Voor de harddenkende Rotterdammer
Adobe Photoshop PDF
Beeld door: beeld: Elzeline Kooij

Het feit dat Adriaan Visser geheime stukken met de pers deelde om zijn hachje te redden, daar kun je vanalles van vinden. Je zou het, zoals voormalig raadslid Jos Verveen, “georganiseerde criminaliteit” kunnen noemen. Of een “vermeend crimineel” in een “bananenrepubliek”, om te spreken met Stephan van Baarle (Denk) in de gemeenteraad. Een ex-politieman deed zelfs aangifte omdat hier sprake was van “ondermijning van de democratie”. Morele ophef was er alom.

Maar een andere manier om ernaar te kijken, is dat lekken een heel belangrijke functie heeft, en wel: informatie publiek maken. Het mag geen verrassing zijn dat Adriaan Visser zijn straatje wilde schoonvegen, na een felle aanval van de Rekenkamer op zijn betrokkenheid bij het Schieblock-debacle. Hij had er dus duidelijk belang bij om zijn imago via de media op te poetsen.

Toch kan de informatie die op zo’n moment boven tafel komt waardevol zijn voor het publiek. Je kunt je immers ook afvragen waarom een risico-analyse over een project waarmee een hoop publiek geld gemoeid was, überhaupt vertrouwelijk zou moeten zijn. En waarom dat tien jaar na dato nog steeds het geheim is.

Openbaarheid

De affaire Visser is wel een bijzondere. Allereerste omdat deze zich volledig in de openbaarheid afspeelt. Het lek zelf was bedoeld om geheim te blijven, maar kwam aan het licht. Daardoor zien we de macht in al haar lelijkheid en hardheid: bestuurders die met elkaar onder één hoedje spelen, concurrerende partijen die een slaatje uit de crisis proberen te slaan, de oppositie die bloed ruikt.

Daarnaast is het opmerkelijk dat het om een gecoördineerd lek gaat vanuit het Stadhuis. Een afgestemde poging om de publieke opinie te beïnvloeden. Eentje waarbij waarschijnlijk meerdere wethouders en zelfs raadsleden betrokken zijn. Vooral dat laatste is pikant, aangezien raadsleden nu juist worden geacht de macht te controleren. Zo blijft er van de scheiding der machten weinig over.

Tot zover de terechte ophef. Maar het lekken an sich, het in vertrouwen delen van informatie: is dat de morele verontwaardiging waard?

De enige manier

Lekken en heimelijke achtergrondgesprekken zijn vaak de enige manier om bij informatie te komen die anders ontoegankelijk blijft. Bestuurders, politici en mensen uit het bedrijfsleven kiezen hun momenten van openbaarheid het liefste zelf. Want informatie die buiten de geijkte kanalen om de wereld in gaat, dat is een potentieel conflict.

Je zou het lekken van vertrouwelijke informatie in twee categorieën kunnen verdelen. Ten eerste: uit burgerlijke ongehoorzaamheid. Uit het verlangen om misstanden aan de kaak te stellen of uit ethische wroeging.

Denk aan de stroom aan onthullingen van Wikileaks over Guantanamo Bay of aan de video van een Amerikaanse luchtaanval in Bagdad die bijna twintig onschuldige mensen het leven kostte. Dankzij  Edward Snowden weten we hoe geheime diensten onschuldige burgers monitoren. Zonder klokkenluider Christopher Wylie waren we nooit te weten gekomen hoe databedrijf Cambridge Analytica via Facebook verkiezingen kon beïnvloeden. En dankzij de Paradise Papers, Panama Papers, Swiss Leaks en andere grote data-lekken weten we nu hoe multinationals massaal hun belastingen ontwijken.

Dit soort burgerlijke ongehoorzaamheid is niet zonder risico’s, bewijst het lot van de lekkers: Chelsea Maning werd veroordeeld tot 35 jaar cel (maar kwam vervroegd vrij), Julien Assange leeft al zeven jaar in de ambassade van Ecuador in Londen en Edward Snowden kreeg politiek asiel in Rusland. (En vooruit: Christopher Wylie vond een baan bij H&M).

 

Maar het tweede soort lek ontstaat uit berekenend eigenbelang. Dus: Adriaan Visser, die in een vlaag van hoogmoed de politieke opinie wil beïnvloeden, door journalisten vertrouwelijke informatie toe te spelen. Maar reken daartoe ook de achtergrond of ‘deep background’-gesprekken bij gratie waarvan de politieke journalistiek bestaat.

Een harde scheidslijn tussen die twee is nauwelijks te trekken. Denk eens aan de onophoudelijke nieuwsstroom die uit het Witte Huis van Donald Trump komt. Uit Michael Wolffs boek Fire and Fury weten we dat juist de interne machtsstrijd een schat aan informatie oplevert. Adviseurs Ivanka Trump en Jared Kushner die strateeg Steve Bannon een hak wilden  zetten, die op zijn beurt chief of staff Reince Priebus een hak wilde zetten. Ze vochten hun vetes uit via de pers.

Ze lekten uit cynisch opportunisme, zeker. Maar zonder die informatie wisten we nu een stuk minder over de chaos binnen de regering van het machtigste land op aarde. Het is aan de journalist om een afweging te maken hoe hij of zij die informatie moet beoordelen en gebruiken.

Dichte luiken

Zelf heb ik in een halve week tijd al twee keer dezelfde grap mogen aanhoren. Als reactie op een vraag van mij, kreeg ik: “Als ik maar niet als Adriaan eindig” (die informatie deel ik op achtergrondbasis met de lezer). Een geintje natuurlijk. Maar toch zorgelijk. Want wat nu als de morele verontwaardiging over een wethouder die geheime informatie deelt, inderdaad tot meer geslotenheid leidt? Tot luiken die nog net iets dichter blijven. En tot nog meer beleidsstukken waar het stempel ‘vertrouwelijk’ op staat?

Daarom wil ik graag bij dezen het volgende zeggen tegen alle bestuurders, raadsleden, ambtenaren en CEO’s in deze stad: lek lekker door. Bij mij bent u veilig.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

pasfoto-Guido van Eijck

Guido van Eijck

Guido van Eijck (1987) is freelance journalist. Zijn stukken verschenen in onder meer De Groene Amsterdammer, de Volkskrant, het Financieele Dagblad en Die Zeit. Voor Vers Beton schrijft hij elke maand een analyse over de Rotterdamse politiek.

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Lees één reactie