Voor de harddenkende Rotterdammer

Nataly staat te wachten voor het stoplicht bij de Nettomarkt. Ze heeft haar twee oudste kinderen aan de hand vast. Het loopt tegen de avond, ze heeft haar oudste opgehaald van een buitenschoolse activiteit. Haar twee jongste kinderen zijn thuis, bij haar vriend Mounir. Die is ingehuisd om hen te beschermen tegen het geweld van Nataly’s ex, de vader van haar vier kinderen.

VB_mveere_interview
Beeld door: beeld: Marieke Veere Vonk

Ze ziet Mounir in haar richting rennen. Dat is vreemd, denkt ze. Hij zou de kinderen toch niet alleen gelaten hebben? “Hij ademt niet meer!”, roept hij in paniek. Nataly rent naar haar huis aan de Wolphaertsbocht, stormt naar binnen en ziet haar jongste kind, tien maanden oud, op een matras in de woonkamer liggen. “Die kleur! Hij is blauwpaarsgrijs”, zegt ze. “Als ik hem oppak, voelt hij als een zak aardappelen.”

In paniek belt ze 112. De telefonist zegt dat ze haar baby op een harde ondergrond moet leggen. “Dat wil ik niet, want de vloer is koud.” Na een paar minuten stormt de politie binnen, al snel gevolgd door de brandweer. Ze maaien alles van tafel, leggen Efe daarop en starten met reanimeren. De traumahelikopter komt en neemt het jongetje mee.

Nadat ze haar drie andere kinderen bij de buurvrouw heeft ondergebracht, vertrekt Nataly naar het Sophia kinderziekenhuis. “Daar werd ik in een kamertje gezet. De politie kwam vragen of ze mijn telefoon mochten hebben. Die heb ik ze gegeven. Ik had niks te verbergen.” Naar Nataly’s idee zit ze uren te wachten in dat kamertje. Tot de behandelend arts komt zeggen dat Efe’s hart het weliswaar doet, maar dat dat ook meteen al het goede nieuws is. Zodra de schouwarts klaar is, mag Nataly naar hem toe.

Ze ziet haar zoon in een intensive care-bed liggen, zijn hoofd ingepakt. “Dat bed irriteerde mij: het was veel te groot voor zo’n klein hummeltje. Hij was helemaal bloot, dus ik wilde een deken over hem heen leggen, maar dat mocht niet. Uiteindelijk heb ik zijn voetjes maar in mijn handen opgewarmd.” Weer moet Nataly plaatsmaken, ditmaal voor de politiefotograaf. “Dat heb ik gedaan, natuurlijk.”

In de loop van de nacht en ochtend blijkt dat Efe hersendood is. “De dokter zei: je moet beslissen wanneer de stekker eruit moet. Nooit, zei ik. Zoiets kun je niet vragen van een moeder.” Ze hoeft de beslissing ook niet te nemen: Efe’s hartslag begint te haperen. Zijn laatste momenten worden vastgelegd door een politiefotograaf, en ook de kinderbescherming staat in dat laatste uur aan Efe’s bed. Nataly laten ze weten dat ze uit de ouderlijke macht ontzet is en dat haar andere drie kinderen overgedragen zijn aan jeugdzorg.

Op 20 januari 2015 om 20.22 uur sterft Efe in de armen van zijn moeder.

Niet lang daarna staat jeugdzorg binnen, om te zeggen dat haar andere drie kinderen in het ziekenhuis zijn. Ze drukken Nataly op het hart om geen scène te maken. Vooral niet als ze straks afscheid van elkaar moeten nemen. “Daarom vertelde ik ze maar dat ze gingen logeren, omdat ik alles met Efe in orde moest maken. Ik wilde het vooral makkelijk maken voor ze. Van binnen wilde ik niets liever dan ze bij me houden.”

Nadat het gezin afscheid heeft genomen, mag Nataly nog een halfuurtje met Efe blijven zitten. Daarna neemt de politie hem mee. Uit de autopsie blijkt dat Efe onder de blauwe plekken en bloeduitstortingen zit, twee gebroken ribben heeft, een gebroken elleboogpijp en zo’n zwaar hersenletsel, dat dat alleen door geweld veroorzaakt kan zijn.

Nataly vertrekt naar het hotel, dat één van hulpverleners geregeld heeft. Naar huis mag ze niet, dat is een plaats delict. “Op weg naar de uitgang zag ik een brancard met een bruine zak erop, met politieagenten ernaast: dat was Efe. Mijn kinderen zag ik ook beneden, zij stonden te wachten op hun vervoer. Het ging maar door mijn hoofd: geen scène maken. Vrolijk doen.”

Nataly belandt in de crisisopvang, waar ze te horen krijgt dat ze haar kinderen niet mag zien tot aan de begrafenis van Efe op 27 januari. De dag na de begrafenis staat de politie aan de deur: Nataly moet zich melden op het bureau voor verhoor. Ze is verdachte. Dat komt voor haar als een complete verrassing. “Is iedereen krankzinnig geworden, dacht ik.”

Vier dagen lang wordt ze verhoord, een eindeloze herhaling van dezelfde vraag: wat is er met Efe gebeurd? Ik weet het niet, antwoordt Nataly steevast. Op dag drie springt één van de rechercheurs uit haar vel. “Weet je niet wat voor hel dit is voor iedereen?”, zegt ze tegen Nataly. “De enige die weet wat er is gebeurd ben jij en jij zegt het gewoon niet. Wat ben je voor moeder?”

Die vraag heeft Nataly zichzelf sinds de dood van haar zoontje vaak gesteld. Woedend was ze aanvankelijk over wat er met haar gezin gebeurde. Haar kinderen in pleeggezinnen verspreid over Nederland, haar zoontje dood, zij zelf in de gevangenis, net als Mounir. Had ze dit kunnen voorkomen? Hoe had haar ex Mehmet haar zoveel schulden kunnen bezorgen? Had ze niet harder, beter, vaker om hulp moeten schreeuwen? “Als ik niet zo had moeten vechten voor een uitkering, als ik goed was geholpen door al die instanties in Rotterdam, had ik dan meer rust gehad? Had Efe dan nog geleefd? Aan die vragen heb ik niks, ze maken de situatie er niet beter op.”

Het vonnis van de rechter, die haar in september 2015 veroordeelde tot anderhalf jaar celstraf en vijf jaar voorwaardelijk, maakte haar kwaad. “Ik heb dit niet gedaan”, verwoordt ze haar gedachten daarover. “Aan de andere kant: alles wat de rechter mij in dat vonnis verwijt, verwijt ik mezelf ook.”

Het inspectierapport dat een jaar na Efe’s dood is verschenen, en waaruit blijkt dat de twaalf Rotterdamse instanties te weinig oog hadden voor de kinderen in het gezin, elkaar onbedoeld tegenwerkten en geen informatie deelden, heeft ze niet gelezen. Efe krijgt ze er niet mee terug. “Wel vind ik het belangrijk om één keer mijn verhaal te vertellen. Want ik had gehoopt dat Efe’s dood iets had veranderd in Rotterdam.”

Zoals in dat inspectierapport te lezen valt, was Nataly’s gezin niet het enige dat in moeilijkheden verkeert: “De samenwerkende inspecties vinden het verontrustend dat bijna alle betrokken professionals aangeven dat de financiële situatie en de leefomstandigheden van het gezin niet uniek waren en dat meer gezinnen in Rotterdam in vergelijkbare omstandigheden leven.” Die omstandigheden waren in dit geval: schulden, geen uitkering, geen werk, geen geld, veel stress, huiselijk geweld. Alle contracten stonden op Nataly’s naam, maar haar ex handelde de financiën af en betaalde de rekeningen niet. Daardoor leefden Nataly en haar vier kinderen al drie jaar in armoede. Daarop hadden de hulpverleners alerter op moeten zijn, oordelen de inspecties. “De betrokken professionals hebben onvoldoende beseft wat het leven in armoede voor invloed had op de gezonde en veilige ontwikkeling van de kinderen en hier geen actie op ondernomen.”

Eén vraag wil Nataly nog wel beantwoord hebben: wat is er met Efe gebeurd? Waarom is haar jongste er niet meer? Vier jaar na zijn dood weet ze dat niet. Mounir, die veroordeeld werd tot zes jaar cel, wil het haar niet vertellen. “Hij zegt dat mijn zoontje van 2 het heeft gedaan. Maar het bestaat niet dat een peuter zoveel kracht heeft. Ik denk dan: wees een man, geef toe wat je gedaan hebt. Hij heeft zijn straf er toch al op zitten, waarom kan hij dan niet eerlijk zijn over wat er gebeurd is?”

Op het moment ziet Nataly haar drie kinderen eens in de acht weken in een bezoekkamertje van jeugdzorg. Naar die ontmoetingen leeft ze toe. “Dat houdt me echt op de been. Al is het ook moeilijk om ze weer achter te laten.”

Of ze haar kinderen ooit terugkrijgt? “Het gaat niet om wat ik wil. Zij zijn belangrijker dan ik ben. Ik wil ze gisteren nog terug hebben, maar wil ik dat voor de juiste redenen? Als ik ze nu terug zou eisen, is dat egoïstisch. Ik kan ze nu niets bieden.”

Nataly volgt momenteel therapie als onderdeel van haar voorwaardelijke straf en is bezig haar schulden af te lossen. Prioriteit nummer één, als ze weer wat geld heeft, is een grafsteen voor Efe. De grafrechten heeft ze na anderhalf jaar eindelijk kunnen overnemen van jeugdzorg. “Dat hij nog geen grafsteen heeft, zit me erg dwars. Maar ik heb er nu gewoon geen geld voor.”

Jeugdzorgjungle
Margot Smolenaars

Margot Smolenaars

Margot Smolenaars (1976) voelt zich al veertien jaar Rotterdammer, maar dan wel eentje met een zachte g. Studeerde journalistiek in Tilburg, begon als archetypische krantenjournalist (d’r héén!), evolueerde tot chef redactie in de bladen en is nu onderzoeksjournalist.
margot@versbeton.nl

Profiel-pagina
mariekeveere-versbeton

Marieke Veere Vonk

Illustrator

Marieke Veere is een Rotterdamse ontwerper en illustrator. Ze studeerde illustratie en gamification aan de Willem de Kooning Academie en de University of the West of England in Bristol. Marieke Veere werkt graag in verschillende stijlen waarbij ze zich laat inspireren door de natuur en alles wat leeft.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.