Voor de harddenkende Rotterdammer

1. Van Perron Nul Tot Nu

in Museum Rotterdam (tot 21 april 2019)

Vliegtuig met Banier, ca 1992
Beeld door: beeld: Robert Vos

“JUNKS ZIJN OOK MENSEN!” Deze woorden vlogen in juni 1992 achter een vliegtuigje in de lucht boven Rotterdam. Het was een steunbetuiging aan de bezoekers van Perron Nul, een met hekken afgezette plek naast het Centraal Station die tussen 1987 en 1994 zorgverlening bood aan drugsverslaafden. De dag ervoor vlogen er namelijk andere woorden in de lucht: “MARINIERS BEDANKT”, naar aanleiding van de poging van 100 mariniers om Perron Nul met de grond gelijk te maken.

Museum Rotterdam biedt een kijkje in de geschiedenis van deze bijzondere opvangplaats. Museumdirecteur Paul van der Laar: “Rotterdam is namelijk meer dan het trotse verhaal.”

De tentoonstellingsruimte is klein, maar het verhaal is ontstellend groot. Het gaat over een vernietigende drugs die zich in de jaren zeventig verspreidde over het land en vele mensen tot slaaf maakten. Over hoe Rotterdam eind jaren tachtig haar aanpak van heroïneverslaafden veranderde van criminalisering naar humanisering. En het gaat over de mensen die deze verandering in gang zetten, onder wie Dominee Visser en Nico Adriaans.

Dominee Hans Visser – inmiddels met pensioen –  is bekend van zijn Pauluskerk die recent is toegevoegd aan de collectie van het Echt Rotterdams Erfgoed. In het teken daarvan is deze tentoonstelling opgezet. Nico Adriaans is minder bekend, oprichter van de Junkiebond en naamgever aan de stichting die tegenwoordig zorgt voor drugsverslaafden in Rotterdam. Adriaans was zelf een verslaafde. Samen met Dominee Visser initieerde hij Perron Nul. Adriaans overleed aan aids in 1995.

Video’s, foto’s, krantenknipsels en andere objecten vertellen hoe Rotterdam uiteindelijk de gebruiker als patiënt begint te zien. Zo staat in een nisje een koffer met danoontje-achtige cupjes gevuld met methadon. De namen van de gebruikers zijn te lezen op de bovenkant.

Perron Nul sloot in 1994. Waar het eerst een veilige plek bood aan verslaafden en de problemen in de stad wegnam, trok het al snel duizenden gebruikers van buiten Rotterdam aan die voor grote overlast zorgden. Na de sluiting waaierden de verslaafden zich uit over de stad.

Ondanks bezuinigingen, levert Rotterdam nog steeds een brede hulpverlening, van dagbehandelingen tot methadonverstrekking. Perron Nul stond aan het begin hiervan. Vergeet Scrooge en Tiny Tim, dit is het betere kerstverhaal.

2. Vintage Fotografie van Cas Oorthuys

in het Nederlands Fotomuseum (tot 13 jan)

CAS-66694-6_BAF
Stoomsleepboot ‘Europa’ in de haven van Rotterdam (1954) Beeld door: beeld: Cas Oorthuys / Nederlands Fotomuseum

Grote kans dat je deze tentoonstelling al gezien hebt. Maar zo niet: ga!

Cas Oorthuys fotografeerde vanaf de jaren ’30 tot zijn dood in 1975. Zijn leven stond in het teken van fotografie. Zijn vrouw Lydia archiveerde de foto’s en onderhield de contacten met opdrachtgevers. Zijn archief is bijzonder gestructureerd voor een analoge verzameling. Het herbergt 442 contactalbums waarmee hij snel zijn opdrachtgevers van geschikt beeld kon voorzien. Het Fotomuseum mag zichzelf de trotse eigenaar noemen van deze collectie.

Oorthuys’ oorlogsfoto’s maakten hem beroemd. Hij fotografeerde stiekem het oorlogs bestaan voor het verzet. Zijn Tweede Wereldoorlog-beelden zijn adembenemend. Oorthuys schoot vaak vanuit de heup, snel opdat de Duitsers hem niet betrapten. De Hongerwinterfoto’s treffen je recht in het hart.

Na de oorlog fotografeerde hij de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd, gepubliceerd in Een Staat in wording (1947).  Nadien verlegde hij zijn focus van fotografie als politiek wapen naar human interest. Zijn iconische foto’s van naoorlogs Rotterdam pasten perfect bij de wederopbouwidentiteit van de stad. Oorthuys’ fotoboek Rotterdam dynamische stad uit 1959 toont de kunst van staal.

De tentoonstelling is overweldigend mooi. Oorthuys is de koning van het vierkant en zijn zwart-wit is eindeloos. Samen met zijn scherp gevoel voor licht en compositie, brengen de foto’s een ongekende diepte teweeg. Ook al heb je zijn beelden vast eerder gezien, de wijze waarop het Fotomuseum ze bij elkaar heeft gebracht werkt verpletterend.

3. La Guerra. Kunstenaar in Oorlogstijd

in Verhalenhuis Belvédère (tot 3 feb 2019; gesloten 24 dec-3 jan)

a6z-_8820
Dolf Henkes Beeld door: beeld: Verhalenhuis Belvédère

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Katendrecht ‘Für Wehrmacht verboten’ verklaard uit angst voor opiumverslaving en geslachtsziekten onder de Duitse soldaten. Uit het oog van de bezetter werd het schiereiland al snel een feestoord en tegelijk een schuilplaats voor Joodse Rotterdammers.

Zo kwamen de kunstenaar Wally Elenbaas en zijn Joodse vrouw Esther Hartog terecht op de Rechthuislaan 1b, nu onderdeel van het Verhalenhuis Belvédère. De Katendrechtse schilder Dolf Henkes vond het koppel in 1942 voor een huis waar een brandbom op was gevallen en bracht ze in veiligheid.

De tentoonstelling vertelt over hoe de oorlog zijn sporen achterliet in hun kunst en levens. De titel verwijst naar Henkes’ naoorlogse expositie in Mexico (La Guerra), waar hij het verwoeste Rotterdam toonde op tekeningen en schilderijen.

Vooral Henkes’ werk van de havenverwoestingen uit september 1944 zijn nietsontziend. De begeleidende foto’s van het platgeslagen Katendrecht en de brieven van Henkes verdiepen de beeltenissen van krom-geslagen, zwartgeblakerd staal.  

De oorlog veranderde zijn kunst. In een brief van net na de bevrijding schrijft Henkes: “Mijn werk is zoo geheel anders. Soms voel ik nog de bombardementen of het opblazen der haven. Het gevolg daarvan is alleen nog maar te schilderen en toch was de verlossing alleen anders dan we denken: altijd moet ik opnieuw beginnen. Het is bodemloos, maar groot.”

Een lijn naar het heden wordt getrokken via het indringende werk van twee Rotterdamse kunstenaars die uit een oorlogsgebied vluchtten: Mosab Anzo (Syrië) en Juan Heinsohn Huala (Chili). Kunst als traumaverwerking in Rotterdam.

De combinatie van kunst, brieven, foto’s, voorwerpen, en interviews waarmee de verhalen worden verteld is een tour de force. Een op het eerste gezicht ludiek detail zijn de verkoolde speculaasjes die een vriend van Henkes vijftien jaar na de oorlog vond in een dichtgeschroeid trommeltje. Je beseft hoezeer bommen de tijd kunnen stilleggen. Dat is het mooie aan deze tentoonstelling: verhalen die door de tijd heen klieven.

En deze kun je overslaan: Boijmans in de Oorlog

Deze tentoonstelling biedt het grotere plaatje van het voorgaande verhaal. Althans dat probeert het museum. Na het afgerond onderzoek naar de herkomst van de collectie (roofkunst of niet?) en een nieuwe biografie over de controversiële – want nazi-sympatiserende– museumdirecteur Dirk Hannema is  deze tentoonstelling gemaakt. Het blijft echter onduidelijk waar hij over gaat.

De ruimtes tonen een wirwar van kunst, objecten en kunstenaars, en de thema’s per ruimte lijken willekeurig. Enige chronologie bestaat en het materiaal is op zichzelf interessant. Maar telkens rijst de vraag: wat is de relevantie van dit object voor de herkomstkwestie en de positie van Hannema?

Op het laatst wordt weliswaar aangestipt dat Hannema controversieel was door zijn ‘grote affiniteit met het nationaalsocialisme’ en zijn ‘benoeming door Mussert tot Gevolmachtigde voor het Museumwezen’. Maar gelijk daarna wordt gesteld dat hij deze titel gebruikte om zich in te zetten voor Joden en andere vervolgden uit het kunstcircuit. Eind goed, al goed dus?

Niet dat ik Hannema wil veroordelen (goed/fout), maar als bezoeker wil ik kunnen oordelen: een verhaal opmaken op basis van een duidelijke selectie van bronnen en objecten. Nu krijg ik slechts een paar regels te lezen aan het einde van de tentoonstelling.

Het eigenaardige is dat er wel een losse ruimte bestaat waar er wordt ingegaan op het herkomstonderzoek.  Als je na de zaal met een 1940-bom het hoekje omgaat, langs de brandweerslang linksaf slaat, dan kom je in een slecht belichte ruimte met lage plafonds die verhaalt over roofkunstkwesties. Helemaal achterin, bij de nooddeuren, zijn interviews te beluisteren met oorlogskunstenaars en oud-museummedewerkers, gemaakt door het Verhalenhuis.

Mijn advies: bezoek liever het Verhalenhuis.

Vanuit je luie stoel

PS: Mocht je snakken naar geschiedenis die verder reikt dan de oorlog maar wil je niet uit je luie stoel komen, dan tip ik je de collectie van Atlas van Stolk. De Atlas – een oud woord voor verzameling – omvat ongeveer een kwart miljoen beelden op prenten, affiches, foto’s en tekeningen, van de zestiende eeuw tot het heden. Een groot deel is inmiddels gedigitaliseerd. Het is de enige atlas die altijd is bijgehouden en nog steeds wordt uitgebreid. De grondlegger van de verzameling is Abraham van Stolk (1814-1896), een Rotterdamse houthandelaar met een fascinatie voor vaderlandse geschiedenis. De collectie is in bruikleen gegeven aan de Gemeente Rotterdam, maar kent helaas geen vaste expositieruimte. Wat jammer is, want de Atlas is dé beeldcollectie van de Nederlandse geschiedenis.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde aan de Erasmus Universiteit en is nu verbonden aan de Universiteit van Oxford. Al 15 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500