Voor de harddenkende Rotterdammer

Stadmaker Robbert de Vrieze is uiterst gedreven en haalt moeiteloos allerlei voorbeelden van Rotterdamse ontwikkelingen aan, al gaat af en toe zijn laptop open om de juiste naam of referentie op te zoeken. Het verraadt zijn vele activiteiten als stadmaker, maar toch blijft hij, ook na de dubbele onderscheiding van eind 2018, zeer bescheiden. Ik spreek hem in het café van hotel Nhow, tussen twee afspraken door met ambtenaren in De Rotterdam.

“Ik ben niet zo van de cult of personality. Ik kan alleen maar doen wat ik doe dankzij de netwerken waar ik deel van uitmaak. Ik beheer vijf twitteraccounts waarin ik zelf nooit in beeld ben omdat ik de foto’s maak. Tegelijkertijd vind ik het prima om ergens het boegbeeld van te zijn, dus gebruik mijn persoon dan maar zolang het voor de goede zaak is, om dingen voor elkaar te krijgen.”

Geisje.VersBeton.RobbertdeVrieze12
Beeld door: beeld: Geisje van der Linden

Wat wil je bereiken met het stadmaken?

“Burgers en burgercollectieven moeten een volwaardige plek krijgen tussen markt en overheid. Het is nu vaak een een-tweetje tussen markt en overheid. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een bouwblok, dan is er maanden ervoor al een marktconsultatie geweest. Daarna wordt bewoners pas iets gevraagd. Ik wil dat een bewonersconsultatie ook standaard wordt.”

De jury van de Van der Leeuwprijs memoreerde in de prijsuitreiking het project voor het ‘Rondje Rijnhaven’. Wat is dat?

“Een jaar of tien geleden, voor de crisis dus, won ik samen met architect Iris de Kievith een prijsvraagje van AIR die leidde tot een opdracht rondom de Rijnhaven. Eén van onze uitgangspunten daar was de openbaarheid van de kades en het bij elkaar brengen van verschillende belangen. We brachten in kaart wat de meerwaarde zou zijn om afzonderlijke ontwikkelingen te combineren. Zo wilden we erachter komen waar de collectiviteit van de nieuwe ontwikkelingen lag.”

Gingen jullie ook naar de ontwikkelaars toe?

“Ja. We zijn met ze de pier opgelopen waar de binnenvaartschepen liggen. Gewoon om daar te zijn en overweldigd te worden door die enorme ruimte. De Hogeschool InHolland was toen net nieuwgebouwd. We hebben hen na een aantal sessies voorgespiegeld hoe onrealistisch de bouwplannen waren: het gigantische aantal geplande vierkante meters was niet in verhouding tot wat er in de jaren daarvoor gerealiseerd was. Een bestuurder van Volker Wessels was destijds een van de grootste gangmakers, zo van ‘hier gaan we De View bouwen’, terwijl Volker Wessels financieel in steeds zwaarder weer raakte. Na de aanleg van een parkeergarage sloeg de crisis toe en was het geld opeens op.”

Aan diezelfde Rijnhaven moet nu een woning binnenkort €15-20 miljoen opleveren, volgens de makelaar. Wat vind je daarvan?

“Je ziet daar letterlijk dat het verlies dat in de crisistijd is geleden nu gecompenseerd moet worden. Ik zie het als een redelijk doorzichtige marketingstunt om de superrijken van deze wereld te lokken in de hoop dat er mensen volgen die in hetzelfde gebouw €30.000 meer voor hun woning willen betalen.”

De Rotterdamse woningmarkt trekt keihard aan, wat betekent dit voor het stadmaken?

“Als je dankzij zo’n superduur appartement de begane grond voor een tientje per halve dag kunt gebruiken voor lokale initiatieven, dan is er niets mis mee.”

Dit klinkt nogal idealistisch.

“Toch kan het, met hybride verdienmodellen. Neem een voorbeeld aan de plannen voor het nieuwe Wijkpaleis aan de Claes de Vrieselaan. De strategie daar is om de begane grond voor maatschappelijke functies betaalbaar te houden. Op de eerste en tweede verdieping kunnen lokale makers huren en op de bovenverdieping wordt geld verdiend met educatie of wonen.”

Geisje.VersBeton.RobbertdeVrieze14
Beeld door: beeld: Geisje van der Linden

Het Stadslab Luchtkwaliteit won in november de Job Duraprijs. Het initiatief komt activistisch op me over. Klopt dat?

“Frans Soeterbroek (hij noemt zichzelf ‘de Ruimtemaker’, red.) begeleidde in 2015 het Stadslab Luchtkwaliteit op verzoek van AIR. Hij typeert ons als stadmakers van het type happy infiltrator omdat we ongrijpbaar zijn en niet in een hokje zijn te plaatsen. Wij zoeken een middenpositie voor Rotterdammers om zelf aan de slag te kunnen, voorbij ideologische stellingen. Veel mensen hebben lang gestreden voor een overkapping van de ’s Gravendijkwal, maar dat is een heel groot project. Wij willen in de eerste plaats concrete en vernieuwende experimenten doen die ook iets met bewustwording doen en publiciteit genereren. We werken daarbij samen met gemeente maar proberen ook de echte activisten verder te helpen.”

De jury van de Job Duraprijs schrijft: ‘Het lab weet op doordachte en intelligente wijze inzicht te bieden in de gezondheidsgevolgen van automobiliteit in de stad. Ze treedt daarbij niet belerend op en levert een constructieve bijdrage aan het debat over mobiliteit en gezondheid.’ Waar ben je het meest trots op?

“Het stadslab is een samenwerking met allerlei clubs. Samen met onder ander het Rotterdams Milieucentrum, de Actiegroep Adem In Rotterdam maar ook de actiegroep Rotterdamse Klassiekers (een belangenvereniging voor oldtimers, red.) stuurden we in 2016 een burgerbrief aan de Tweede kamer. Daarin pleitten we ervoor om gezondheid als uitgangspunt voor de inrichting van de stad te nemen. Een ander goed voorbeeld is het SerVies dat productontwerper Annemarie Piscaer en architect Iris de Kievith ontwierpen – zij gebruiken het fijnstof langs drukke autoroutes als glazuur.”

Wat gaat het Stadslab luchtkwaliteit met de €25.000 van de Job Duraprijs doen?

“Daar zijn we ons op aan het beraden. We willen bijvoorbeeld wethouder voor Duurzaamheid, Luchtkwaliteit en Energietransitie Arno Bonte (GroenLinks) bevragen wat hij wil bereiken. Maar we willen ook graag meer Rotterdammers betrekken en activeren. We hebben een kerngroep van mensen die met gezondheid en verkeer bezig zijn en in contact staan met milieuorganisaties. Samen kunnen we een bredere beweging voor een gezondere stad vormen.”

Je maakt deel uit van de Delfshaven Coöperatie, een verbond van een aantal betrokken Delfshavenaren. Eén van de wijken waar je je specifiek op richt is Bospolder-Tussendijken (BoTu). Vertegenwoordigen jullie daar de bewoners of sta je er middenin?

“We vertalen en verbinden vooral tussen lokale initiatieven en grotere institutionele partijen met belang in die wijk. We gaan aan de slag met de energie van bewoners van BoTu en proberen geldstromen anders in te richten. De gemeente besteedt in de sociale sector (welzijnswerk, red.) jaarlijks 3 miljoen in Delfshaven. Via ‘Delfshaven Lokaal’ is 25% daarvan vrijgespeeld zodat bewoners er zelf over kunnen beslissen. Voor andere sectoren als groenbeheer of werk & inkomen, moet dat ook kunnen.”

Geisje.VersBeton.RobbertdeVrieze17
Beeld door: beeld: Geisje van der Linden

Wat levert dat tot nu toe op?

“De gemeente doet metingen door heel Rotterdam op de gebieden ‘sociaal’, ‘veilig’ en ‘fysiek’. BoTu is volgens bewoners ten opzichte van twee jaar geleden 14% veiliger en 10% meer sociaal geworden. Er zijn veel mensen met goede ideeën voor de wijk. Daarvoor zijn nieuwe financiële afspraken nodig zoals een wijkontwikkelingsfonds dat geld in de wijk houdt. Voor de energietransitie die eraan komt lopen gesprekken over een lokale energiecoöperatie. Het verdienmodel moet voor bewoners minstens even goed zijn als voor bedrijven.”

Duurt het dan niet erg lang voordat je resultaat ziet?

“In Park 1943 in Tussendijken zie je dat na anderhalf jaar het zelfbeheer van het park op gang is gekomen. Bewonersinitiatieven hebben een organisch en langzamer groeipad, maar uiteindelijk werkt het beter en is het duurzamer. Op gebied van energie hebben we in BoTu nu een samenwerking lopen met Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR), het Zelfregiehuis en theaterwerkplaats Formaat om samen te zorgen dat investeringen ook tegemoet komen aan wat bewoners nodig hebben, bijvoorbeeld in de vorm van betaald werk. Zo kan de energietransitie als hefboom voor het tegengaan van armoede gaan werken.”

Je bent veroorzaker van diverse stadslabs. Hoe kijken ontwikkelaars tegen jouw manier van werken aan?

“De grote ontwikkelaars en woningcorporaties zien nu steeds beter dat dat ‘kleine gepruts’ waarde oplevert. Niet alleen in woningwaarde, maar ook om aantrekkelijke wijken te maken. In Katendrecht is dat bijvoorbeeld gelukt doordat de gemeente samen met ontwikkelaars de huurprijzen voor culturele functies als theater Walhalla en de horeca aan het Deliplein laag hield.”

Geisje.VersBeton.RobbertdeVrieze09
Beeld door: beeld: Geisje van der Linden

Toch moeten op Katendrecht en elders in de stad creatieve ondernemers ook vaak plaatsmaken voor nieuwe plannen.

“Hoe je ervoor zorgt dat de creatieve ondernemers ook iets overhouden van de meerwaarde die ze zelf hebben gecreëerd, is een uitdaging die zich bijvoorbeeld in Merwe-Vierhavens (M4H) aandient. Ik vind de houding van Joep van Lieshout (gevestigd in M4H, red.) interessant, die zegt: ik ga gewoon bezit kopen, dan word ik een speler in het vastgoedspel in plaats van een armlastige culturele instelling.”

Als je geen grote naam of eigen vermogen hebt, zijn er dan ook manieren om je invloed te laten gelden?

“Ik zat in de gebiedscommissie voor WIJ Delfshaven toen de afdeling Stadsontwikkeling een aantal woonblokken naast het Dakpark ging aanbesteden (de nieuwbouw heet ‘the Hudsons’, red.). We hebben toen afgedwongen dat 25% van de punten in de aanbesteding kon worden gehaald door in te spelen op bewonerswensen, die we in een eerder stadium opgehaald hadden. En het werkte echt: de ontwikkelaars maakten plannen met meer kwaliteit omdat ze de bewonerswensen wel serieus moesten nemen.”

Kan je er met deze lessen op zak nu dan ook voor zorgen dat aanbestedingen op een andere manier verlopen?

“Dat is de inzet van een sessie die ik organiseerde op het Stadmakerscongres van 2018. Nu zie je dat er telkens een tendercircus ontstaat waarin 4 à 5 consortia zich voor elk €10.000 tot €50.000 aan uren kapot rekenen. Dat zie je daarna terug in hun uurtarief en de uitwerking. Kan je dat verspilde geld niet beter reserveren voor het realiseren van bewonersinitiatieven, stadslabs en experimenten in de openbare ruimte?”

Geisje.VersBeton.RobbertdeVrieze04

Bedoel je dat één partij alleenrecht op een ontwikkeling krijgt, is dat juridisch houdbaar?

“Je kunt een aanbesteding zelf inrichten. Maar mijn voorkeur zou zijn om onder een beperkte set voorwaarden aan te besteden, bijvoorbeeld op basis van een visie of schetsontwerp. Op basis daarvan kies je een aantal ontwikkelaars die aantoonbaar voeling hebben met de buurt en het netwerk een beetje kennen. De ontwikkelaars kunnen verder ontwerpen in samenspraak met de buurt.”

Heeft Rotterdam de vibe van het stadmaken al te pakken of moet er nog veel veranderen?

“Het belangrijkste is dat we inspelen op de belangen, wensen en energie van bewoners. Ik heb aan een stadslab meegedaan in ‘Hart op Zuid’ (de omgeving van Zuidplein, red.) maar dat kwam niet van de grond omdat de belangen van ontwikkelaars en gemeente te veel domineerden. Dat zie je sowieso op Zuid, waar door de Woonvisie en het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid de belangen hoog zijn. Ik denk dan: waarom hebben we daar rijtjes eengezinswoningen nodig, zoals in Barendrecht? Fuck it! Dit is de stad! Veel bestuurders die dit beleid verdedigen zijn zelf allang naar de periferie verhuisd.”

Nog een laatste tip aan aspirant-stadmakers: hoe ga je om met weerstand?

“Weerstand heeft altijd met macht te maken. Maar als je veel netwerken weet te verbinden, dan wordt de beweging op den duur onvermijdelijk. Dat lokalisme zie je over de hele wereld -van Porto Alegre tot Reykyavik tot Barcelona- opkomen; het recht van mensen om hun eigen leefomgeving vorm te geven. Rotterdam heeft een diverse en jonge bevolking, die nu moet opstaan om voor echte vernieuwing te zorgen. Unite and take over!

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
GeisjevanderLinden.versbetonkopie

Geisje van der Linden

Fotograaf

Geisje van der Linden (Rotterdam, 1985) werkt als documentaire fotograaf aan langlopende foto projecten. In haar werk onderzoekt ze hoe grote veranderingen, vaak van maatschappelijke aard, het leven van mensen en hun omgeving beïnvloedt en hoe zij zich hieraan zowel bewust als onbewust op aanpassen. Dit jaar publiceert ze haar eerste fotoboek met de titel, Stella Maris. Over Oost-Europese gastarbeiders in Nederland. Naast haar eigen projecten werkt ze in opdracht.

Profiel-pagina
Nog geen reacties