Voor de harddenkende Rotterdammer
VersBeton-De-ridder-van-Rotterdam-3360-1880
Beeld door: beeld: Ez Silva

De sirenes kwamen dichterbij. Door de hoge ramen van de kerk kon ik de zwaailichten zien en hoewel ik niet bang was voor de politie (ik had de vader van Patrick zo vaak in zijn uniform gezien) bleef ik verstijfd bovenaan de trap bij het orgel staan.

            ‘Senna,’ siste oma terwijl ze beneden moeizaam opstond uit haar stoel, ‘we moeten ervandoor, lieverd. Je moeder doet me wat als we gearresteerd worden.’

            ‘Maar… de ridder dan?’ stamelde ik. ‘Hij zou toch komen? En misschien is de politie hier niet voor ons, misschien-’

            Ik hield abrupt mijn mond. Buiten werd het plotseling heel stil. De zwaailichten gingen uit. En op dat zelfde moment hoorde ik in de verte de deur van de pastorie opengaan.

Oma vloekte. ‘Blijf waar je bent.’ Ze hobbelde naar de trap, legde een hand op haar pijnlijke heup en hees zichzelf omhoog. Eenmaal boven greep ze mijn mouw vast en trok me omlaag, onder de reling, buiten het zicht. Net op tijd want onder ons hoorde ik voetstappen. Er liep iemand in de kerk, iemand die zijn best deed om zo min mogelijk geluid te maken. Ik ging op mijn knieën zitten en wilde mijn hoofd over de reling steken om een glimp op te vangen van de geheimzinnige bezoeker, maar oma hield me tegen.

            ‘Wat als het de ridder is?’ fluisterde ik. ‘Wat als hij-’

            Ze legde haar hand over mijn mond. De voetstappen stonden stil. Ik hoorde een zacht gekras waar de haartjes op mijn armen van overeind gingen staan; het geluid van nagels die over glas gingen. Hij moest bij de vitrinekast met de oude bijbels staan. Was het een inbreker? Een echte? Ik maakte een angstig geluidje en keek oma geschrokken aan. Ze haalde haar hand van mijn mond, sloeg haar armen om me heen, en ik kroop dicht tegen haar aan; zo dicht dat ik haar hartslag kon horen, die zo kalm was dat ik heel even vergat waar we waren. Ik voelde hoe ze haar kin op mijn hoofd legde en probeerde me voor te stellen dat we gewoon thuis waren; zij op haar stoel, ik op de poef, nippend van mijn thee terwijl de zoete rook van haar sigaar door het open raam naar buiten kringelde. Ik probeerde me voor te stellen dat dit allemaal niet gebeurde: de inbreker, de zwaailichten en sirenes, de zoektocht naar de ridder die zich niet wilde laten zien – net zo lang tot de voetstappen naar de uitgang schuifelden en langzaam wegstierven, net zo lang tot ik de politieauto’s hoorde wegrijden en ik zeker wist dat we veilig waren; net zo lang tot ik mijn spieren voelde ontspannen en mijn hoofd zwaar werd, mijn ademhaling traag en mijn ogen niet meer open wilden hoe hard ik ook mijn best deed om wakker te blijven en ik langzaam, heel langzaam, in slaap viel in oma’s armen.

Toen ik wakker werd lag ik met mijn hoofd op mijn rugtas. Oma had haar jas over me heen gelegd. Ze zat op de bovenste tree van de trap. Buiten was het nog altijd donker. ‘Hoe laat is het?’ vroeg ik terwijl ik geeuwend overeind kwam.

            ‘Tijd om naar huis te gaan,’ zei ze droogjes. ‘De ridder speelt verstoppertje vannacht.’

            ‘Was je niet bang?’ vroeg ik. ‘Daarnet?’

            ‘Bang? Ik?’ Ze gniffelde. ‘Daar heb je op mijn leeftijd geen tijd meer voor. Nee, ik maak me alleen nog zorgen om jou, Senna.’

            ‘Om mij?’ Ik keek haar niet-begrijpend aan. ‘Waarom?’

            Oma Broere dacht even na. Toen zei ze: ‘Weet je nog hoe je vroeger altijd thuiskwam met blauwe plekken? Als jij en Patrick weer in een boom waren geklommen om eruit te vallen?’

            Natuurlijk wist ik dat nog. Ik had genoeg littekens op mijn knieën om me daaraan te herinneren. Patrick en ik maakten er een wedstrijd van wie het hoogst kon klimmen. Het record stond nog steeds op mijn naam, een record waar mijn moeder niet blij mee was.

VersBeton_-_De_ridder_van_Rotterdam_-_3360_-_1880

Lees meer

De Ridder van Rotterdam #4: de Ruiters van het Zuiden

Vers Beton presenteert een fictieverhaal met elke maand een aflevering van Daphne Huisden.

            ‘Ja,’ zei ik, ‘maar dat doe ik niet meer. En ik heb nooit iets gebroken.’

            ‘Gebroken botten helen vanzelf,’ zei oma. ‘Daar maak ik me geen zorgen over. Maar je klimt nooit meer in bomen, niet meer sinds je vader… Je bent stilletjes geworden, Senna. Voorzichtiger. Heb je dat niet gemerkt?’

            ‘Maar dat moet ook,’ zei ik. ‘Buiten kan er van alles misgaan. Dat zegt mama tenminste. En de juf. En de vader van Patrick. Als je niet voorzichtig bent-’

            ‘Je durft anders nog steeds bij mij achterop de scooter.’

            ‘Dat is niet hetzelfde.’

            ‘Hoe dat zo?’

            Ik haalde mijn schouders op. ‘Omdat jij te oud bent om bang te zijn.’

            Ze lachte. ‘Zo mag ik het horen.’ Toen stond oma kordaat op en trok haar jas aan. ‘Nou, laten we een taxi zoeken. Volgens mij hebben we vandaag genoeg avonturen beleefd.’

            Ik gaf haar een hand en samen gingen we de trap af. Beneden keek ik nog een keer goed om me heen: de ruiters van de Apocalyps, de gouden kroonluchters, de rode stoelen, geen spoor van de ridder, geen enkel bewijs dat hij echt bestond, geen enkel teken dat – ‘Wacht, oma!’ De deur van de vitrinekast stond open. Alle bijbels lagen er nog, maar op het bovenste boek lag een envelop. Het papier was vergeeld en beschreven met een sierlijk handschrift. Het zag er uit oud, maar dat kon het niet zijn, want mijn naam stond erop.

Voordat je verder leest...

Vers Beton heeft jouw support nodig! Wij kunnen alleen blijven bestaan dankzij support van lezers. Maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Daphne-Huisden

Daphne Huisden

Daphne Huisden (1988) debuteerde eind 2010 bij Uitgeverij Prometheus met de roman Alles is altijd fictie. In 2013 verscheen haar tweede boek Dit blijft tussen ons, genomineerd voor de Halewijnprijs in datzelfde jaar. Daarnaast publiceerde ze verschillende stukken en korte verhalen, o.a. in literair tijdschrift Das MagazinTirade en het Rotterdam-katern van NRC Handelsblad. Momenteel werkt ze aan haar derde roman, Charlatans, die binnenkort verschijnt.

Profiel-pagina
Foto-Ez-Silva

Ez Silva

Illustrator

Met haar achtergrond als industrieel vormgever en productontwerper, maakte Ez Silva (Cabo Verde, 1985) een switch naar allround vormgever, illustrator en kunstenaar. Haar werk kan omschreven worden als vrouwelijk, dromerig en mysterieus (de innerlijke gevoelswereld van de hedendaagse vrouw). Omdat in het hedendaagse leven al zoveel digitaal gebeurt, kiest Ez er juist voor om op papier te tekenen. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.