voor de harddenkende Rotterdammer
vers_beton_said
Beeld door: beeld: Elzeline Kooy

Sommigen vinden de verplichting aan nieuwkomers om de taal te leren, vastgelegd in de Wet Taaleis Participatiewet, racistisch. De wet zou alleen niet-westerlingen dwingen. Maar dat is niet waar. Ik heb ook Europeanen zoals Duitsers en Albanesiërs in mijn klas.

Al bij het binnenkomen van het lokaal, terwijl hij voor mijn tafel langsliep, sprak hij mij aan op een manier alsof wij samen een geschiedenis deelden, eentje waarin ik hoogstpersoonlijk zijn uitkering afpak. Wat natuurlijk geen fraaie geschiedenis is. Nou, hij zou me dat flink laten weten ook. ‘Ik moet eens een hartig woord met jou spreken, ja.’ De woorden leken ternauwernood te ontsnappen aan zijn opeengeklemde kaken.

‘Ga maar eerst zitten,’ zei ik. ‘Mag ik ook meteen vragen wat uw naam is?’
Terwijl hij ging zitten en zichzelf met zijn achternaam voorstelde, haalde hij uit een plastic tas een stapel papieren tevoorschijn. Die legde hij alvast klaar op de tafel. Toen ving hij zijn tirade aan: ‘Ik kom uit Duitsland. Dus niet uit Afghanistan of zoiets. Ik woon al vijftien jaar in Nederland. Ik spreek vloeiend Nederlands. Dus wat is dit voor onzin?’
Ik knikte begrijpend. ‘U heeft een poosje geleden een toets gemaakt, klopt dat?’

Mensen die in 2015 of eerder al in de bijstand zitten, krijgen van de gemeente een uitnodiging voor een taaltoets. Kan iemand aantonen dat hij al 8 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd, dan is hij gevrijwaard. Ook hoeft iemand geen taaltoets te doen als hij (of zij) een diploma heeft waaruit het een en ander blijkt, of als hij 63 jaar of ouder is. Wie slaagt voor de toets, hoeft ook niet meer op taalles.

Meneer sloeg hard met zijn vuist op de tafel. ‘Die toets klopt van geen kant, ja!’
Ik wilde weten wat zijn bezwaren waren. Soms zijn bezwaren gegrond en dan moet ik het melden. Ik heb dat al driemaal gedaan. In twee gevallen ging het om Antillianen die 63 jaar of ouder waren en in een enkel geval om een Marokkaanse analfabeet, die trouwens ondanks mijn melding toch stug bleef komen. De meest gebezigde klacht, dat het onrechtvaardig is wanneer je na jaren van vrijblijvend steuntrekken ineens een tegenprestatie moet leveren, is begrijpelijk, maar niet gegrond. ‘Wat klopt er niet aan de toets?’ vroeg ik. Hij gebaarde alsof het hem te min was om daar nog woorden aan vuil te maken. Maar hij vermande zich. Eindelijk perste hij eruit: ‘Die toets is voor kinderen!’

Strikt genomen had hij gelijk. Het is erg gemakkelijk allemaal. Wat je moet kunnen is eenvoudige gesprekken voeren, de meest voorkomende leestekens gebruiken, korte teksten schrijven over alledaagse onderwerpen. Het niveau gaat niet hoger dan dat van een kind in groep 8. Makkelijk of niet, je moet er wél voor slagen. ‘En dat hebt u niet gedaan,’ zei ik.
Hij lachte een bitter lachje en zei: ‘Die toets is zo dom, ik heb hem niet eens gemaakt.’ ‘Had u die toets gemaakt, dan zat u hier misschien niet,’ merkte ik spijtig op.

Hij deed er het zwijgen toe. Was er klaar mee. Of nee, toch niet. Het pijnpunt was niet eens aangeroerd, laat staan weggenomen. Hoe was het mogelijk dat meneer als Europeaan op een hoop werd gegooid met ex-gedetineerde Turken, uitgehuwelijkte Afghanen en laaggeletterde Eritreërs? Hij was immers Duitser, afkomstig uit het land van Bach en Goethe.

De man met het Aziatische voorkomen naast hem, die via zijn mimiek en lichaamshouding, er alles aan deed om te communiceren dat hij hier ook niet wilde zijn, meende bij wijze van gevat commentaar: ‘Ik hoefde in mijn eigen land niet eens naar school, maar in Nederland moet ik naar school?’
Ik vroeg hem waar hij vandaan kwam.
‘Albanesië,’ zei hij.
‘Maleisië?’ Ik had hem niet goed verstaan.
Hij keek me vuil aan en donderde: ‘Albanesië! Ben je doof of zo?!’

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
vers_beton_said

Said El Haji

Auteur

Said El Haji (1976, Marokko) is schrijver, publicist, schrijfdocent en geeft Nederlands aan anderstaligen. Hij werkte als columnist en opiniemaker voor tal van regionale en landelijke kranten en bladen. Zijn debuutroman De dagen van Sjaitan (2000) beleefde een ware hausse aan media-aandacht en is ook in het Frans verschenen. Ook publiceerde hij o.a. Goddelijke duivel (2006) en Sta op en leef, vader (2013).

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Illustrator

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Nog geen reacties