Voor de harddenkende Rotterdammer

‘Houd je vast, Senna!’

            Ik sloeg mijn armen stevig om haar middel. Oma Broere gaf gas en we raceten over de Binnenweg. Ze had haar scooter gekocht toen ze te veel last van haar heupen kreeg om nog te fietsen. Erop klimmen ging moeizaam, maar als ze eenmaal zat schoot ze als een vuurpijl door de straten. We scheerden langs dubbelgeparkeerde auto’s, reden rakelings langs tram 4 – in volle vaart op weg naar de Schoonderloostraat. Het leek niet meer dan logisch om onze zoektocht naar de ridder van Rotterdam te beginnen op de plek waar oma hem voor het laatst had gezien.

            Tien minuten geleden had ik nog in de klas gewerkt aan een suffe rekenopdracht. Naast Patrick, mijn beste – en misschien wel enige – vriend. Toen mijn vader overleed was hij de enige geweest die niet deed alsof er niets aan de hand was. Patrick kon goed luisteren en daarom kon ik hem alles vertellen.

            ‘Dus je oma gelooft dat er een ridder in de stad woont die overal antwoord op heeft?’ fluisterde hij.

            ‘Een spook van een ridder,’ verbeterde ik zachtjes. ‘En ja. Hij kan de stad niet verlaten, dus hij moet nog ergens zijn.’

            Patrick schudde zijn hoofd en mompelde bewonderend: ‘Je oma is gek. Goed gek.’

            De juf keek geërgerd onze kant op, maar op dat moment was de deur van de klas opengevlogen en was oma buiten adem binnengestoven met een smoes (‘Ze moet naar de tandarts, helemaal vergeten!’). Voor ik de klas uitholde had ik nog een keer omgekeken. Patrick stak grijnzend zijn duim naar me op.  

 

‘We zijn er bijna!’ riep oma terwijl we over de Lage Erfbrug denderden.

            ‘Waarom hebben we zo’n haast?’

            ‘Avonturen laten niet op zich wachten, Senna.’

            We zoefden door de Havenstraat en vlogen toen met een scherpe bocht de Korte Schoonderloostraat in – een heuvel die zo steil was dat ik een kriebel in mijn maag voelde. Bang dat we te pletter zouden slaan kneep ik mijn ogen half dicht, maar op het laatste moment remde oma af en met een schok kwamen we tot stilstand.

            De Schoonderloostraat lag in een vallei. Een straat met aan de ene kant huizen met oranje brievenbussen en aan de andere kant een park dat half verscholen ging achter een met klimop overtrokken hek. Oma Broere wees naar een smal huis met een groene voordeur: het huis van de foto. Het zag er verlaten uit. Op het raam waar de ridder achter had gestaan hing nu een verkoopposter. ‘Bel jij vast aan?’

            Terwijl ze mopperend worstelde met het slot van haar scooter (‘Ik had het moeten oliën.’) liep ik door de betegelde voortuin. Het was donker achter de ramen, er stak een reclamefolder uit de brievenbus en hoewel er niemand thuis leek te zijn had ik het onbehaaglijke gevoel dat iemand me in de gaten hield. Ik ging met mijn vinger naar de deurbel, maar nog voordat ik die kon indrukken hoorde ik een luide stem achter me.

            ‘Wat moet dat?’

            Ik draaide me om en stond tegenover de grootste man die ik ooit had gezien. Alles aan hem was groot: zijn buik, zijn handen, zijn snor, de vierkante bril die op zijn rode neus stond, en zijn oren waar gigantische gehoorapparaten in zaten. Hij leunde dreigend over me heen. ‘Hoor jij niet op school te zitten?’

            Ik vouwde mijn handen op mijn rug en schraapte mijn keel. Ik zou me niet laten intimideren door een reus, niet zo vroeg in ons avontuur. ‘Goedemiddag, meneer. Mijn naam is Senna en ik ben met mijn oma op zoek-’

            ‘Wat zeg je?’ De reus hield een hand achter zijn oorschelp. ‘Ben je je oma aan het zoeken?’

            ‘Nee!’ riep ik. ‘Ik ben mét mijn oma op zoek naar de ridder van Rotterdam! Het spook van de ridder eigenlijk. Want die heeft overal antwoord op – en ik heb een heleboel vragen.’

            ‘Wie niet!’ riep de reus. ‘Maar dat is nog geen reden om-’

            ‘Om geen manieren te hebben,’ zei oma. Ze borg de sleutels van haar scooter op en keek hem streng aan. ‘Dag Ab. Ik zie dat je je nog steeds met alles bemoeit dat op twee benen loopt.’

            Het was even stil. Toen bulderde Ab van het lachen en legde hij zijn grote hand op mijn schouder. Ik bleef met moeite overeind staan. ‘Is dat je oma? Had dat meteen gezegd! Je bent geen haar veranderd, buurvrouw. Maar iemand moet een oogje in het zeil houden.’ Hij tikte tegen zijn neus. ‘Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Er gebeuren wel meer vreemde dingen sinds we dit park hebben gered van de bulldozers. Sommige mensen beweren dat er ‘s nachts vreemde types rondlopen… Kom, ik zal jullie een rondleiding geven.’

 

De-ridder-van-Rotterdam

Lees meer

#1 – De Ridder van Rotterdam

Nieuw op Vers Beton: een fictieverhaal in maandelijkse afleveringen door Daphne Huisden.

         Ab stak de straat over en ging ons voor het park in. Hij leidde ons over een kronkelend klinkerpad, langs een rozen- en kruidentuin, wees ons trots op een vijver met een klaterende waterval en dirigerende ons ten slotte een knusse blokhut in waar hij ons twee dampende bekers thee voorzette. Terwijl oma en hij schreeuwend herinneringen ophaalden, liet ik mijn blik door de blokhut dwalen. Er stonden zakken met aarde en lege bloempotten en vergeelde boeken over planten en bomen. Aan de muur hingen ingelijste artikelen over het park, een kleurrijke plattegrond en een tekening… Ik stootte oma zachtjes aan. Het was een potloodschets van de rozentuin. De rozen stonden in volle bloei, maar dat was niet het opvallendst: achter een grote gieter stak een schild in de aarde. Oma en ik keken elkaar aan. Misschien was de ridder dichterbij dan we dachten.

            ‘Heeft u die tekening gemaakt?’ vroeg ik aan Ab.

            Hij hield zijn hand weer achter zijn oorschelp.

            ‘Die tekening!’ riep ik. ‘Heeft u die tekening-’

            ‘Nee joh!’ Ab liet zijn ruwe vingers zien. ‘Daar heb ik geen talent voor! Nee, die heb ik vorige week gevonden in de kruidentuin. Een heel schetsblok vol!’ Hij kwam overeind en ging door een stapel oude kranten. ‘Waar heb ik dat ding gelaten… ik zou toch zweren dat – ah!’ Ab gaf me een zwart schetsboek aan waar hij een beetje aarde van afveegde. Hij knipoogde. ‘De schat van Schoonderloo!’

            Op het schutblad stond een naam in krullende letters: Maarten. Ik sloeg het schetsboek open, mijn wangen werden warm van opwinding en ik voelde hoe oma me in mijn arm kneep. ‘Kijk eens aan,’ mompelde ze. ‘Het spoor is nog warm.’

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Daphne-Huisden

Daphne Huisden

Daphne Huisden (1988) debuteerde eind 2010 bij Uitgeverij Prometheus met de roman Alles is altijd fictie. In 2013 verscheen haar tweede boek Dit blijft tussen ons, genomineerd voor de Halewijnprijs in datzelfde jaar. Daarnaast publiceerde ze verschillende stukken en korte verhalen, o.a. in literair tijdschrift Das MagazinTirade en het Rotterdam-katern van NRC Handelsblad. Momenteel werkt ze aan haar derde roman, Charlatans, die binnenkort verschijnt.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties