Voor de harddenkende Rotterdammer
CoPTcoverbeeld
Beeld door: beeld: Robin Utrecht

Op de omslag prijkt een foto van een eenzame voetganger die over de luchtsingel loopt. Herkenbaar, voor mij als fervente wandelaar. Want de vele keren dat ik gebruikmaakte van de luchtsingel, liep ik er vaak alleen. Toch maakte het bouwwerk – misschien om de verkeerde redenen – iedere keer weer indruk. Wandelend op deze hoogte ervaar je de achterkant van de stad optimaal: de betonnen kolos ‘De Hofpoort’, het verlaten station Hofplein en de leegte van Park Pompenburg. Op de momenten dat het druk was op de luchtsingel was er een evenement, excursie of een feest georganiseerd. Dan was er levendigheid of – zoals ZUS de festivals in Rotterdam zelf omschrijft – ‘een flashmob van het stedelijk leven, aangekondigd en geregisseerd’.

Tijdsbeeld

Het is jammer dat deze foto op de voorzijde staat omdat de luchtsingel al zo vaak als paradepaard of als schietschijf is gebruikt voor de aanpak van ZUS. Want als het boek iets aantoont, is het wel de veelzijdigheid en volharding die ZUS aan de dag legt om hun eigen woon- en werkomgeving tot levendige ‘test-site’ te maken voor stedelijke ontwikkeling.

De luchtsingel heeft van hun werk de meeste aandacht gekregen bij het publiek en in de pers, mede dankzij de stevige promotiecampagne van de initiatiefnemers Elma van Boxel en Kristian Koreman. De houten loopbrug was winnaar van het eerste stadsinitiatief in 2012 en is de opvallendste fysieke ingreep in het gebied. Maar het boek begint ruim 10 jaar daarvoor, toen ze vanuit Arnhem naar Rotterdam kwamen en het gezicht werden van een (anti-kraak)generatie die samenwerking als een logisch onderdeel ziet van het actievoeren.

Het Schieblock verkeerde in 2000 in slechte staat. Van Boxel en Koreman mochten er voor een zacht prijsje wonen en werken. Het vormde de start van een van een lange en intensieve betrokkenheid bij de gebiedsontwikkeling van het Rotterdam Central District. Ongevraagd en later ook gevraagd ontwikkelden ze ad hoc voorstellen voor wat een van de ingewikkeldste gebieden in de stad bleek te zijn.

ZUS [Zones Urbaines Sensibles] werd in 2001 opgericht, in het jaar dat Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa was en architect William Alsop de plannen voor het nieuwe stationsgebied presenteerde. Die ambitieuze plannen – prijskaartje 4,7 miljard gulden – sneuvelden definitief met de komst van Leefbaar Rotterdam. Vanuit die lokale situatie schetst het boek het tijdsbeeld van de afgelopen decennia, met oog voor de kleine én grote maatschappelijke veranderingen. Van het Rotterdamse zerotolerancebeleid tot de internationale crises.

De verslagen in het boek lezen als een gedramatiseerd verhaal, met uiteenlopende personages. Met ZUS als hoofdrolspelers die zichzelf in het middelpunt van cruciale ontwikkelingen plaatsen. Zij waren de juiste partij op de juiste plek. Op een chronologisch, bijna dagboek-achtige manier, worden de persoonlijke beschouwingen over de directe omgeving, gekoppeld aan grootstedelijke ontwikkelingen.

De ontwikkeling van het Schieblock en de directe omgeving zijn dan ook niet los te zien van hun eigen situatie en ontwikkeling. Die ‘voortgang’ is duidelijk te zien: van onbevangen naar strategisch, van proefballonnetjes naar planontwikkeling. Denken en doen gaan daarbij voortdurend samen. Want zoals ze zelf aantonen: zonder het een kan het ander niet ontstaan.

Honderd petten

Het Schieblock vormt het hart van de ontwikkeling van het Central District, simpelweg omdat ZUS vanuit hier opereert. Er is verwondering over de planontwikkeling die keer op keer stokt. ZUS neemt het heft in eigen hand en manoeuvreert zich in het spinnenweb van plannen, belangen en geld. ‘The only logical conclusion is that this development will take longer than expected. It is a temporary situation for the permanent duration: a city of permanent temporality.’

Die tijdelijkheid duurt nu al bijna 20 jaar. In die tijd lukt het hen niet alleen het Schieblock gevuld te krijgen met huurders (!) maar ook om een belangrijke publieke (uitgaans)plek in de binnenstad te creëren. En misschien nog bijzonderder; de activiteiten in, op en rondom het gebouw trekken zeer verschillende publieksgroepen aan.

 

p184CoPTLuchtsingelOssipvanDuivenbode
Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

Met het succes van het Schieblock en de opgedane kennis en ervaring van ZUS, lijkt het dan ook een logische stap hen te betrekken bij de huidige planontwikkeling. Althans, voor de dienst Stadsontwikkeling. De politiek dacht hier anders over. In 2017 werd ZUS ervan beticht een dubbele pet op te hebben omdat ze als initiatiefnemers zelf belang zouden hebben bij het voortbestaan van het Schieblock.

In het boek komt goed naar voren dat ze inderdaad continue van rol veranderen.  Door de tijd heen hebben ze wel honderd verschillende petten op gehad: de ene keer opereren ze als schoonmaker en bouwvakker, de andere keer als marketeer en plannenmaker. Daarbij worden allianties gesloten met een breed palet aan partijen, zoals culturele instellingen, ondernemers, gemeente en ontwikkelaars. Juist die wisselende positie is cruciaal gebleken om een rol van betekenis te spelen.

Kritiek

Er worden ook vraagtekens geplaatst bij de werkwijze van ZUS. Al tien jaar geleden kwamen die ter sprake bij een discussie in NAi over ‘ongevraagde architectuur’. Archined analyseerde: ’De projecten van Koreman en Van Boxel hebben een sterk columnachtig karakter, waardoor het niet eenvoudig is om hun motivaties te benoemen. Zeker wanneer de verhouding tussen de statements, de ongevraagde adviezen en de gevraagde adviezen, onduidelijk blijft.’

De publieke kritiek over de Luchtsingel werd in een onderzoek van Drift uit 2014, toegeschreven aan de ‘zeer hoge verwachtingen vooraf’ en het feit dat ‘vooral concrete resultaten en naderende mijlpalen gecommuniceerd worden, maar niet de worstelingen en het proces waar initiatiefnemers in zitten.’

Die worstelingen en het proces zijn in het boek nu dus uitgebreid en gedetailleerd beschreven. Alleen gebeurt dat voornamelijk vanuit één perspectief: dat van ZUS. De wisselende kritiek op hun projecten ontbreekt of wordt zijdelings benoemd.

Zo wordt er bijvoorbeeld gerefereerd aan een e-mail uit 2012 van het kunstenaarsduo Bik Van der Pol, maar krijgen we alleen de blik van ZUS: ‘… we are judged to be guilty: conspiring with the municipality, colluding with the big business, ad nauseam. We have recently developed a very thick skin, but this attack represents a new low in the discussion about city making.’ Helaas ontbreken de oorspronkelijke e-mail en de argumentatie. Daardoor mist de context om zelf te bepalen of je het eens bent met de kritische geluiden of niet. Een apart hoofdstuk gewijd aan de kritiek op hun werk zou verfrissend hebben gewerkt.

Er staan wel bijdragen in van gastschrijvers, die verdieping aanbrengen, maar ook (te) dicht bij het onderwerp blijven. Wouter Vanstiphout van Crimson spreekt over de eerste ontmoeting: ‘Kris showed us a room, with one armchair and a thousand philosophy books, where he came to sit and ponder, letting hundreds of years of political thought seep into his brain through osmosis.’ En hij stelt vragen aan ZUS over de bottom-up benadering, die mede-auteur Michelle Provoost vervolgens in een bredere context plaats: ‘This emancipatory aspect of the bottom-up movement increasingly became an excuse for shrinking government to reduce their responsibility.’

Toekomst

René Boer en Mark Minkjan van Failed Architecture vragen zich terecht af hoe de huidige situatie werkelijk impact kan hebben op de toekomstige ontwikkeling: ‘… will it be possible to maintain enough of the area’s current relevance, affordability and atmosphere? … Are these crucial, but easily abandoned qualities preserved in the playful retro-modernism of the new ‘Schietoren’ and ‘Culture Wall’?’

p178CoPTLuchtsingelOssipvanDuivenbode
Beeld door: beeld: Ossip van Duivenbode

De timing van het boek lijkt goed gekozen. Het komt op het moment dat het gebied een nieuwe fase ingaat. Onlangs verscheen het rapport van de Rotterdamse rekenkamer over de foutieve ambtelijke beslissingen, gesteggel over grondtransacties en de verdampte miljoenen. Al die tijd is er van de plannen nog niets gerealiseerd terwijl er in de ‘tussentijd’ een levendig stedelijk gebied is ontstaan. Maar met de meest recente studies van Stadsontwikkeling en voorstellen van private ontwikkelaars lijkt het erop dat er de komende jaren daadwerkelijk gebouwd gaat worden. 

ZUS heeft de plannen gereed: hun Schietoren, Nieuw Delftsehof en de Culturele Wand langs het spoor zijn onderdelen van het laatste plan dat is gepresenteerd voor dit gebied. De toren vervangt een deel van het Schieblock en bouwt daar tegelijkertijd op voort. Ook de luchtsingel lijkt in de eerste plannen voor Pompenburg in een nieuwe vorm een permanente functie te krijgen. De ideale mix van oud en nieuw? Na het lezen van het boek blijft één vraag hangen: moet ZUS wel als ontwerper om tafel zitten? Het is begrijpelijk dat ze na al die jaren ook graag willen bouwen. Maar juist in de andere rollen hebben ze aangetoond van waarde te zijn voor de ontwikkeling van het gebied. De ‘Lessons from the Test Site’ kunnen wel eens betekenisvoller zijn voor de toekomst van het gebied dan de ontwerpen die ze nu hebben gemaakt.

‘City of Permanent Temporality. Incomplete&Unfinished’ is verschenen bij nai010uitgevers.

Voordat je verder leest...

Vers Beton heeft jouw support nodig! Wij kunnen alleen blijven bestaan dankzij support van lezers. Maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

pieter_kuster

Pieter Kuster

Pieter Kuster wandelt graag, bij voorkeur door de stad. Zo heeft hij ook de vele uithoeken van Rotterdam leren kennen. Zijn fascinatie voor het betekenisvol dwalen wil hij overbrengen met het architectuurfestival ZigZagCity. Hij is mede-oprichter van OMI, het centrum voor architectuur en stadscultuur.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.