voor de harddenkende Rotterdammer
OKO_overlevenopzuid

Is Rotterdam-Zuid echt zo anders? In ieder geval is Theater Zuidplein anders dan het Luxor of de Schouwburg. Theater Zuidplein wil een ‘theater voor écht iedereen’ zijn: een podium voor een afspiegeling van de samenleving. En dat lukt. Het publiek is minder wit en minder elitair dan bij andere theaters. Ook het assortiment bij de bar beantwoordt aan de smaak van Rotterdam-Zuid met de combideal: blikje Fernandes en zakje cassavechips €4,-.

Deze zondag staat Theater Zuidplein in het teken van ‘Overleven op Zuid’, een ‘laagdrempelig evenement’ dat taboes bespreekbaar wil maken, samen met de bewoners. Initiatief en concept komen van de Rotterdamse storyteller Archell Thompson. Hij wil motiveren en verbinden: “Toen ik nog klein was, was er geen plek waar ik rolmodellen kon horen spreken en dat is nog steeds hetzelfde. Ik wil deze rolmodellen naar het theater brengen, zodat zowel de jeugd als hun ouders geïnspireerd kunnen raken.” Thompson groeide op in Curaçao, en werd bekend met zijn theatervoorstelling De naakte Antilliaan, over schaamte en taboes.

Langzaam druppelen de toeschouwers de Grote Zaal binnen. Snoop Dogg klinkt door de speakers. Iedereen houdt z’n jas aan, daarom was de garderobe dus zo leeg. Veel bontkraagcapuchons. Er heerst een opgewonden stemming. Ik vraag me af, is overleven op Zuid zo anders dan in de rest van Rotterdam? Ik kom uit Rotterdam West, dus ik ben hier een vreemde eend in de bijt. Ik ben sowieso een van de weinige witte bezoekers.

Het programma begint met een filmpje waarin ondernemers op Zuid worden geïnterviewd. Het publiek van Theater Zuidplein laat zich direct van zijn meest interactieve kant zien. De eigenaar van Koemar Shipping komt als eerste in beeld. Wat vindt hij het mooiste aan ondernemen op Zuid? “Ik voel me gezellig hier!” Het groepje Marokkaanse jongens naast mij barst in lachen uit. Elders in de zaal wordt geroepen. Een andere ondernemer op de film: “Zuid is gewoon een mooie goeie buurt.” Algehele hilariteit onder het publiek.

De presentatie van het evenement is in handen van Edson da Graça, een stand-up comedian met Kaapverdische roots: “Is hier ook iemand uit Rotterdam-Noord?!” Ik steek voorzichtig mijn hand op. “Er is één meneer uit Rotterdam-Noord! Hij schaamt zich er niet voor! Geef hem een applaus!” De presentator zweept de aanwezigen verder op: “Je zou bijna vergeten dat mensen in Rotterdam-Zuid er mogen zijn! Dat je op Zuid ook iets van je leven kan maken!” Gejoel in de zaal. (Hierna geeft Da Graça toe dat hij zelf in Amsterdam woont, wat tot enige verwarring en discussie leidt in het publiek.) Een panel van deskundigen uit Rotterdam-Zuid neemt vervolgens achteraan het podium plaats. Aan tafel schuiven de ‘gastsprekers’ voor het eerste discussiethema aan.

Het eerste ‘taboe’-onderwerp, het thema ‘vaders’, brengt direct veel consternatie teweeg. Is de rol van een vader belangrijk? Er volgt gelijk commentaar uit de zaal. Zijn er dingen die je alleen van je vader kunt leren? Een van de tafelgasten heeft geen contact met haar biologische vader, maar een goede band met haar stiefvader: “Je hebt toch een rolmodel nodig. Daarom is mijn bonuspapa belangrijk.” Cabaretier Murth Mossel, kinderloos, beschouwt zich als uitzondering: “Ik ben Surinamer. Ik ben hetero, single en ik heb geen kids. Eigenlijk ben ik een fabel. Ik besta alleen op papier. Maar ik lig al een tijdje in de bosjes te loeren.”

Da Graça: “Ik vond mijn vaderrol eerst moeilijk. De eerste maanden had ik niets met mijn dochter. Ze lag alleen maar slapen. Ik dacht: doe iets. Doe een salto ofzo.” Mossel: “Ik denk dat dat bij de meeste niet-witte culturen is. De moeders zijn sowieso sterker. De moeders bepalen. Mijn vader was er niet. Ik heb heel veel geleerd van mijn ooms.” Instemmende geluiden in de zaal. “M’n moeder heeft gewoon sommige dingen gedaan omdat ze het moest doen.” Vanuit het publiek wordt “Amen! Amen!” geroepen.

Da Graça: “Is dit niet iets typisch voor donkere mensen…?” “Ja!”, klinkt in de zaal. Mossel: “Wij komen voort uit het slavernijverleden. De mannen waren fokstieren. De vrouwen waren op elkaar aangewezen. Ze zorgden samen voor de kinderen. Die zelfstandigheid is gebleven.” Stelletjes in het publiek discussiëren hier onderling over. De jongens naast me luisteren ademloos naar de verhalen over vaderlijke rolmodellen. Thompson: “Het moet niet zijn ‘ik betaal alimentatie dus laat me met rust’. Je hoeft je schuldgevoel niet af te kopen met dure cadeaus. Je kan én macho zijn én kwetsbaar.”

Er volgen nog twee andere taboe-onderwerpen, namelijk ‘armoede’ en ‘prestatiedruk’. Bij het thema armoede stelt de presentator de traditionele schraperige Hollandse verjaardag als voorbeeld: “Je weet wel, die Hollandse mensen en hun verjaardag in een kring met een blokje kaas. En dan is de kaas op. En dan gaan ze naar huis. Maar ze gaan wel op vakantie naar Torremolinos. Als je niet zo opschept, hou je geld over.” Volgens tafelgast Jandino Asporaat, bekend artiest van Antilliaanse afkomst, moeten consumenten geld uitgeven in eigen kring: “Je gaat iets bouwen in je eigen gemeenschap. De witte gemeenschap doet het, de Joodse gemeenschap doet het, en de Chinese gemeenschap helemaal. De Chinezen geven je niks. Sorry, ik ga geen onderscheid maken, maar de keuze om arm te blijven wordt vaak onbewust gemaakt. We doen niks anders dan andere culturen rijk maken. En daarom zijn we arm.”

‘Overleven op Zuid’ staat er voortdurend groot achter de sprekers geprojecteerd. Ik heb deze middag veel gehoord en geleerd over overleven. Maar ik vraag me af: zijn de genoemde problemen typisch voor Zuid? Gaat het niet vooral over issues binnen de zwarte gemeenschap? Of hebben deze kwesties een universele reikwijdte?

Na afloop vraag ik aan Lys, die in de Beverwaard woont, wat zij de grootste uitdaging van Zuid vindt. “Meer samenkomen, zoals hier. Dat gebeurt te weinig. Maar als we samenkomen vind ik het wel altijd gezellig.” Herkende Lys de diversiteit van Zuid  in het publiek? “Jawel, maar ik heb ook veel mensen gezien uit mijn eigen Antilliaanse achtergrond”. Ik vertel dat ik – als witte man – veel kwesties wel heel erg vanuit ‘Antilliaans perspectief’ benaderd vond. Lys: “Dat vond ik dus ook. Maar ik vind het juist tof dat dit soort mensen ook een plek hebben om te praten. En het is goed als de … euh … witte cultuur, zeg maar, meer in gesprek gaat met andere culturen. Daarin is deze middag volgens mij geslaagd.”

Over deze rubriek

Steeds vaker klinkt de zorg dat verschillende groepen in de stad zich opsluiten in ‘parallelle samenlevingen’, dat er ‘kloven’ tussen groepen in de samenleving ontstaan. Is Rotterdam aan het segregeren of hoort dat bij de grote stad? Waar ontmoeten verschillende groepen elkaar nog, en waar verschuilen ze zich? In Ons Kent Ons gaan Ferrie Weeda en Tara Lewis op bezoek bij verschillende Rotterdamse bubbels. Soms met, en soms zonder een glas, eh, bubbels.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties