voor de harddenkende Rotterdammer

Dit artikel hoort bij de serie van Vers Beton over de vergroening van de Rotterdamse haven. Ik liet eerder zien dat dit industriegebied van grote invloed is op de Nederlandse CO2-uitstoot. Ook bracht ik in kaart welke plannen er bestaan om de haven te verduurzamen. Ik ontdekte dat betrokkenen totaal verschillende talen spreken. Daarom interviewde ik drie direct betrokkenen. In dit derde interview: Marit van Lieshout, lector duurzaamheid.

GQ1A7259055
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Als lector Procesoptimalisatie bij de Hogeschool Rotterdam helpt Marit van Lieshout bedrijven in de Rotterdamse haven te verduurzamen. De interesse is er, maar de vertaling naar de praktijk blijkt zeer lastig, ook al ligt uitsterven op de loer. Van Lieshout stelt daarom een CO2-versie van BTW voor. “Hierdoor loont het om te investeren in duurzame, groene technieken, ook als je fabriek buiten Europa staat.”

persbericht-artikel-1600-900

Lees meer

Speel De Groene Havenbaas: grote keuzes voor een groene toekomst

Speel deze game met als inzet: een groene toekomst voor de grootste vervuiler van NL.

Marit van Lieshout is een opmerkelijk opgewekte vrouw. Dat moet ook wel, want de Lector Procesoptimalisatie en -Intensificatie van de Hogeschool Rotterdam werkt aan iets schijnbaar onmogelijks: samen met de industrie de Rotterdamse haven verduurzamen. Een doemdenker zou dat op voorhand onmogelijk verklaren. En ook Van Lieshout klinkt, ondanks haar enthousiasme, soms bedrukt. “Er gebeurt nog weinig.” Gelukkig ziet ze wel beweging bij het bedrijfsleven, geholpen door het duidelijke doel (halvering CO2-uitstoot in 2030) dat het kabinet stelt.

Draaischijf

Ik sprak Van Lieshout begin 2017 voor het eerst. De onderzoeker bij CE Delft (en van huis uit procestechnoloog) was toen net begonnen als Lector (een soort hoogleraar, maar dan op een HBO) bij Kenniscentrum Duurzame HavenStad. Ik omschreef haar als ‘een idealiste, maar geen romantica. Marit van Lieshout doet er daarom alles aan om samen met de industrie de wereld beter te maken.’

“Als de chemie hier weggaat, wordt de wereld echt niet schoner”

Marit van Lieshout, lector duurzaamheidTweet dit

In dat gesprek toonde ze aan boven alles een pragmatica te zijn. “We kunnen onze klimaatdoelstellingen wel halen door alleen de milieuregels aan te passen, maar dan hebben we geen industrie meer. Dat is niet alleen zonde, maar ook niet te rechtvaardigen. Als de chemie hier weggaat, wordt de wereld echt niet schoner.” Om de haven op een werkbare manier te verduurzamen, helpt zij bedrijven hun fabrieken te moderniseren. “Ik illustreer mijn werk soms met een telefoon”, legde zij toen uit. “Die waren in 1970 nog grijs en met een draaischijf. Je kunt die telefoons in beperkte mate vernieuwen, zodat ze bijvoorbeeld kunnen doorverbinden. Wil je met je oude draaischijftelefoon concurreren met een smartphone, dan heb je ook een encyclopedie nodig, een secretaresse, driemaal daags een postbode en een agenda. Ik zoek uit wat je moet doen om in de fabrieken uit 1970 de technologie van nu te implementeren.”

GQ1A7297070

Abstract

Nu, een ruim jaar later, klinkt ze anders. Ja, ze heeft vooruitgang geboekt. Enkele bedrijven investeren in haar onderzoek naar de potentie van warmtepompen. Met deze relatief betaalbare machines kunnen fabrieken energiezuinig warmte opwekken, en dat is cruciaal voor hun processen. Maar voor écht innovatieve oplossingen, de stappen van een draaischijf naar een touchscreen, blijft het lastig. Dat komt volgens haar omdat de bedrijven in Rotterdam vaak onderdeel zijn van een internationale organisatie, waardoor zij geen eigen innovatiebudget hebben. Willen ze iets doen, dan moeten ze eerst toestemming vragen aan het hoofdkantoor. Dat hoofdkantoor investeert geld liever in fabrieken die meer geld verdienen, zoals in de Verenigde Staten en Azië, waar de kosten voor grondstoffen en energie lager liggen. Bovendien levert verduurzaming op de mondiale markt van (petro)chemie geen concurrentievoordeel op. “Ik snap het probleem van Rotterdamse bedrijven. Als lokale directeur heb je heel veel creativiteit nodig om die status quo te doorbreken.”

Van Lieshout vertelt dat het haar bovendien best tegenvalt hoe moeizaam het is om iets nieuws voor elkaar te krijgen. “Al was het maar het uitrekenen en uitproberen. Zelfs nu ik projecten opzet om kennis te ontwikkelen voor de industrie en de hogeschool. Bedrijven hoeven hierbij nauwelijks financieel bij te dragen. Toch is het moeilijk om hen te betrekken bij projecten die abstracter zijn dan energiebesparing door warmtepompen.” Van Lieshout hoopt dat individuele mensen binnen bedrijven tegen de stroom in proberen innovatie voor elkaar te krijgen. “Vaak staan zij alleen, want ze weten niet dat collega’s óók iets willen doen. Terwijl het menselijke aspect een belangrijk onderdeel van verandering is.”

DSC03413019
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Lichtpunt

Gelukkig zijn er ook bedrijven die deze creativiteit in huis hebben, vertelt Van Lieshout. Als lichtend voorbeeld noemt ze Ioniqa en Indorama, twee bedrijven die samen in Plant One (een bedrijfshal in de Rotterdamse haven waar innovatieve technieken uitgeprobeerd kunnen worden) de grondstof van plastic, PET, recyclen. Waarom het daar wél lukt, is samen te vatten in twee woorden: duidelijke doelen. “De baas van Indorama heeft gezegd: in 2020 moet 20% van onze grondstof hernieuwbaar zijn. Bovendien helpt Unilever door te beloven het gerecyclede PET af te nemen.” Nu is de installatie in Plant One nog klein, maar het heeft volgens haar de potentie om opgeschaald te worden naar een serieuze recyclefabriek.

Een ander lichtpunt is het plan waar achter de schermen aan gewerkt wordt om meer bedrijven over de duurzame streep te trekken: slimme CO2-beprijzing. Van Lieshout legt uit dat dit momenteel nog niet het geval is. “Fabrieken in Europa betalen voor de CO2 die ze uitstoten, bijvoorbeeld bij de productie van plastic. Buiten Europa is dat meestal niet het geval. Een concurrent uit de Verenigde Staten betaalt dus niet voor zijn CO2-uitstoot, waarna hij zijn plastic hier goedkoper kan verkopen dan zijn Europese concurrent. Dat is oneerlijk.” Het alternatief heet Toegevoegde CO2-belasting, ook wel Carbon Added Tax (CAT, naar analogie met VAT, de Engelse term voor BTW) genoemd. “In dit systeem moet je als fabrikant een CO2-belasting betalen om met je product op de Nederlandse of Europese markt te komen. Hoe meer CO2 je uitstoot bij de productie, hoe hoger de belasting. Hierdoor loont het om te investeren in duurzame, groene technieken, ook als je fabriek buiten Europa staat.”

De eerste stoomboten konden tot eind negentiende eeuw niet concurreren met de bestaande zeilschepen. Maar dertig jaar later vlógen ze er voorbij.

Marit van Lieshout, lector duurzaamheidTweet dit

Die prikkel om te investeren in duurzame technieken is cruciaal, want op zichzelf is geld uitgeven aan vernieuwing onaantrekkelijk. “Het betekent altijd dat je eerst door de valley of death moet, de moeilijke periode waarin je niet concurrerend bent.” Ze trekt de vergelijking met de eerste stoomboten, die tot eind negentiende eeuw niet konden concurreren met de bestaande zeilschepen. “Maar dertig jaar later vlógen ze er voorbij.” Die situatie speelt ook voor de Rotterdamse industrie: bestaande installaties zijn te vergelijken met de grote, volledig geoptimaliseerde zeilboten uit de tweede helft van de negentiende eeuw, terwijl innovatieve technieken lijken op de stoomboten uit die tijd. Ze staan aan het begin van hun ontwikkeling, zijn kleiner, minder betrouwbaar, en nog onbekend. En ja, onderkent Van Lieshout direct, zo’n Europese Carbon Added Tax is administratief erg complex. Maar, zegt ze erbij, met BTW is het óók op Europese schaal gelukt. “Bovendien zie ik geen ander mechanisme om het probleem op te lossen. Wil je blijven bestaan, dan moet je innoveren. Doen we dit niet, dan gaan de fabrieken hier vanzelf failliet.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Inge

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland, studeerde Nederlands & taalwetenschap en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties