voor de harddenkende Rotterdammer
utopiaheader1-1

Vanuit het raam op de derde verdieping van de watertoren op de Esch in Kralingen, heb je een weergaloos uitzicht over de Nieuwe Maas. De toren, de hallen en twee bijgebouwen zijn sinds de jaren tachtig in gebruik door woon-werkgemeenschap Utopia, een unieke club van architecten en kunstenaars. Utopia bracht de internationaal beroemde uitgeverij nai010 voort en was de plek waar The Cure en New Order optraden, en waar talloze Rotterdammers legendarische momenten hebben beleefd.

In 1975 begonnen Hans Kamphuis, Jan Pesman, Hans Oldewarris en Peter de Winter, vier studenten Bouwkunde van de TU Delft, hun tijdschrift voor wetenschappelijk amusement: Utopia. “De heren studenten verveelden zich een beetje”, aldus Hans Werlemann. Hans Werlemann is fotograaf en werkt als sinds jaar en dag voor onder meer Rem Koolhaas. “Al snel ontstond er rond het tijdschrift een magische mix van mensen. Voor een tijdschrift heb je fantasie en idioterie nodig en zin om te experimenteren met formaat, kleur en druktechniek.”

Een van de studenten die hand en spandiensten verleende was Victor Mani, een middelbare schoolvriend via wie Werlemann als fotograaf bij Utopia werd betrokken. Mani: “Godzijdank verscheen het in een kleine oplage want het was allemaal handwerk.” Een van de eerste edities ging over de wonderlijke hobby’s van architecten zoals de rubberen badmutsen in de vorm van draken van de architect H.Th.Wijdeveld. Een ander memorabel nummer ging over typemachines, met bijdragen van W.F. Hermans, Rudy Kousbroek en Piet Grijs.

utopia-kjazbec-20
Victor Mani Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Voor een themanummer over hergebruik van watertorens kwamen de studenten op het DWL-terrein in de Esch terecht. Mani: “We hadden vaag gehoord van Andy Warhol en zijn Factory die in oude fabrieksgebouwen woonden. Het leek ons ook wel handig om een ruimte te hebben zodat je niet de hele tijd op en neer tussen Den Haag, Amsterdam en Rotterdam aan het rijden was.”

Werlemann: “Met een paar man kwamen we hier kijken. We kwamen aan op een ruw terrein, dat bestond uit natuur, de watertoren, een paar gebouwen aan de havenkant en zo’n veertig waterbassins van tachtig bij veertig meter. Op dat moment sprong er een vonk over en wisten we dat we hier wilden wonen. Er kwam iemand van het waterbedrijf de toren uitlopen die net definitief de deur achter zich dichttrok. Wij waren natuurlijk uitermate geïnteresseerd om die sleutel van hem te krijgen.”

utopia-kjazbec-41
Hans Werlemann Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Via een verzoek bij de gemeente lukte dat. “Anders was het ook wel gelukt, het was een ruïne zonder ramen, gas, water of licht.” Mani: “Er woonden alleen 40.000 duiven die op zaterdag een patatje bij de Bram gingen halen.” Werlemann: “Het was zo verlaten dat zich buiten een bossige vegetatie had gevormd, waarin hazen en uilen en andere interessante beesten zich ophielden. Doodstil en aan de Maas, een El Dorado.” Mani: “Toentertijd lag dit echt nog ver buiten de stad. Ommoord bestond nog niet. Wij dachten: nee heb je, ja kun je krijgen.”

Het laatste, twaalfde nummer van Utopia over watertorens werd afgeraffeld, nu de studenten een nieuw doel hadden: het in handen krijgen van de ‘oudste, grootste en mooiste’ watertoren van Nederland. Er was ruimte voor woningbouw nodig, op het DWL-terrein moest een woonwijk verrijzen. In dat plan kwam enige levendigheid van pas, de watertoren zou centrum van de wijk kunnen fungeren.

Burgemeester en wethouders kregen van de heren een speciaal nummer van Utopia met een geplastificeerd voorblad gevuld met water, waar de letters van hun eigen naam in dreven. Mani: “Tijdens de vergadering zaten ze daar allemaal mee te spelen, om die letters op een rij te krijgen.”

Hans Oldewarris en Peter de Winter vonden medestanders in PvdA-wethouders Jan Riezenkamp van haven en kunstzaken en Joop Linthorst van financiën. Werlemann: “De wethouders hadden liever dat wij hier in gingen dan 2800 Chinese restaurants of dure kouwe kak. Omdat het grotendeels sociale woningbouw was, dachten ze dat wij daar beter op zouden aansluiten.” Zo kregen de heren ‘een hele grote kartonnen doos met sleuteltjes, zonder labels’ in het bezit.

De groep Utopianen formaliseerde zich in ‘Coöperatieve werkgemeenschap Utopia’ en was inmiddels aan het groeien. Werlemann: “Voor het hier volliep met architecten besloten we op zoek te gaan naar mensen die muziek of theater maakten, uitvinders, iemand die raad wist met elektriciteit, hout, een filmer en iemand die kon zeefdrukken. Binnen een half jaar waren we compleet.”

utopia-kjazbec-12
Hans van den Tol Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Zo verscheen zeefdrukker Hans van den Tol ten tonele, terwijl de verbouwing al aan de gang was: “Het lag hier vol met oude voorraden van het drinkwaterbedrijf. We sleepten alles wat we konden gebruiken uit de omliggende gebouwen hier naartoe. Zo vonden we een luchtalarm in de kelder die we ook nog binnen aan hebben gezet.” Werlemann: “Wel vier keer.” Van den Tol: “Oorverdovend. Ik zat onder het podium iets met leidingen te doen en wist niet hoe snel ik weg moest komen.”

Verbouwing

De verbouwing vond plaats onder straffe omstandigheden. Van den Tol: “Er was geen riolering, verwarming, gas, water, licht, elektriciteit of telefoon, niks. Zo hebben we een hoop geleerd over het loodgietersvak.” Werlemann: “Het belangrijkste was natuurlijk water. Nadat we op het terrein een paar kranen open hadden gezet was dat geregeld.”

Elektra was lastiger, dat zat er wel in het gebouw, maar was afgekoppeld van het net. Dat heeft medelid James Rubery toen weer aangesloten, door met een auto kabels van lantaarnpalen uit de grond te trekken op het terrein en daarvan een ringleiding te maken om Utopia heen. “Het waren heldere lichten zoals James die ervoor zorgden dat we hier konden leven. Of overleven. Dat was te gek.” In de woorden van grafisch vormgever Peter de Vette, Utopiaan sinds 2006: “Als je met vijftien man bent is het uiteindelijk meer werk om het erover te hebben, dan het gewoon te doen.” 

utopia-kjazbec-33
Peter de Vette Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Drie jaar lang was elk weekend ‘werkweekend’, waar iedereen geacht werd te zijn om te bouwen aan Utopia. Daarbij vielen mensen af en kwamen er nieuwe Utopianen bij. Hans Oldewarris en Peter de Winter begonnen Uitgeverij 010. Volgens Van den Tol gaven ze ’25 jaar lang elke twee weken een boek uit’. Uitgeverij 010 heeft 30 jaar bestaan, tot 2013. Het bedrijf ging over in Nai010 uitgevers, een internationaal vermaarde uitgeverij op gebied van architectuur en stedelijke ontwikkeling.

Wat begon als een tijdschrift groeide uit tot een creatieve gemeenschap van kunstenaars en architecten waarin alle disciplines samenwerkten. Van den Tol: “Omdat je hier zo op elkaars lip zit leer je iedereen goed kennen en kun je nauw samenwerken. Ik maakte bijvoorbeeld affiches, posters, hoezen van cassettebandjes en menukaarten. Als ik een lampje had bedacht kreeg ik van de een het stukje hout, de ander kon het metaal frezen en James zette er een timer op.”

Drijvende tribune

Belangrijke partijen wisten Utopia te vinden om kunstprojecten uit te voeren. Zoals een opdracht van de gemeente tijdens het vijftigjarige bestaan van de Lijnbaan. Bezoekers werden uitvergroot tot twaalf meter hoge, in ijzeren pijpen uitgevoerde poppen. Voor het Havenbedrijf werd ‘Ponton 010’ ontwikkeld: een drijvende tribune en podium waarop ruim duizend man vanuit de stad naar de haven kon worden gesleept. Het doel was om Rotterdammers uit de binnenstad weer betrokken bij de haven te krijgen.

De concerten varieerden van het Rotterdams Philharmonisch tot newwave-bands. Mani: “’s Avonds zat je in het donker muziek te luisteren terwijl op de achtergrond containers werden gelost. Die jongens die op die grote wagens reden gingen met hun lichten knipperen en toeteren.

Ik herinner me dat het tijd werd om terug te gaan en de kapiteins van de sleepboten via de marifoon zeiden: “We gaan helemaal niet keren als er geen pils aan boord komt.” Toen werden een paar kratten de boot opgeladen. Er waren een paar van die typische ‘Rotterdamse gozertjes’ die eigenlijk helemaal niks met de muziek hadden maar toen zeiden: “Godsamme, da’s gers.” Ja, dat ponton was geweldig. Eén seizoen en toen was hij weg. Maar dat was prima, want het blijft in de koppen van de mensen.”

Dat de lijntjes naar het stadhuis kort waren blijkt ook uit het feit dat Mani en Oldewarris gevraagd werden om de stadhuiskamers van Jan Riezenkamp en Joop Linthorst in te richten. Mani: “Zo is dat contact steeds intenser geworden. Oldewarris en ik zijn met Riezenkamp mee geweest naar Amerika.

Uit de opdracht rond de Lijnbaan kwam het contact met Evan van der Most, die als dienstweigeraar bij het Lijnbaancentrum werkte en een bekende was van enkele bewoners. Werlemann: “We zochten iemand die zich in Hal 4 met de muziek kon bemoeien en hij liep hier toch al heel de tijd rond. Van der Most trok samen met Mike Pickering een blik met Engelse bandjes open om hier te spelen. Uit Hal 4 hadden we alle grote machines gehaald en mede-Utopiaan Haiko Dragstra had in zijn eentje de loopkat, een bovenloopkraan van vijftien meter breed, naar beneden gehaald en vervangen. Met een kettingtakel, het was ongelofelijk.”

utopia-kjazbec-46
Evan van der Most

Van der Most zorgde voor vele legendarische herinneringen met de artiesten die hij naar Hal 4 haalde: New Order, The Cure, Captain Beefheart, Youssou N’Dour, Nick Cave en Nina Simone. Werlemann: “Wij verkochten de kaartjes en deden de catering. Om half vijf ’s nachts deden we de grote deuren open en veegden we een half uur lang 2,5 duizend plastic bekers in de hal bij elkaar. Ik kan me dat geluid nog zo goed herinneren, het was bijna muziek.”

Van den Tol: “Als het geluid van de branding. Uitgeput van het concert, de herrie, de dope en de drank. Dat was eigenlijk ontzettend gezellig.” Werlemann: “Het was fantastisch. De zon kwam op, we dronken nog een biertje en om acht uur vielen we doodop in bed. Dat hebben we een paar jaar volgehouden.”

Verantwoordelijkheden

Van den Tol: “Tussen 1980 en 1985 divergeerde Utopia. Iedereen kreeg steeds meer eigen projecten en de onderlinge samenwerkingsverbanden werden kleiner. Mensen kregen kinderen.” Werlemann: “Daar kwamen verantwoordelijkheden bij kijken. Oorspronkelijk hadden we bedacht dat je als je hier werkte, je hier ook moest wonen. Om mensen betrokken te houden. Dat hadden we nooit los moeten laten.” Maar de woningen in de watertoren waren nu eenmaal ongeschikt voor een gezin met drie kinderen, dus werden de statuten aangepast. Een van die gezinnen verhuisde naar de inmiddels gebouwde woningen op het terrein.

De gerealiseerde woningbouw op het DWL-terrein was overigens bijna exact overgenomen van het plan waar de bouwkundestudenten Hans Oldewarris en Victor Mani op afstudeerden. Mani: “Eigenlijk hadden Ollie en ik een fantasieontwerp gemaakt van een wijk op poten, boven de oude bassins. Toen we hoorden dat de gemeente serieus dacht over een woonwijk hebben we een realistisch plan gemaakt, met gebruik van de bassins als ondergrond. Dat was in die tijd nog heel ongebruikelijk. Ik heb een Domus liggen, een Italiaans blad over architectuur, waarin een heel stuk over Utopia stond. Daarna kregen we bussen met architecten die hier kwamen kijken.” Werlemann: “Het is jammer dat we ons niet met het ontwerp hebben mogen bemoeien, dat hadden we graag met Koolhaas gedaan. Het stikt hier nu van de kloterige gekleurde balkonnetjes.” 

Toen die woonwijk werd gebouwd moest Hal 4 wegens geluidsvoorschriften overschakelen op een andere programmering. Van der Most: “Zo heeft het RoTheater hier vier jaar de voorstellingen gespeeld. De schouwburg was een ouderwets lijsttheater terwijl vanuit theatermakers behoefte was aan een ruimte waarin het publiek onderdeel is van de voorstelling. Hier konden ze gebruik maken van bijvoorbeeld de bassins.” Na klachten over het geluid werd de vergunning van Hal 4 ingetrokken. “Toen moesten we tonnen investeren voor de isolatie.”

utopia-kjazbec-38
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Het is tekenend voor de bekoelde relatie tussen de Utopianen en het stadhuis, vanaf medio jaren tachtig. Mani: “Twaalf jaar geleden besloten ze ineens dat we marktconforme huur moesten gaan betalen. Wij begrepen ook wel dat we niet eeuwig konden zeggen dat we dit complex gered hebben en daarom recht hebben om hier te wonen. Dus we wilden best akkoord gaan met een huurverhoging. Mits deze redelijk was.” De gemeente bleef doorprocederen tot aan de Hoge Raad, maar alle rechters stelden de Utopianen in het gelijk. Een aantal jaar geleden heeft de gemeente het volledige complex te koop gezet. Dat staat het nog steeds.

Mani: “Eerst zaten we met elkaar aan tafel, je vloog met elkaar naar Amerika, je maakte samen plannen voor de stad Rotterdam. We waren echt maatjes. Dat ontwikkelde zich tot de situatie waarin we tegenover elkaar kwamen te staan. Dat was een vervelende tijd. ” Het was aanleiding voor de leden van Utopia om met elkaar na te denken over de toekomst. Mani: “Een jaar of tien geleden zijn we daarover gaan praten, over waar het heen moest. Toen besloten we dat het tijd werd voor vernieuwing.” Utopia ging op zoek naar nieuwe leden en mogelijkheden voor het gebouw, zoals seniorenwoningen op de zolder.

Mani’s voorstel is om van Utopia opnieuw een experiment te maken, door studenten van verschillende disciplines de vrije hand te geven in bepaalde delen van het complex. “Ik ben benieuwd of zij het op dezelfde manier als wij zouden doen. Waarschijnlijk niet. Uiteindelijk werden we niet geremd door overdreven diepzinnigheid of wat dan ook. We zijn gewoon begonnen, puur om de lol die we erin hadden. Nu begin ik pas te beseffen hoe bijzonder het is wat we ondertussen voor elkaar hebben gekregen. Hoe uniek het is dat we hier al veertig jaar zitten én elkaar de tent niet uitjagen. Het is eigenlijk met geen pen te beschrijven.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Tara

Tara Lewis

Tara Lewis (1986) werkt als freelancer voor diverse media. Ze koestert haar innerlijke tokkie en kan soms een beetje cynisch zijn. Ze vindt dat het discussieplatform bedoeld is voor lezers, en voelt zich daarom niet altijd geroepen te reageren. Ze studeerde Geschiedenis aan de EUR en Communicatie aan de HES.

Profiel-pagina
profile photo-katarina jazbec

Katarina Jazbec

Katarina Jazbec (1991) is een documentaire fotograaf en beeldend kunstenaar. In haar projecten behandelt ze vragen over ethiek, vrijheid, werk, sociale ongelijkheid en ziekte. Ze is in 2017 met een master afgestudeerd aan St. Joost in Breda met een film over het lezen van literaire fictie met een groep Belgische gevangenen, als onderdeel van een langdurige verkenning naar politieke mogelijkheden voor een nieuwe manier van dialoogvoering.

Profiel-pagina
Nog geen reacties