Voor de harddenkende Rotterdammer

Kort voor de aankondiging van het programma horen Elisa* (nét 18 jaar) en Anna* (15 jaar) uit Rotterdam-Zuid dat hun mensenhandelaar B. een forse maar voorwaardelijke gevangenisstraf krijgt opgelegd. Een flinke teleurstelling voor de twee tieners. Wat is er gebeurd?

Elisa wil haar goede vriend B. van zijn boetes afhelpen. Zelf kan zij het geld ook wel gebruiken. B. komt met de oplossing: prostitutie. Elisa: “Ik vind het moeilijk om nee te zeggen. B. en ik komen uit dezelfde buurt en zijn al heel lang bevriend. Ik vertrouwde hem, was zelfs verliefd, dus ik besloot in te gaan op zijn voorstel. Maar tijdens het werk was ik vooral bang en kreeg ik flashbacks naar toen ik twaalf was en slachtoffer werd van een groepsverkrachting.” B. weet daarvan. Als Elisa wil stoppen dreigt hij een filmpje van de verkrachting online te zetten. Bang dat die beelden weer opduiken gaat Elisa maar door met het werk.

Elisa is niet de enige die wordt uitgebuit door B. De minderjarige Anna verzint smoesjes over toetsen en school om onder het werk uit te komen. Ze weet eigenlijk niet zo goed waarom ze zich laat prostitueren door B. Ze denkt zelf dat het met haar verleden te maken heeft. Voordat B. het voorstel doet, wordt ze al jarenlang door een kennis misbruikt. “Daardoor lag de drempel laag.” Ook daarvan is B. op de hoogte.

De uitspraak

Tijdens de strafzitting op 18 oktober 2018 wordt de rol van B. duidelijk uiteengezet. Hij doet het voorstel voor prostitutie en regelt het contact met andere mensenhandelaren, een plek om af te spreken en de klandizie. Met de andere mensenhandelaren spreekt hij af hoe de inkomsten worden verdeeld. Maar de rechtbank oordeelt dat het dossier onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt om te concluderen dat B. Elisa tot prostitutie dwingt. Voor seksuele uitbuiting van Elisa wordt B. vrijgesproken.

De zaak van Anna wordt anders beoordeeld: vanwege haar minderjarigheid wordt B. schuldig bevonden aan seksuele uitbuiting. Hij moet een schadevergoeding van 700 euro betalen en wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 367 dagen waarvan 365 voorwaardelijk. De twee resterende onvoorwaardelijke dagen zat hij al in voorarrest uit. De proeftijd is drie jaar. Gedurende die tijd heeft hij een contactverbod, moet hij zich melden bij Reclassering Nederland en dient hij zich onder behandeling te stellen van een ambulante forensische zorginstelling.

De rechter noemt dat de ernst van het misdrijf oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen. Vanwege strafmatigende omstandigheden wordt die echter niet opgelegd. Het tijdsverloop sinds de uitbuiting, de jeugdige leeftijd van B. en zijn lichte verstandelijke beperking wegen daarin mee. Het zwaarst telt het feit dat B. zich momenteel in een hulpverleningstraject bevindt, waar hij veel baat bij lijkt te hebben.

Uit de verklaring van zijn woonbegeleider komt naar voren dat B. een moeilijk verleden heeft. Hij is van goede wil, maar heeft begeleiding nodig om zijn leven op orde te krijgen. Indien B. voor langer dan één maand gedetineerd raakt, verliest hij zijn plek in het begeleid wonen-traject. Hierdoor loopt hij het risico om te vervallen in oude gewoontes en gedragspatronen. De rechtbank wil recidive voorkomen en “acht het niet opportuun het traject dat B. is ingeslagen te doorkruisen door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.”

Het komt dus tot een strafzaak. Elisa en Anna horen tijdens de zitting aan hoe B. vertelt dat hij “wel weet hoe de meisjes echt zijn. Nu gedragen ze netjes maar ik weet net als de rest van de buurt wel beter.” De meisjes hebben moeite hun leven op de rails te krijgen. Zij geven aan te kampen met PTSS-klachten en een verstoorde seksuele intimiteit.

En B.? Zijn advocaat noemt tijdens de strafzitting dat B. met de eis in zijn handen mag knijpen. Frank Noteboom, hoofd van het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), vindt dat door de rechtbank vooral met hem, de dader, rekening gehouden wordt. Dat terwijl een straf juist voor de slachtoffers zo belangrijk is. “Een straf weegt natuurlijk nooit op tegen de seksuele uitbuiting, maar erkent wel wat slachtoffers is aangedaan.”

Integrale aanpak

In 2018 schat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat er jaarlijks 3.000 slachtoffers van binnenlandse seksuele uitbuiting zijn. 1.300 daarvan zijn minderjarige Nederlandse meisjes. Dit blijft echter een schatting. In de Slachtoffermonitor Mensenhandel 2013-2017 staat dat slachtoffers van seksuele uitbuiting slecht in beeld zijn. Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel concludeert eerder in het rapport ‘Aangifte doe je niet’ dat weinig minderjarige slachtoffers aangifte doen. Zij zijn bang voor represailles van de mensenhandelaar en zijn netwerk, zij herkennen zichzelf niet altijd als slachtoffer, en de zwaarte en duur van het strafrechtelijk proces vormen drempels om aangifte te doen. Ook Anna en Elisa doen om deze redenen geen aangifte.

De conclusies worden meegenomen in het programma Samen tegen Mensenhandel, stelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Mark Harbers tijdens de kick-off van het programma. Hij kondigt aan samen met drie andere ministeries mensenhandel integraal aan te pakken. De politie, het Openbaar Ministerie, zorginstellingen, antimensenhandel-organisaties en gemeenten – waaronder gemeente Rotterdam – dragen hieraan bij. De ambities: mogelijke slachtoffers snel signaleren, uit de situatie halen en zorg en ondersteuning bieden. Bovendien moeten de aangiftedrempels voor slachtoffers worden verlaagd. Tegelijkertijd moet herhaald daderschap voorkomen worden. Daders dienen op allerlei manieren gefrustreerd en aangepakt te worden; strafrechtelijk en bestuursrechtelijk, maar ook door barrières op te werpen.

Vijf pijlers

Er komen berichten over de slechte zichtbaarheid van slachtoffers. Daarnaast is er de verwachting van de politie dat grens tussen legale en illegale prostitutie verder verschuift en het aantal minderjarige slachtoffers toe zal nemen. Hierdoor besluit de gemeente Rotterdam om ook de lokale aanpak van mensenhandel – waaronder seksuele uitbuiting – aan te scherpen. Er worden vijf pijlers geformuleerd: preventie, signalering, hulp en opvang, analyse en onderzoek en regionale aanpak.

Ter preventie van mensenhandel zorgt de gemeente voor voorlichting aan scholieren over wervingspraktijken van loverboys. Ook bevordert de gemeente de expertise van professionals ten aanzien van ronselpraktijken bij instellingen. Om signalering te verbeteren wordt er onderzoek gedaan om meldings- en aangiftebereidheid van slachtoffers te verhogen. Om seksuele uitbuiting via internet op te sporen, intensiveert men de inzet van webvoyager. En jeugdhulpaanbieders, het onderwijs en boa’s van de gemeente krijgen voorlichting over signalen van mensenhandel. Ook belegt de gemeente hulp aan en opvang van slachtoffers bij meerdere zorgaanbieders. 

Om op regionaal niveau trends te volgen en hierover te rapporteren werkt de gemeente samen met politie, justitie en inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bijvoorbeeld door te investeren in onderzoek naar de relatie tussen een licht verstandelijke beperking en seksuele uitbuiting. Ze werken samen met de gemeente Capelle aan den IJssel aan een regionale aanpak. De ambities: een regionaal integraal informatiepunt mensenhandel om aan een eenduidige aanpak te werken waarvan alle gemeenten deelgenoot zijn, en een regionale monitor mensenhandel om trends en ontwikkelingen inzichtelijk te maken.

Tot slot wordt er een controleteam prostitutie en mensenhandel opgezet. De gemeente voert controles uit binnen risicobranches samen met onder andere de politie (afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM)), inspectie SZW en Prostitutie Maatschappelijk Werk van Humanitas. Zo wordt ingezet op het signaleren van misstanden. 

Heeft het zin?

Op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau worden seksuele uitbuiting en aangifteproblematiek aangepakt. Hoe staat dat in verhouding met de – in het geval van B. – een voor Anna en Elisa teleurstellende straf? Hoewel staatssecretaris Mark Harbers noemt dat de strafmaat een aantal jaar geleden is aangescherpt, ziet Frank Noteboom al een aantal jaar dat de zwaarte van de straffen terugloopt: “Dat straffen laag liggen en over de laatste jaren lager zijn geworden is een zorg. Ook omdat andere slachtoffers kunnen gaan denken ‘Waarom zou ik eigenlijk aangifte doen? Ik ga door het hele strafproces, en de daarmee gepaard gaande onzekerheid en angst voor de dader en zijn netwerk. Ook vertel ik het verhaal keer op keer, en waarom? Voor je het weet is de dader weer op vrije voeten. Terwijl ik mogelijk nog onder behandeling ben om mijn leven op de rails te krijgen.’ Dat voelt onrechtvaardig en kan ertoe leiden dat minder slachtoffers besluiten aangifte te doen.”

“Toch heeft het voor slachtoffers zin om aangifte te doen,” benadrukt staatssecretaris Harbers. “Ik begrijp dat je als slachtoffer door een hel gaat. Niet alleen tijdens de uitbuiting maar ook daarna wanneer je het keer op keer moet uitleggen. Ieder slachtoffer dat aangifte doet moet over een enorme drempel heen. Desalniettemin zou ik tegen hen willen zeggen: ‘Het heeft wel zin’. Je helpt niet alleen jezelf maar ook anderen. Uit iedere zaak leren we wat het OM in een volgende zaak beter kan doen en hoe je nieuwe slachtoffers kan voorkomen.”

De staatssecretaris hoort de zaak van Elisa en Anna aan: de uitbuiting, de rechtszaak en daarna de teleurstelling. In het programma wordt namelijk ook gesproken over het strafrechtelijk frustreren van daders. Betekent dat dat er aandacht komt voor de strafoplegging en de motivering van de straf met het oog op de slachtoffers? “Ik treed niet in de afweging die de rechter uiteindelijk maakt. De rechter weegt natuurlijk hoe de zaak in elkaar zit, welk bewijs er is, en welke straf daarbij hoort. Waar je wel tegenaan loopt is dat de bewijsbaarheid lastig is. Daarom willen we met politie en OM in aangiftes investeren die beter standhouden voor de rechter. Wat wij ook kunnen doen is slachtoffers minder belasten met het keer op keer vertellen van het verhaal. We hebben bijvoorbeeld gespecialiseerde rechercheurs mensenhandel getraind om oog en oor te hebben voor de situatie waar slachtoffers in zitten.”

En de straffen? “Ook de komende jaren blijven we kijken of de verhoging van de strafmaat zin heeft gehad. Wordt er ook dienovereenkomstig gestraft? Dat wil niet zeggen dat we nu naar de rechtbank gaan om te zeggen: ‘Deze straf, of die straf, deugt niet’. Daarvoor is de onafhankelijkheid van de rechtspraak een te groot goed. We kijken wel met een schuin oog mee naar hoe het in de praktijk werkt,” aldus de staatssecretaris.

Geen soelaas

Terug naar de rechtszaak. Hoewel ze er eigenlijk weinig van verwachten, komen Anna en Elisa op 1 november opnieuw naar de rechtbank in Amsterdam voor de uitspraak. Wachtend op de gang vertelt Elisa hoe B.’s oom haar laatst nog dreigend aanstaarde. Anna hoopt dat B. toch nog een straf krijgt die recht doet aan het leed dat hij veroorzaakt heeft. Elisa gelooft daar niet meer in. “Zenuwachtig?” Ja, zenuwachtig is ze wel. Dan worden ze binnengeroepen.

In het zaaltje zitten de meisjes gelaten naast elkaar. Een glazen wand scheidt hen van de rechters. Er zijn geen familieleden, geen maatschappelijk werkers, geen vrienden, geen advocaten. Zelfs B. is er niet. Wanneer de voorzitter B. vrijspreekt van seksuele uitbuiting van Elisa schudt Anna zachtjes haar hoofd. Na de formulering van de straf, staan ze in nog geen tien minuten weer op de gang.

“En? Hoeveel dagen nou precies?”

“Geen idee.”

“Eén of twee?”

“Ik begreep het niet zo goed.”

“Kort, in ieder geval.”

Hoewel ze toch nog hoopten op een flinke straf, hadden ze dit ook wel verwacht. Anna: “B. komt er mooi mee weg zo. Je laat met zo’n straf eigenlijk zien dat het oké is wat hij heeft gedaan. Als slachtoffer denk je dan: ‘iedereen mag mij dit aandoen’.

De uitleg die de Officier van Justitie eerder tijdens de strafzitting gaf over de keuze van de straf, dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de situatie van B. waarschijnlijk verergert waardoor B. zou recidiveren, biedt niet bepaald soelaas aan de meisjes. Anna: “Ja, hij zou zijn huis en begeleiding kwijtraken, maar wij zijn ook veel kwijtgeraakt. En wordt er ook aan recidive bij de slachtoffers gedacht?” Elisa trekt in de hal van de rechtbank rustig haar jas weer aan. “Hij heeft mijn leven volledig verpest maar loopt gewoon weer vrij rond. Ik weet zeker dat hij wraak gaat nemen omdat we gepraat hebben. Het is oneerlijk, we komen naar buiten met ons verhaal en dan komt er nog niets uit.”

*de namen van de slachtoffers zijn gefingeerd

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Sophie de Jonge

Sophie de Jonge

Sophie is cultureel antropoloog. Ze organiseerde eens een Cubaanse protestkunst-expositie, maar dat was in Amsterdam. Ze schrijft, fotografeert en maakt filmpjes. Heeft nog niet echt een catchy rode draad in haar werk kunnen vinden maar op sophiemaaktfotos.com staat het bijna complete overzicht.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.