vervolgens willen we het energieverbruik van de industrie verduurzamen. Al hun gasketels, fornuizen en warmtekrachtkoppelingen draaien nu nog vooral op aardgas en restgassen. Daarvoor in de plaats kun je groene elektriciteit en groene waterstof gebruiken. Die mogelijkheden willen we rond 2025 uitrollen. Bij de derde stap verduurzamen we ook de grondstoffen, die nu nog uit olie komen. Die halen we rond 2035 steeds meer uit biomassa en afval. Zo kunnen we in 2050 low carbon zijn.

Die drie stappen gebeuren in die volgorde, omdat je zo – platgeslagen gezegd – tegen de laagste kosten de meeste CO2 kunt vermijden. Bovendien kun je zo snel beginnen met CO2 reduceren en start je met de vernieuwing van energie en grondstoffen, zodat je afscheid kunt nemen van fossiel. Wacht je hier te lang mee, dan krijg je misschien wel in 2050 je gewenste reductie, maar heb je in de tussentijd te weinig gedaan voor het klimaat. Terwijl we nu al zoveel kunnen doen.

Positief

Dat positieve siert je, maar dat vind ik ook echt opmerkelijk. De hele wereld zit in over de energietransitie, en tegenover mij zit een man die denkt: mwah, gaat wel lukken.
Maar waarom zou je hier niet optimistisch over zijn?

Omdat buiten de industrie vrijwel niemand daar optimistisch over is?
Er zijn altijd praktische bezwaren. Ik schets een idealistisch plaatje dat ondersteund wordt door de werkelijkheid. Technisch kan het, bewijst onderzoek. Je moet alleen wel vervolgens de eerste stap zetten. En daar wringt het vaak. Het probleem zit namelijk bij partijen die vanuit eigen belang maar blijven doorpraten over randvoorwaarden en verlanglijstjes, zonder zelf aan de slag te gaan. Daar voel ik af en toe ergernis over.

Welke partijen doen dat?
Bijvoorbeeld VEMW en VNCI, de belangenbehartigers van de zakelijke energiegebruikers en de chemische industrie. Die blijven vaak hangen bij randvoorwaarden opsommen en noemen hoeveel miljarden het de samenleving gaat kosten. Dan zegt de overheid: mooi verlanglijstje, maar sinterklaas bestaat echt niet. Terwijl we juist met elkaar in het diepe moeten durven springen en de pijn moeten opzoeken met concrete projecten en investeringen.

Gelukkig zijn er ook lichtpunten, benadrukt Melieste. Een daarvan is Porthos, het initiatief van het Havenbedrijf, Gasunie en Energiebeheer Nederland voor een leiding door het havengebied waar bedrijven hun afgevangen CO2 aan kunnen doorgeven. Ditmaal wil de industrie wél meewerken, bijvoorbeeld door te kijken wat zo’n aansluiting kost, wanneer dit kan gebeuren, hoeveel CO2 ze kunnen leveren, en welke subsidies daarvoor nodig zijn.

Dat is slechts één project, terwijl veel andere richtingen nog op slot zitten. Kun je ook keuzes afdwingen bij je huurders?
(na lang nadenken) Wij verhuren grond aan bedrijven. Dat is onze contractuele relatie met onze klant. In dat contract staat wel een gebruiksbepaling over wat ze op die grond mogen doen. Maar hoe ze het precies doen, dat is een ander verhaal. Ze moeten zich in ieder geval aan de wet houden. De milieuvergunning dekt bijvoorbeeld hoe schoon ze moeten werken. CO2-uitstoot is juist iets dat niet in de milieuvergunning staat, want dat speelt niet lokaal of voor het milieu, maar mondiaal en voor het klimaat. Daarom aarzel ik met mijn antwoord.

Maar kúnnen jullie naar verplichtingen gaan?
Wij kunnen niet zeggen: het moet zo. Dat kan alleen de overheid. Wel zat bijvoorbeeld onze directeur, Allard Castelein, voor het Nederlandse Klimaatakkoord aan tafel met de industrie en de overheid. En er zit hier een heel energietransitieteam dat samen met bedrijven in de haven werkt aan CO2-besparing.

Als advocaat van de duivel: dat is allemaal window dressing, want uiteindelijk stoten jullie nog steeds heel veel CO2 uit.
Vroeger heb ik veel gevoetbald. Ik vergelijk deze kritiek met die oude knarren die langs de lijn staan en schreeuwen (Melieste slaat hard met zijn vuist op tafel): die kan het niet en die kan het niet! Ze staan erbij en ze kijken ernaar. De beste stuurlui staan aan wal.

Word je daar boos van?
(Melieste zoekt even naar een antwoord en stamelt) Het is erg makkelijk. Zelf niet de verantwoordelijkheid nemen, maar anderen de schuld geven. Wij proberen iedereen bij elkaar te krijgen. Dat is veel constructiever. Wij hebben bijvoorbeeld altijd geprobeerd de twee nieuwe kolencentrales schoner te maken, via de afvang van CO2, inzet van biomassa en nuttig gebruik van restwarmte. We hadden dat bijna voor elkaar, wat een prachtig plaatje was. Maar als de publieke opinie, geleid door die beste stuurlui, zich tegen je keert, dan kunnen heel goede plannen voor decarbonisatie niet doorgaan. Ik durf de stelling aan dat door zulk radicaal gedrag over ‘dit mag niet gebeuren’, we niet de stappen hebben kunnen zetten naar decarbonisatie die we hadden kunnen zetten. Hun kritiek is absoluut contraproductief. Want nu moeten die kolencentrales tot 2030 afbouwen en sluiten, terwijl ze ook het vliegwiel konden worden voor versnelde ontwikkeling van duurzame alternatieven, waar ook andere industrieën sneller gebruik van hadden kunnen maken.

DSC04607799-kopieren
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Jullie zijn voor zeventig procent van de gemeente Rotterdam en dertig procent van de Nederlandse overheid. Hoe is jullie relatie met jullie grootste aandeelhouder, de lokale politiek?
(Melieste weegt zijn woorden) Via het Rotterdam Climate Initiative-programma zaten tien jaar geleden Deltalinqs, Milieudienst DCMR, de gemeente en het Havenbedrijf als één blok aan tafel. We wilden allemaal hetzelfde, vijftig procent minder CO2 in 2025. Door de financiële crisis in 2008 was alleen het klimaat opeens niet belangrijk meer. Die plannen vielen in duigen. Door internationale omstandigheden dus, niet door iets anders. Want de lokale wil was er.

Het vorige college had alleen minder aandacht voor CO2-reductie (zo pleitte Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam in 2013 voor de opheffing van het Rotterdam Climate Initiative – IJ). Hierdoor verloor het Rotterdam Climate Initiative aan macht en kracht, waardoor het minder interessant werd voor de havenindustrie om via dit programma mee te werken aan verduurzaming. De politiek kan dus veel roet in het eten gooien. Via het Klimaatakkoord hebben we als Havenbedrijf met Deltalinqs de havenindustrie opnieuw aan tafel gekregen. Tegenwoordig stemmen we ons energietransitiebeleid dus veel meer af met het Rijk, ook omdat die het voortouw heeft genomen voor het landelijke Klimaatakkoord.

We rekenen er wel op dat duurzaamheid weer een belangrijk onderdeel vormt bij het nieuwe college in Rotterdam. En er zijn ook positieve elementen. In 2013 begon de levering van restwarmte vanuit vuilverwerker AVR voor stadsverwarming. Dat is gebeurd dankzij gemeentebeleid. Dus de lokale politiek kan zeker positief bijdragen. Ik hoop dat er een pakket van duidelijke maatregelen voor de lange termijn komt voor Rotterdam, zowel vanuit de lokale als landelijke politiek. Dat zou het mooiste zijn. Er ligt daar een mooi rapport voor op tafel.

Lange termijn

Een goed voorbeeld van radicaal gedrag is het Rotterdams Klimaat Initiatief dat wil dat de haven stopt met de op- en overslag van kolen. Is dat zinvol?
Nee. Wij kunnen dat niet eens eisen. Bovendien zou het beter zijn als zij hun pijlen richten op de Duitse vraag naar kolen. Stoppen enkel wij met de levering, dan vindt Duitsland wel andere manieren om alsnog kolen te krijgen. Het enige dat dan verdwijnt, is de economische waarde van kolen voor Rotterdam. Deze actiegroep denkt te klein. Ben je activistisch? Ontwikkel dan een veel bredere visie.

Ik snap dat mensen ongeduldig zijn. Ik ben dat zelf ook. Het is frustrerend als je af en toe ziet dat iets niet lukt. Maar propageer geen contraproductieve maatregelen, want daardoor gaat de transitie alleen maar langzamer.

Tegelijkertijd waarderen wij als Havenbedrijf de rol van NGO’s zoals het Rotterdams Klimaat Initiatief zeer. We draaien in een kapitalistisch systeem dat zich vooral richt op kortetermijngewin. NGO’s houden ons scherp om de langetermijnvisie vast te houden. Maar te idealistisch zijn kan er ook voor zorgen dat je te lang niks doet, omdat je eerst wacht tot de duurzame technologie rijp is. We moeten nu al meters maken, zoals met de afvang van CO2.

DSC07667815-kopieren
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Wat is de belangrijkste hobbel die nu genomen moet worden?
We moeten als wereldwijde samenleving af van een fossiele energieverslaving die in de afgelopen honderd jaar verrekte efficiënt is gemaakt. Wil je in twaalf jaar zo’n systeem, maar dan duurzaam, dan kost dat geld, want we moeten enorme stappen maken. Ook 2050 duurt nog maar dertig jaar, wat voor een economische cyclus dichtbij is. Dat wordt een pijnlijk proces, en in een kapitalistisch systeem uit die pijn zich altijd in de portemonnee van de burger. Tegelijkertijd willen we pijn in onze portemonnee altijd zo lang mogelijk uitstellen, al was het maar omdat de politicus die dat voorstelt niet meer herkozen wordt. Het kortcyclische politieke en kapitalistische systeem zitten de langetermijnrevolutie naar duurzaamheid in de weg. Dat maakt de zaak complex.

Blijkbaar is het niet zozeer een partij die de belangrijkste barrière voor verduurzaming zorgt, maar de strijd tussen kortcyclisch en langcyclisch.
De financiële crisis reed in 2008 ons klimaatbeleid en het Rotterdam Climate Initiative zwaar in de wielen. Dat bewijst dat een korte economische cyclus kan botsen met een al ingezette langetermijncyclus. We bouwen nu weer aan een langcyclische energietransitie, met opnieuw het risico dat een volgende kortcyclische crisis die tegenhoudt. Gaan we dan met z’n allen weer terug naar af en durven we onze centen nergens meer aan uit te geven, terwijl banken nergens aan uit durven te lenen? Nou, dan kan het weer mis gaan, bijvoorbeeld als we ons niet aan het Klimaatakkoord houden.

Dat gevaar ligt ook op de loer omdat de echte klimaatverandering de komende tientallen jaren nadrukkelijker in andere wereldregio’s vorm krijgt. Je kunt denken: in Nederland trekken we de portemonnee voor hogere dijken en grotere riolen, en we kunnen de wateroverlast weer een tijdje verdragen. Wij zingen het wel uit, waardoor we het nog steeds niet voelen als een serieus probleem. Maar in de Stille Oceaan verdwijnen eilanden, in het Caribisch gebied en de VS krijg je vaker orkanen, in andere gebieden langdurige droogtes. Dat is zo wrang.

De immigratiestromen die er nu zijn, komen niet alleen door fundamentalisme en dictators. Die ontstaan door een grote kloof tussen rijk en arm. Waardoor ontstaat armoede? Doordat oogsten jaren achter elkaar mislukken. Waarom mislukken oogsten? Omdat het klimaat verandert. Dus waar zijn immigratiestromen naartoe terug te leiden? Klimaatverandering. En wat staat er nu op het punt te gebeuren? Grootschalige klimaatverandering die zijn weerga niet kent. En dus immigratiestromen die hun weerga niet kennen. Hoe gaan we dát dan oplossen? Of zullen we dat toch proberen te voorkomen door de planeet in zijn geheel leefbaar te houden?

Zondag 28/10 werd Inge geïnterviewd door Reporter Radio over dit onderzoeksdossier. “Ik hoopte dat er net onder het wateroppervlak prachtige dingen aan het gebeuren waren, maar daar lijkt het niet op”.

Beluister het interview terug

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Inge

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland, studeerde Nederlands & taalwetenschap en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Maus avatar 300x300

Maus Bullhorst

Maus Bullhorst (1988) is illustrator en eeuwig student. Dit jaar is hij van plan om af te studeren aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam, de school waar hij vroeger bijna in woonde en volgens sommigen zijn eigen ‘MausBaus Station’ had. Bullhorst illustreert regelmatig voor de Correspondent en Trouw en maakt met liefde werk over Rotterdam voor Vers Beton. Zijn werk is strak en kleurrijk maar vooral herkenbaar.

Profiel-pagina
Nog geen reacties