voor de harddenkende Rotterdammer
compositie1
Beeld door: beeld: Willem de Kam

“Wit is vrije tijd.” In een koffiezaak op de West-Kruiskade laat Derek Otte (30) zijn weekagenda zien op zijn telefoon. Tussen alle meetings, optredens, interviews, het lesgeven en zijn verplichtingen als stadsdichter – voor elke categorie een andere kleur – zijn inderdaad een paar witte vlakken te zien. Dertig minuten hier, een uurtje daar: meer tijd om te rusten is er niet.

Die drukke planning is een beetje zijn eigen schuld, geeft de Rotterdammer toe. “Toen ik benoemd werd als stadsdichter had ik ervoor kunnen kiezen om alleen de zes verplichte gedichten per jaar te schrijven, maar zo zit ik niet in elkaar. Het stadsdichterschap heeft me een kans geboden om een nieuw publiek te bereiken, om in gesprek te gaan met mensen buiten mijn eigen bubbel, om onderwerpen te agenderen die ik belangrijk vind. Daar wilde ik het maximale uit halen.”

Extra trots is Otte op het project ‘Er zal eens…’, een verhalenwedstrijd voor Rotterdamse vmbo- en mbo-scholen, die hij samen met letterenplatform Passionate Bulkboek organiseerde. Leerlingen kregen de opdracht om in verhaal- of dichtvorm na te denken over de toekomst van Rotterdam. De resultaten werden gebundeld in een boek. “Ik vond het belangrijk dat vmbo- en mbo-leerlingen ook creatief met woorden aan de slag kunnen, omdat de ervaring leert dat zij vaak een negatief zelfbeeld hebben. Taal kan ze nieuwe perspectieven bieden en ze op andere manieren na laten denken over hun omgeving.”

Partijloos

Het stadsdichterschap bracht Otte ook moeilijke situaties. “De eis is dat je er voor alle Rotterdammers bent, maar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen vond ik het lastig om partijloos te zijn. Tijdens het KOORTS-debat werd echt een bodem geraakt. Verkrachtingen koppelen aan moslims, hoe verzin je het? En hoe moest ik daar nou mijn mond over houden? Het debat werd live uitgezonden en het afsluitende gedicht had ik ter plekke geschreven, dus ik dacht: daar kan lekker niemand meer wat van zeggen. Kijk, je mag met elkaar van mening verschillen, maar sommige grenzen ga je niet over.”

M8A5114-WEB-Willem-de-Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Het gedicht dat Otte schreef over het anonieme babylijkje dat vorig jaar op de Kop van Zuid aangetroffen werd, maakte veel impact, ook op hemzelf. “Tijdens de begrafenis was er tegelijkertijd een Surinaamse uitvaartdienst, met veel blazers en muziek. Toen zij het kleine kistje zagen, viel alles stil. Het was fucking heftig.” Dat het gedicht breed opgepikt werd door de media en hij van alle kanten positieve reacties kreeg, noemt hij ontnuchterend. “Vriend en vijand kwamen even samen. Eigenlijk is dat heel triest, dat er zo’n tragedie nodig is om ergens consensus over te bereiken.”

Tien keer rustiger

Op persoonlijk vlak noemt Otte de afgelopen twee jaar niet de beste van zijn leven. “In de week dat ik benoemd werd stond mijn hele woonkamer vol met bloemen en kaarten, een week later moest ik mijn opa begraven.” Met het overlijden van een goede vriend en de dichter Rieneke Grobben kreeg hij dit jaar weer twee klappen te verduren. “Als ik geen stadsdichter was geweest, had ik het tien keer rustiger aan gedaan. Maar je kan er in deze functie niet opeens twee maanden tussenuit gaan.”

Otte is de jongste stadsdichter tot nu toe: zijn tweejarige termijn ging een week voor zijn 29e verjaardag in. Hij is ook de eerste stadsdichter met een achtergrond in spoken word: hij geldt als een van de vaandeldragers van de Rotterdamse scene. Otte zette het woordkunstpodium Paginagroots op, was jarenlang huisdichter bij radiozender FunX en stond op tientallen podia in Nederland en Vlaanderen. Ook geeft hij het keuzevak Spoken Word op de Hogeschool Rotterdam en is hij mede-oprichter van Uitgeverij Rorschach, die onder meer zijn twee eigen dichtbundels Regelgeving (2015) en TOFLOF (2017) uitbracht.

De spoken word-scene is de afgelopen jaren bekend komen te staan om haar jonge, diverse makers en publiek, een groep die lastig te bereiken is door veel gevestigde culturele instellingen. In hoeverre speelde dit volgens jou een rol bij je benoeming als stadsdichter?

“Toen ik het telefoontje kreeg, heb daar wel over nagedacht. Ben ik benoemd vanwege mijn eigen prestaties of omdat ik onderdeel ben van een groep Rotterdammers waarvan de gevestigde orde niet zo goed weet wat ze ermee aanmoet? In het ergste geval was het dat laatste. Het minste wat ik dan kon doen is de functie rocken en zoveel mogelijk jonge artiesten meenemen in mijn plannen en projecten. Als stadsdichter heb ik zo ook de spoken word-scene een dienst geprobeerd te bewijzen.”

In hoeverre is dat gelukt?

“Dat is moeilijk te zeggen. We zijn in elk geval voorbij het punt dat spoken word alleen ingezet wordt bij de afsluiting van een evenement of expositie. Het vernieuwen van de cultuursector en ruimte maken voor een nieuwe generatie vergt wel een veel langere adem dat ik had verwacht. De mensen die het verschil kunnen maken, zijn ook koppiger dan ik dacht. Zij doen alsof het allemaal heel lastig is, terwijl ze met twee drukken op de knop al een verandering teweeg kunnen brengen.”

Wat zou je doen als je zelf aan de knoppen zat?

“Een simpel voorbeeld zijn de Dynamic Duo’s die in 2009 gevormd werden toen Rotterdam Jongerenhoofdstad was. Een jongere die een carrière in de politiek ambieerde, werd bijvoorbeeld aan een wethouder gekoppeld. Dat concept kan makkelijk toegepast worden in het culturele veld. Laat gemotiveerde jongeren een jaar lang meelopen met een museumdirecteur, of geef ze de opdracht om tegen betaling twee exposities te realiseren. Dat zou een concrete manier zijn om een nieuw geluid te implementeren binnen een gevestigde organisatie. Ik snap niet wat daar zo moeilijk aan is, écht niet.”

Kapot werken

Halverwege zijn pleidooi wordt Otte onderbroken door het geluid van een boor. “Kijk, de overheid is overal, ik word nu gewoon gecensureerd!” grapt hij. Lacherig wacht hij tot het weer wat stiller wordt en legt dan uit hoe boos hij zich maakt om de behandeling van jonge makers. “Gevestigde instellingen hebben middelen, ervaring en een netwerk; jonge makers hebben frisse ideeën, motivatie en een nieuwe achterban. Dat is evenveel waard, maar zo wordt het vaak niet gezien.

Mensen onderschatten wat voor werk schrijvers, dichters, fotografen, muzikanten en grafisch ontwerpers doen. Als je iets een marketingadvies noemt kan je daar 2500 euro voor factureren. Maar als je een gedicht schrijft – wat in feite voor hetzelfde doeleinde gebruikt wordt – staan ze raar te kijken als je er 250 euro voor vraagt. Het gevolg is dat veel kunstenaars zich kapot moeten werken voor een heel karig inkomen. Natuurlijk is arbeidsethos belangrijk, maar ik vind het heel erg dat dit als de norm wordt gezien.”

Ook voor Otte heeft het lang geduurd voordat hij kon rondkomen van zijn schrijfwerk. Acht jaar geleden schreef hij zich in bij de Kamer van Koophandel. “Ik las een tijdje geleden dat het inkomen van artiesten zorgwekkend laag was: gemiddeld 25.000 euro per jaar. Ik moest toen een beetje lachen, want de eerste jaren had ik niet eens de helft daarvan. Er zijn momenten geweest dat ik me afvroeg waarom ik mezelf dit aandeed.”

Hoe vaak spookte die gedachte door je hoofd?

“In het begin bijna non-stop. De huur van mijn studentenflat was maar 350 euro per maand, maar ik liep na drie maanden al een huurachterstand op. Ik leefde op rijstwafels met pindakaas, thee en noedels. Het beetje geld dat ik overhield ging op aan benzine, zodat ik naar al die gratis optredens kon reizen. En het was niet alsof ik ruimte overhield voor een bijbaan: al mijn tijd stak ik in schrijven, open podia en het bijhouden van mijn website.”

Hoe reageerde je omgeving daarop?

“Mensen snapten het niet. Ik kom niet uit een artistiek milieu waar dit normaal is – de eerste keer dat ik naar het theater ging was met mijn CJP-punten, omdat het voor school moest. Toen ik dus stopte met studeren om me volledig op het schrijven te storten, dachten familie en vrienden dat ik niet helemaal in orde was. En dat was ik natuurlijk ook niet, haha.”

Waar kwam de overtuiging vandaan dat het wel goed zou komen?

“Ik weet niet eens of ik daar wel echt in geloofde. Ik had gewoon geen keus: ik was in de twintig, had twee studies niet afgemaakt en ik had geen andere talenten. Ik hield mezelf voor dat als ik maar genoeg meters maakte, het zich uiteindelijk wel uit zou betalen. Ik gaf me op voor mijn eerste open podium en de jury zei: ‘Het is geen rap, het is zeker geen poëzie, het is eigenlijk helemaal niks; je kan er maar beter mee stoppen’. Mijn moeder zat in de zaal en heeft het allemaal gefilmd. En zo zijn er veel meer momenten geweest dat ik voor lul stond.”

“De omslag kwam in 2012: Dwight Krolis van Young UP vroeg me om een debat in Thalia live samen te vatten in een gedicht. Toevallig zat daar iemand van FunX in de zaal; vlak daarna mocht ik aan de slag als de huisdichter van de radiozender.”

Hofnar

Deze week wordt het derde boek van Otte gepresenteerd in de Bibliotheek Rotterdam. Woorden zijn Daden bundelt het merendeel van de gedichten die hij de afgelopen twee jaar als stadsdichter schreef. Bij het teruglezen van zijn werk, vraagt Otte zich nog altijd af of het genoeg is geweest. “Heb ik me voldoende gemengd in discussies die in de stad spelen? Heb ik genoeg problemen aangekaart? En is dat wel mijn taak als stadsdichter? Ik maak er een heel groot ding van, maar ben ik niet eigenlijk een soort hofnar? En dan zul je net zien: op het moment dat ik warmgelopen ben en schijt krijg aan alle verwachtingen, zit mijn termijn er alweer op.”

Dat mensen het over een vaarwel of een afscheid hebben, vindt hij maar gek. “Alsof ik donderdag word begraven. Ik ga nergens heen hoor, ik verhuis niet opeens naar Vlissingen. Wel denk ik dat Rotterdam het komende halfjaar een wat kleinere rol gaat spelen in mijn gedichten.”

 

M8A5099-WEB-Willem-de-Kam
Beeld door: beeld: Willem de Kam

Zijn er dingen die je achteraf anders had willen doen?

“Ik had misschien wat vaker om hulp kunnen vragen. De Bibliotheek Rotterdam heeft mij veel ondersteund bij het uitvoeren van mijn plannen, maar ik vond het vaak toch te moeilijk om alles uit handen te geven.”

“Ik heb nergens echt spijt van, behalve misschien dat ik op 1 april grapte dat ik naar Amsterdam wilde verhuizen om daar stadsdichter te worden. Ik word op straat nog steeds aangesproken door mensen die denken dat ik serieus was.”

In januari wordt je opvolger bekendgemaakt. Waar hoop je op?

“Ik heb er eigenlijk niets over te zeggen, maar ik heb de commissie toch wat ongevraagd advies gegeven. Ik hoop dat het een jong en benaderbaar persoon wordt, met een frisse blik op de letteren.”

FLB-20180215-1258

Lees meer

Dwalen Door Delfshaven #4: de dubbele gevoelens van dichter Derek Otte

In Dwalen Door Delfshaven, een podcastserie van Vers Beton, leer je wandelend en…

En het komende jaar? Even rust of weer hard aan de bak?

“Een beetje van beide. In 2020 wil ik weer een boek uitbrengen. Daarnaast ben ik voorzichtig bezig met mijn eerste avondvullende programma. Ik wil mezelf uitdagen om een spanningsboog van twee uur op te bouwen en een verhaal op nieuwe manieren te vertellen.”

“Daarnaast: leuke klussen, vakantie, misschien een relatie, haha. Tijdens mijn interview bij Tims ^ tent werd me gevraagd of ik liever nog twintig boeken wilde uitbrengen of gelukkig getrouwd wilde zijn. Ik schrok toen een beetje van mezelf, want ik neigde direct naar de boeken. Mijn sociale leven is er afgelopen jaren nogal bij ingeschoten, en dat is toch een vrij eenzaam bestaan.”

“Verder ben ik binnenkort elke maandag vrij, zet dat maar heel groot in het interview! Op die dagen ben ik van plan mijn wekker om zeven uur ’s ochtends te zetten. Dan ga ik vanuit mijn raam naar de ochtendspits kijken – om vervolgens weer mijn bed in te duiken!”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
profielfoto

Jelena Barisic

Auteur

Jelena Barisic (1990) kan het heus wel over iets anders dan hiphop hebben, maar alleen als het moet. Ze groeide op onder de rook van Rotterdam en werkt nu als freelance journalist, (eind)redacteur en programmamaker.

Profiel-pagina
Willem1

Willem de Kam

Fotograaf

Willem de Kam (1988) studeerde grafisch ontwerp aan de Willem de Kooning Academie. Hij fotografeert nu full-time alles van schreeuwende voetbalsupporters tot kruiswoordpuzzelende bejaarden. Hij doet dit voor diverse media en opdrachtgevers uit de culturele en commerciële sector.

Profiel-pagina
Lees één reactie