Voor de harddenkende Rotterdammer

De avond dat Christine Bosch (1983) voor het eerst optrad als Eelkje Christine, in de Poetsclub, de maandelijkse dichtersbijeenkomst in de kroeg De Schouw, kende ik haar alleen nog als de betrokken boekverkoopster met een grote passie voor literatuur. Dat ze kon schrijven, vermoedde ik al, want ik vond de blogs voor haar boekhandel altijd al leuk: diepgaand, grondig, met slimme grapjes en originele observaties. Normaal gesproken komt ze rustig over, met zachte stem en is ze heel bescheiden. Maar ze stapte zelfverzekerd naar voren toen ze als bijna allerlaatste aangekondigd werd en droeg vanuit haar hart voor. Ze deelde kwetsbare, fragiele taal of schudde de luisteraar soms even door elkaar door heel directe en rauwe beelden te schetsen. Daar stond niet dezelfde persoon als de boekverkoper achter de toonbank, hier stond een artiest.

Christine_VersBeton_kjazbec-5s
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Je vertelde dat je lang twijfelde over optreden bij de Poetsclub omdat mensen je kennen als Christine van Bosch&deJong. Waarom?

“Als boekhandelaar ben ik degene die andere boeken aanprijst, ik schep bepaalde verwachtingen en vertegenwoordig een soort literaire standaard. Het is best kwetsbaar om dan ineens jezelf naar voren te schuiven. Maar aan de andere kant dacht ik: veel strenger dan ik zelf ben, zullen anderen niet snel voor me zijn.

Optreden op zich heb ik altijd heerlijk gevonden, toen ik vroeger in een bandje zong. Er zit magie in dat contact tussen het publiek en jou. Wel kan ik nog veel beter worden als performer denk ik, dat vind ik ook een mooi onderdeel van dichter zijn.

Als ik nu dichters zie optreden luister ik niet alleen naar hun tekst, maar kijk ook hoe ze die brengen. Heel inspirerend. Radna Fabias, Moya de Feijter en Vicky Franken vond ik bijvoorbeeld echt fantastisch op het podium tijdens de Nacht van de Poëzie.”

Even over het begin: hoe kwam je erop om in de Fenix Food Factory je boekwinkel te beginnen?

“Mijn lief Folco en ik deelden altijd al de liefde voor boeken. We wilden al sinds we samen zijn een boekhandel beginnen, dat leek ons ultieme romantiek. En we konden trouwens ook geen ander beroep verzinnen. We startten in 2008 samen met boekhandel De Balustrade in West. Dat was zowel romantisch als dramatisch, want we hadden een prachtige winkel met hele lieve klanten, maar niet genoeg omzet om van rond te komen.

Sinds die winkel sloot, in 2011, zijn we altijd om ons heen blijven kijken op zoek naar een nieuwe plek. Toen de Fenix open ging voelden we ons er gelijk thuis, zo’n goeie eigenwijze sfeer daar. We vroegen of we erbij mochten komen en dat kon. Sinds 2015 zit onze winkel daar dus tussen alle ambachtelijke ondernemers. Heerlijk eten en goeie drank, de perfecte omgeving voor een boekhandel, toch?

Er komen geweldige mensen over de vloer, en we verkopen echt van alles, van kinderboeken tot poëzie. We noemden het lekker ambachtelijk naar onszelf, Bosch&deJong boekverkopers.”

Zie je overeenkomsten tussen ondernemen met een eigen zaak en dichter zijn?

“Voor beide vakken moet je heel veel willen lezen, en niet te veel van geld houden, haha. Ik vind het verder fijn om twee uitersten op te zoeken: als ik schrijf mag ik me terugtrekken in mijn hoofd, terwijl je als boekverkoper juist zoveel mogelijk contact moet maken. Tegelijkertijd is het voor het dichterschap goed om veel mensen te spreken. En kun je je als boekverkoper soms weer heel geconcentreerd richten op één fijn gesprek met een klant, of het inrichten van een tafel.”

Hoe belangrijk is schrijven voor jou geworden?

“Op dit moment herstel ik nog van een depressie. Het is fijn om deze manier van uiten te hebben, en een beetje structuur daarbij, zonder al te veel druk. Toch denk ik niet dat wat je voor jezelf op papier zet om door een depressie of burnout te komen, altijd interessante literatuur wordt. Juist niet, zou ik zelfs zeggen. Maar tussen de regels door of in het beeld dat je oproept, kan wel allerlei bijzonders zitten.

Schrijven kan nu belangrijk voor me zijn omdat ik niet meer zo keihard oordeel over alles wat op papier komt. Daardoor kun je meer meuk naar boven laten komen, gewoon op een rijtje zetten wat je hoofd voor taal kwijt moet. Of niet alleen je hoofd zelfs, maar je hele lichaam.

Als je de censuur uitzet dan komen er de meest echte dingen boven. En dan kan je er later wel met een redactionele blik naar kijken. Ik denk dat verwondering een goede grondhouding is daarbij, die niet alleen werkt voor poëzie.”

Heeft het literaire netwerk dat je door de boekhandel opbouwde je geholpen?

“Het is een luxe om allerlei mensen te kennen. Misschien dat ik daardoor makkelijker op een podium ga staan, omdat ik weet waar ik pas en wat er verwacht wordt. Maar ik hoop dat wanneer ik geprogrammeerd word, dat is omdat ze mijn gedichten of performance goed vinden en niet omdat ze me kennen. Volgens mij zijn Rotterdamse programmeurs daar nuchter genoeg in hoor; je moet wel wat kunnen! In die zin houd ik de boekverkoper een klein beetje gescheiden van de dichter. Als er een bundel van me uitkomt, wat ik hoop, zou ik het best gênant vinden die zelf te verkopen… Of misschien wel heel leuk. We’ll see.”

Christine_VersBeton_kjazbec-1s
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Ben je trots op je eigen werk?

“Van veel gedichten ben ik bang dat ik ze nu, als naïeve beginneling, hartstikke goed vind, maar dat ik ze over een paar jaar niet meer goed genoeg vind… Ik weet eigenlijk niet of ik al op die manier trots durf te zijn op mijn gedichten, of ik er al zo achter durf te staan…

Aan de andere kant, als ik bijvoorbeeld een gedicht als Mijn stad groeit, mijn stad verdwijnt, nalees, ben ik er wel trots op dat die woorden van mij zijn. Ik schreef dat eerst als proza. Maar het klopte niet, tot ik me realiseerde dat het een gedicht was. Dat het al die tijd al een gedicht was geweest. Dat is gaaf, toch?”

Hoe vind je de voedingsbodem voor jonge schrijvers in Rotterdam?

“Oh, er zijn zulke goeie schrijfopleidingen in Rotterdam! Voor mijn proza heb ik heel veel gehad aan een paar workshops en een schrijfgroep bij The Writer’s Guide to the Galaxy van Silvana Sodde. Nu ik mijn poëzie wil ontwikkelen heb ik heel veel aan de Poetry Academy. Juist toen ik nog worstelde met wat voor genre me goed lag, had ik heel veel aan Silvana, omdat je daar alle ruimte krijgt om te spelen. Ze heeft echt een bijzondere plek gecreëerd aan de Gouvernestraat. Ik vind het ook leuk dat je daar elke maand terecht kunt bij de Night Shift, voor nachtschrijvers zoals ik. En ze weet de beste schrijvers te strikken voor gastworkshops. Bij mij ging het echt kriebelen toen ik een performance bij Babs Gons deed, bijvoorbeeld. Maar nu ik vooral poëzie schrijf is de Poetry Academy echt een luxe!”

Christine_VersBeton_kjazbec-2s
Beeld door: beeld: Katarina Jazbec

Laatst schreef je dat je het zonde vindt dat er geen Poetry Slam-wedstrijd meer bestaat in Rotterdam. Welke wensen heb je nog voor literair Rotterdam?

“Eigenlijk vind ik Poetry Slam best intimiderend, omdat het een confrontatie is met je spontane welbespraaktheid. Maar het is ook gewoon zo enorm cool. Ik voel me misschien meer thuis op zo’n open podium zonder grote druk. Aan de andere kant lijkt het me gaaf om mezelf uit te dagen meer los te komen, wat minder perfect proberen te schrijven. Ik heb begrepen dat er wel mensen mee bezig zijn om dit terug te brengen. Dan ben ik de eerste in de rij.”

Benieuwd naar een gedicht van Christine Bosch?

Kijk de IGTV video op Instagram

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

28417696_10156152592074320_1867643664_o (1)

Mirthe Smeets

Mirthe is neerlandica, journalist en redacteur. Ze houdt van de dynamiek van Rotterdam en legt zich graag toe op de culturele verslaglegging. Ze neemt je mee door de stad en toont haar ontdekkingen op het gebied van kunst, poëzie, literatuur, en mooie plekken.

Profiel-pagina
profile photo-katarina jazbec

Katarina Jazbec

Katarina Jazbec (1991) is een documentaire fotograaf en beeldend kunstenaar. In haar projecten behandelt ze vragen over ethiek, vrijheid, werk, sociale ongelijkheid en ziekte. Ze is in 2017 met een master afgestudeerd aan St. Joost in Breda met een film over het lezen van literaire fictie met een groep Belgische gevangenen, als onderdeel van een langdurige verkenning naar politieke mogelijkheden voor een nieuwe manier van dialoogvoering.

Profiel-pagina
Nog geen reacties