Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers-Beton-Zomerhofkwartier-Daphne-van-Drenth-16
Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

Het Zomerhofkwartier was lange tijd een vergeten stukje stad. Weliswaar vlakbij het centrum, maar aan ieders aandacht ontsnapt en flink verwaarloosd. Tot de creatieve klasse de verlaten bedrijfsgebouwen betrok en het gebied als ZOHO op de kaart zette, met het Hofpleinviaduct en de Hofbogen als potentiële trekker.

Het gebied is op 12 december in een tender op de markt gezet. De gebouwen in ZOHO zijn grotendeels eigendom van Havensteder. De gemeente en de woningcorporatie hebben samen met ondernemers de voorwaarden voor de tender opgesteld. En er zijn vijf principes waaraan het nieuwe gebied moet voldoen: experimenteel, betrokken, duurzaam, gemixt en verbonden. Toch vrezen ondernemers voor uitholling van het gebied.

Ook ik vraag me af: zullen de ontwikkelaars en de gemeente de verleiding van de overspannen markt kunnen weerstaan? Rotterdam is in trek, de woningmarkt in de grote steden kookt over en er moeten hoogopgeleide welgestelde gezinnen worden gelokt. Het gevaar is dat de cultuurhistorische waarde van dit gebied daarbij verloren gaat.

Vers-Beton-Zomerhofkwartier-Daphne-van-Drenth-15
Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

Op het oog zijn het ook grotendeels non-descripte gebouwen, het gebied tussen Teilingerstraat, Hofpleinviaduct, Noordsingel en Heer Bokelweg. Verwaarloosde bedrijfsgebouwen uit de wederopbouw en een verdwaald blokje stadsvernieuwing. Er zijn geen rijksmonumenten en zelfs geen gemeentelijke monumenten. Appeltje-eitje dus, de bulldozer erover en er kan een keurig aangeharkt bakfietsbuurtje met retro-architectuur worden uitgerold.

Zo is het immers ook in Nieuw Crooswijk, het Jaffa en in het Oude Noorden bij het Zwaanshals en de Raephorststraat gegaan. Het is alsof je daar een buitenwijk van Amersfoort instapt. Ik verras mijn architectenvriendjes weleens met foto’s van die buurten, met de vraag waar ik nu weer ben. Het is moeilijk om aan te wijzen wat typisch Rotterdams is, maar het is heel makkelijk om te constateren dat dit niet Rotterdams is.

algemeen9a-NL-RtSA_4100_1993-6486
Overzicht over het Zomerhofkwartier met scholencomplex Technikon, Gebouw Katshoek en de RAC-garage. (Stadsarchief Rotterdam)

Toch is juist het Zomerhofkwartier zo’n typisch Rotterdamse wederopbouwwijk: rauw, rechttoe-rechtaan, verwaarloosd, met brute overgangen tussen oud en nieuw. Maar ook met degelijke, pretentieloze, functionele gebouwen van typisch Rotterdamse architecten als Elffers, Krijgsman, Fiolet, Herman Haan en Kolpa. En aan de rand een fors verzamelkantoor van Maaskant, Katshoek. Maaskant drukte sowieso een flink stempel op dit stadsdeel, met de mastodont Technikon (waar de David Lloyd fitnessstudio in huist) en de RAC-garage, waarin het Stadsarchief is gekomen.

Tijdens de oorlog werden er noodgebouwen voor bedrijven opgezet, op de fundamenten van de verwoeste woningen. Daardoor bleef het stratenplan gehandhaafd. Volgens Het Vrije Volk van 17 mei 1947 was het een soort Wilde Westen: Een tikje fantasie en het kon een straat zijn in één der vele kleine stadjes van het Amerikaanse middenwesten. Lage loodsen van gegolfd plaatijzer, de ruwe-bolster-blanke-pit-mentaliteit van de mensen in die loodsen; een penetrante, energie prikkelende benzinegeur en de van levensvreugde tintelende klank van metaal op metaal. Die sfeer is eigenlijk de laatste tijd weer terug. De Oost-Duitse spoorwagon van veganistisch restaurant Gare du Nord past er goed bij.

algemeen4-NL-RtSA_0000_1980-5330
De noodbedrijven aan de Benthemstraat in 1942. (F. Grimeyer/Stadsarchief Rotterdam)

De bedrijfsgebouwen in ZOHO uit de jaren zestig zijn veelal puur functioneel. Een staalkaart van Wederopbouwarchitectuur; in compositie, materiaalgebruik (interieur en exterieur) en technieken, hier en daar opgevrolijkt met sculpturen en mozaïeken van Rotterdamse kunstenaars. Het zou zo mooi zijn als die vijf geformuleerde principes in het nieuwe gebied zouden worden toegepast. Want wat moeten we anders met veel te dure commerciële ruimtes in de plint en gelikte kantoorruimtes? Eén Starbucks in het Shellgebouw is wel genoeg. En de creatieve klasse moet zeker doorverhuizen naar de Spaanse Polder of wat voor gebied er nog overblijft?

Er is een strategie denkbaar die experiment, betrokkenheid, gemixt en verbondenheid garandeert. En misschien wel duurzaam is ook. Door een flink aantal gebouwen te laten staan en op te knappen en te combineren met nieuwbouw zou een gevarieerd totaal kunnen ontstaan. En komt de zo gewaardeerde gelaagdheid van de stad tot uiting. Omdat we niet te maken hebben met monumenten hoef je niet zachtzinnig om te gaan met die gebouwen.

Zo zou er van de tegelzetterij J.J.H.M. Eggelmeijer aan de Zomerhofstraat 16 misschien alleen het fantastische wandvullende tegelmozaïek van Johannes van Reede (1921-2016) hoeven te blijven staan. Als voorbeeld: zo is ook het bakstenen kunstwerk ‘Wall Relief No.1’ van Henry Moore, geïntegreerd in de gevel van kantoorgebouw First aan het Weena.

Er is nog maar één van de oorspronkelijke ondernemingen in zijn eigen gebouw gevestigd: Aannemersbedrijf Hartman & Zn. Maar overal staan de gebouwen, zijn er sporen, verhalen en anekdotes van de verschillende Rotterdamse bedrijven hier. De broodfabriek van de Co-op bijvoorbeeld, voortgekomen uit een van de arbeiderscoöperaties, nu bekend als ‘het Gebouw’ en beschilderd met opzichtige blauwe dazzle-painting. Elke dag gingen hier de electrokarretjes met brood op weg. Achter de uniforme gevel met een raamwerk van zestien kolommen zat een grote verscheidenheid aan functies, die tot verschillende invullingen leidden: open en gesloten delen en zelfs garagedeuren.

algemeen9b-NL-RtSA_4121_22271-1-R
Afbraak van een deel van het Hofpleinviaduct in 1969 voor de verbreding van de Heer Bokelweg. (Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam)

Het voormalige bedrijfspand Waalveem NV uit 1967 is deels geel beschilderd en heet nu het Gele gebouw. Het is een expressief gebouw met van die lelijke grindbetonnen panelen en een bijzondere sculptuur van Loekie Metz in de gevel. Op de hoek van de Teilingerstraat staat het pand van Kramer en Röder, groothandel in ijzerwaren en gereedschappen. Architect Krijgsman nam die ijzerwaren als uitgangspunt voor een state-of-the-art vliesgevel. De winkel op de begane grond was een van de eerste doe-het-zelfzaken van Rotterdam en de grootste volgens een advertentie uit 1966: Kramer en Röder bouwde hier voor knutselaars en huisvrouwen, voor sleutelaars en doe-het-zelvers Nederlands grootste speciaalzaak.

Bijna overal hebben de marktpartijen het voor het zeggen. Om tegemoet te komen aan de vraag naar identiteit krijgen die wijken mooie, door reclamebureaus bedachte wijknamen en thematische straatnamen, en bedenken de stedenbouwkundigen er verhalen bij. Maar in ZOHO liggen die verhalen voor het oprapen en is die identiteit er al. Dit is een bijzonder, levendig, merkwaardig stukje stad, een zorgvuldige ontwikkeling kan dat behouden. En zelfs versterken.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

PaulGroenendijk

Paul Groenendijk

Paul Groenendijk werd in 1957 in Rotterdam geboren en studeerde in 1984 af als architect aan de TU Delft. Sindsdien werkt hij als publicist en onderzoeker.
Naast het samenstellen van architectuurgidsen beheert hij www.architectuurgids.nl, is hij betrokken bij Rotterdam Woont en het Platform Wederopbouw Rotterdam. In 2015 verscheen van zijn hand de architectuurgids Rotterdam Architectuur Stad bij NAi010.

Profiel-pagina
Daphne van Drenth profiel

Daphne van Drenth

Daphne van Drenth (1991) studeert grafische ontwerpen aan de Willem de Kooning. Ze fotografeert en ontwerpt vanuit fascinatie voor storytelling, architectuur en het gedrag van de mens vanuit haar eigen perspectief.

Profiel-pagina
Nog geen reacties