voor de harddenkende Rotterdammer
Winy_maas_036-kopieren
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Lopend over de Wibautstraat in Amsterdam, overvalt mij steevast een herkenbaar stedelijk gevoel. Het is er doorgaans stil en aangenaam. Waarom? De straat is lang en breed, de bouwblokken groot en er stopt zelfs een metro. Het lijkt Rotterdam wel!

Als het aankomt op woonwijken, hecht ik bijzonder aan de theorie van Jane Jacobs en andere stedenbouwkundigen. Zij pleitte voor aangename, bewandelbare steden, ontworpen voor de menselijke maat. Dat is de Wibautstraat niet. Op de vierbaansweg met brede middenberm, in jargon een ‘Parkway’, bevind je je als voetganger niet bepaald in een beschutte omgeving. Maar is dat erg?

Wandelend over de Wibautstraat, hoef je niet om zwermen appende toeristen heen, de stoep is lekker breed. Verder heb je op de fietspaden overzicht zodat je alle trage Obike-bestuurders moeiteloos passeert. Tot slot zitten er in de voor Amsterdamse begrippen kolossale gebouwen allerlei gezellige stadse functies als restaurants en bedrijfsruimten voor startup-hubs.

En dat in die ogenschijnlijk onpersoonlijke kantoorgebouwen uit de jaren zestig en zeventig! Een aantal slimme ondernemers gooide er een likje verf en wat neonletters tegenaan. Aan de gebouwen mankeerde niet zoveel, die bleken prima te opnieuw te gebruiken in een andere functie.

De herwaardering voor de Wibautstraat is van recente jaren. Daarvoor vonden de meeste Amsterdammers de straat helemaal niks – en misschien is dat nu nog steeds zo. Zo’n brede weg met lompe, betonnen kolossen, dat lijkt meer op Rotterdam; die ongezellige stad waar zo weinig te beleven valt.

Het moge duidelijk zijn: ik ben een Rotterdammer. Geboren, niet getogen, maar wel opgegroeid met een zekere hang naar deze stad. Ik weet niet of het de Rotterdamse genen zijn, ik geniet van kaarsrechte boulevards, weidse pleinen en grootschalige architectonische gebaren.

Rotterdam heeft in dit opzicht goede papieren. De Nieuwe Maas is wat mij betreft het summum van de stadse ervaring. Riek Bakker zag het goed, dat centrum moest de rivier over getrokken worden. Ondanks dat de Erasmusbrug volgens verkeerskundige modellen niet nodig was, is de Zwaan een gouden investering in het Bruto Rotterdams Geluk.

Nu veel mensen Rotterdam met andere ogen bekijken, zijn die onooglijke kantoren waar het centrum mee gevuld is, opeens niet zo lelijk meer. Het is net als de Wibautstraat, ze staan misschien eventjes leeg, maar er is altijd wel iemand met een goed idee dat precies past in zo’n gebouw. Daarna alleen de straat nog een beetje opkalefateren, en genieten maar!

Ondanks dat vastgoedinvesteerders anders betogen, heeft het Rotterdamse centrum niet zoveel nieuwe gebouwen nodig. Wellicht een extra gebouw of een optopping hier en daar – en een betere inrichting van enkele straten en pleinen.

Door keihard te verdichten met massa’s vierkante meters real estate, raken we die heerlijke leegtes die de stad rijk is, kwijt. Gekke leegtes waarover je kunt dromen wat er nog mee zou kúnnen gebeuren. Maar ook functionele leegtes die door het jaar heen allerlei soorten gebruik toelaat: van versmarkt tot kampioensfeest. Van pleinbios tot marathonparcours. Van food-festival tot rommelmarkt.

Laten we daarom niet alleen studeren op hoe vol we Rotterdam kunnen proppen. Laten we ook studeren op de plekken waar de stad leeg moet blijven. Waar je diep kunt ademhalen, ver kunt kijken en de warmte van de zonnestralen voelt.

De brug over de rivier, de stadsboulevard, het park: het zijn uitdrukkingen van licht, lucht en ruimte die je elke stad gunt. Die drie begrippen waren zó in zwang bij de stedenbouwkundigen van de jaren vijftig en zestig dat ze door de recalcitrante Babyboomgeneratie bij het grofvuil zijn gezet.

Diezelfde generatie krijgt het nu voor elkaar dat de modernistische naoorlogse stedenbouw nu op allerlei plekken uitgewist wordt. Waarom is niet altijd duidelijk. Maar het resultaat is dat investeerders veel ‘vierkante meters’ kunnen toevoegen.

Als ik me weer eens met een OV-fiets door de nauwe straatjes van de Amsterdamse binnenstad heen heb geperst, vlucht ik opgelucht de Wibautstraat in. Die straat slaagt er altijd in me eraan te herinneren dat de stad niet zonder ruimte kan. Laten we ook in Rotterdam de leegte omarmen als een belofte die telkens op een andere manier weer ingelost wordt en nooit verveelt.

Deze column spreekt Teun van den Ende op woensdagavond 10 oktober uit bij het denkcafé Rotterdam Metropool, een samenwerking van debatcentrum Arminius en AIR.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties