Advertentie

Pionect top banner_V2
Voor de harddenkende Rotterdammer

Al in november werd het hem gevraagd en sindsdien moest hij het voor zich houden. Niemand wist ervan: zijn vrienden niet, zijn ouders niet, de dichters in zijn omgeving niet. Een paar dagen voor de bekendmaking bezoek ik Dean Bowen in zijn woning in Crooswijk. De griep die gedurende het interview steeds meer doorzet maakt de normaal zo energieke dichter vandaag heel chill. Met dikke dekens om zijn schouders zit hij tegenover me, en mompelt zinnen als ‘ik zou willen slapen in een vulkaan’ en ‘ik voel me net een bakje yoghurt’ tussen het gesprek door. Poëzie is nu eenmaal zijn leven, poëzie zegt hij niet af.

“Ik word awkward van complimenten, dus dit compliment moest ik wel even verwerken”

Gefeliciteerd. Het is officieel, je bent de stadsdichter van Rotterdam.

Met een glimlach van oor tot oor en langzaam achterover leunend: “Dankjewel!’’ Weer naar voren leunend: “Het is echt een rare gewaarwording. Ik was overwhelmed toen de commissie me benaderde. Ik moest naar een geheime locatie komen, kreeg uitleg over het stadsdichterschap en werd gevraagd of ik deze eervolle taak op me wilde nemen. Het grote compliment dat ik daarmee kreeg, moest ik wel even verwerken. Ik word een beetje awkward van complimenten. Ieder dankjewel lijkt dan te weinig. Maar ik vond het meteen tof. Toch vroeg ik of ik er even op mocht broeden. ‘Wanneer ben je een Rotterdammer’ vroeg ik me af.”

En, kwam je er uit? Ben jij een Rotterdammer?

“De conclusie was dat ik me Rotterdammer voel. Tot in mijn tenen. Ik groeide op in Zoetermeer en woonde eerder in Den Haag, maar deze stad past beter bij me. Rotterdam kent een specifieke dynamiek die ik nergens anders gespiegeld zie.”

De kat komt tussendoor. Eerder wilde hij niet komen, nu wil hij naar binnen naar de ruimte waar Dean de verwarming hoog heeft gezet. Vertederd kijkt hij naar hem terwijl hij de deur opendoet, in zijn kamerjas met daaronder een Fucking Poetry-shirt. Een shirt met uiteraard grote knipoog, waarvan de eigenaar juist alles doet voor de poetry. Met de kat op schoot: “Zie je, je moet hem niet regisseren, hij doet wat hij wil.”

“Ik woon hier nu drie jaar. Samen met mijn vriendin Rianne. Maar ik kwam dus al jarenlang regelmatig in de stad. Het voelde meteen vertrouwd toen ik verhuisd was. Ik geniet van de vibe van de stad die beweegt, die altijd op zoek is naar een herformulering van zichzelf.”

DSC07346-Hilde-Speet
Beeld door: beeld: Hilde Speet

Je bent ook iemand die er graag op uit trekt, naar andere steden en landen. Je lijkt overal te kunnen aarden.

“Heel de wereld is mijn vaderland (citaat van Erasmus, red.) maar Rotterdam is mijn thuis. Ken je dat comfort dat je voelt als je na een reis weer thuiskomt? Dat gevoel heb ik als ik random door de stad wandel op een vrije middag. Maar ik zie ook dingen die schuren, zoals een ontwikkelde stad waar armoede nog steeds een groot probleem is. Of een ogenschijnlijke disconnectie tussen gemeenschappen terwijl we het in Rotterdam met elkaar moeten doen.’’

“Ik schrijf vanuit een specifiek lichaam en niemand kan zich ontdoen van de specifieke politiek van dat lichaam”

Je hebt een sterke visie op diversiteit in de culturele sector, hoe verhoudt zich dat tot de invulling van je stadsdichterschap?

“Ik schrijf vanuit een specifiek lichaam en niemand kan zich ontdoen van de specifieke politiek van dat lichaam, de omgeving en omstandigheden daarvan. Dus impliciet zit dat perspectief in al mijn schrijven. Het bepaalt mede hoe ik de stad beleef en hoe ik over de stad kan schrijven. Mijn visie zul je in de gedichten terug horen, maar wie weet ook niet. Lees ze als ze er zijn, dan zul je het weten.”

In één van je gedichten zegt de ik-persoon dat hij voor 70% uit ‘waarom’ bestaat. De meeste auteurs haten autobiografische vragen, maar toch stel ik er een: krijgen we een stadsdichter die vele waarom-vragen gaat stellen?

“Ja, dat geef ik meteen toe: ik zie me gespiegeld in deze lyrische ik. Ik vind vragen vele malen boeiender dan antwoorden. Ik wil weten hoe mensen de wereld zien. Ik wil met Rotterdammers het gesprek aangaan en doorvragen. Ik wil schrijven over de inwoners van de stad. De mensen die elke dag hun broek optrekken en weer aan de slag gaan…”

… je wil op microniveau onderzoek doen naar de verhalen van de stad?

“Ja zeker. Ik zie mezelf graag als ‘psychonaut’: iemand die het binnenuniversum verkent. Ieder verhaal is uniek. Ook ik ben net als iedereen een hybride van identiteiten. Ik zeg vaak: ‘je bent net zoveel wie jij denkt dat je bent als hoe je gelezen wordt door de mensen om je heen’. Dat vind ik alleszeggend.”

Hoe verloopt jouw verhaal?
“Ik groeide op tussen twee positieve, sterke mensen. Al jong merkte ik dat ik het fijn vond om me bezig te houden met taal, ik begon al op mijn negende met schrijven. Ik zat later in een hiphopformatie en schreef verses, samen met anderen. En nee, ik geef geen voorbeelden, haha. De teksten gingen over zaken die me nog steeds bezighouden: over mijn verhouding tot de wereld. Ze zijn ook nog steeds belangrijk voor me. Elk schrijven is een ontwikkeling naar een schrijven van later. Daarom kijk ik met plezier op die teksten terug.”

“Naast de hiphop-verses heb ik altijd gedichten geschreven. Rond mijn twintigste begon ik met het delen van mijn werk op open podia. Zoals bij de Poetsclub. Ik had bijbanen om de huur te betalen, maar verder was ik bezig met schrijven. Dat is wat ik wilde. Mijn ouders begrepen dat. Ze wisten dat het geen bevlieging was. Ze steunden me.”

Hebben je ouders een belangrijke rol op de achtergrond?
“Mijn ouders zijn trots. Ze komen graag kijken naar mijn optredens. Gisteravond nog reed mijn vader naar Amsterdam om me te horen optreden. Hun support betekent veel voor me. Dat heeft me altijd veel vertrouwen en vrijheid gegeven.”

“Ik hoop dat mensen ook zelf op mijn deur kloppen omdat ze me willen vertellen over het wel en wee van de stad”

Hoe verwacht je straks als stadsdichter toegang te krijgen tot de verhalen van anderen?

“Ik heb oor en oog voor de meervoudigheid van de stad. Ik ben bereid een ander serieus te nemen. Ik wil ook oprecht horen wat ze te vertellen hebben, of dat nu leuke of moeilijke verhalen zijn. Maar ik hoop dat het van twee kanten komt. Dat mensen ook zelf op mijn deur kloppen omdat ze me willen vertellen over het wel en wee van de stad. Bij dezen: benader me gerust. Ik wil graag een dialoog die beide kanten op gaat. Ik hoop tijdens die twee jaar de vele stemmen van de stad te vangen in mijn poëzie.”

”Of ik extravert ben? Ik weet het niet.’’ Hij is even stil en verbergt zich diep in de dekens. “Hmmm. Ehmmm.” Dan ineens trekt hij de dekens weer strak over zijn schouders en antwoordt: “Ik heb die extraverte kant zeker. Maar soms heb ik ook een meer ingetogen kant. Ik heb een specifieke binnenwereld, zoals ieder ander, die ik niet noodzakelijk altijd deel met iedereen. Daar zit denk ik het verschil in.’’

“Je moet oefenen, strepen, schrappen, verbeteren. Aan alleen maar applaus heb je niets”

Waar wil jij je in het bijzonder voor inzetten tijdens jouw stadsdichterschap?

“Eén van de dingen waar ik me hard voor wil maken is een jeugd-stadsdichterschap. Ik zat op een Montessorischool waar je cultuurworkshops kreeg. Toen ik negen was ontdekte ik dat ik dichten interessant vond. Ik krabbelde indrukken van de wereld op een papiertje. Had ik dat gevonden als niemand het me had aangereikt? Dat wil ik graag doorgeven: pay it forward. Het zou zonde zijn als er een dichter verloren gaat, puur doordat iemand niet in aanraking komt met poëzie. Het lijkt me nuttig als de jeugd-stadsdichter dan een jaar lang lekker veel kan leren. Want het is zoals bij alle passies: je moet oefenen, strepen, schrappen, verbeteren. Pas dan kom je ergens. Aan alleen maar applaus heb je niets.”

DSC07293-Hilde-Speet
Beeld door: beeld: Hilde Speet

Wat maakte dat jij zelf in een stroomversnelling kwam en een succesvolle bundel publiceerde?

“Ik bleef al die jaren stug doorschrijven. Twijfelde of ik zelf wilde publiceren of niet. Mijn werk deelde ik vooral op het podium. Ik bleef ondertussen op zoek naar wat goed zou zijn voor mijn ontwikkeling als dichter. Ik ging veel naar festivals en praatte met de meest uiteenlopende mensen.”

“Ik werkte hard en bleef geduldig. Net lang genoeg blijkbaar, want op een dag werd ik gevraagd door de redacteur van Uitgeverij Jurgen Maas om mijn werk op te sturen. Die zag potentie. Uiteindelijk leidde dit tot een aanbod en daarna ging het snel. Ik werkte naar de bundel toe, heb samen met mijn redacteur de gedichten verfijnd en daarna de wereld ingestuurd.”

…en werd direct genomineerd voor de Buddingh’-prijs. Had je verwacht dat je bundel Bokman zo goed ontvangen zou worden?

“Ik had het nooit durven dromen! De waardering is natuurlijk fijn, maar ik maak nog steeds dingen omdat ik me daartoe geroepen voel. Daarna wil ik het eventueel delen. Op papier, waar je het gedicht in zijn eerste verschijningsvorm presenteert. Op het podium, waar het een andere gedaante aanneemt. Daar kan magie ontstaan. Hoe dan ook: ik schrijf niet vanwege de anderen.”

“Mijn vriendin Rianne heeft de Kunstacademie voltooid. Ze begrijpt het. Ze zei bij het wegvallen van mijn laatste baan: ‘wat als je nu niet op zoek gaat naar iets nieuws maar tegen zo veel mogelijk projecten ja zegt op poëziegebied? Die aanmoediging heeft veel voor me betekend. Nu committeer ik me volledig aan het schrijven.”

Wat vind je een belangrijke verdienste die je tijdens jouw stadsdichterschap wil leveren?
“Ik wil toegankelijk zijn en vele mensen bereiken. De mensen die van gedichten houden, maar ook de mensen die er niets mee hebben. Ik wil meegeven: een gedicht verandert de wereld niet, maar het is wel belangrijk. Althans, dat vind ik. Derek Otte vind ik inspirerend daarin. Ik mag hem enorm graag. Derek heeft zich opgesteld als iemand die een brug wilde slaan tussen de spoken word scene en de klassieke letteren. Hij heeft keihard gewerkt aan de zichtbaarheid van het stadsdichterschap.”

“Ik wil Derek Otte vertellen dat ik het grote schoenen vind om te vullen en zou dolgraag met hem willen sparren”

“Aan Derek wil ik ook vertellen dat ik het zie als grote schoenen om te vullen en dat ik dolgraag met hem wil sparren. Al vult ieder het ambt op zijn of haar eigen manier in. Ik hoop vooral ook plezier te beleven tijdens de twee jaar dat ik voor en over de stad schrijf. Laat ik er vol voor gaan, op mijn manier. Met plezier en focus.”

Een van de afspraken die er met de eerste stadsdichters gemaakt werd, is dat je mag schrijven zonder last of ruggespraak. Voel je je vrij om te schrijven wat en waarover je wil?
“Het idee is dat de stadsdichter een apolitieke positie inneemt. Ik denk dat je altijd je eigen referentiekader meeneemt, maar ik snap de gedachte erachter. Over politiek wil ik sowieso niet schrijven. Ik wil wel scherp zijn over dat wat ik zie in de stad: stem geven aan mijn observaties en bevindingen. Ook de lelijke kanten breng ik in beeld. Daarin voel ik me niet beperkt. Ik mag al het waarom dat ik in me heb op de stad richten. En binnen dat thema van de stad, voel ik me vrij over de invulling.”


Als jij voor 70% uit ‘waarom’ bestaat, wat bevat die andere 30% dan?

Hij trekt de deken tot ver over zijn gezicht: “Mmmmh, nu? Warme chocolademelk met Baileys?’ Hij schaterlacht en vervolgt op bezwerende toon: “Nee, dat is ál het andere. En ja, dat kan alles betekenen, maar van een beetje ambiguïteit is nog nooit iemand slechter geworden, toch?’’

Serieus: “Ik wil niet rondlopen met het idee dat ik de arrogantie uitdraag dat ik het allemaal wel weet ofzo. Er is altijd ruimte. Geef me die 70% waarom en ik blijf tenminste altijd die vragen stellen die relevant zijn.”

Heb je iets speciaals bedacht voor bij de bekendmaking?
“Ha, nee. Maar ik heb mezelf wel een opdracht gegeven: lees je eerste stadsgedicht voor tijdens de bekendmaking. Ik heb er hard aan moeten werken, met de griepdeken nog om me heen. En het is gelukt. Daar ben ik blij om. Ik trap af met poëzie.”

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

28417696_10156152592074320_1867643664_o (1)

Mirthe Smeets

Mirthe is neerlandica, journalist en redacteur. Ze houdt van de dynamiek van Rotterdam en legt zich graag toe op de culturele verslaglegging. Ze neemt je mee door de stad en toont haar ontdekkingen op het gebied van kunst, poëzie, literatuur, en mooie plekken.

Profiel-pagina
hilde_speet

Hilde Speet

Fotograaf / Illustrator

Na haar grafische afstuderen in 2014 aan de WDKA begon Hilde Speet toch ook maar met fotograferen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500