Voor de harddenkende Rotterdammer

Ons land gaat blijvend veranderen: door klimaatadaptatie, energietransitie, veranderend (gebruik van) mobiliteit en nieuwe patronen van werk. Dit gaat zorgen dat niet alleen de ruimte om ons heen, maar ook ons gebruik van deze ruimte verandert. Al deze veranderingen betekenen wat voor het gebruik van onze steden. Een van de uitkomsten is verdichting, omdat we dan efficiënter gebruik kunnen maken van onze ruimte en alle voorzieningen.

Verdichten kan op verschillende manieren: soms worden voormalige (binnenstedelijke) bedrijventerreinen opgedoekt en bestemd voor wonen. Op andere plekken wordt er door middel van sloop-nieuwbouw verdicht. Ook grote multifunctionele ontwikkelingen van wonen, werken en recreëren onder één dak, zijn een strategie voor verdichting.

In veel steden is het daarbij zoeken naar voldoende beschikbare en betaalbare ontwikkellocaties. Maar in Rotterdam hebben we een zogenoemd ‘competitief voordeel’: een ontzettend groot areaal aan platte daken.  We hebben 14,5 km2, oftewel 2000 voetbalvelden met potentie voor verdichting én ander gebruik… De grote transitie van Nederland kan in Rotterdam dus zomaar leiden tot: Rotterdam Bovenstad!

De ontdekking van de bovenkant

Als er iémand voorstander en uitdrager van Rotterdam Bovenstad is, is het Winy Maas wel – oprichter van architectenbureau MVRDV. Op de opening van het Architectuurjaar 2016, presenteerde Maas zijn visie op de Rotterdamse toekomst: een stad op een stad, met horizontale en verticale verbindingen waardoor het gebruiksoppervlak van de stad enorm vergroot wordt en er vele spannende verbindingen en combinaties van functies ontstaan. Dit toekomstbeeld ondersteunde hij met futuristische beelden die de aanwezigen soms naar adem deden happen van enthousiasme.

Maas noemt het de ‘Tweederopbouw’ naar analogie met de wederopbouw, waar de Rotterdamse stedelijke omgeving beroemd en berucht door is geworden. De Tweederopbouw is geen revanche op deze wederopbouwperiode, maar viert juist een van de kwaliteiten die deze bouwperiode heeft gebracht: heel veel platte daken met ongekende mogelijkheden!

De beelden die Maas in mei 2016 toonde waren futuristisch en niet 1-2-3 te realiseren. Echter, op hetzelfde moment werd de trap naar het dak van het Groothandelsgebouw geopend en de (inter)nationale belangstelling voor deze simpele ingreep bewees wel dat Maas een gouden idee in handen had. Ook het succes van festivals als De Rotterdamse Dakendagen en DAK toonden aan dat de ontdekking van de bovenkant van de stad was begonnen.

Rotterdamse ambitie

Aan de oproep van Maas om die enorme oppervlakte aan plat dak in de stad te ontwikkelen, lijkt de gemeente eindelijk gehoor te geven. De ambitie is om voor 2030 is om in ieder geval een vierkante kilometer plat dak in het centrum ontwikkeld te hebben. Dat lijkt gezien het grote beschikbare oppervlak wellicht matig, maar het is nog steeds een gebied ter grootte van de Kralingse Plas. Daarbij: de meeste daken zijn helemaal niet van de gemeente zijn, maar van particulieren, bedrijven en corporaties. De vraag hoe de gemeente deze ambitie kan realiseren is dan ook een interessante, waar we zeker nog op terug gaan komen.

Intussen gebeurt er al van alles in de bovenstad. Het door MVRDV ontworpen Depot van Boijmans van Beuningen, in aanbouw, krijgt bijvoorbeeld een voor het publiek vrij toegankelijke daktuin met horeca en kunst. Daarnaast is er natuurlijk het dakpark in Rotterdam West en de appartementen die de Fenix1 op Katendracht nieuw leven inblazen. Ook zijn er allerhande initiatieven om daken tijdelijk en permanent toegankelijk te maken en een functie te geven, zoals Rotterdamse Dakendagen en DAK laten zien.

Het kan nog beter. Iedereen kent inmiddels de New Yorkse HighLine, nota bene landschappelijk ontworpen door onze eigen Nederlandse Piet Oudolf. Wat stelt Rotterdam daar tegenover? Het gedoe over het dak van de Hofpleinlijn duurt maar voort, maar in ieder geval is het nu deels ontwikkeld en opengesteld. Dat zijn echter (tijdelijke) speldenprikken, hoe komen we tot Rotterdamse dakendaden?

Winy Maas gaf al eerder aan dat er verschillende manieren zijn om ‘de lucht in te gaan’ in Rotterdam: sloop en nieuwbouw; optoppen; of een laag toevoegen. Sloop en nieuwbouw is vrij rigoureus en vaak, gezien de relatief jonge leeftijd van Rotterdamse gebouwen, niet rendabel en duurzaam.

Optoppen is ambitieus en wordt nog vrij weinig gedaan, maar een fantastisch voorbeeld midden in het centrum is De Karel Doorman aan het Binnenwegplein. Hier is het voormalig TerMeulen-pand nieuw leven ingeblazen door opbouw, met respect voor het oorspronkelijk ontwerp van Van den Broek en Bakema. Een dergelijke ingreep kan alleen door een kapitaalkrachtige ontwikkelaar met lef gedaan worden. Hier zullen we in een later artikel aandacht aan besteden. De Rotterdamse ontwikkelaar Manhave Vastgoed verkent samen met de gemeente Rotterdam wat de mogelijkheden zijn van een optopping van de voormalige bioscoop Lumiére, op de hoek van de Kruiskade en de Korte Lijnbaan.

De derde optie, het toevoegen van een laag, is minder moeilijk te realiseren en ook voor de Rotterdamse particulier interessant. Hier ligt wellicht ook de kans voor gemeente Rotterdam om haar burgers zo ver te krijgen dat ze hun eigen daken gaan ontwikkelen.

Verbinden

Maar wat Maas in zijn presentatie in 2016 liet zien, was eigenlijk een vierde variant, die meer draaide om het leggen van horizontale en verticale verbindingen in de stad. Met trappen en bruggen werd een nieuwe laag van de stad ontsloten. Niet alles hoeft meteen gerealiseerd te worden. Een handjevol gebouwen in het centrum op een andere manier ontsluiten en verbinden, zorgt al voor een nieuwe route in de stad, die voor nieuw publiek en nieuw gebruik zorgt. Dat kan een katalysator vormen voor verdere ontwikkeling.

Maar hoe moeten we nu daadwerkelijk beginnen, vroegen wij Maas. Volgens hem zijn er twee manieren: collectief of privé/particulier. Het ‘rondje station’, is een voorbeeld van de collectieve manier , waarbij het dak van De Doelen, het casino en Delftse Poort meedoen aan een publieke route.  Privé-ontwikkelingen kunnen plaatsvinden in buurten als Charlois of Middelland, waar bewoners zelf initiatief nemen. In ieder geval moeten we starten bij het toegankelijk maken van daken, zodat je ze vervolgens met bruggen kunt verbinden en zo een route kan vormen.

“Met een tweede maaiveld kan Rotterdam makkelijk doorgroeien naar 2 miljoen inwoners en dat moet ook om een rol in de wereld te blijven spelen”

De urgentie om naar een tweede laag toe te gaan is helder volgens Maas: “Met een tweede maaiveld kan Rotterdam makkelijk doorgroeien naar 2 miljoen inwoners (nu: 616.260) en dat zal ook moeten om een rol in de wereld te blijven spelen”. Zo gaan we toe naar een steviger Rotterdam dat niet op z’n lauweren rust. De creatieve economie is eindig en er is een noodzaak om de stad opnieuw uit te blijven vinden en te intensiveren. Zoals het adagium op de Willem de Kooning Akademie samenvat: “You have to change to stay the same”.

Dit aanpassen aan de vragen van de huidige tijd en daarop de stad transformeren is Rotterdam ook niet vreemd, want begin vorige eeuw hebben we ook binnen no time vele vierkante meters aan haven en havenfaciliteiten toegevoegd. In haar lezing tijdens de kennisdag van de Rotterdamse Dakendagen 2017 toonde architectuurhistoricus Marinke Steenhuis ook dat de stadsontwikkeling van Rotterdam geen continue en gestuurd proces is, maar schoksgewijs gaat, onder invloed van een steeds weer een nieuw dominant. In Rotterdam is altijd ruimte geweest voor experiment en innovatie. Rotterdam is daarom bij uitstek de stad om voorop te lopen in de ontwikkeling van het daklandschap. Het volgende deel gaat daarom over welke invullingen en functies er voor de Rotterdamse daken voorstelbaar én haalbaar zijn.

Over deze serie

Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote transities die de ruimte om ons heen gaan veranderen. Om de groeiende druk op de stad op te vangen en haar voorzieningen efficiënter te gebruiken zal moeten worden bijgebouwd. Maar waar? Met ruim 2000 voetbalvelden aan plat dak heeft Rotterdam hier een unieke kans voor verdichting én ander gebruik. De grote verbouwing van Nederland kan in Rotterdam dus zomaar leiden tot Rotterdam Bovenstad! In deze serie zoeken Yvonne Rijpers en Joep Klabbers uit hoe de vorming van Rotterdam Bovenstad tot stand kan komen en wat dat voor stadsbewoners betekent.

Rotterdam Bovenstad is mede mogelijk gemaakt met een subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Bekijk hier de hele serie!

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Marieke-Odekerken-portret-Joep-Klabbers

Joep Klabbers

Joep Klabbers (1969) is architect en tevens initiator en oprichter van het succesvolle festival Rotterdamse Dakendagen, waarvan hij tot eind 2017 inhoudelijk directeur was. Met zijn bureau zoarchitecten werkt hij aan de opgaven van de bestaande stad. Plinten en daken hebben daarbij in het bijzonder zijn aandacht. Ook nog frontman van WLDRF.

Profiel-pagina
Yvonne Rijpers

Yvonne Rijpers

Yvonne Rijpers (1980), Eindhovense Rotterdamse, sociologe en metropolitaan onderzoekster. Vindt Rotterdam-West veruit het best. Is werkzaam in en schrijft over stedelijke ontwikkeling. Probeert daarnaast ook nog te promoveren op iets met beleid, Berlijn en creatieve steden en werkt als coördinator voor Vereniging Deltametropool.

Profiel-pagina
MATZWART_LOGO

Matzwart

Illustrator

Matzwart studeerde in 2012 af aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als allround ontwerper met een voorliefde voor illustratie. Hij werkt overal waar hij aan WiFi kan komen.

Profiel-pagina
Lees één reactie

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500