voor de harddenkende Rotterdammer

Het Nederlands Forensisch Instituut had de komst al aangekondigd per mail, maar daar lag het dan, op het bureau van coldcaseteamleider René Bergwerff: het rapport waar zwart op wit stond dat er een DNA-verwant met het donorspoor in twee coldcasemoorden was opgedoken in de database. Door de manier waarop Berendina Stijger en Francis Garcia-Hofland waren neergelegd, was het meer dan waarschijnlijk dat degene die dat spoor had achtergelaten, ook degene was die het licht in hun ogen had gedoofd. “We wisten: als we een naam aan dat DNA-spoor konden plakken, hadden we een keiharde verdachte.”

En nu had de broer van deze donor/dader zich laten oppakken. Voorzichtigheid bleef geboden, want: “Dat dit een directe verwant was van de meneer die sporen had achtergelaten op Stijger en Hofland, betekende niet dat het daarmee rond was. Nog lang niet.” Want hoe groot was dat gezin eigenlijk? Hoeveel broers liepen er rond, al dan niet officiële, al dan niet aangemeld in het bevolkingsregister? Woonde hij in Nederland of in Suriname, waar hij oorspronkelijk vandaan komt?

Is het ’m?

Vrij snel bleek uit het bevolkingsregister dat deze man maar één broer had. Daarna was het zaak om DNA van de verdachte te pakken te krijgen. In eerste instantie heimelijk. “Zonder dat hij doorhad dat het ons om zijn DNA te doen was, want dan zouden we al onze kansen weggeven”, zegt Bergwerff over de reden daarvoor. “We willen toch weten: is het ’m? Want als we alle mogelijke middelen gaan inzetten, mag die moeite niet voor niets zijn.”

En ja, het was ’m, maar dat leverde geen Saddam Hoessein-achtige taferelen op, als in: ‘Ladies and gentlemen, we got him.’ Geen SWAT-team dat met donderend geweld zijn huis binnenviel. “Eerder: hebben we wel voldoende om te zeggen dat hij de dader is?” Daarom ging het DNA van beide moorden opnieuw door de molen. Matchte het? Eén profiel bleef over, bij beide slachtoffers. 99,9 procent zeker. “Dat was geen toeval meer.”

Op dat moment kwam het Openbaar Ministerie in de persoon van Esmehan Ahbata, officier van justitie, in beeld. Samen bedachten ze een aanhoudingsplan en na maanden werk konden ze in april 2017 Albert B. inrekenen. “Vanaf de arrestatie heb ik vanuit OM contact gehad met de nabestaanden”, zegt Ahbata. “Die gesprekken benadrukken steeds hoe belangrijk het voor hen is dat er toch nog gewerkt wordt aan een oplossing van de zaak.”

DSC00155
Plaats Delict: Willemsbrug Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Het gaat om het totaal

Na de arrestatie onderbouwden het coldcaseteam en het OM langzaam het gevoel: dit is de man, die mogelijk vijf kwetsbare, verslaafde, tippelende vrouwen ombracht. Dit is de man die sperma achterliet bij Berendina Stijger en Francis Garcia-Hofland. Het DNA gaf de doorslag, beamen Bergwerff en Ahbata, maar zonder het bewijs dat het team na de arrestatie, tijdens de huiszoeking en gedurende alle verhoren verzamelde, was de zaak niet rond gekomen. “Andersom geldt dat ook hè. Alleen DNA-bewijs was ook niet genoeg geweest”, zegt Bergwerff. “Het gaat om het totaal: alle getuigen die we verhoord hebben, de plaatjes, de doeken, de foedralen die hij maakte voor zijn messen en scharen. Ik heb hem ruim een jaar geleden zelf aangehouden en inderdaad: hij had messen en scharen in zijn broekzakken. Daarnaast gaf hij ook informatie in zijn verklaringen. Toen hij ging vertellen over het fileermes, hoeveel ervaring hij daarmee had en wat je ermee kon doen, werden wij heel enthousiast.”

DSC00165-kopieren
Plaats Delict: Willemsbrug Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

In potentie een seriemoordenaar

Met Albert B. heeft het coldcaseteam inmiddels zijn derde meervoudige moordenaar achter de tralies weten te krijgen. En zoals dat gaat met een coldcase-onderzoek, is dat allemaal begonnen met één medewerker, die een lading oude dozen doorploegd heeft. “Veel mensen zien zo’n begin met dozen vol oude dossiers als een hobbel. Wij zien het als een surprise. Waar liggen kansen?”

Dat in dit onderzoek kansen lagen, was Bergwerff van meet af aan duidelijk. “Getwijfeld hebben we nooit. We wisten zeker dat we hem zouden opsporen. Hoe we dat wisten, ik kan het je niet zeggen, maar ik was er zeker van.” Vanwege die reden en vanwege het vermoeden dat het om een seriemoordenaar ging, beet het team zich acht jaar lang in dit onderzoek vast. “Met vijf moorden die zoveel overeenkomsten vertonen, heb je het in potentie over de grootste seriemoordenaar van Nederland”, constateert Bergwerff. “De kans dat een gewone Nederlander, die niet in het criminele circuit zit, met moord te maken krijgt is niet zo heel groot. Maar bij een seriemoordenaar kan iedereen slachtoffer worden.”

DSC00181
Plaats Delict: Westzeedijk Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Ogenschijnlijk een verwarde man

Bij deze man, met zijn eindeloze en onnavolgbare verklaringen, doemt niet direct het beeld van een berekenende killer op. Ook niet bij de rechercheurs, al weten die intussen wel beter dan op hun eerste indruk af te gaan. “Niemand had het idee dat in onze verhoorkamer een meervoudige moordenaar zat. Want ogenschijnlijk is het een verwarde man”, zegt Bergwerff. “Maar op sommige momenten is hij helemaal niet zo verward. En dan zie je dat hij wel degelijk berekenend kan zijn.”

Wel meer aannames over (serie-)moordenaars, overgewaaid uit Amerika slash Hollywood, kloppen niet met de Nederlandse praktijk. “Uit Amerikaanse literatuur lezen we bijvoorbeeld dat zo iemand niet uit zichzelf stopt met doden. Dit is onze tweede zaak waarin we zien dat een dader uit zichzelf jarenlang stopt”, zegt Bergwerff. “Waarom dat gebeurd is, weten we niet. Op een aantal vragen krijg je geen antwoord.”  

Niet meer op zoek

Hoe zeker is het team ervan dat deze man ook Beppie Michiels, Mientje van Balkom en Jeanette Sip heeft omgebracht? “Als er in deze zaken ook DNA van deze man was aangetroffen, was hij ook daarvoor berecht”, zegt Bergwerff. “Maar in de jaren negentig was DNA geen gemeengoed. Men hield er dus ook geen rekening mee en gaf allerlei spullen met sporen terug aan de nabestaanden. Was dat allemaal bewaard, dan hadden we het wellicht geweten.” Officier van justitie Ahbata: “Sommige sporen kun je pas goed onderzoeken als je een verdachte binnen hebt zitten. Dat geldt ook voor de sporen van de drie andere zaken. Met het NFI zijn die nogmaals bekeken en zijn waar mogelijk opnieuw en uitgebreider onderzocht. Omdat daar geen matches met onze verdachte uitkwamen, was het duidelijk dat we hem voor deze drie zaken niet konden vervolgen. Ander bewijs was er namelijk niet.” Dat wil niet zonder meer zeggen dat hij niet betrokken was: “In een zaak was er bijvoorbeeld gewoon te weinig materiaal om onderzocht te worden. Dus dan kan je niks.”

Officieel zijn deze drie zaken onopgelost, zegt Bergwerff: “Maar het is niet zo dat we heel actief op zoek gaan naar een andere dader. Tenzij er nieuwe aanwijzingen opduiken dat hij bij deze drie zaken betrokken is.”

DSC00186-kopieren
Plaats Delict: Westzeedijk Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Niet zomaar dossiers doorakkeren

Is het eigenlijk genoeg, dat Albert B. voor twee moorden veroordeeld is door de rechtbank? Ja en nee, vindt Ahbata: “Het liefst willen we elke moord oplossen. Achter elke zaak zit een slachtoffer. Haar nabestaanden willen vooral weten wat er met hun geliefde is gebeurd en willen iemand verantwoordelijk houden voor haar dood. Met deze veroordeling kunnen we twee families die afronding geven. Maar de families van de andere drie vrouwen krijgen dat niet, omdat we gewoon niet kunnen zeggen, niet hard, dat verdachte ook hen heeft gedood.”

Klaar is het Rotterdamse coldcaseteam niet met het onderzoeken van prostitutiemoorden. “Er zijn nog steeds een aantal moorden op prostituees, die niet binnen dit verband passen en ook nog niet zijn opgelost. De dag van de veroordeling gingen we daar alweer mee verder”, zegt Bergwerff.

Het succes van deze veroordeling is belangrijk. Niet alleen is een man die in staat is meermaals te moorden van de straat, een veroordeling als deze onderstreept het bestaansrecht van het coldcaseteam. “In Rotterdam lossen we regelmatig zaken op. Middelen zijn beperkt, maar hier gelooft men in ons en krijgen we de ruimte. Langzaam ontstaat ook in de rest van het land het besef dat de aanpak van oude zaken niet een kwestie is van een stelletje oude rechercheurs, dat tegen hun pensioen aanzit, dossiers laten doorakkeren.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
De ripper van Rotterdam
Margot Smolenaars

Margot Smolenaars

Chef onderzoeksredactie

Margot Smolenaars (1976) voelt zich al veertien jaar Rotterdammer, maar dan wel eentje met een zachte g. Studeerde journalistiek in Tilburg, begon als archetypische krantenjournalist (d’r héén!), evolueerde tot chef redactie in de bladen en is nu onderzoeksjournalist bij Vers Beton.
margot@versbeton.nl

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties