Voor de harddenkende Rotterdammer
IMG-9490a
Voormalig wethouder Pim Vermeulen (PvdA) Beeld door: beeld: Florine van Rees

Make it happen. Bij elk bouwproject is het stadsmarketingcredo wel terug te zien. Het lijkt een aansporing voor de willekeurige voorbijganger om een steentje bij te dragen in de stad. Kijken we niet zo heel ver terug in de Rotterdamse geschiedenis dan zien we dat tijdens de stadsvernieuwing van de jaren ’70 zulk soort zeggenschap vanzelfsprekend was. Sterker nog, de rollen waren omgedraaid. De Rotterdammers hadden het voor het zeggen, en de gemeente had inspraak. Samen met voormalig wethouder Stadsvernieuwing Pim Vermeulen (PvdA, 1978-1994) en stedenbouwkundige Elizabeth Poot (1975-2005) blik ik terug op deze bijzondere periode van stadsvernieuwing.

Woonbeleid vanuit de toren

De wederopbouw werd vanuit de toren van het stadhuis strak geregisseerd. De binnenstad, de havens en de nieuwe buitenwijken kregen voorrang. Nieuw prevaleerde boven het oude en de volkswijken die nog overeind stonden, verkrotten verder tot diep in de jaren ’60. Wanneer deze wijken aan de beurt waren, sprak men over ‘sanering en reconstructie’ wat neerkwam op sloop en nieuwbouw.

“Na jaren te zijn genegeerd, drong het bij de bewoners van de oude volkswijken door dat zij plaats moesten maken voor grootschalige nieuwbouwprojecten. Zo zou het Oude Westen moeten wijken voor campus Woudestein, Feijenoord voor een zesbaanssnelweg, en de Oude Haven was eigenlijk bedoeld als afrit voor de Willemsbrug” licht voormalig ambthouder Pim Vermeulen toe.

Maar eind jaren ’60 begon er iets te broeien in die wijken. Buurtbewoners pikten de plannen uit het stadhuis niet meer en actiegroepen werden in het leven geroepen. In het Oude Westen wisten ze als geen ander keer op keer het nieuws te halen. Zo blokkeerden ze de tramrails om de Roteb op de vele autowrakken in de wijk te wijzen en gingen actievoerders bij burgemeester Thomassen in bad, om het gebrek aan goede sanitaire voorzieningen in hun eigen woningen aan te kaarten.

Langzaam maar zeker kon het college er niet meer omheen, en werd er niet meer over sanering maar over rehabilitatie gesproken. De betrokkenheid van de linkse partijen in de actiegroepen werden in de raadsverkiezingen van ’74 beloond. Met 24 zetels, een absolute meerderheid, kreeg de PvdA carte blanche om een nieuw beleid op te stellen. Het beleid sloeg om van ‘cityvorming vanuit de toren’ naar ‘bouwen voor de buurt’.

Bouwen voor de buurt

In de gelijknamige deelnota in 1975, onder leiding van Vermeulen’s voorganger Jan van der Ploeg, wordt de beslisvorming rondom ontwikkelplannen bij wijkgebonden projectgroepen neergelegd. Beleid werd niet langer meer vanuit Coolsingel 40 opgelegd, maar vanuit de buurt bedacht.

IMG-9622a
Stedenbouwkundige Elizabeth Poot Beeld door: beeld: Florine van Rees

“Ambtenaren gingen de toren uit en de wijken in,” herinnert stedenbouwkundige Elizabeth Poot zich. “Je werkte heel gericht voor een wijk. Daardoor kende je alle ontwikkelingen. In een projectgroep zaten ambtenaren van stadsontwikkeling, maar ook van volkshuisvesting, de verkeersdienst en bouw- en woningtoezicht die alles in kaart brachten. Dat werd vervolgens aangevuld met de kennis van de bewoners. Samen bedachten we een beleidsplan dat uiteindelijk werd vastgelegd in een bestemmingsplan.”

In dezelfde periode doet Vermeulen zijn intrede in de raad.  “De partijvoorzitter wilde mij graag de gemeenteraad in krijgen, maar dat kwam me eigenlijk helemaal niet uit. Ik studeerde, ik had een baan, dus ik vertelde hem: ‘zet mij maar lekker achteraan de lijst’. Door het enorme succes kreeg ik uiteindelijk toch een zetel in de raad.” Het duurde nog tot 1981 voordat Vermeulen de portefeuille van Van der Ploeg overneemt. Van der Ploeg hield – als een echte Rotterdammer – van daden: als kersverse wethouder koopt hij gelijk de verkrotte panden op in de aangewezen stadsvernieuwingswijken. “Door al die panden op te kopen werd het een probleem van de gemeente, daardoor was er geen weg meer terug. We moesten het nu wel oplossen. Een meesterzet!” blikt Vermeulen terug.

IMG-9475a
Voormalig wethouder Pim Vermeulen (PvdA) Beeld door: beeld: Florine van Rees

Van der Ploeg zorgde zo voor een frisse wind in het gemeentebeleid. Denken vanaf onderaf viel nog niet bij elke ambtenaar even lekker, waardoor sommigen het veld moesten ruimen voor de nieuwe generatie, vers van de Universiteiten. Die afgestudeerden hadden net een democratiseringsgolf in het onderwijs meegemaakt waar studenten inspraak eisten in het bestuur. De maagdenhuisbezetting van ’69, maar ook de Parijsprotesten van ’68, lieten zien dat het gevestigde gezag te ondermijnen was. Met dat besef kwamen de afgestudeerden terecht bij de gemeente Rotterdam. Vermeulen: “Er was een enorme wil bij die jonge ambtenaren. De sociologen kwamen uit Utrecht, de volkshuisvesters uit Delft of Eindhoven. Alle afgestudeerden wilden naar Rotterdam komen, want hier gebeurde het.”

De wederopbouw was vooral een verkeerskundige en stedenbouwkundige opgave. Maar de stadsvernieuwing werd een sociaal-maatschappelijk proces. Er werd gesloopt, gerenoveerd en gebouwd, voor en door de buurt. Ondanks het succes, toonde het bouwen-voor-de-buurtbeleid zijn beperkingen. Het proces was dan wel sociaal-maatschappelijk ingericht, maar de resultaten waren voornamelijk in de fysieke gebouwde omgeving terug te zien. Economische en sociale verbetering raakten achter en de Rotterdamse volkswijken bleven de lijstjes aanvoeren als het ging om armoede en werkloosheid. Men vreesde voor een gesegregeerde stad, waar het centrum van de stad een eiland zou vormen zijn met alleen lage inkomens omdat de hogere verdieners naar de buitenwijken trokken.

Woonbeleid 2019: terug de toren in

Dus werd de gedachte: het centrum moet ook een plek zijn voor de hogere inkomens. ‘Bouwen voor de buurt’ werd vervangen door ‘bouwen voor de stad’. Want eind jaren ’80 is de nieuwe ambitie: Rotterdam moet een bruisende metropool worden. De traditionele havenstad voor en door arbeiders wil nu de moderne stedeling met een dikkere portemonnee binnenhalen.

Dertig jaar verder zien we die wens nog steeds terug in het huidige Woonvisiebeleid. De ‘sociale stijgers’ en ‘young potentials’ moeten meer ruimte krijgen in de stad. Het veelbesproken beleid is eigenlijk een logische voorzetting van de eerder gestelde ambitie.

carnisse-01-article-kjazbec-1s

Lees meer

Op Zuid staat het beleid op de grootste achterstand

Het programma dat Zuid moet opwaarderen blijft steken in de tijd van ‘slechte lijstjes’.

Maar het slopen van 20.000 woningen om die ambitie te behalen, dat schiet de stadsvernieuwers Vermeulen en Poot in het verkeerde keelgat: “Ze lijken nu te denken dat wanneer je hogere inkomens de stad in wilt krijgen, duurdere woningen moet bouwen. Alsof ze dan vanzelf komen. Ammehoela! Zo werkt dat helemaal niet! Dit is een van bovenaf bedacht beleid wat in feite al een verouderd idee is. Woonbeleid vraagt om analyse van je stad. Hoe gaat het met je Rotterdammers? Wat is hun inkomen? Wat zijn de woonproblemen? Ten koste van wat zou het moeten gaan? En van wie? Moet je menging wel willen? Wat is menging eigenlijk?”

Het karakteriseert de twee stadsvernieuwers dat ze niet direct naar oplossingen op zoek zijn, maar eerst naar de juiste vragen. Het is namelijk precies deze houding die de Rotterdamse stadsvernieuwing destijds vernieuwend maakte:  een proces voor en door buurtbewoners willen aangaan.

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. De verhuurderheffing is een belasting op sociale huurwoningen die onder het kabinet Rutte 2 werd ingevoerd. In 2017 droeg Woonbron 19,7 miljoen euro af aan verhuurderheffing. Ter vergelijking: er kwam dat jaar 229,6 miljoen aan huren binnen en er ging 49,4 miljoen op aan onderhoud. ↩︎
San Dino Arcilla

San Dino Arcilla

San Dino Arcilla is werkzaam als architect. Buiten de praktijk zoekt hij naar verhalen die een andere realiteit beschrijven. Met een fascinatie voor het bijzonder lelijke vindt hij Rotterdam de mooiste stad van het land.

Profiel-pagina
10547749_10154894484515486_7617606655025449823_o_1000

Florine van Rees

Fotograaf

Florine van Rees (1988) is afgestudeerd als modevormgever en benut haar kennis in de beeldvorming. Met een modische blik benadert ze documentaire onderwerpen in de fotografie. Een samenspel van kleur, contrast, textuur en lijnen staat hierin centraal. Naast haar werk als fotograaf mede-beheert Florine ook het online magazine www.slash-zine.com waar vooral inspiratie gedeeld wordt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.