Voor de harddenkende Rotterdammer
aardhommel2klein
Beeld door: beeld: Esther Lankhaar

De zomerse weken van februari bleken een valse belofte te zijn. Twee weken lang liep iedereen in een oud t-shirt, dwarrelden her en der al vlinders rond en zoemden de bijen. Bomen en struiken wisten niet half hoe snel ze de bloesem uit hun knoppen moesten persen. Alleen de gele kornoelje had z’n zaakjes zoals altijd vroeg op orde. Terwijl andere struiken nog kaal in wintermodus stonden, kleurden zij het plantsoen mooi goudgeel.

Een oase voor hongerige insecten die een hele winter moesten vasten. Narcissen en krokussen deden hun best bij te benen, maar toen ze hun bloemen eindelijk boven het maaiveld hadden, gooide maart het over een andere boeg. De harde wind en slagregens sloopten paraplu’s en dwongen ons regenbroeken aan te trekken. Verstandige insecten hielden het voor gezien en doken weer in bed. Rillend in de composthoop, of weggedoken in een vogelhuisje. De bloeiende bloemen stonden er voor noppes, of toch niet?

De geel gestreepte prinses

Zelfs op een druilerige dag in maart kun je soms een donker gezoem horen. Wie oplet ziet ondanks de regen, de frisse wind en de grijze wolken zo nu en dan een hommel voorbij komen. Als een mini-drone laveert het insect doelgericht tussen bomen en lantaarns door, op weg naar een onbekende bestemming. Het is een aardhommel.

Ze heeft een dikke vacht, een witte kont, twee dikke gele strepen op haar rug en het formaat van een euro. Het is niet zomaar een grote bij, maar een koningin. Of nu eigenlijk nog een kroonprinses, maar wel één met een missie. En ze heeft geen tijd te verliezen.

Zoete brandstof

De bollen van krokussen, narcissen, en hyacinten zijn uitgelopen en trakteren ons op de fraaie gele, paarse en roze bloemen die de lente aankondigen. Niet alleen prachtig, maar ook voedzaam. Diep in de trechtervormige kelken wordt gratis zoetigheid aangeboden.

Nectar is voor hommels wat Redbull is voor middelbare scholieren en kerosine voor een airbus. Met haar lange tong kan de aardhommel de nectar uit de diepe kelken van een bloem slurpen. Het is pure suiker. Die brandstof is van groot belang, want in tegenstelling tot de meeste insecten is onze hommel niet geheel koudbloedig.

Ze produceert flink wat warmte met haar vliegspieren en dankzij haar dikke vacht houdt ze die warmte ook redelijk goed vast. Die verhoogde lichaamstemperatuur is haar geheime wapen. Terwijl andere insecten verstijfd de definitieve doorbraak van de lente afwachten, bromt zij van bloem naar bloem. Ze heeft weinig te duchten van haar slapende concurrenten.

Mooi hoor, zo’n voordeel, maar gratis is het niet. Een hogere lichaamstemperatuur betekent ook hogere stookkosten. ’s Ochtends voor het uitvliegen, moet ze met ronkende motor minimaal een kwartier warmdraaien op de startbaan. De aardhommel is als een Rolls Royce: ze zuipt flink. Gedurende de dag moet ze continu bijtanken om te voorkomen dat ze neerstort met een lege tank. Een uurtje zonder suikerwater en het is gedaan.

Muizentunnels

Een echte aardhommel woont ondergronds. Al graaft hare koninklijke hoogheid uiteraard niet zelf. Ze maakt graag gebruik van de werkzaamheden van anderen. In de Rotterdamse parken zijn flinke tunnelstelsels voorhanden die vakkundig zijn aangelegd door bosmuizen, de volbloedneven van de welbekende huismuis. Terwijl die langstaartige inbrekers ’s nachts door keukenkastjes sluipen om een rol koekjes kapot te knagen, houden bosmuizen er meer een outdoor lifestyle op na.

Het kruimelwerk boeit ze niet, ze willen hele noten, vruchten, zaden, stengels, wortels en knoppen. Al deinst de Bear Grylls onder de knaagdieren er ook niet voor terug om pissebedden en andere kriebelige beestjes levend in te slikken. Hun uitgebreide tunnelstelsels bevatten kraamkamers, latrines, opslagruimtes en nooduitgangen, en ze graven er geregeld nieuwe afdelingen bij. Deze constante hang naar vernieuwing heeft nogal wat leegstand tot gevolg. Onze hommel heeft daar een neusje voor. Op zachte voorjaarsdagen, wanneer een waterig zonnetje de dorre bladeren van de bosbodem opwarmt, bromt de kroonprinses rond. Ze volgt de geur van muizenpis, die haar van muizenhol naar muizenhol leidt.

Koninginnedag

Zodra de hommelprinses een leegstaande ruimte van de juiste afmetingen en kwaliteit heeft bemachtigd, zal ze daar haar voedselvoorraad aanleggen: een grote bol van nectar en stuifmeel. Dat voedsel is bestemd voor haar nakomelingen die daar uit hun ei zullen kruipen. Haar toekomstige onderdanen. Wanneer de eerste werksters op 27 april uit de tunnel tevoorschijn kruipen en op de startbaan warmdraaien voor hun eerste vlucht, zal zij pas echt een koningin zijn. Daarom noem ik die feestelijke dag nog altijd gewoon Koninginnedag.

Voordat je verder leest...

Jij kan dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij de support van onze lezers die zo onafhankelijke journalistiek over Rotterdam mogelijk maken. Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Andre

André de Baerdemaeker

André de Baerdemaeker (1979) kwam als schoffie van Zuid in aanraking met de zieke en gewonde vogels van Vogelklas Karel Schot. Misschien werd hij daarom wel biologieleraar. Later ruilde hij zijn krijtje in voor een verrekijker: hij werd ecoloog bij Bureau Stadsnatuur en onderzoekt Rotterdamse levensvormen. Bij voorkeur wanneer de zon schijnt.

Profiel-pagina
Screenshot-20170723-161008

Esther Lankhaar

Illustrator

Esther Lankhaar heeft een achtergrond in de jeugdhulpverlening en het maatschappelijk werk en werkt nu als illustrator.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500