voor de harddenkende Rotterdammer
vers_beton_said
Beeld door: beeld: Elzeline Kooy

Er zat een vulkaan in mijn klas. Een springlevende vulkaan uit Iran. Zijn naam: Nassim.

Ik kreeg hem pas vanaf de vierde les in mijn klas, nadat hij boos en teleurgesteld uit zijn eigen klas was opgestapt. Het was hem daar iets te traag en te gemakkelijk gegaan. ‘Allemaal bezigheidstherapie’, oordeelde hij.  

De man had haast. Een ongelooflijke haast. Hoewel hij een slechte heup had die hem het lopen bemoeilijkte, haastte hij zich van hot naar her. Waarom? Hij had een missie: zo snel mogelijk de Nederlandse nationaliteit verwerven. Ik weet niet waarom het zo snel mogelijk moest. Maar hij was een van die weinige cursisten die vrijwillig kwamen, dus zonder dat het door de Sociale Dienst was opgelegd. Kortom, aan motivatie geen gebrek. Hij sprak slecht Nederlands, maar hij slingerde het beetje dat hij sprak met veel pathos de ruimte in.

Ik schoof een stoel aan en ging bij hem zitten. Vol verwachting bladerde ik door zijn werkboek voor beginners. Wat zag ik? Een grote kliederboel. Niet alleen zijn handschrift was abominabel, ook de totale willekeur waarmee hij zich door de hoofdstukken had gekrast getuigde van een geest die er de ballen van snapt. In stilte bladerde ik nog even door zijn onleesbaar werk, terwijl ik in gedachten zocht naar diplomatieke woorden. Aldus zei ik dat hij de oefeningen met iets meer zorg en aandacht moest maken, daar zou hij de vruchten van plukken. Toen vulde zijn gekrenkte ego het hele klaslokaal, zo zichtbaar als een schaduw.

Iedereen keek om en dook gauw weer weg. De vulkaan donderde, hij spuugde as en puin: ‘Ik vind niet goed die boek. Die boek slecht.’ Hij had iets weg van die oude, tirannieke goden die hun vernietigende kracht zomaar op de wereld loslieten, gewoon omdat hun hart ernaar stond, omdat niemand hen ooit eens bij de lurven pakte.

Ik begreep nu waarom niemand die figuren ooit eens bij de lurven pakte. Bij zo’n kracht kun je als sterveling weinig anders dan lief doen, ja en amen roepen. Want de vulkaan moet worden bezworen. Hoe dat precies in zijn werk gaat? Bij die zeldzame oefeningen die hij goed deed, bedolf ik hem onder een waterval van complimenten, onzichtbare sjaaltjes en guirlandes. Had hij een werkwoord correct vervoegd of een leesteken op de juiste plaats gezet, dan aaide en streelde ik hem over de rug en noemde hem kampioen.

Ik vond het een lastige, uitputtende man.

Op het einde van de les had ik het gevoel dat ik een zware beproeving had doorstaan. Maar hij ging weg met een glimlach en vanuit de gang kondigde hij doodleuk aan dat hij ook naar de volgende les kwam.  

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

vers_beton_said

Said El Haji

Said El Haji (1976, Marokko) is schrijver, publicist, schrijfdocent en geeft Nederlands aan anderstaligen. Hij werkte als columnist en opiniemaker voor tal van regionale en landelijke kranten en bladen. Zijn debuutroman De dagen van Sjaitan (2000) beleefde een ware hausse aan media-aandacht en is ook in het Frans verschenen. Ook publiceerde hij o.a. Goddelijke duivel (2006) en Sta op en leef, vader (2013).

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Illustrator

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Nog geen reacties