Voor de harddenkende Rotterdammer
Dependance-Worm-18-12-18-31
Richard Sennett te gast bij De Dépendance in Worm Beeld door: beeld: Aad Hoogendoorn

Richard Sennett haalt een iPhone uit zijn binnenzak. “Gekocht in India voor een paar tientjes”. Op het grote scherm achter hem in de filmzaal van Worm zien we Nehru Place in New Delhi, een openluchtmarkt waar allerhande ‘van de vrachtwagen gevallen’ elektronica op straat wordt verkocht, maar ook sari’s en chapati’s. In de kantoorgebouwen aan weerszijden van de markt zitten internet start-ups. Maar het meest bijzonder aan deze bedrijvige plek, zegt de Amerikaanse socioloog, is dat moslims en hindoes er dwars door elkaar lopen, en dat in een stad waar deze twee religieuze groepen elkaar regelmatig naar het leven staan.

Voor Sennett staat Nehru Place symbool voor de ‘open stad’, een stad waar verschillende bevolkingsgroepen aanwezig zijn en waar vreemden elkaar ontmoeten. De open stad heeft zachte grenzen en plekken waar verschillende activiteiten tegelijk plaatsvinden. Het is een stad waar spontaan nieuwe dingen ontstaan en waar het ook een beetje mag schuren.

In zijn nieuwste boek Building and dwelling, ethics for an open city beschrijft Richard Sennet (1943) dit ideaaltype van de open stad, én geeft hij praktische tips om die open stad te ontwerpen. Vanwege de Nederlandse vertaling van zijn boek, was hij op uitnodiging van debatorganisatie De Dépendance op 18 december in Rotterdam. Sennett schreef eerder bekende boeken als The fall of public man over het verlies van openbaar stadsleven en werkte jarenlang als stedenbouwkundige.

Zijn boek leest als een pleidooi tegen de verdeelde stad, tegen afzondering in privéruimtes, tegen harde grenzen tussen goede en slechte wijken, en tegen standaardisering en versimpeling. Of dat nu gebeurt door te sterke fixatie op veiligheid en regeltjes, of juist door een blind vertrouwen in nieuwe technologie, zoals in smart cities. Zo’n gesloten stad sluit mensen niet alleen uit, maar leidt ook tot ongelijkheid, segregatie, een groeiende kloof tussen have’s en have-not’s, en tot politieke onrust.

Dependance-Worm-18-12-18-70
Beeld door: beeld: Aad Hoogendoorn

Nu staat Nederland misschien bekend om de gemengde steden, waar arm en rijk door elkaar wonen, maar “ook in Nederland leven mensen gescheiden van elkaar, die segregatie zien we hier ook”, zegt Chris van Langen, directeur van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst (RAVB) en zelfverklaard Sennett-fan.

En juist door de populariteit van een stad kan het open karakter onder druk komen. Denk in Rotterdam aan de discussie over de ‘stad van twee snelheden’ en de groeiende kloof tussen zij die wel profiteren van de nieuwe populariteit van de stad en de achterblijvers.

Wat Sennetts laatste boek volgens Van Langen zo bijzonder maakt is dat hij niet alleen een theoretische analyse geeft, maar die ook combineert met ontwerpvormen voor de open stad. “Het zijn handreikingen voor de ontwerper, gebaseerd op zijn praktijkervaring. Sennett geeft ons woorden en methodes om scherper over de stad na te denken.” Vers Beton filterde daarom zes lessen voor Rotterdam uit zijn werk.

Les 1: ontwerp zachte grenzen

Een terugkerend onderwerp bij Sennett is het belang van zachte grenzen. De studenten van de RAVB pasten afgelopen jaar deze ontwerpvormen toe op de Afrikaanderwijk. Zij opperden bijvoorbeeld om een hek langs het Afrikaanderplein te vervangen voor een colonnade die wel beschutting geeft, maar mensen niet uitsluit. Ook concludeerden zij dat het beter zou zijn om de uitgang van de Rijnhavenmetro te verplaatsen, en om een buurtcentrum op de rand van twee buurten te plaatsen, voor meer interactie tussen verschillende bewoners. Het zijn relatief kleine ontwerpingrepen om fysieke en sociale grenzen op te heffen.

Sennett geeft in zijn boek zelf een praktijkvoorbeeld: hij bedacht een supermarkt onder een viaduct in het noorden van Manhattan, New York. Het was eerder een doodse plek, nu doen zowel de studenten van de prestigieuze Columbia University, als de inwoners van het van oudsher achtergestelde Harlem er hun boodschappen.

Les 2: de open stad is gebaat bij complexiteit

Gemengde plekken zoals de genoemde Nehru Place Market in New Delhi, zijn niet vanzelfsprekend. Als het aan het stadsbestuur ligt wordt het een glimmend, schoon, veilig en voorspelbaar kantoorgebied, vertelt Sennett. De Verenigde Naties, waar hij jarenlang stedenbouwkundig adviseur was, wil dit voorkomen door er beschermd erfgoed van te maken.

Sennet heeft talloze voorbeelden hoe zulk gladstrijken van de stad tot doodse plekken geleid heeft. Een van de meest sprekende is die van de shikumen in Sjanghai, de oude levendige volkswijkjes die tegen de grond gegaan zijn en waar bewoners plaats moesten maken voor een steriele Disney-variant. De nieuwe shikumen is een frictieloze consumptieruimte voor succesvolle stedelingen, met de oude volksbuurt heeft het weinig meer van doen.

Daarom waarschuwt Sennett ons voor standaardisering en versimpeling. De open stad is juist gebaat bij complexiteit, zegt hij, het is “een vorm van vrijheid en verrijking”. De stad is een plek waar mensen verschillende rollen kunnen aannemen, zich kunnen ontwikkelen.

Les 3: bied ruimte aan iedereen

De stad is bij uitstek een plek waar voor iedereen ruimte moet zijn. Sennett illustreert dat met een mooie anekdote over de beroemde journalist Jane Jacobs. Zij ging in de jaren vijftig en zestig het gevecht aan met de New Yorkse stadsplanoloog Robert Moses, die hele blokken tegen de grond wilde werken en snelwegen dwars door de stad aan wilde leggen. Jacobs toonde hem juist de waarde van die oude gemengde stadswijken, waar hechte sociale verbanden zijn ontstaan, waar mensen elkaar tegenkomen bij de wasserette en de kiosk, een oogje op elkaars kinderen houden.

Jacobs en Sennett hadden de gewoonte om op vrijdagmiddag samen martini’s te drinken in een buurtkroeg in Greenwich Village. Op een foto zie je ze naast elkaar staan, met tussen hen in een man op een barkruk, voorover liggend op de bar. “Die man was stomdronken”, vertelt Sennett in Worm. “Ik maakte me eerlijk gezegd nogal zorgen. Moesten we geen ambulance bellen? ‘Nee’, zei Jacobs, ‘laat die man met rust. Het is zijn goed recht om hier stomdronken aan de bar te hangen’. Toen wist ik dat ze een echte urbanist was.” Ze was niet bang om de controle los te laten, en schuwde vreemden en frictie niet.

Dependance-Worm-18-12-18-51
Beeld door: beeld: Aad Hoogendoorn

Wat Jacobs echter niet had kunnen voorspellen is dat ambtenaren haar boeken vijf decennia later als recept voor gentrificering zouden gebruiken: kleinschalig gemengde stadswijken met pleintjes, parkjes en leuke koffiezaakjes. De Rotterdamse bakfietswijken zijn er een uitvloeisel van.

Een stad zo nadrukkelijk aantrekkelijk maken voor één bevolkingsgroep – of je ze nu sterke schouders of bakfietsouders noemt – werkt uitsluiting van andere bewoners in de hand. Zij worden verdreven naar de randen van de stad. Volgens Sennett is de open stad een plek waar veel verschillende mensen zich thuis kunnen voelen. Succes en populariteit kunnen dat gevoel bedreigen. Het betekent dat je je best moet doen om toegankelijk te blijven voor zowel bewoners als voor nieuwkomers.

Les 4: bewoners hebben niet altijd gelijk

Sennett heeft veel van Jacobs geleerd, maar neemt in zijn boek ook afstand van haar gedachtegoed. Zeker in snelgroeiende steden in Azië of Latijns-Amerika schiet haar betoog voor kleinschalige bottom-up initiatieven tekort, zegt hij. Soms moet je daar grote wegen aan durven leggen zodat de stad niet verstopt.

Ook leerde hij door de jaren heen: bewoners weten het niet altijd beter dan stedebouwkundigen. Zo geeft hij een voorbeeld uit het begin van zijn carrière, van een schoolplein in Boston op de grens tussen een witte en zwarte wijk. De stedebouwkundigen wilden het plein asfalteren zodat de bussen met zwarte kinderen die naar deze betere school wilden, er konden parkeren. De bewoners zaten daar niet op te wachten en wilden liever een grasveld – uit liefde voor het groen, maar volgens Sennett ook uit angst voor de komst van zwarte mensen in hun buurt. Gelukkig hielden de stedebouwkundigen voet bij stuk, zegt hij nog steeds met zichtbaar genoegen.

Les 5: behoud het goede

Hoe doet Rotterdam het eigenlijk als open stad? Als we met de bril van Sennett kijken, zien we heel veel plekken die al het karakter van de open stad hebben, zegt stadssocioloog en emeritus hoogleraar Arnold Reijndorp. Hij noemt het levendige stationsplein en het skatepark op de Westblaak waar ook niet-skaters van de bankjes gebruik maken.

Rotterdam heeft bovendien veel gebouwen die zich lenen voor steeds weer een nieuwe invulling. Reijndorp wil de vraag dan ook liever omdraaien: “Niet wat kan Rotterdam leren van Sennett, maar wat kan Sennett leren van Rotterdam?”

Reijndorp: “Er gaat al heel veel goed in Rotterdam. Neem de wijken het Oude Noorden en Oude Westen met hun lange lanen en singels en daarachter de gemengde buurten. Of het Schouwburgplein waar de Lijnbaanjongeren, het Doelenpubliek en de Pathégangers dwars door elkaar lopen. Dat is altijd een plein geweest waar verschillende werelden bij elkaar komen. Het Stadhuisplein is bijvoorbeeld veel eenzijdiger.

We hebben bovendien lange winkelstraten die wijken verbinden zoals de Nieuwe Binnenweg, of de Kruiskade en Middellandstraat. En ontmoetingsplekken op de rand van buurten, zoals de leeszaal in het Oude Westen of de kringloopwinkel aan de Oudedijk in Kralingen, waar verschillende werelden elkaar ontmoeten.”

Toch zou het geen kwaad kunnen als zowel studenten als ambtenaren het werk van Sennett nog eens goed zouden lezen, denkt Reijndorp. Het gevaar is namelijk dat die leuke gemengde plekken, zoals het Schieblok of het ZOHO-kwartier toch plaats moeten maken voor commercie. Reijndorp: “Dat is wel een dilemma, als je het gaat veranderen wordt het duurder. Hoe ga je om met bestaande kwaliteiten zonder te vervallen in een soort nostalgie?”

Les 6: leer van je fouten

Rotterdam kan dus nog wel degelijk iets leren van Sennett. Maar in de stadsmarketing en de beleidsplannen klinkt ook de echo van een andere Amerikaanse stadsdenker door. Richard Florida betoogde dat als je de stad aantrekkelijk maakt voor de creatieve klasse, de hoogopgeleide stedelingen, succes vanzelf volgt. Zijn Rise of the Creative Class sloeg in 2002 in als een bom, en lag bij menig stedelijk planner en ambtenaar op het nachtkastje. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar. Kijk eens naar de gemeentelijke website Wonen in Rotterdam en je snapt meteen voor wie Rotterdam het liefst aantrekkelijk wil zijn.

Maar Florida is inmiddels teruggekomen op zijn woorden: de creatieve stad blijkt verdringing en segregatie in de hand te werken, schrijft hij in zijn laatste boek. Het duurt alleen even voor dat inzicht ook in beleid doordringt.

Dat brengt ons bij de laatste les: durf je fouten toe te geven. Zowel Richard Florida als Richard Sennett zijn niet te beroerd om hun fouten uitgebreid in hun boeken te bespreken. “Dat zou Rotterdam ook mogen doen”, concludeert Reijndorp. “Niet alleen je successen vieren, maar ook je mislukkingen benoemen, om te leren waarom het niet heeft gewerkt en hoe het beter kan. Ofwel: de in Rotterdam populaire metafoor van ‘laboratorium’, echt serieus nemen.”

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

SaskiaNaafs_VB

Saskia Naafs

Saskia Naafs (1984) is stadssocioloog en onderzoeksjournalist voor Investico, platform voor onderzoeksjournalistiek. Ze woont in Rotterdam en schrijft het liefst over steden. Haar artikelen verschenen onder meer in De Groene Amsterdammer, Trouw en Het Parool.

Profiel-pagina
Aad Hoogendoorn

Aad Hoogendoorn

fotograaf

Sinds 2001 fotografeert Aad Hoogendoorn als freelancer in opdracht, met Rotterdam als thuisbasis.
Hij werkt en heeft gewerkt voor diverse tijdschriften en kranten, advertising maar ook voor ondernemers, bedrijven en culturele instellingen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500