voor de harddenkende Rotterdammer
Illustratie_TopGame_ArtikelIdentiteitRotterdam_Funzig_HQ

Lees meer

Haven en heipalen: zo kwam die Rotterdamse identiteit tot stand

Hoe is de identiteit van Rotterdam gevormd en door wie?

Ver buiten Nederland weten mensen inmiddels te vertellen over het rauwe, no-nonsense en vooruitstrevende Rotterdam. Hoe dat tot stand kwam, daarover ging het eerste deel van dit tweeluik. Het wederopbouwverhaal bleek allesbepalend voor de Rotterdamse identiteit. Zo legden verschillende historici uit hoe de havenbaronnen, bestuurders en stedenbouwers vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw deze identiteit promootten. Totdat zij in de jaren zeventig stuitten op burgerlijk verzet tegen havenexpansie en stadsvernieuwing. Uit frustratie over de nadruk op het kleinschalige en gezellige Rotterdam, pakten kunstenaars en creatievelingen het wederopbouwverhaal eind jaren zeventig weer op, en gaven vorm aan de identiteit van Rotterdam als wereldstad. Citymarketeers volgden.

“De stad in de etalage zetten,” zo omschrijven citymarketeers hun taak. Het was burgemeester Bram Peper die in 1984 voor het eerst het woord “stadsmarketing” in de mond nam. Het begin van wereldwijde citymarketing is terug te voeren op de jaren zeventig, toen de lage lonenindustrie wegtrok uit Westerse steden. Er heerste een negatief beeld van oude industriële steden: vervuiling, dalende economie en sociale problemen. De postindustriële stad richt zich op recreatie en toerisme en presenteert zich als schoon en vooruitstrevend via citymarketing.

Illustratie_ClubRotterdam_ArtikelIdentiteitIIRotterdam_Funzig_MQ
Beeld door: beeld: Funzig

Amsterdam-letters bij grofvuil

Het archetypische voorbeeld is de succesvolle campagne “I love New York” vanaf 1977, waarmee de commerciële en bestuurlijke elite het dominante beeld van een wegkwijnende “asphalt jungle” probeerde tegen te gaan. De andere kant van de medaille is de “I amsterdam”-campagne. De gemeente heeft deze week de letters die voor het Rijksmuseum stonden bij het grofvuil gezet, vanwege overtoerisme.

In Rotterdam vouwt Rotterdam Make It Happen zich uit. Het is een zogeheten merkalliantie tussen vier basispartners: de Erasmus Universiteit, het Havenbedrijf, de gemeente en Rotterdam Partners. Deze laatste is het officiële citymarketingsbedrijf van Rotterdam.

Jannelieke Aalstein van Rotterdam Partners legt uit: “Onze focus ligt op het versterken van het Rotterdamse DNA en de, door de gemeente, vijf aangewezen economische groeisectoren, zoals Life Sciences & Health (Erasmus MC).”

Waaruit bestaat dit DNA waarmee Rotterdam wordt gebrand? Daarvoor moeten we bij de citymarketeer van de gemeente zijn, Annemieke van Wegen-Delhaas, aangezien de gemeente de Rotterdamse ‘brand-tag’ bewaakt. “Het DNA is tot stand gekomen na een grondige studie vanuit destijds het OntwikkelingsBedrijf Rotterdam (nu dienst Stadsontwikkeling) in 2011 van onderzoeksmateriaal en gesprekken met Rotterdammers en stedelijke partners. Het DNA van de stad wordt samengevat in drie begrippen: rauw, ondernemend, en internationaal.”

Na dit onderzoek schreef de gemeente samen met de EUR en het Havenbedrijf een opdracht uit voor een nieuwe stadsmarketingstrategie. Marketingbureaus Roos&Van de Werk en IN10 won. Zij onderzochten de mentaliteit van Rotterdammers. Een greep uit de onderzoekspopulatie: Aziz Yagoub (Annabel), Leendert van de Vlugt (Van Nelle Fabriek), Rem Koolhaas, Conny Janssen, Erasmus, en Edwin Veekens (Gers).

“Ze hadden een idee. Ze zagen de behoefte. Ze pakten de ruimte. Ze gingen ervoor. En ze maakten het waar. Dat karakteriseert Rotterdam. Die ruimte biedt Rotterdam,” ronkt de conclusie. Deze DNA en mentaliteit werden vervolgens samen ‘verpakt’ in Rotterdam Make It Happen. “Dit is de moderne variant van opgestroopte mouwen, van samen bouwen. De specifieke storytelling kan je door de tijd heen veranderen, het DNA niet,” aldus Aalstein van Rotterdam Partners.

Stadshistoricus Tim Verlaan gelooft niet in het bestaan van een stedelijk DNA. “Eerder onderzoek heeft geprobeerd zulk DNA te verwetenschappelijken, maar kon het niet hardmaken. Het is leuk voor borrelpraat, maar ik denk niet dat we er beleid op moeten afstemmen.” Identiteit blijft een constructie – zoals uit het eerste deel van dit tweeluik over Rotterdamse identiteit blijkt – gevormd door mensen op basis van hun associaties met de stad. Deze veranderen met de tijd mee, stelt hij.

Natte Thee en tassies

En niet alleen stadsmarketeers maar ook wij, de burgers, laten geen kans voorbijgaan om te vertellen hoe trots wij zijn op de stad, hoe anders Rotterdam is. We dragen dat graag uit, met de typisch-Rotterdamse producten die laatste jaren de markt overspoelen.

Nultien Kleding zit sinds 2016 op de Nieuwe Binnenweg en dit jaar verscheen Ben & Jerry’s Gers Bakkie Roffa Ijs. Een nieuwe evenement zag het daglicht: het ‘Natte T Festival’. Organisator is Herco Kruik, – de man achter de Rotterdamse scheurkalender, verschillende boeken over Rotterdam, waaronder het Rotterdamse ABC, en de Bijnamen Wandel- en Tramtours.

Kruik roemt het eigene van de Rotterdamse taal: “Wij wensen elkaar de pleuris, de tyfus en de tering toe, maar alleen omdat je er niet meer aan kan overlijden.” Ketelbinkie Koffie verkoopt naast koffie ‘Natte Thee’ in allerlei smaken. En wie kent niet de linnen tassen: ‘Pleurt ’t in me tassie? Menig Rotterdamse geboorte is gevierd met een versie uit de Nijntje reeks “opse rotjeknors”.

De rasechte Rotterdammer

Naast de commerciële beeldvorming, bestaan er allerlei visies op ‘de rasechte-Rotterdammer’, zoals in de twee Rotterdamse documentaires (Mijn stad is mijn hart en Crème de la Crooswijk) die Nederland dit jaar kreeg voorgeschoteld. Daarin stonden de volkse Crooswijker of de superdiverse Centrumbewoner centraal. Beide documentaires waren wel overtuigd dat de echte Rotterdammer niet de yup was.

Ook de politieke partijen schermden met identiteit, waarbij ze de Nederlandse identiteitskwestie associeerden of dissocieerden met de Rotterdamse identiteit. Zoals Leefbaar Rotterdam en de tekening bij haar ‘weg-met-ons’-debat: van Piet Heijn, die vanaf zijn sokkel in Delfshaven de Nederlandse vlag beschermt tegen ogenschijnlijk antiracistische actievoerders. En Nida pleitte daarentegen juist voor een sterkere collectieve identiteit middels de Rotterdamse vlag.

De Rotterdamse vlag met de leus “Sterker door strijd” is sowieso ongekend populair dit jaar. CDA wil het Rotterdams stadslogo vervangen door het aloude stadswapen. In werkelijkheid is de leus trouwens pas in 1948 toegevoegd door Koningin Wilhelmina.

Ruimte om te bouwen

Naast de gemeente en bedrijven, zijn het dus de burgers, media en politiek die de Rotterdamse identiteit van haven en heipalen inzetten. Maar is dat nu problematisch? Identiteit verbindt. In tijden van globalisering, bureaucratisering en polariserend nationalisme biedt de lokale identiteit geborgenheid en overzicht. Lokale identificatie zien we wereldwijd toenemen.

Uit bijvoorbeeld onderzoek naar Amsterdamse jongeren met een migratieachtergrond blijkt dat zij zich eerder verbonden voelen met de stad, dan met Nederland. De Nederlandse identiteit biedt te weinig ruimte voor hun persoonlijke identiteitsbeleving en achtergrond.

Ook in de Tegenlichtaflevering zie je die verbindende functie van identiteit, wanneer buurtbewoner Souad vertelt: “Rotterdammers staan bekend om hun strijd. Zelfs na het bombardement. Oké, dat heb ik allemaal niet meegemaakt, maar Rotterdam was ooit helemaal plat. En door wie is het opgebouwd? Door Rotterdammers. Wij zijn een voorbeeld voor vele andere steden, waar de diversiteit nog niet geaccepteerd is.”

De Rotterdamse identiteit lijkt in dit voorbeeld simpel en doeltreffend, precies in lijn met de citymarketing. Rotterdam biedt de ruimte om te bouwen, letterlijk maar ook figuurlijk: aan jezelf. Maar de ironie wil dat de citymarketing niet gericht blijkt op de superdiverse Rotterdammer. En daarin schuilt het probleem.

Uitsluitende identiteit

De marketing van producten, toeristenboekjes en berichtgeving over de stad is bedoeld voor een zeer specifieke groep en sluit zodoende een grote groep uit. Socioloog Marguerite van den Berg ziet dit in de dominante stadsmarketingverhalen. “Ten eerste het wederopbouwverhaal dat extra wordt aangezet door stevige witte mannen. Terwijl Rotterdam groot is geworden door tijd, spierkracht, energie, kennis en kunde te trekken uit vrouwen en migranten, net zo goed als uit witte kerels.”

Ten tweede ziet zij dat politici de zachte kant benadrukken, menen dat de stad ‘tieten nodig heeft’, “om een meer vrouwelijke middenklasse- en consumptiestad te worden”, met als doel om hoogopgeleide gezinnen naar de stad te trekken. Stadsgeograaf Cody Hochstenbach erkent dat ook: “Rotterdam – en vele andere steden – is er vrij expliciet in om te zeggen dat ze rijkere mensen wil aantrekken. Dat zien we terug in de Rotterdamwet en de Woonvisie.”

Achter deze uitsluitende identiteit zit de musealisering van de Echte Rotterdammer. Dit is het achterliggende probleem. Waar Amsterdam van de buitenruimte een museum maakt, maakt Rotterdam van de Rotterdammer een museumstuk. We verankeren de mentaliteit van de stad in een DNA dat door het nauwe tijdsgat van de wederopbouw wordt geduwd. Bepaalde geschiedverhalen en vele Rotterdammers worden genegeerd. We weten heus wel dat het verhaal niet compleet is, maar we hebben geen alternatief.

Daarom vertellen we elkaar dat Rotterdammers doeners zijn die graag bouwen in een lege stad. Daarom kopen we graag kaartjes voor een Natte T Festival, en handdoeken en tassen met een Rotterdams à la de tv-serie “Toen was geluk nog heel gewoon”.

Maar Rotterdam kent uiteraard ook denkers. En de stad is niet leeg. Integendeel zelfs. Wij slopen stadsdelen en maken duidelijk dat er niet genoeg ruimte is voor iedereen, zoals in de Tweebosbuurt. Qua Rotterdamse taal is de Natte T toch echt een veel statischer, bijna dode taal vergeleken met de immer vernieuwende straattaal. En trouwens, alsof je met een aardappel in de keel geen Rotterdammer bent.

En zijn we daar niet allen debet aan? Natuurlijk moeten we kritisch zijn wanneer grote economische partijen zich gaan mengen in wat echt Rotterdams is, ondanks de successen die het heeft geboekt. De partners van Rotterdam, van haven tot projectontwikkelaars, hebben immers hun eigen belangen. De musealisereng van de Echte Rotterdammer door burgers, media en politiek verdient echter ook onze kritische blik.

Andere verhalen

Hoe kan het anders? Socioloog Marguerite van den Berg pleit voor meerdere verhalen over de stad en ziet dit al gebeuren bij Museum Rotterdam en het Verhalenhuis Belvedère. Het verhaal van Rotterdam als migratiestad zag zij ook in de marketing van Culturele Hoofdstad 2001, maar is sindsdien naar de kantlijn geschoven. Of misschien moeten we helemaal geen identiteit nastreven? Het sluit per definitie mensen uit. Historicus Paul van der Laar denkt dat de mobiliteit van mensen het uitgangspunt moet zijn in plaats van wie een Rotterdammer is. “We moeten veel minder praten over identiteit en zeker de eenduidige identiteit loslaten. Die was tijdens de Wederopbouw broodnodig, nu niet meer.”

En: als we zo graag vooruitstrevend willen zijn, waarom houden we halsstarrig vast aan een vernauwend verleden? Ik zal zeker de historische waarde van de wederopbouw niet ontkennen, maar pleit ervoor om breder en dieper te kijken. Anders blijven we steken in de havenstad en het bombardement. Juist nu de stad verandert door een terugtrekkende haven, een superdiverse bevolking, en een grote populariteit, lijkt het me de hoogste tijd voor nieuwe verhalen.

Kom naar de talkshow

Op dinsdag 11 december praten we verder over de identiteit van Rotterdam in onze talkshow Vers Beton LIVE in Arminius, met o.a. Malique Mohamud en Tina Rahimy.

Supporters van Vers Beton kunnen gratis een ticket kopen met hun kortingscode. Bekijk het programma en koop hier tickets.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

4

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde in politiek denken aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en op dit moment doet ze onderzoek aan de Universiteit van Oxford. Al 13 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Avatar_Funzig

Funzig

Funzig (1993) is een grafisch illustrator uit Rotterdam. Met een voorliefde voor grafisch vormgeven legt Funzig zijn blik op de wereld vast in zijn werk. Alledaagse situaties probeert Funzig om te zetten naar sfeervolle scene’s waarbij kleur essentieel is voor het geheel.

Profiel-pagina
Nog geen reacties