voor de harddenkende Rotterdammer
Duitse-verdedingsmuren-op-het-Land-van-Hoboken-1945-tweeluik
Duitse verdedigingsmuur op het Land van Hoboken, kort voor de sloop. Op de achtergrond de Rochussenstraat. Beeld door: beeld: H.F. Grimeyer (Collectie Stadsarchief Rotterdam)

Michael Venderbos, projectmanager bij J.P. van Eesteren, leidt ons rond over de bouwplaats van Little C. Tussen de Coolhaven en Erasmus MC, verrijzen appartementen, lofts en werkruimtes. “Little C combineert een stoere, stadse sfeer met een ontspannen en intieme ‘village vibe” aldus de site van de makelaar. In de Tweede Wereldoorlog was het hier ook stoer, maar minder ontspannen, weet Venderbos. Hij laat een rapport zien over deze locatie: ‘Aandachtsgebied militaire aanwezigheid MA049 en MA256’. Het betekent dat hier mogelijk explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de grond zijn achtergebleven, zoals blindgangers of achtergelaten munitie.

Daarom was explosievenonderzoek op de beoogde bouwlocatie van Little C verplicht, zoals op veel plekken in Rotterdam. In het rapport is Duits afweergeschut ingetekend rondom Coolhaven, evenals mitrailleurnesten en munitiedepots. Qua explosieven waren er geen problemen op de beoogde bouwlocatie, maar toch kwam de aannemer dit voorjaar voor een verrassing te staan. Bij het intrillen van de damwanden – de eerste werkzaamheden – sloegen de heimachines de zware metalen platen krom op een brede strook betonnen brokstukken en puin.

Vestingmuur

“We dachten eerst dat we op puin van de bombardementen waren gestuit,” vertelt Venderbos. “Met het rapport in de hand beseften we dat het van de bunkers moest zijn die hier stonden. Het waren brokstukken, waarschijnlijk zijn de bunkers na de oorlog met explosieven opgeblazen.” Nadere beschouwing van het rapport leert dat hier naast de bunker ook een betonnen tankmuur stond, gebouwd in 1943. Deze Panzermauer stond precies op de plek waar de damwanden niet verder de grond in konden. De tankmuur vormde samen met een tankgracht, bunkers en afweergeschut (‘Flak‘) een serie verdedigingswerken. Op luchtfoto’s van de geallieerden zijn de linies duidelijk zichtbaar.

Duitse-verdedingsmuur-bij-de-G.J.-de-Jonghweg-te-Rotterdam-en-de-Academie-van-Beeldende-Kunsten-en-Technische-wetenschappen-1945tweeluik
Duitse verdedigingsmuur op de G.J. de Jonghweg, vlak na de bevrijding. Links op de achtergrond de GEB-toren. Beeld door: beeld: H.F. Grimeyer (Collectie Stadsarchief Rotterdam)

En inderdaad. Foto’s van net na de bevrijding tonen een dikke betonnen muur dwars over de G.J. de Jonghweg, zo’n twee meter hoog, voorzien van camouflagepatronen, omgeven door prikkeldraad. Ter hoogte van de tramrails is een doorgang met een wachthuisje. Op een andere foto gaat een geallieerde militair de verdedigingswerken met een bulldozer te lijf. In het Rotterdamsch jaarboekje uit 1946 is een tekening afgedrukt van deze locatie tijdens de oorlog, met als bijschrift ‘De vestingmuur aan den G.J. de Jonghweg.’

De Panzermauer roept veel vragen op. Wat werd hier eigenlijk verdedigd? Was hier een ‘vesting’? In de directe omgeving waren tijdens de bezetting veel Duitse instanties gevestigd, maar aan beide zijden van de tankwal. Van welke kant werd ‘de vijand’ dan verwacht? En waarom is dit verhaal eigenlijk verdwenen uit het collectieve geheugen? Worden we liever niet herinnerd aan ons ‘nazi-erfgoed’?

09_GEB__ltC_©Ossip
Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Kraaiennest

Pal naast de bouwplaats bevindt zich nog zo’n voorbeeld van beladen erfgoed: bovenop de GEB-toren staat een voormalige uitkijkpost van de Luftwaffe. Dit hoofdkantoor van het elektriciteitsbedrijf was vanaf de opening in 1931 het hoogste kantoorgebouw van Nederland. In opdracht van de Duitsers werd bovenop de toren een observatiepost gebouwd. Vanuit deze houten opbouw speurden zij het luchtruim af naar vijandige (Britse en Amerikaanse) vliegtuigen. Op basis van de waarnemingen stuurden zij het Duitse luchtdoelgeschut in de gehele regio aan. Tijdens de Koude Oorlog bleef de post overigens in gebruik. Niet meer de Duitsers, maar de BB (Bescherming Burgerbevolking) tuurde er de lucht af, nu op zoek naar Sovjet-vliegtuigen.

De luchtwachtpost op het GEB-gebouw lijkt op een verkeerstoren, zoals op een vliegveld. De huidige eigenaar, Stadswonen, noemt de opbouw ‘Het Kraaiennest’. Het is nu leeg. Beheerder Nizam Martina neemt ons er mee naartoe: over brandtrappen en door lange gangen, tot we via een smalle trap de bovenste verdieping bereiken. Grijs linoleum op de vloer. Op de houten lambrisering zijn de contouren zichtbaar van het meubilair dat deze kleine ruimte ooit vulde. Op een kolom in het midden is de telefoonaansluiting nog aanwezig, een twintigtal losse draden in verschillende kleuren, met een sticker van de fabrikant: N.V. ver-TEL-mij. Raampjes aan alle zijden geven uitzicht over de stad.

15_GEB__ltC_©Ossip
Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

De bouwput van Little C ligt aan onze voeten, in de verte kijken we tot aan Dordrecht, Den Haag en de Maasvlakte. Ik stel me voor hoe Duitse soldaten hier door hun verrekijkers loerden. De Rotterdamse wolkenkrabbers zijn tegenwoordig drie keer zo hoog, maar je kunt vanaf 65 meter nog altijd heel ver kijken. Door deze ramen zagen ze hoe op 31 maart 1943 de Amerikaanse flying fortresses het vergissingsbombardement op Rotterdam-West uitvoerden. Bleven de medewerkers van de Flak Gefechtsstab op hun post, terwijl ze instructies gaven aan hun collega’s van de luchtafweer? Of zochten ze zelf ook dekking in één van de bunkers op straatniveau?

Duitse flexibiliteit

Was de Panzermauer dan bedoeld om het GEB-gebouw te beschermen? Historicus Rob Noordhoek van Museum Rotterdam (“geen specialist, maar een educated guess“) denkt van niet: “Zo’n losse tankmuur in een stedelijke omgeving heeft denk ik geen specifieke richting. Die is vooral gericht op vertraging of het naar een bepaalde plek/doorgang leiden van een vijand. Door amfibische landingen, para’s etcetera, kon die vijand overal vandaan komen.”

De Duitse Wehrmacht was volgens Noordhoek namelijk erg flexibel ingesteld met veel ruimte voor improvisatie, zeker in vergelijking met de geallieerde legers die star waren opgezet. “De opzet van dit soort Duitse tankversperringen is dus niet een ondoordringbare afgrendeling van een gebied. De kracht van het Duitse leger is de flexibiliteit van de commandostructuur, waarbij het initiatief tot op grote hoogte bij de troepen ter plaatste ligt.”

De Rotterdamse Panzermauer is een typisch voorbeeld van die Duitse flexibiliteit, en bovendien niet de enige in z’n soort. Noordhoek: “Je vindt dit soort Duitse versperringen en versterkingkjes in en rondom de meeste grote Nederlandse steden en militair-strategisch belangrijke gebieden. Ze moeten een landing vanaf het water of door parachutisten vertragen. Bij het oponthoud of in een flessenhals ontstaat een ophoping waarbij de vijand bestookt kan worden in de flanken vanuit voorbereide én geïmproviseerde posities.”

Noordhoek toont een kaart uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Op deze plattegrond, gemaakt door het verzet in april 1945, is de situatie bij de Coolhaven minutieus weergegeven. De knikken in de Panzermauer lijken inderdaad de plekken waarvandaan de vijand onder vuur genomen kon worden.

GDN-K365-copy
Kaarten van Duitse instanties en verdedigingswerken in het Scheepvaartkwartier en omgeving, gemaakt door het verzet in april 1945 (bewerking, met vergroot de locatie van Little C). Beeld door: beeld: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Zitadelle

De Duitse flexibiliteit komt ook tot uitdrukking in de dubbele functie van de verdedigingsmuur. Noordhoek: “In dit stukje Rotterdam lijkt het ook bedoeld als een soort omheining van het zwaartepunt van de Duitse aanwezigheid in Rotterdam. In het Scheepvaartkwartier zaten diverse Duitse instanties en hoogwaardigheidsbekleders. Je zou met wat fantasie van een ‘citadel’ kunnen spreken. De muur in combinatie met prikkeldraad kan als beveiliging gediend hebben tegen spionage, sabotage, aanslagen etcetera door bijvoorbeeld het verzet. Maar het is zeker geen vesting of iets dergelijks.”

Het Scheepvaartkwartier was inderdaad het epicentrum van de Duitse bezettingmacht in Rotterdam. Aan de Parklaan zaten de Ortskommandant en Feldgendarmerie, aan de Veerhaven de Kriegsmarine, Reichsbahn en Hafenkommandant. De Westzeedijk huisvestte de Sicherheitsdienst. Communicatie vond plaats vanuit telex- en telefoonbunkers. Er was een ziekenhuis (Kriegslazaret), een Duitse middelbare school en zelfs een casino. Wat we nu kennen als het Natuurhistorisch Museum was de Rotterdamse basis van de NSDAP, inclusief Hitlerjugend. Iets verderop was Brauhaus Monopole gevestigd, een soort Duitse bierhal in een enorme keet. Sociëteit ‘de Maas’ aan de Veerhaven fungeerde als Wehrmachtheim voor de officieren.

emaille-gevelbord-NSDAP
Emaille bord, afkomstig van de gevel van het Natuurhistorisch Museum aan de Westzeedijk, waarin tijdens de bezetting het Deutsches Haus was gevestigd. Beeld door: beeld: Collectie Museum Rotterdam

Het verzet bleek dan ook zeer geïnteresseerd in deze wijk. De plattegrond die Noordhoek laat zien, gemaakt door illegale inlichtingendienst GDN (Geheime Dienst Nederland), werd als microfilm naar de Nederlandse regering in ballingschap gesmokkeld. De kaart toont behalve de verdedigingswerken een uitgebreid overzicht van Duitse instanties en kwartieren, woonverblijven, schuil- en commandobunkers. 

Was de muur bij de Coolhaven daarom bedoeld als ‘vestingmuur’ om het Scheepvaartkwartier af te sluiten? Ik stel de vraag aan historicus J.L. van der Pauw, auteur van het vuistdikke Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog. Volgens Van der Pauw gebruikten de Duitsers zelf de term Zitadelle voor het Scheepvaartkwartier. Rotterdammers noemden het gebied veelal de vesting. “De statige wijk bood, behalve riante woon- en kantoorvoorzieningen, ook het voordeel dat het goed af te schermen en te bewaken was. Het was zeker een Duitse ‘Zitadelle’, bedoeld voor het huisvesten van Duitse instanties en leidinggevenden daarvan, geheel afgezet en bewaakt.”

De verdedigingswerken werden volgens Van der Pauw in de tweede helft van 1943 aangelegd – door een Nederlandse aannemer. Anti-tankmuren, anti-tankgrachten en prikkeldraadversperringen schermden het noordelijk deel van het Scheepvaartkwartier af. Het was een doorlopende barrière tussen de Coolhaven en Zalmhaven die ook de toegang tot de Maastunnel afsloot.

Volkswoede en Britse raids

Om Coolhavenmauer aan te duiden als de Atlantikwall van Rotterdam, gaat te ver volgens Van der Pauw: “De ‘beschermde compound’ was een betrekkelijk lichte bescherming tegen een dreiging van buitenaf. Hij was gericht tegen aanslagen door het verzet, volkswoede of wat dan ook, en bood eventueel een mogelijkheid om je te kunnen verschansen mocht het tot een eindstrijd komen. De betonmuur was weliswaar in naam en uitvoering een ‘anti-tankmuur’, maar was nauwelijks toegerust als militair verdedigingswerk tegen een geallieerd offensief of zoiets. Dan zou de verdediging veel omvangrijker en sterker moeten zijn. Je zou je er dan bijvoorbeeld ook verdedigingsbunkers met geschut bij verwachten.”

07_GEB__ltC_©Ossip
Interieur van ‘het Kraaiennest’, de Duitse observatiepost bovenop de GEB-toren. Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Ook een derde historicus die ik spreek bagatelliseert de anti-tankwal: “Voor mij was het een muur met schietgaten en openingen. Een waar twee trams elkaar nét konden passeren en je niet uit het raam moest hangen.” Aan het woord is Jac. Baart, auteur van Oorlogshaven Rotterdam. “Ik denk ook niet direct aan tanks, maar gewoon aan een goed te overzien en te beveiligen gebiedje zonder die grote open flank aan de noordkant. Niet een bereik om lang te kunnen verdedigen, dat niet, maar wel waar je even veilig zit met al je instanties. Denk aan raids van Britse commando’s, onlusten en dergelijke waar de Duitsers al genoeg ervaring mee hadden.”

Van Nelle voor de Wehrmacht

Het idee van die grote betonnen muur en het Scheepvaartkwartier als Duitse Citadel blijft indruk op mij maken. Want waarom zijn de Panzermauer en de Zitadelle uit het Rotterdamse collectief geheugen verdwenen? Werd dit verhaal overschaduwd door het bombardement? Past deze muur niet in het beeld dat we van Rotterdam in de oorlog willen hebben? Het contrasteert immers met het beeld van stilstand, vervolging en lijdzaam verzet in de oorlogsperiode, gevolgd door de dynamische wederopbouw.

Van der Pauw erkent: “Als al die andere, meer ingrijpende en aansprekende zaken er niet waren geweest, was de versterking rond de Zitadelle vast een bekender fenomeen geweest. In Den Haag zijn – anders dan in Rotterdam – omvangrijke delen van wijken afgebroken voor de aanleg van de Atlantikwall. Dat hakt er dieper in en zal dus meer in de herinnering en de verhalen van de plaatselijke bevolking voortleven.”

Op-het-land-van-Hoboken-wordt-met-behulp-van-een-bulldozer-een-Duitse-verdedingsmuur-gesloopt-door-een-Canadese-militair.-Op-de-achtergrond-een-flat-op-de-hoek-Rochussenstraat-_s-Gravendijkwaltweeluik
Een Canadese militair sloopt de verdedigingsmuur met behulp van een bulldozer, 9 juni 1945. Beeld door: beeld: H.F. Grimeyer (Collectie Stadsarchief Rotterdam)

Wat volgens Baart ook vaak vergeten wordt: Rotterdam profiteerde tot 1943 volop van de Duitse aanwezigheid. “Het was collaboratie in alle kleuren grijs: hardlopers om opdrachten binnen te halen en trage stappers die noodgedwongen Duitse orders accepteerden. Wie? De werven, met Wilton-Fijenoord als bedenkelijke koploper, gevolgd door andere werven in meer of mindere mate. Ander voorbeeldje: Van Nelle, waar tabak uit de Oekraïne verwerkt werd tot sigaretten voor de Wehrmacht. Maar die vrouwen en meisjes hielden zo hun werk en inkomsten. En bij Wilton kon men duizenden arbeiders in Nederland houden.”

Target Scheepvaartkwartier

Het vergeten verhaal van de Zitadelle leidde tot een ander onderbelicht aspect van de oorlog: de Britse en Amerikaanse bombardementen. De meer dan 300 geallieerde bombardementen maakten méér slachtoffers dan de Duitse bommen van 14 mei 1940. Hierover verschijnt deze week een nieuw boek van Jac. Baart: Target Rotterdam. Tijdens onderzoek daarvoor kwam Baart erachter dat er vergevorderde plannen waren om óók het Scheepvaartkwartier te bombarderen. Het Rotterdamse verzet drong hierop aan.

Baart: “Het Scheepvaartkwartier moest weggevaagd worden. Zo’n term gebruikte het verzet echt.” De Veerhaven, Parklaan en Westzeedijk moesten worden gebombardeerd. Zo zouden Duitse vernietigingsplannen voor de haven kunnen worden gedwarsboomd. Nota bene prins Bernhard werd ingezet om de Britse en Amerikaanse luchtmacht te overtuigen. “Het plan is niet doorgegaan. De geallieerden beseften inmiddels dat ze niet zuiver konden mikken. Ze hebben wél verkenningsfoto’s gemaakt.” Dit zou betekenen dat het enige deel van de Binnenstad dat de nazi’s hadden gespaard, alsnog door de geallieerden zou zijn verwoest.

Maar het Scheepvaartkwartier is gebleven – de herinneringen aan de Duitse aanwezigheid zijn verdwenen. De luchtwachtpost op de GEB-toren kreeg een tweede leven in de Koude Oorlog. Naast de brokstukken onder Little C is het enige tastbare overblijfsel van de Nazi-citadel nog de commandobunker van de Kampfskommandant, in de tuin van Parklaan 11. Naar verluidt gebruikt een advocatenkantoor de bunker als archief.

De boekpresentatie van Target Rotterdam door Jac Baart en Lennart van Oudheusden is op vrijdag 17 november om 17.00 uur in Arminius.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

Profiel-pagina
Ossip

Ossip van Duivenbode

Ossip van Duivenbode (1981) is architectuurfotograaf. “Architectuur en stedenbouw zijn volledig in mijn bestaan verwikkeld. Als ik door een stad loop, ben ik continu aan het observeren. Wat is de invloed van een gebouw op de omgeving, wat zijn interessante details, hoe verhouden die zich tot de mensen?”

Profiel-pagina
Lees 4 reacties