Advertentie

Pionect top banner_V2
Voor de harddenkende Rotterdammer
VersBeton-De-ridder-van-Rotterdam-3360-1880
Beeld door: beeld: Ez Silva

De watertaxi stuiterde over de golven en terwijl de schipper ons door het donker naar de overkant van de Maas loodste, keek oma Broere met een vies gezicht naar de dikke regendruppels die uit de lucht vielen. ‘Het is maar goed dat we de scooter hebben laten staan.’

            ‘Zo is dat,’ bromde de schipper. ‘Dit is geen weer om voor je lol buiten te zijn.’

            Hij had gelijk. Maar wij waren hier niet voor de lol. We waren op weg naar de volgende bestemming van ons avontuur: Charlois, het voormalige land van Karel de Stoute. ‘Wist je dat hij twee eisen had toen hij het land overdroeg?’ zei oma. ‘Hij wilde dat het Charlois zou heten, vernoemd naar het graafschap in Frankrijk waar hij vandaan kwam én hij stond erop dat er een kerk zou komen.’

            ‘Gebouwd in de 15e eeuw,’ wist de schipper te vertellen, ‘maar ze hebben de boel zo vaak verbouwd dat er van de oorspronkelijke kerk niet veel meer over is.’

            ‘Waarom zou de ridder daar graag komen?’ vroeg ik. ‘Er zijn toch wel meer kerken in Rotterdam?’

            ‘Daar komen we snel genoeg achter,’ zei oma. ‘Zet je capuchon op, Senna, we zijn er bijna.’

 

Na een wandeling door de stromende regen waarbij oma er flink de pas in zette, hadden we de kerk zo gevonden. We liepen er een rondje omheen. Met zijn hoge ramen en rode deuren stond het te midden van huizen met vooroorlogse gevels en ouderwetse straatlantaarns. Het was alsof we in een andere stad terecht waren gekomen. Hier geen wolkenkrabbers van glas of beton, geen trambanen of metrolijn onder onze voeten. Om de kerk stond een laag groen hek waar oma moeizaam, maar zonder aarzelen overheen klom.

            We klopten op de deur. Er deed niemand open.

            ‘Misschien moeten we morgen terugkomen,’ stelde ik voor.

            ‘Onzin,’ zei oma. ‘Onze Lieve Heer is altijd thuis.’ Ze liep kordaat op de deur van de pastorie af en na enig wrikken en duwen gaf die mee. ‘Zie je? Zoekt en gij zult vinden.’

            We kwamen uit in een halletje met glazen klapdeuren. Oma knipte de zaklamp aan en ik zag meteen waarom de ridder hier graag kwam. Op de klapdeuren stond een wapenzegel met daarop een man die op een steigerend paard zat. Hij had een lans in zijn hand en aan zijn voeten lag een draak. In de randen van het zegel stond een spreuk: sigillum ecclesiae, strijdt den goeden strijd.

            ‘Dat is Sint-Joris die de draak verslaat,’ fluisterde ik terwijl ik mijn capuchon afdeed, ‘dat verhaal heeft papa me een keer voorgelezen.’

            ‘Dat verbaast me niks,’ glimlachte oma. ‘Je vader was dol op verhalen.’ Ze duwde de klapdeuren open en we slopen op onze tenen de gang door.

De schipper had gelijk. Er was inderdaad veel vernieuwd in de kerk. De tegelvloer was brandschoon en in plaats van kerkbanken stonden er houten stoelen met rode zittingen. Maar het orgel waar je via een trap kon komen en ook de gouden kroonluchters aan het plafond gaven me het gevoel dat er hier iets mysterieus kon gebeuren – en dat gevoel bleek al snel terecht. Achter de kansel zag ik vier mozaïeken van figuren te paard: een skelet, een man met een boog, een man met een weegschaal – én een man met een zwaard. ‘Oma, kijk! Daar is hij!’

            Ze schudde haar hoofd. ‘Dat zijn de vier ruiters van de Apocalyps. Die komen voor in het Nieuwe Testament.’

            Maar ik wist wel beter. De ridder van Rotterdam moést hier ergens zijn. Oma gaf me de zaklamp aan en ging met een pijnlijk gezicht op een van de stoelen zitten. ‘Mijn heup laat me even in de steek,’ zei ze. ‘Ga jij maar op onderzoek uit. Ik wacht hier op je.’

            Mijn doorweekte gympen piepten over de tegelvloer. Ik stond even stil bij een vitrine met oude bijbels en vroeg me af wat mijn moeder ervan zou zeggen als ze erachter zou komen dat we in een kerk hadden ingebroken. Ze werd al zenuwachtig als ze door een onbekend nummer werd gebeld. Mijn vader was nooit zenuwachtig –  mijn vader was juist gek geweest op avonturen. Hij maakte graag fietstochtjes door de stad, het liefst in het donker. Mijn vader was piloot geweest en had de hele wereld gezien, maar alleen in Rotterdam voelde hij zich thuis. ‘De mooiste stad die er is, Senna,’ zei hij altijd. ‘De enige stad waar altijd iets nieuws valt te ontdekken omdat ze elke dag verandert.’

De-ridder-van-Rotterdam

Lees meer

De Ridder van Rotterdam #3: De landloper en de toren

Feuilleton met maandelijks een nieuwe aflevering van Daphne Huisden.

Ik hield de zaklamp zo stevig vast dat mijn handen trilden. Langzaam beklom ik de trap naar het orgel. Als mijn vader die avond een zaklamp had gehad, of als zijn fietslicht niet kapot was geweest, of als die auto op de Kruiskade hem op tijd had gezien, of als ik niet had gevraagd of hij me nog een verhaal wilde voorlezen voordat hij de deur uitging – dan was hij die avond misschien gewoon thuisgekomen, en zou mijn moeder niet zo hard hoeven werken, en zou ik minder vaak bij oma hoeven logeren, en zou ik nu niet op zoek… Maar zo moest ik niet denken. Dat zei mijn moeder altijd. Je kon het verleden toch niet veranderen.

            Terwijl ik met de zaklamp het orgel inspecteerde en stiekem hoopte dat uit een van de pijpen de stem van de ridder zou klinken, dacht ik aan die ene keer dat ik met mijn vader mee mocht op één van zijn fietstochten. We hadden kriskras door de stad gereden, zonder plan of duidelijk doel, tot hij midden op de verlaten Coolsingel zijn fiets had geparkeerd. ‘Zie je dat, Senna?’ had hij geglunderd. ‘Het centrum is ‘s nachts van jou. Van hoeveel steden kun je dat zeggen?’

            Ik wist niet van hoeveel steden je dat kon zeggen, ik had nog nooit ergens anders gewoond.

            Beneden begon oma te hoesten. Ik leunde over de reling en keek omlaag. ‘Oma? Gaat het wel goed? Of moeten we-’

            ‘Sst. Doe die lamp uit.’ Oma legde haar vinger tegen haar lippen en op dat moment hoorde ik het ook.

            Sirenes.

Voordat je verder leest...

Je kunt dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Daphne-Huisden

Daphne Huisden

Daphne Huisden (1988) debuteerde eind 2010 bij Uitgeverij Prometheus met de roman Alles is altijd fictie. In 2013 verscheen haar tweede boek Dit blijft tussen ons, genomineerd voor de Halewijnprijs in datzelfde jaar. Daarnaast publiceerde ze verschillende stukken en korte verhalen, o.a. in literair tijdschrift Das MagazinTirade en het Rotterdam-katern van NRC Handelsblad. Momenteel werkt ze aan haar derde roman, Charlatans, die binnenkort verschijnt.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500