Voor de harddenkende Rotterdammer

Het leek een avond zoals alle avonden. Terwijl de afwas stond te weken en de koffie stond te pruttelen, ging oma Broere in haar rode leunstoel onder het open raam zitten en stak ze een van haar dunne sigaren op. Met haar benen over elkaar geslagen en een glazen asbak op de armleuning vertelde ze de meest wonderlijke verhalen. Ik zat zoals gebruikelijk op de poef aan haar voeten met een grote kop thee, als een afgevaardigde aan het hof, naar haar te luisteren terwijl ik naar de rookwolken keek die ze – meer voor de vorm dan voor het effect – naar buiten blies.

De zoete vanillegeur van haar sigaren hing overal in het kleine appartement dat uitkeek op de Nieuwe Binnenweg. Mijn moeder vond het er stinken. Maar mijn moeder was er niet. Vlak na mijn tiende verjaardag was ze voor de zoveelste keer in opdracht van het bedrijf waar ze voor werkte naar het buitenland vertrokken en had me bij oma Broere achtergelaten waar ik zo vaak logeerde dat ik er zelfs mijn eigen kamer had, een knus hokje waar ik tussen de hoedendozen en oude boeken sliep.

Terwijl ze kleine trekjes van haar sigaar nam vertelde oma over de huizen waar ze in had gewoond, de buren die ze had gehad, de vreemde types die ze was tegengekomen in de stad die ze nooit had verlaten. Ik kende de meeste van haar verhalen al, maar vond het nooit erg om nog een keer te horen over de slager in Slinge en zijn bloeddorstige teckel, de kluizenaar in Kralingen die naar verluidt zijn huis had omgetoverd tot een grot van papier-maché en de kroegbaas in Crooswijk die haar had geleerd hoe je met één klap een volwassen man tegen de vlakte kon meppen.

           ‘Een niet te onderschatten vaardigheid,’ aldus oma Broere. ‘Heb jij weleens iemand een tik verkocht, Senna?’

            ‘Nee,’ zei ik. ‘Ik mag niet slaan.’

            ‘Wie zegt dat?’

            ‘Mama, de juf, de vader van Patrick – en die kan het weten want die werkt bij de politie.’

            Met een ongeduldig handgebaar wapperde ze mijn bezwaren het raam uit. ‘Nonsens. Als je nooit van je afslaat verander je in een deurmat. Je gaat me niet vertellen dat je later een deurmat wilt worden.’

Ze drukte haar sigaar uit. En juist toen ik dacht dat we ons naar de bank zouden verplaatsen om naar onze favoriete serie te kijken (waarin een detective met een kort lontje orde op zaken stelde in een ordeloze stad), haalde oma Broere een nieuwe sigaar uit haar koker, keek me onderzoekend aan en zei: ‘Heb ik je weleens verteld over de dag waarop ik de ridder van Rotterdam ontmoette?’ Ze worstelde met het wieltje van haar aansteker. ‘Waarom kijk je zo ongelovig? Ik kan het je bewijzen. Geef me het fotoalbum aan, wil je?’

            Het fotoalbum was een boekwerk van zeker twee kilo, een document dat alle verhuizingen, scheidingen, branden en waterschade had overleefd. Ze legde het op haar brede schoot en bladerde erdoorheen. ‘Daar heb je hem.’ Met een kromme vinger wees ze een zwart-witfoto met gekartelde randen aan. Er stond een peuter op die haar ogen dichtkneep tegen de felle zon. Ze droeg een grote witte strik in haar haar en bijpassende sandalen. Op de achtergrond, half verscholen achter een boom, stond een donkere schim. ‘Dat is het spook van de ridder van Rotterdam. We zijn jaren bevriend geweest.’

            ‘Spoken bestaan niet.’

            ‘Wie zegt dat?’

            ‘Mama, de juf, de vader van-’

            ‘Je luistert naar de verkeerde mensen, Senna. Spoken bestaan wel degelijk.’

Buiten reed een tram voorbij en ik dacht aan de metro’s, bussen en reclameborden, de bouwputten, hijskranen en gebouwen van glas, en schudde ongelovig mijn hoofd. ‘Er wonen geen ridders in Rotterdam. En ook geen spoken. Die bestaan alleen in sprookjes.’

            ‘Rotterdam is een sprookje.’ Oma Broere bladerde verder. ‘Hier heb je hem nog een keer. Toen woonde ik nog samen met je opa in de Schoonderloostraat.’

            Op de foto stonden ze voor een smal huis met een laag ijzeren hek. Ook hier was achter een van de ramen een onscherpe schaduw te zien, maar ik was vooral nieuwsgierig naar die norse man naast mijn oma, die in zijn nette pak scherp afstak tegen haar fleurige blouse.

            ‘Waarom zijn opa en jij eigenlijk gescheiden?’ vroeg ik. ‘Dat heb je me nooit verteld.’

            Oma Broere wapperde de rook geërgerd naar buiten. ‘Een huwelijk is als een luchtballon, met teveel ballast aan boord kun je niet vliegen. Dat heeft de ridder me geleerd. Hij zit boordevol goede adviezen. Dat krijg je als je alles al eens hebt gezien. De ridder heeft overal antwoord op.’

            Ik vroeg me af of de ridder – als hij al bestond – me zou kunnen vertellen waarom mijn moeder liever weg was dan thuis bleef en of ze net zo vaak aan mijn vader dacht als ik en waarom we na de begrafenis nooit meer over hem hadden gesproken en hoe ik ervoor zou kunnen zorgen dat ze vaker thuis bleef en oma’s sigaren niet langer vond stinken.

‘Waar is de ridder nu?’ vroeg ik. ‘Woont hij nog steeds in de Schoonderloostraat?’

            Oma Broere schudde haar hoofd. ‘Ik heb hem voor het laatst gezien nadat ik je opa dumpte. Daarna zijn de ridder en ik elkaar uit het oog verloren. Maar hij moet nog ergens in de stad zijn. De ridder kan Rotterdam niet verlaten. We zouden hem kunnen zoeken.’ Ze nam me onderzoekend op. ‘Als je durft tenminste.’

            ‘Ik durf alles,’ loog ik.

            ‘Zo mag ik het horen. Voor we op pad gaan moet je nog wel iets doen, want de ridder laat zich alleen zien als je in hem gelooft.’

            Ze gaf me het album aan en ik tuurde naar de schaduw tot ik bijna met mijn neus tegen de foto zat, en toen zag ik het: er stond inderdaad iemand achter het raam. Iemand met een gezicht, een nek, twee armen – en een zwaard.

VersBeton-De-ridder-van-Rotterdam-3360-1880

Lees meer

#2 – De Ridder van Rotterdam

Tweede deel van het feuilleton van Daphne Huisden: de karakters gaan op onderzoek uit.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Daphne-Huisden

Daphne Huisden

Daphne Huisden (1988) debuteerde eind 2010 bij Uitgeverij Prometheus met de roman Alles is altijd fictie. In 2013 verscheen haar tweede boek Dit blijft tussen ons, genomineerd voor de Halewijnprijs in datzelfde jaar. Daarnaast publiceerde ze verschillende stukken en korte verhalen, o.a. in literair tijdschrift Das MagazinTirade en het Rotterdam-katern van NRC Handelsblad. Momenteel werkt ze aan haar derde roman, Charlatans, die binnenkort verschijnt.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties