voor de harddenkende Rotterdammer
Illustratie_TopGame_ArtikelIdentiteitRotterdam_Funzig_HQ
Beeld door: beeld: Funzig

Het clichébeeld van Rotterdam is dat van haven en heipalen. Citymarketeers lokken mensen uit binnen- en buitenland met het merk Rotterdam: rauw, no-nonsense, en vooruitstrevend. Een arbeidersstad met een mentaliteit van geen-woorden-maar-daden. “De poen die hier wordt verdiend, wordt in Den Haag verdeeld en in Amsterdam over de balk gerold,” prevelde Jules Deelder. De Duitse bommen maakten de oude stad met de grond gelijk, maar de Rotterdammers zetten hun schouders eronder en bouwden een stad van de toekomst.

Maar anno 2018 is de identiteit van de stad ook dé twistappel van Rotterdam. Politieke partijen buitelen over elkaar heen om te vertellen wat Rotterdam is en wie daarbij horen. Anderen vrezen juist voor het verlies van het authentieke Rotterdam door gentrificering en toerisme. Documentaires vertellen tegenstrijdige verhalen over wat Rotterdam uitzonderlijk maakt.

De wetenschap kent op dit moment ook een ware hausse aan literatuur over identiteit. Over één ding is iedereen het nagenoeg eens: lokale identiteit krijgt steeds meer emotionele en politieke betekenis. Door globalisering en bureaucratisering voelen mensen zich bedreigd en vervreemd. Het lokale biedt daarentegen geborgenheid, erkenning en voedt een nostalgisch verlangen naar een overzichtelijke samenleving. Onderzoekers Leonie Cornips en Irene Strengs benadrukken dat een lokale identiteit wordt gevormd met tegenstellingen: wat mensen wel of juist niet van betekenis vinden voor een plaats. En dit verandert voortdurend, net als normen en waarden van een samenleving. Omdat mensen hun ideeën over bijvoorbeeld de mentaliteit van de stad gieten in de vorm van ‘exclusieve’ en ‘natuurlijke’ eigenschappen (zoals het ‘DNA’ van Rotterdam), ontstaat desondanks de gedachte dat identiteit vanzelfsprekend is en vaststaat. Rotterdam is een stad van doeners. Niet lullen maar poetsen: ja togh, niet tan?

Het maken en benadrukken van verschillen draagt bij aan een gevoel van gemeenschappelijkheid en aan uitsluiting van ‘andere’ mensen. Stereotype beelden en clichéverhalen zijn daarom de spil van identiteitsconstructies, met daarbij een speciale aandacht voor de ruimtelijke kenmerken van een stad, zoals de Erasmusbrug. Het gevaar dreigt dat een stad zodoende haar identiteit fixeert op een tijdsgewricht en zichzelf reduceert: het zeventiende-eeuwse Amsterdam en twintigste-eeuwse Rotterdam.

De Rotterdamse identiteit is uiteraard niet een natuurlijk gegeven, maar historisch gevormd en beïnvloed door sociale factoren. Hoe is de identiteit van Rotterdam gevormd en door wie? En welke beelden en verhalen over de stad pasten niet in het gewenste plaatje?

Motor van Nederland

Historicus Hilde Sennema wijst naar de rol van havenbaronnen in de identiteitsconstructie van Rotterdam. “Dit gebeurde niet expliciet, maar was een product van de economische wederopbouw, die eigenlijk begon vanaf de jaren 1930. Havenbaron Jan Backx is daar bepalend in geweest”, vertelt Sennema.

Backx adviseerde in zijn proefschrift uit 1928 dat Rotterdam net als Amerikaanse havens een port authority moest krijgen die de haven verkocht. In 1932 werd het gemeentelijk Havenbedrijf opgericht voor de organisatie van de haven zelf en in 1935 het nieuwe Stichting Havenbelangen voor de marketing –  een soort Rotterdam Partners avant la lettre.

De achtergrond van Backx’s advies was de noodzaak om de haven te moderniseren in de crisisjaren. De stad kon dit niet alleen dragen en klopte aan bij de overheid. “De boodschap was dat Nederland de Rotterdamse haven nodig had: Rotterdam had altijd haar eigen broek opgehouden, maar nu hadden ze elkaar nodig om sterk te worden. Het idee van de haven als motor van de Nederlandse economie samen met het second-city-syndrome bepalen de Rotterdamse identiteit tot de dag van vandaag.”

Moderne metropool

grootrdam
De uitgave Groot Rotterdam (1928) toont een foto van Chicago als toekomstvisioen voor het vooroorlogse Rotterdam (collectie Tim de Bruijn)

Via hun posities in de gemeenteraad en havencommissies pushten de havenbaronnen vanaf de jaren dertig de bouw van een moderne stad die de haven diende. Moderne hotels, winkels en arbeiderswoningen werden uit de grond gestampt. Stadsingenieur Witteveen startte met fikse verkeersingrepen zoals de ’s Gravendijkenwal en de Maastunnel. Letterlijk breken om de stad modern te krijgen. Het beeld van een metropool met wolkenkrabbers, grote verkeersaders, felle straatverlichting en lichtreclame kwam daardoor veelvuldig terug in foto’s en affiches, zoals op deze cover van tijdschrift Groot Rotterdam uit 1928.

Sennema: “Sommige havenbaronnen en stedenbouwers leken het Duitse bombardement vervolgens te zien als een kans.” Tijdens de oorlog kwamen de invloedrijkste industriëlen en havenbaronnen, onder wie Backx en Van de Mandele, in het geheim bijeen als de ‘Club Rotterdam’, waarin zij besloten over de invulling van Rotterdam.

De identiteit van een moderne arbeidersstad waar hard gewerkt werd voor de rest van Nederland paste perfect bij hun wederopbouwplannen. Dit verhaal werd dan ook breed uitgemeten in de wederopbouwtijdschriften Rotterdam Bouwt! en De Maasstad, in vele fotoboeken van onder anderen Cas Oorthuys, en in films als Houen Zo! en En toch….Rotterdam!

“Rotterdam probeerde al vanaf eind jaren zestig een jasje aan te trekken dat haar niet paste”

De jaren zeventig brengen daarin radicale verandering. Rotterdam gaat gebukt onder afnemende welvaart, woningnood, toenemende milieuvervuiling, en de expansiedrift van de haven. Burgerprotesten volgen. De media duiken erop en een nieuw geluid breekt door. De haven is plots de grote boosdoener. De gemeente roept een halt toe aan de havenbaronnen en zuivert de Adviescommissie van het Havenbedrijf. PvdA-burgemeester Van der Louw probeerde op 1 mei 1974 zelfs een rode vlag op het stadhuis te hangen als territoriumafbakening, maar staakte het plan wegens een dreigende boycot van de raadsvergadering door CDA en VVD.

Volgens historicus Patricia van Ulzen belandde Rotterdam in die tijd in een identiteitscrisis. “Rotterdam probeerde al vanaf eind jaren zestig een jasje aan te trekken dat haar niet paste: de stad wilde klein en gezellig over te komen, maar was groot en ongenaakbaar modern. Mede door een nostalgisch verlangen naar het oude Rotterdam van voor het bombardement was er veel kritiek gekomen op de moderniteit van Rotterdam. De gemeente probeerde daarin tegemoet te komen.” Een illustratief voorbeeld was de manifestatie C70 ter promotie van de stad, in 1970. In vergelijking met eerdere manifestaties, was deze klein van opzet. Technologie en industrie waren veel minder aanwezig. De gemeente benadrukte daarentegen de vele ‘paviljoentjes’, ‘koepeltjes’, ‘cafeetjes’, ‘kraampjes’, ‘winkeltjes’ en ‘eethuisjes’ van het evenement.

Manhattan aan de Maas

Desondanks is rond het jaar 2000 het imago van Rotterdam als metropool terug, en sterker dan ooit tevoren. Maar het is niet de gemeentelijke citymarketing van Rotterdam die dit in gang heeft gezet, corrigeert Van Ulzen in haar proefschrift Dromen van een metropool uit 2007. “Het was de creatieve klasse (kunstenaars, artiesten, culturele entrepreneurs etc) die al in de jaren tachtig de grootstedelijke ambities van voor de oorlog weer oppakten. De citymarketeers volgden.”

Een bekend voorbeeld is Jules Deelder’s documentaire Stadsgezicht uit 1977 onder regie van Bob Visser. De hoogbouw en leegheid van Rotterdam, de winderigheid en het drukke verkeer, eigenlijk alles wat voorheen als lelijk werd beschouwd, kreeg in dit VPRO-programma een lofzang toegedicht. De creatieve klasse was fundamenteel voor de uiteindelijke beeldvorming van ‘Manhattan aan de Maas’ met hoogbouw, modernistische architectuur en verlichte gebouwen bij schemering, breed uitgemeten in panoramafoto’s. In de Rotterdam City Map uit 2001, het jaar waarin Rotterdam tot Culturele Hoofdstad van Europa was verkozen, zien we al deze elementen terugkomen,–een duidelijk voorbeeld van een “geconstrueerd metropolitain beeld” volgens Van Ulzen.

Versimpeling

Niettemin betreurt Paul van de Laar, Hoogleraar Geschiedenis van Rotterdam, de overheersing van de wederopbouwidentiteit. “Het lijkt wel of we geen andere vensters op het verleden bezitten dan de wederopbouw. Het is een eendimensionaal beeld dat vele andere zienswijzen verdrukt.” Stadshistoricus Arie van der Schoor bij het Gemeentearchief deelt deze mening: “De wederopbouwgeneratie sterft uit, maar het verhaal blijft hardnekkig. Kennelijk is het iets wat goed verkoopt. Maar ik ben niet zo van de identiteit. Zo’n verhaal gaat vervolgens zijn eigen leven leiden. Identiteit is een versimpeling van veel complexe zaken. Trots op je stad is logisch, maar er is een grens.”

Welke verhalen zijn er verdrukt? Het is amper voor te stellen, maar Rotterdam was eeuwen geleden een stad van denkers, van internationale dissidenten die hier vrij hun verlichte ideeën bediscussieerden, opschreven en publiceerden. “Rotterdam was een vroeg Verlichtingscentrum tussen 1680 en 1700. Vroeger dan elders in de Nederlanden,” stelt Wiep van Bunge, Hoogleraar Geschiedenis van de Filosofie. Dit kwam door de liberale bestuurselite, gunstige havenligging, levendige uitgeverijcultuur, maar bij uitstek door de komst van tienduizenden migranten uit vooral Engeland en Frankrijk.

“Rotterdam was eeuwen geleden juist een stad van denkers, van internationale dissidenten die hier vrij hun verlichte ideeën bediscussiëren”

Op de vlucht voor vervolgingen vonden Quakers, Hugenoten, royalisten en republikeinen, en vele andere radicalen en orthodoxen hun heil in de vrijhaven Rotterdam. Rotterdam heette zelfs ‘Little London’ in deze tijd. Grote denkers als Pierre Bayle, Bernard Mandeville en John Locke ontwikkelden hier hun ideeën. Rotterdam bracht het eerste Nederlandstalige verlichtingstijdschrift voort: De Boekzaal van Europe. Het was een cultuurstad die concurreerde met de grote intellectuele steden als Parijs.

Van der Schoor licht toe: “De migranten brachten cultuur mee: dansen, schermen, theater, de eerste krant Gazette de Rotterdam en de Illustre School (een basisuniversiteit). Deze cultuur is overgenomen in het doen en denken van de mensen.” Van Bunge: “De gehele Gouden Eeuw is ondenkbaar zonder migranten. In 1650 komt 40 procent van Amsterdam niet uit Nederland. De groei van Rotterdam van 20.000 in 1620 naar 50.000 bewoners in 1700 is te danken aan de influx van migranten. Deze bloei stopt abrupt begin 18e eeuw wanneer Engeland het overneemt als migratieland.”

Waarom ontbreekt dit verhaal in het Rotterdamse collectieve geheugen? Dat is moeilijk te bepalen, maar de historici wijzen beiden naar het ontbreken van 17e-eeuwse gebouwen en de monopolie van het wederopbouwverhaal. Een stad van internationale denkers lijkt niet te passen hierin. Van de Schoor: ‘De blik is naar binnen gericht, alleen maar op de wederopbouw zonder kennis te geven van de internationale context.”

Waarom zetten de partijen die de Rotterdamse identiteit uitdragen nog steeds in op de beperkte wederopbouwidentiteit? Welke andere beelden en verhalen worden gepusht? Welke machtsverhoudingen en commerciële belangen schuilen hierachter? En wat zijn de mogelijkheden van burgers om de identiteit van Rotterdam te vormen en hervormen? Deze vragen komen aan bod in mijn tweede stuk over het merk ‘Rotterdam’.

Meer over dit onderwerp in de talkshow

Op dinsdag 11 december praten we verder over dit onderwerp in onze talkshow Vers Beton LIVE in Arminius. Supporters van Vers Beton kunnen gratis een ticket kopen met hun kortingscode. Bekijk het programma en koop hier tickets.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

4

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde in politiek denken aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en op dit moment doet ze onderzoek aan de Universiteit van Oxford. Al 13 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Avatar_Funzig

Funzig

Funzig (1993) is een grafisch illustrator uit Rotterdam. Met een voorliefde voor grafisch vormgeven legt Funzig zijn blik op de wereld vast in zijn werk. Alledaagse situaties probeert Funzig om te zetten naar sfeervolle scene’s waarbij kleur essentieel is voor het geheel.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties