voor de harddenkende Rotterdammer
Illustratie-Vers-Beton-Kamerplanten-dpi1200-edit-v2
Beeld door: beeld: Lisa van Vliet

“A.. allo?” Haar stem kraakt twijfelachtig door de luidspreker. “Ja.. ja.” De deur zoemt open.

Hoewel ze perfect weet hoe de parlofoon te gebruiken, doet ze het met een aan afkeer grenzende onzekerheid. Net zo blijft haar gsm meestal eenzaam in zijn lader staan, met de namen van haar dochters veilig achter de grote knoppen geïnstalleerd. Wanneer oma er het hare van denkt, hoort of ziet ze niets.

Sinds ze haar intrek heeft genomen in de seniorenflat gaat het met haar beter dan ooit. De val die aan de beslissing vooraf ging, is lang verleden tijd. Voor het eerst in twintig jaar vierde oma vorig jaar weer oudejaarsavond. Niet met haar nageslacht maar met leeftijdsgenoten. Wij praten toch alleen maar over dingen waar zij niets van begrijpt en haar gehoorapparaat heeft ze meestal uit staan.

Telkens wanneer ik haar opzoek in haar zogenaamde studentenkamer, lacht ze me vrolijk toe. Meestal staat ze in een nette jurk in de deuropening, want ze gaat later beslist nog koffie drinken met haar vriendinnen. Haar deur is te herkennen aan het enige groen dat de witte gang van de moderne flat opfleurt. Vier grote wit-goud geglazuurde emmers met daarin gigantische sanseveria’s, wel veertig vrouwentongen per pot.

Ik herinner me nog goed hoe ik haar er anderhalf jaar geleden voor het eerst opzocht, bang voor de confrontatie met trieste heimwee naar de grond waar ze haar hele leven heeft doorgebracht – bij haar ouders, toen naast haar ouders, met haar man, en daarna alleen, zij aan zij met haar gekke zus – bang dat ze haar tuin te veel zou missen, het gras dat ze zelf nog maaide, de bloemen die er bloeiden, het zonnige terras, het plekje uit de wind waar nooit een spatje vuil tussen de voegen van de tegels zat en waar we haar in de zomer konden vinden met een kruiswoordraadsel op schoot. Maar mijn overenthousiasme om een teleurgestelde seniorenblik bij voorbaat te compenseren was nergens voor nodig. Oma is blij dat ze zich nu nooit meer zorgen hoeft te maken over de kachel die stuk gaat of een dakpan die van het dak af waait. Dat ze nooit meer in de kou naar het toilet hoeft of over die gevaarlijke badrand moet stappen. En haar buren zijn die en die en die. Ik knikte glimlachend, tijdens dat eerste bezoekje daar, en at als vanouds heerlijk zoete vlaaien, vond een blikje cola in de koelkast en mocht een Cornetto uit de vriezer halen.

Ook vandaag lacht ze me toe vanuit de deuropening en ik volg haar traag naar binnen. Het is al kamerplanten wat de klok slaat en dat is precies waarom ik hier ben: haar mooiste hobby, eentje die ze met hart en ziel beoefent. Mijn zus stuurt zelfs trieste orchideeën op retraite bij oma, waarna ze vol in de knoppen terug naar huis keren. Ik mocht stekjes komen halen.

Na anderhalf uur en een buik vol zoets – het moet wel hét cliché zijn dat hoort bij bezoekjes aan oma’s – kijk ik in de achteruitkijkspiegel naar de potten die vastgegespt op de achterbank staan. Een sanseveria, een vetplant met mooie, ronde bladeren, een plant waar rode bloempjes op zullen komen en enkele cactussen staan vrolijk te wiebelen op de achterbank. Ik neem mijn bochten voorzichtiger dan ooit.

Terwijl ik de stad uit rijd, kom ik langs een ander project seniorenflats, waar ik tot een jaar geleden op bezoek ging bij mijn oma langs vaders kant, mijn doopmeter. Zij die nieuwe snufjes wél omarmde, me mailtjes en sms’jes stuurde en op Facebook zat. Zij was eveneens ontzettend blij met haar knusse luxeappartement, waar ze met haar rollator door brede gangen kon struinen tot in het restaurant, de bibliotheek, en op bezoek ging bij haar huisgenoten, naar een vriendin die ze al van de kleuterklas kende, haast vijfentachtig jaar geleden. Ze had er graag nog enkele jaren haar immense familie op bezoek gehad, maar dat liep anders. Ze zou deze week negentig zijn geworden.

Het is nu iets meer dan een jaar geleden dat ik drie gemiste oproepen opmerkte, net toen ik naar werk wilde vertrekken. Ik belde mijn vader terug terwijl ik uit het raam een blik wierp op de eeuwig bewegende Nieuwe Binnenweg. Ik wist al wat hij zeggen zou en ik bleef triest voor me uit staren terwijl ik zijn stem hoorde haperen in mijn oor. Vele levens veranderden die dag, maar op de Nieuwe Binnenweg veranderde helemaal niets.

De laatste keer dat ik mijn meter zag, had ik mezelf ook voorgehouden dat het de laatste keer zou zijn. Ze schuifelde niet meer op haar brede voeten, haar haar lag niet in de plooi, ze vroeg niet naar mijn schrijven en mijn lief. Ze was verward geweest, praatte over haar ouders en de oorlog, over nachtmerries die haar teisterden en haar zeven kinderen die ze allemaal even graag zag. Naar haar kijken had me tegelijk triest en trots gemaakt. Die oma van mij, ze deed wat ze wilde. Hoe ouder ze werd, hoe eigenwijzer. Dat ze zomaar zou sterven op een ochtend, onaangekondigd, daarvan was ik niet verrast.

Ik kijk naar de stekjes op de achterbank en denk aan het graf van mijn meter, maar dit zijn kamerplanten, die moeten mee naar Rotterdam, die houden het op een kerkhof in november niet lang vol. Dus vervolg ik mijn weg naar de E17 richting Antwerpen, hoef er op zondagavond niet stil te staan voor de Kennedytunnel en rijd niet veel later Nederland in, waar de wegen gladder en de landschappen weidser zijn.

Alle herinneringen en muizenissen verdwijnen wanneer ze in mijn hoofd worden vervangen door indrukken van de Maasboulevard bij valavond. De contouren van de stad, de drie bruggen, de stadsverlichting die glinstert op het water. Hier zijn mijn oma’s nooit geweest en zullen zij ook nooit komen. Het is te ver van hun bed of simpelweg te laat. Hier weet ik geen seniorenflats, geen grafzerken, geen hoeken waarachter jeugdherinneringen loeren. Niemand die kamerplanten opvangt wanneer ze triest zijn, niemand die me volstopt met koekjes, zelfgebakken vlaaien en ijs. Niemand die een koelkast heeft met een onwaarschijnlijke keuze aan frisdrank, vruchtensap en bier, hoewel ze zelf niets van dat alles drinkt. Niemand die een telefoon bij wijze van decoratie onaangeroerd naast de televisie heeft staan.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

20180830_094754_0

Celine Vervaet

Celine Vervaet is een Vlaamse Rotterdammer. Ze studeerde Kunstwetenschappen en Architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Gent, en kwam in 2014 in Rotterdam terecht. Sindsdien heeft de stad haar hart helemaal gestolen. Ze gidst voor UrbanGuides, verkoopt boeken bij Donner en werkt ondertussen aan kortverhalen en haar eerste roman. Ze is lid van The Secret Society of Writing Ninjas.

Profiel-pagina
Tumbnail-Lisa-Vers-Beton-300×300

Lisa van Vliet

Lisa van Vliet is een illustrator die met haar beelden op zoek is naar humor en klein geluk. 
Haar inspiratie uit het stadsleven, haar plantencollectie of bijvoorbeeld een mooie kleur, kunnen via allerlei technieken het plaatje vormen waar ze naar op zoek is.
Profiel-pagina
Nog geen reacties