voor de harddenkende Rotterdammer

Tientallen interviews, handenvol congressen, honderden artikelen en vele, vele slapeloze nachten later, ben ik aan het einde van mijn zoektocht naar wat de groene toekomst van de haven tegenhoudt. En net zoals ik begon met de wens te laten zien hoe complex alles in elkaar zit, zo eindig ik ook met die complexiteit. Er is namelijk in mijn ogen niet één partij, schoorsteen of proces schuldig aan de trage gang van zaken, maar een heel complex aan in elkaar grijpende factoren. Wel denk ik daarin een aantal rode draden ontwaard te hebben. Deze deel ik graag met je, inclusief wat – in mijn ogen – nodig is om een doorbraak te forceren.

RM_Groene-toekomst61

#1 We houden niet van impopulaire keuzes

Hoe goed en leuk en noodzakelijk alle revolutionaire nieuwe, duurzame technieken (elektrificatie), installaties (bioraffinaderijen), grondstoffen (waterstof) en filosofieën (circulariteit) ook zijn, we moeten nú al aan de slag, want we stoten in Rotterdam héél veel CO2 uit. Dat kan niet door in één keer radicaal alles anders te doen, want dat kost vele miljarden en vele jaren, met in de tussentijd helemaal niets, behalve enorme kosten en verlies van banen.

Maar tussenoplossingen, zoals het afvangen en opslaan van CO2 of nuttig hergebruik van restwarmte uit kolencentrales, zijn vaak veel minder populair. Dat komt vermoedelijk omdat we daarmee het bestaan van onze oude, fossiele industrie voor nog vele jaren rechtvaardigen door methodes die voelen als stoplappen. Maar we moeten wel, willen we de overgang kunnen maken naar een betere, schonere, moderne haven. En dus moeten we accepteren dat suboptimale, maar relatief energie-efficiënte fabrieken nog wel even blijven draaien, omdat het alternatief nóg slechter is. Bovendien: hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt.

#2 We kijken niet ver genoeg

In de haven woedt een constante strijd tussen de korte en lange termijn. Bedrijven willen heus wel de energietransitie uitvoeren, want zij snappen ook wel dat hun huidige businessmodel niet lang in leven blijft. Maar de pot goud die deze transitie oplevert, bevindt zich in de abstracte toekomst. En aandeelhouders, en dus ook de board rooms, kijken vooral naar de kwartaalcijfers. Een fabrieksdirecteur die nú het internationale hoofdkantoor vraagt miljarden te investeren om over tien jaar in de duurzame en financiële plus te komen, kan het wel vergeten als de fabriek daardoor de komende jaren minder winst (of, God verhoede, zelfs verlies!) maakt.

Nu geldt dat probleem op vele plekken. Zie bijvoorbeeld hoe lastig het blijkt om huizen energiezuiniger te maken, ook al betalen investeringen in zonnepanelen en isolatie zich vanzelf terug. Dat geldt ook voor de verduurzaming van de landbouw en onze mobiliteit. Maar die sectoren zijn tenminste beperkt tot Nederland. De industrie in de haven heeft het extra lastig, want zij is actief op een internationaal speelveld. Sluit je een kolencentrale hier, dan gaat er een extra centrale open in Duitsland. En wil een bedrijf een gloednieuwe, groene raffinaderij bouwen, dan kan het zonder problemen kiezen tussen Rotterdam, Houston en Ruwais. En kiezen, in een door aandeelhouders gedomineerde economie, gebeurt in de eerste plaats op basis van economische motieven, niet van duurzame idealen.

#3 We snappen niet waar we het voor doen

In de jaren tachtig en negentig hadden we zure regen en het gat in de ozonlaag. Tegenwoordig hebben we aardbevingen in Groningen en de plastic soep. In alle vier de gevallen gaat het om milieuproblemen die een goed aanwijsbare oorzaak hebben, een direct negatief effect op mensen uitoefenen, en een heldere oplossing kennen. En dus werden en worden deze problemen ook stevig aangepakt.

Maar klimaatverandering, dat is een vage vijand. Weleens de zeespiegel zien stijgen? Weleens zeker geweten dat een hoosbui voortkomt uit een stijging van het mondiale CO2-niveau? Weleens een vluchteling gesproken die hier naartoe is gekomen en vertelde dat hij dit deed vanwege klimaatverandering? Waarschijnlijk niet, want we zien in Nederland hooguit de indirecte gevolgen van klimaatverandering. En de oorzaak ervan wordt regelmatig betwijfeld, ook al heeft de wetenschap deze al ettelijke keren onomstotelijk aangetoond. Het aantal mogelijke oplossingen is bovendien schier oneindig, variërend tussen (complot)theorieën over kerncentrales tot lethargie omdat Nederland geen rol van belang speelt. Er is daardoor absoluut geen eenduidigheid over wat we moeten doen. Dat was bij de eerder genoemde problemen wel anders.

Heel cru gezegd: we kunnen hier in Nederland wel wat klimaatrampen gebruiken, want blijkbaar kan enkel de wal het schip keren.

#4 We praten langs elkaar heen

Maatschappelijke activisten en (linkse) politici willen hier, nu, direct, alles anders, ongeacht wat. Bedrijven geloven heilig in technologie (waterstof! CCS! elektrificatie!) en economie (hogere CO2-prijs! mondiaal speelveld!) als oplossing voor alles. Lobbyclubs behoeden hun achterban voor concrete acties via hoogpolige roadmaps, technische transitieplannen, jubelende toekomstscenario’s en andere theoretische documenten, die in ieder geval nooit uitmonden in harde acties. En overheden willen al polderend al deze partijen, inclusief hun diametraal andere jargon, samenbrengen, om uit te komen op een voor niemand bevredigend resultaat. En dat terwijl klimaatverandering niet wacht op nóg een roadmap of transitiekaart. The tide waits for no one.

En dus gebeurt er niets, want niemand kan en wil samenwerken. Dit is heel gechargeerd gezegd natuurlijk, want er wordt heus wel onderhandeld aan de klimaattafels, voor de klimaatwet, en in talloze andere gremia. Maar zolang harde acties uitblijven (het is een teken aan de wand dat de plannen van de industrie voor het Klimaatakkoord niet eens door te rekenen bleken te zijn), blijft de weg naar de hel geplaveid met goede intenties. En de gemiddelde burger? Die snapt er al helemaal niets meer van, weet (met goede redenen) niet eens dat de CO2-uitstoot van de haven 90% van het totaal van Rotterdam vormt, en kan dus ook niet (goed) bepalen wat er zou moeten gebeuren om daar in het stembureau consequenties aan te verbinden.

Dus, wat moeten we wél doen?

Er moeten impopulaire keuzes gemaakt worden. Keuzes die geld kosten, lelijk zijn, offers vragen, weerstand oproepen, chaos creëren. Ten eerste door de overheid. Die moet met iedereen praten, het probleem overzien en bepalen wat er nodig is voor deze en toekomstige generaties. Dat is alles. Niet wat er nodig is voor de specifieke wensen van lobbyclubs of activisten, niet voor gedroomde electorale winst, en zéker niet voor het eigen ego.

Ten tweede door het bedrijfsleven. Waar is toch dat fundamentele leiderschap om stappen te zetten? Waar is de Elon Musk van de haven die met vele miljarden aan investeringen de hele (petro)chemie en energiesector opschudt en richting de groene toekomst leidt? Natuurlijk gebeurt er van alles in de industrie, maar bij een klimaatcrisis die exponentieel van aard is, is ook een exponentiële transitie nodig. Niet een stapsgewijze processie waarin ‘vertragen’ en ‘innoveren’ elkaar in een houdgreep houden.

persbericht-artikel-1600-900

Lees meer

Speel de Groene Havenbaas

Welke beslissingen zou jij nemen als je de macht in handen had?

En ten derde door ons, de mensen, de burgers, de Rotterdammers. Dat ben jij ja. Jij, ik, iedereen, moet accepteren dat het pijn doet, gaat doen, blijft doen. We gaan meer betalen voor onze luxe van warme huizen, snelle auto’s en lekkere boodschappen. Producten worden duurder, belastingen hoger, het leven anders. Zolang wij blijven klagen dat zij, de ander, die vreemdeling, het moet oplossen, terwijl wij de producten van die ander gretig en zo goedkoop mogelijk blijven afnemen, gebeurt er niets.

Terwijl als het ergens moet kunnen, dan is het hier, in Rotterdam. Een stad waar het beter dan ooit mee gaat. Repareer het dak als de zon schijnt. En repareer de haven als de stad blinkt.

Nawoord: hoe kwam dit alles tot stand?

Ik begon in 2017 aan dit onderzoeksdossier vanwege mijn persoonlijke frustratie over simplistische opvattingen over verduurzaming. Het is niet alleen level playing field, bedrijven! Niet alleen big corporations, activisten! Niet alleen grensverleggende ontdekkingen, politici! Niet alleen politici, boze burgers. Niet alleen ‘oude industrie vervangen door nieuwe paddestoelkwekers op koffiedrab’-start-ups! Het is alles!

Ik dacht eerst: ik ga alles in kaart brengen. Maar dat is het werk van een transdisciplinair promotieonderzoek dat zijn einde nooit zal kennen. En dus besloot ik alles simpeler te maken. Niet de oplossing werd het doel, maar de aanleiding. En dus probeer ik via dit dossier de complexiteit duidelijk te maken. Want, zoals dat gaat bij de AA: onderkennen van het probleem is de eerste stap naar een oplossing.

In de uitwerking van mijn zoektocht heb ik de waarheid ongetwijfeld veel schade aangedaan, zowel door simplificatie (ja, ik snap dat we niet heel de Noordzee vol kunnen zetten met windmolens), als door voortschrijdend inzicht (oh, zit het zo!), nieuwe ontwikkelingen (aaargh, komen opeens die klimaattafels en de klimaatwet er doorheen!), eigen opvattingen (hoe neutraal ben ik?) en onvolledigheid (maar je moet ergens stoppen met hoarden van informatie).

Voor mezelf was het in ieder geval een erg leerzame exercitie. Enerzijds over hoe moeilijk onderzoeksjournalistiek is (dat van die slapeloze nachten is niet gelogen), anderzijds over hoe moeilijk een duurzame revolutie zich laat realiseren. Was er maar één schuldige, verzuchtte ik vaak. Was het maar zo simpel!

Dankwoord

Natuurlijk heb ik dit niet alleen gedaan (hoewel alle fouten even natuurlijk voor mijn rekening zijn). Bij Vers Beton regelden Eeva Liukku, Margot Smolenaar en Hilde Westerink de subsidies om dit project mogelijk te maken. Ook begeleidden ze me (lees: gaven me mentale Prozac) en hielden ze alles op de rails (zelf was ik allang in een afgrond gereden). Melissa van Amerongen deed de eindredactie en wist zo alles een stuk scherper te krijgen, plus dat zij me voldoende moed inpraatte om het aan te durven tot publicatie over te gaan.

Extern ben ik vooral veel dank verschuldigd aan Henri Bontenbal, die in de opstartfase hielp bij het duidelijk krijgen van wat ik eigenlijk wilde weten, en als mijn externe reality check fungeerde. Ook zat ik regelmatig met mijn collega-havenjournalisten Ties Joosten (Follow The Money) en Leon van Heel (AD) aan de toog van de Schouw om via onze doe-het-zelfhulpgroep ervaringen uit te wisselen. En dan was er nog de de onmisbare steun van onderzoeksjournalist Ivo van Woerden, die me tijdens dit project enorm hielp met zijn ervaring, maar vooral met zijn nooit aflatende morele steun en enthousiasme. Allen bedankt!

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Inge

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland, studeerde Nederlands & taalwetenschap en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Maus avatar 300x300

Maus Bullhorst

Maus Bullhorst (1988) is illustrator en eeuwig student. Dit jaar is hij van plan om af te studeren aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam, de school waar hij vroeger bijna in woonde en volgens sommigen zijn eigen ‘MausBaus Station’ had. Bullhorst illustreert regelmatig voor de Correspondent en Trouw en maakt met liefde werk over Rotterdam voor Vers Beton. Zijn werk is strak en kleurrijk maar vooral herkenbaar.

Profiel-pagina
Nog geen reacties