voor de harddenkende Rotterdammer
vers_beton_said
Beeld door: beeld: Elzeline Kooy

Ali is een lieve, zachtaardige man van vierenvijftig jaar. Op zijn allereerste cursusdag verscheen hij in onberispelijk driedelig pak. Als een notaris of burgemeester zag hij eruit en ik prees hem erom. Maar Ali was zo eerlijk om daar geen misverstand over te laten bestaan. ‘Ik ben maar boekhouder, meneer Said. Nee,’ corrigeerde hij toen, ‘in Iran ik was boekhouder, in Nederland ik ben niks.’ En dat pak, ach, een idee van zijn vrouw, die graag zag dat hij indruk maakte op zijn eerste taallesdag. Hij lachte erbij, waarna hij zijn blik door de klas liet gaan en zijn medecursisten een vriendelijk knikje toewierp.

Om zijn taalniveau te kunnen bepalen, liet ik hem wat oefeningen maken. Zo moest hij een klacht schrijven naar een denkbeeldige buurman. Ali deed het voorbeeldig. Hij schreef over een buurman die zijn vuilnis op straat gooit in plaats van in de daarvoor bestemde containers. Niet alleen wist hij zijn klacht aan de denkbeeldige buurman vriendelijk te formuleren, ook de aanhef en het slot kwamen overeen. Nu ja, natuurlijk vergiste hij zich in een lidwoord hier en daar, maar hij had het lef om voegwoorden en bijzinnen te gebruiken. Dat deden er maar weinig. Ik hoefde me als lezer niet eens in te spannen om te begrijpen wat er stond. Aldus adviseerde ik hem om het eerste niveau over te slaan en meteen met het tweede te beginnen.

Ali wees met een bescheiden vingertje naar zijn medecursisten. ‘Wat zij doen?’ vroeg hij.

‘Zij doen allemaal A1. Maar zij kunnen niet zo goed schrijven als jij.’

‘Ik wil ook A1.’

‘Waarom?’

‘Samen, dat is beter voor mij.’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Samen is gezellig, maar niet beter. Want jij leert er niks van.’

Hij dacht even na en zei: ‘Is goed, meneer Said. Dan ik doe A2.’

Even later bekende hij, ogenschijnlijk zonder reden, dat hij van zijn vrouw niet met andere vrouwen mocht spreken. Twee vrouwelijke medecursisten keken daar direct van op, fier en met grote ogen, als stokstaartjes op de wacht. Ze voelden zich geroepen daar iets van te zeggen. ‘Niet goed,’ vonden zij. Helaas spraken ze onvoldoende Nederlands om zich nader te verklaren. Een van de twee vrouwen, Marzieh, sprak echter vloeiend Farsi, omdat zij net als Ali uit Iran afkomstig was. Normaliter zag ik er streng op toe dat iedereen Nederlands sprak tijdens de les, maar voor deze ene keer maakte ik een uitzondering. Ali zou haar woorden vertalen.

‘Zij zegt ik moet zijn baas, anders vrouw niet mij respecteren,’ vatte Ali samen.

Ik vroeg wat hij daarvan vond.

Ali schudde zijn hoofd. ‘Niet ík ben baas, mijn vrouw is baas.’

Marzieh keek hem aan in de hoopvolle verwachting dat er meer kwam, maar er kwam niks en de hoopvolle verwachting in haar blik sloeg om in meewarigheid. Wat een arme ziel!, hoorde je haar in stilte denken. 

Een week later, als iedereen aandachtig zit te werken en het muisstil is in de klas, begint Ali naar aanleiding van een oefening in zijn werkboek te vertellen over een poets die hij zijn vrouw gebakken heeft. De oefening draagt op een e-mail te schrijven aan een al dan niet verzonnen vriendin. Ali kon de oefening zogenaamd niet maken en zijn vrouw wilde weten waarom niet.

‘Ik zeg omdat ik mag niet met andere vrouwen praten van jou, daarom.’ Hij kan er nog smakelijk om lachen en dat doet hij ook. Hij lacht en lacht. En de vrouwen die nog zo oprecht gemeend hadden hem te moeten behoeden, lachen in verwondering mee.

 

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

vers_beton_said

Said El Haji

Said El Haji (1976, Marokko) is schrijver, publicist, schrijfdocent en geeft Nederlands aan anderstaligen. Hij werkte als columnist en opiniemaker voor tal van regionale en landelijke kranten en bladen. Zijn debuutroman De dagen van Sjaitan (2000) beleefde een ware hausse aan media-aandacht en is ook in het Frans verschenen. Ook publiceerde hij o.a. Goddelijke duivel (2006) en Sta op en leef, vader (2013).

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Nog geen reacties