Voor de harddenkende Rotterdammer
10-grootste-misvattingen-Rotterdam-2
Beeld door: beeld: Mark van Wijk

Dat was even een teleurstelling, die tentoonstelling over de Middeleeuwen in de bibliotheek. Mooie expositie hoor, maar taferelen met kloeke ridders, trotse torens, en rijk uitgedoste kooplieden kom je er niet tegen. Het middeleeuwse Rotterdam was een boerengat met houten huizen, grote velden met kropjes sla en een enkele scharrelende geit.

Mijn beeld van het Middeleeuwse Rotterdam bleek te berusten op een misverstand. Ik ben vast niet de enige. Wat zijn eigenlijk de grootste historische misvattingen over Rotterdamse geschiedenis? De volgende lijst is het resultaat van een zoektocht naar urban legends, klinkklare onzin, fake news en opgeklopte verhalen waarbij ik ook te rade ging bij historici en andere specialisten.

1. Rotterdam is gesticht door ridder Rother

‘Rotterdam heeft géén geschiedenis’, hoor je mensen weleens zeggen. In de zestiende eeuw dachten ze er net zo over! Iedere zichzelf respecterende stad moest een ontstaansmythe hebben. Voor Rotterdam bedacht men een legende die terugging naar het jaar 89. Een zekere Ridder Rother (of Ruther), de 23e koning der Franken, zou onze stad hebben gesticht. Rother-dam dus. De bekende zestiende-eeuwse Italiaanse geschiedschrijver Guicciardini beschreef de mythe ook. Ridder Rother zou hier zelfs in Rotterdam begraven liggen! Zowel hoogleraar stadsgeschiedenis Paul van de Laar als historicus Han van der Horst tippen de mythe van Ridder Rother. Hun voorganger stadshistoricus Dirk Davidsz. Versijden maakte overigens in 1623 al korte metten met de legende in zijn Beschryvinghe der stadt Rotterdam, hare oudtheyt ende hare grootheyt ende oock hare ghelegentheydt. Wat nou, ‘Rotterdam heeft geen geschiedenis’? Al in 1623 had men het er druk mee.

2. Rotterdam ligt aan de Maas

Geen mythe: ooit lag er een klein dorpje op de plek van Rotterdam, genaamd Rotta. Archeologen vinden rondom de Binnenrotte nog geregeld resten van deze nederzetting, die in de twaalfde eeuw verdween. Rotta was dus genoemd naar de Rotte, zoals de rivier al sinds mensenheugenis heet. Op de tentoonstelling in de bibliotheek wordt er een fantastische animatie van vertoond.

Maar hoe noemen we de grote rivier die door de stad loopt? Kijk je op oude kaarten, dan heet de rivier ‘Merwe’. Wij zeggen meestal ‘de Maas’ (officieel: Nieuwe Maas). Maar bereik je Maastricht als je stroomopwaarts vaart? Nee. In feite is ‘onze’ Maas niet de Maas, maar een tak van de Rijn. Vandaar: ‘Rijnmond’.

“Volgens mij is de grootste misvatting over Rotterdam dat Noord belangrijker is dan Zuid”

Of je de rivier nou Merwe, Maas, Nieuwe Maas of Rijn noemt: het blijft een barrière in de stad. De mindere reputatie van Rotterdam-Zuid is een doorn in het oog van Anouk Estourgie, organisator van Open Monumentendag: “Volgens mij is de grootste misvatting over Rotterdam dat Noord belangrijker is dan Zuid. De aanleg van de nieuwe havens op Zuid heeft gezorgd voor de bloei van Rotterdam – dus Zuid is historisch gezien eigenlijk belangrijker dan Noord.”

3. Erasmus was een Rotterdammer

We hebben een Erasmus-universiteit, -brug, -medisch centrum … en nog vele Erasmus-vul-maar-in. De geleerde verbond zich voor eeuwig met Rotterdam door zich consequent ‘Erasmus Roterodamus’ te noemen – en Rotterdam is sindsdien trots op zijn ‘beroemdste zoon’. Al sinds 1622 pronkt het bronzen standbeeld van Hendrik de Keyser in de stad.

Maar is Erasmus wel met goed fatsoen een Rotterdammer te noemen? Hij werd hier geboren, maar daar is ook alles mee gezegd. Het staat vast dat hij vòòr zijn vijfde verjaardag Rotterdam verliet – om er NOOIT meer terug te keren. Erasmus had een grotere band met Gouda, Parijs, Leuven en Basel. Rob Noordhoek (Museum Rotterdam) bevestigt: “De band van Erasmus met Rotterdam is feitelijk vrijwel nul. Maar hij noemde zichzelf ‘Erasmus van Rotterdam’ en dat heeft de stad al vanaf de 16e eeuw flink uitgevent in een citymarketing-succesverhaal van jewelste.

4. Rotterdam is een stad van doeners

Geen woorden maar daden, niet lullen maar poetsen, niet denken maar doen. Rotterdam is een stad van doeners. Ja toch?! Nee dus. Vers Beton-redacteur en historicus Marianne Klerk: “De grootste mythe is volgens mij dat Rotterdam zogenaamd een stad van doeners is en altijd al geweest is. Terwijl het de eerste Verlichtingsstad van Nederland was en een belangrijk Verlichtingscentrum van Europa eind zeventiende eeuw.”

Volgens Marianne leeft deze misvatting niet onder historici. Maar: “Het is wel een blinde vlek in ons collectief geheugen omdat onze focus ligt op haven en heipalen, arbeiders en architecten, bommen en gebouwen.” Rob Noordhoek vult aan: “Misschien heeft ‘de stad van Erasmus’ gevluchte denkers als Locke en Bayle naar Rotterdam getrokken. Erasmus bleef toch een rockster op het denkvlak, en wellicht hadden jonge filosofen zijn poster boven hun bed hangen.”

10-grootste-misvattingen-Rotterdam
Beeld door: beeld: Mark van Wijk

5. Piet Hein was een koloniaal misdadiger

Een onverschrokken zeeheld – eeuwenlang was de reputatie van Piet Hein onomstreden. Zoals in het liedje: “Zijn daden benne groot – hij heeft gewonnen de zilvervloot”. De Delfshavense Admiraal van de West Indische Compagnie (WIC) had de Spanjaarden een cruciale nederlaag toegebracht. Piet Hein verscheen in de geschiedenisboekjes als voorbeeld voor de jeugd.

Maar de afgelopen twintig jaar kantelde het beeld van Piet Hein. Geen held – maar een abject sleutelfiguur van het koloniale systeem, waarbij Nederland overzeese gebieden exploiteerde en zich schuldig maakte aan slavernij.

In opdracht van het Rotterdamse stadsbestuur verricht Siebe Thissen momenteel onderzoek naar Piet Hein. Wat blijkt? Zelfs naar huidige maatstaven was Piet Hein best oké. Zo raakte de WIC pas zes jaar ná Piet Heins dood betrokken bij de slavenhandel. Uit brieven blijkt bovendien dat Piet Hein zich bekommerde om het lot van tot slaaf gemaakte natives in Amerika. Piet Hein schreef: “Vriendschap moet van onze kant komen, want wij bezoeken hen.” Dit jaar zal bij het standbeeld van Piet Hein een plaquette geplaatst worden.

6. Rotterdam was idyllisch mooi vòòr het bombardement - en lag in 1940 plat

Een favoriete bezigheid van de oudste generatie stadsgenoten: mijmeren over het Rotterdam van voor het bombardement. Dit wordt gecombineerd met een afkeer van de ‘ongezellige’ Wederopbouw-stad, en voilà, de mythe: het vooroorlogse Rotterdam was fabelachtig mooi.

In werkelijkheid ontpopte Rotterdam zich eind negentiende eeuw al tot industriële havenstad, met alle rauwheid, smerigheid en armoede die daarbij hoort. Er waren wel wat mooie stukjes, maar de Rotterdammers waren vòòr 1940 al kampioenen in het slopen en bouwen. De belangen van industrie, haven en transport stonden voorop. Al vanaf 1870 werden historische panden en stadsdelen in hoog tempo opgeofferd voor de moderne tijd. In feite is de Wederopbouw een versnelde uitvoering van plannen die er al decennialang lagen.

‘In 1940 lag Rotterdam helemaal plat’ hangt daarmee samen. In feite stond er in 1940 nog heel veel overeind: beschadigd, maar wel te herstellen. Van de lijst van 144 gebouwen die voor behoud in aanmerking kwamen, is echter bijna alles alsnog gesloopt.

Het is ‘de favoriete misvatting’ van Hans van der Pauw, specialist op het gebied van Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog. Hij spreekt over een ‘onbarmhartige vernieuwingsdrang’: “Die drang tot grootschalige wederopbouw zorgde dat er met de vooroorlogse bebouwing – vaak zonder pardon – korte metten werd gemaakt. Hierdoor werden de Rotterdammers na 14 mei 1940 alsnog beroofd van een aanzienlijk deel van wat er toen nog restte, van hun vertrouwde stad. Die kaalslag had niet alleen plaats in de jaren ’40. In de jaren vijftig en zestig verdween aan bouwvolume nog minstens zoveel van de historische stad als tijdens de oorlog!”

7. Het stadhuis is opzettelijk niet gebombardeerd

De meeste misvattingen over de Rotterdamse geschiedenis betreffen het bombardement. De chaos bleek een dankbare basis voor propaganda tijdens de oorlog en mythevorming ná de oorlog. Han van der Horst vertelt dat er tijdens de oorlog zelfs fake news door de Nederlandse regering in ballingschap werd verspreid: het bombardement zou 30.000 slachtoffers hebben geëist.

Een hardnekkig misverstand is: ‘Het Stadhuis is met opzet niet gebombardeerd’. De Duitsers zouden zo de bevolkingsregisters intact hebben willen houden. Maar volgens Rob Noordhoek kon er bij zo’n oppervlaktebombardement geen sprake zijn van mikken op individuele gebouwen: “Het stadhuis werd wel degelijk geraakt (net als het postkantoor en beurs); het torentje op de zuidoosthoek is hierbij gesneuveld. De brand als gevolg van het bombardement was sowieso veel verwoestender dan de bommen zelf. Hiertegen waren de moderne, vrijstaande en vooral belangrijke gebouwen aan de Coolsingel beter bestand dan andere delen van de dichtbebouwde binnenstad.” Foto’s van vlak na het bombardement laten inderdaad zien dat het stadhuis een voltreffer heeft gekregen.

Over brand gesproken: volgens Jac. Baart, specialist op gebied van militaire historie, zijn er veel misverstanden over de brand die Rotterdam trof na het bombardement. De Duitsers zouden brandbommen hebben gegooid – volgens Baart absoluut onwaar. Hij vertelt dat de Duitsers zelf erg verbaasd waren over de grote brand, en een onderzoek instelden. De Duitse commandant Hans Rumpf schreef: “Tot mijn verbazing heeft Rotterdam geen beroepsbrandweer, maar een vrijwillige. Die is slecht georganiseerd en niet opgeleid om meerdere, beginnende branden tegelijk aan te pakken.” Rumpf is daarentegen vol lof over Amsterdam, dat sinds 1874 een beroepsbrandweer heeft. Conclusie: De enorme brand na het bombardement is grotendeels te wijten aan het amateurisme van de Rotterdamse brandweer.

Rotterdam heeft geschiedenis!

Opvallend: de specialisten die ik spreek, noemen vooral misvattingen over de oudere geschiedenis, van vòòr de oorlog. Blijkbaar moet het beeld rechtgezet worden, dat de Rotterdamse geschiedenis pas met de Wederopbouw begint. Architect en historisch onderzoeker Luuk de Boer: “Ik vergelijk de Rotterdamse geschiedenis met een glazen plaat waarop een dikke laag stof ligt – stof dat na 14 mei 1940 is neergedaald. Schuif je dat weg, dan zie je een stad met een rijke geschiedenis van zo’n negen eeuwen, vergelijkbaar met de geschiedenis van welke Hollandse stad dan ook.”

Tot slot zijn er nog drie populaire opvattingen die onomstotelijk wél waar zijn:

  • Kaat Mossel was écht een volkse vrouw.
  • Het Witte Huis was écht de eerste wolkenkrabber van Europa.
  • De Lijnbaan was écht de eerste autovrije winkelstraat ter wereld.

Mis je nog een historische misvatting? Aarzel niet en deel ‘m hieronder als reactie!

‘De eerste eeuwen van Holland’
De tentoonstelling ‘De eerste eeuwen van Holland’ is tot 28 februari te zien in de Centrale Bibliotheek aan de Hoogstraat en gratis toegankelijk. De daar vertoonde animatie van Rotterdam in 1433 is een productie van studenten van het Grafisch Lyceum, het Stadsarchief en Archeologie Rotterdam. De animatie van Rotta is onderdeel van een documentaire van Carolien Bijvoet (de Alarmvogel).

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

✉ ferrie@versbeton.nl

Profiel-pagina
avatar-mark-van-wijk

Mark van Wijk

Illustrator

Met een achtergrond als grafisch ontwerper en een grote interesse in illustratief werk maakt Mark van Wijk dingen graag mooier dan ze zijn. Daarbij is er, wat Mark betreft, altijd wel ergens een grap uit te halen.

Profiel-pagina
Lees 5 reacties
  1. Profielbeeld van Inge Janse
    Inge Janse

    Mooi stuk, bedankt!

    Als aanvulling: de eeuwige misvatting dat hier zo lekker veel geld verdiend wordt, wat elders/in Amsterdam verdwijnt.

    “Amsterdam draagt positief bij aan ‘ons’ inkomen dankzij de financiële sector en de aanwezigheid van de beurs in de stad. Zonder Amsterdam zou het gemiddelde inkomen per Nederlander 4,8 procent lager liggen.

    Hoe zit het dan met Rotterdam, waar dankzij de Haven ook veel van ons nationale inkomen verdiend wordt? Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking met 0,1 procent daalt als de regio Rijnmond niet wordt meegerekend in het BNP.”

    https://www.rtlnieuws.nl/algemeen/economie/artikel/27256/amsterdam-maakt-nederland-rijker-en-rotterdam-ook

  2. Profielbeeld van Ferrie Weeda
    Ferrie Weeda

    …misschien is Rotterdam dan net als Berlijn ‘arm, maar sexy’ (zoals uit hetzelfde onderzoek blijkt)

  3. Profielbeeld van Hendrika Weeda
    Hendrika Weeda

    Aangezien volgens Ferrie familie-stokpaardjes altijd welkom zijn, het volgende: Er is nog een hardnekkige mythe over “opbouw” in het algemeen. Veel ouderen gaan er prat op dat na de tweede wereldoorlog de werkende bevolking het land weer zou hebben opgebouwd. Weliswaar moest er door velen hard gewerkt worden, maar dat was toch vooral om het eigen hoofd boven water te houden. Mocht dat allemaal hebben bijgedragen aan de wederopbouw van stad en land is dat mooi meegenomen. Maar door de meesten is dat geheel onbewust gebeurd.
    Hennie Weeda

    1. Profielbeeld van Ferrie Weeda
      Ferrie Weeda

      Ik ga toch een keertje uitpluizen hoe dat zit met die ‘hard werken voor de wederopbouw’-mythe.

      Dat er hard gewerkt moest worden, dat werd er door de overheid al snel ingeramd, vaak met ronkende propaganda. Dat gold zeker voor Rotterdam. Een fantastisch voorbeeld hiervan is het ‘Aan den slag’-monument, een lichtreclame op de Coolsingel, onthuld in 1945.

      Bestuurders, industriëlen, kunstenaars, bewoners en bezoekers committeerden zich aan de wederopbouwgedachte. Maar was deze ‘ideologie’ inderdaad een motivatie bij het gros van de ‘gewone’ werkende man/vrouw? Of waren veel Rotterdammers tussen pakweg 1945 en 1965 vooral bezig met de vraag ‘hoe hou ik mijn hoofd boven water’?

      Feit is in ieder geval, dat na de periode die met ‘trots’ op de Wederopbouw wordt geassocieerd, en een periode aanbrak van grote scepsis over het gevoerde beleid vanaf 1965 – en dat was precies de periode waarin steeds meer Nederlanders (Rotterdammers voorop) welvarender werden.

      Interessante link in dit kader: https://wederopbouwrotterdam.nl/artikelen/wat-is-wederopbouw

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500